

Plato leefde van 428 tot 354 voor Christus en was een leer
ling
en vriend van Socrates. Hij had door zijn invloedrijke ouders een hoge functie
kunnen bemachtigen, maar hij veroordeelde de gewelddadige politiek die er onder
andere voor had gezorgd dat Socrates de doodstraf had gekregen.
Plato geloofde dat je een goede leider werd door onderwijs te volgen, je werd niet als leider geboren. Ook vond hij dat ook vrouwen onderwijs zouden moeten kunnen volgen, iets wat in die tijd ondenkbaar was. Hij stichtte de eerste universiteit en daar stond de vraag centraal:
‘Bestaat er een volmaakte wereld?’
Plato geloofde in een onzichtbare wereld waarin volmaakte modellen bestonden van alle dingen op aarde. Onze wereld is slechts een afspiegeling van de ideale wereld. Mensen zijn als gevangenen die alleen schaduwen kunnen zien. Deze schaduwen verwarren ze met wat echt is.
Socrates had niet van wat hij bedacht had opgeschreven, maar gelukkig heeft Plato Socrates’ gedachten wel op schrift gesteld. Hij schreef de gedachten van Socrates en later zijn eigen gedachten op als een gesprek tussen twee mensen. Hij deed dat erg goed en werden deze dialogen erg populair. Het is alleen moeilijk uit te maken waar de gedachten van Socrates in de werken van Plato ophouden en zijn eigen gedachten beginnen.
Socrates wilde waarheden over onderwerpen als goedheid of gerechtigheid, die onveranderlijk moesten zijn. Plato ging hierin verder. Er is een domein van eeuwige, onveranderlijke vormen, die als blauwdruk dienen voor alles wat bestaat. Deze laatste zin wordt makkelijker te begrijpen met een voorbeeld. Volgens Plato zijn er verschillen tussen het ene paard en het andere paard, of hond of kat of wat dan ook, maar ze zijn allemaal gemaakt met ‘de vorm’ paard, hond, kat. Je kunt het vergelijken met het maken van een gipsbeeldje van een kat. Elke kat kun je een ander kleurtje geven, en bij de een zijn de oren van de kat beter gelukt dan bij de ander, maar ze zijn allemaal met dezelfde vorm gemaakt. En dit geldt volgens Plato dus niet alleen voor dieren, maar ook voor mensen, planten enzovoorts. Het idee van Plato dat alle mensen uit dezelfde ‘vorm’ komen, zien we later in de bijbel terug. Daarin staat beschreven dat God de mens schiep naar zijn evenbeeld. Dus in dat geval is God de vorm en zijn wij mensen de gipsbeeldjes.
Bronnen: Filosofie voor jonge denkers & Filosofie: 100 essentiële denkers van Stokes, Zwart en van Ouwerkerk
HOME FILOSOFEN HERSENKRAKERS ALS JE MEER WILT WETEN TESTEN LEUKE EXTRA'S