Hindoeïsme

Goden en Godinnen

De meeste hindoes geloven in God, de Ene, die de naam Brahman heeft. Maar Hindoes bidden niet zoals de christenen tot God of moslims tot Allah bidden. In plaats daarvan vereren vele hindoes honderden goden, die verschillende kanten van Brahman laten zien. Er zijn echter ook hindoes die geen veelheid aan goden vereren. De hindoe-goden worden vaak afgebeeld met vele hoofden of armen die allemaal een heilig voorwerp vasthouden. Dat zijn symbolen van hun speciale krachten en het aspect dat zij van Braham vertegenwoordigen.

Archetypen

In de vele goden en godinnen en ook in de verhalen van het hindoeïsme zijn de archetypen zoals Carl Gustav Jung die heeft beschreven herkenbaar. De goden en godinnen kunnen gezien worden als een symbolische uitdrukkingsvorm van archetypen, die in het collectieve onbewuste aanwezig zijn. Zij kunnen krachten in mensen wakker maken en kunnen fungeren als 'spiegelbeeld' van de aanschouwer.

De Hindoe-Drie-Eenheid

De belangrijkste drie hindoe-goden zijn Brahma (de schepper), Vishnu (de beschermer) en Shiva (de verwoester). Vishnu en Shiva zijn geliefde goden, veel tempels zijn aan hen gewijd. Ook aan Ganesha, de olifantengod, zijn veel tempels gewijd.

Brahma

Brahma, de eerste van de hindoe-drie-eenheid, is de schepper van het heelal. Hij wordt afgebeeld met vier hoofden die naar de vier windrichtingen kijken. Hij rijdt op zwanen of zit op een heilige lotusbloem. Zijn vrouw is de godin van kunst en onderwijs Saraswati. Brahma heeft vier handen, waarvan hij er altijd een zegenend opheft.

Vishnu

Vishnu is de beschermer van het heelal. Hij wordt vaak afgebeeld op een adelaar of slapend op een reuzenslang. Zijn vrouw is Lakshmi, de godin van de schoonheid en rijkdom.

Shiva

Shiva is de vernietiger van het kwaad in het heelal. Hij heeft een drietand als symbool van de vernietiging. Op zijn voorhoofd draagt hij het derde oog van de kennis. Shiva rijdt op een grote stier, Nandi geheten. De vrouw van Shiva is de godin Parvati.

Rama en Krishna

Rama en Krishna worden in heel India als goden vereerd. Rama is de held uit het gedicht Ramayana en vertegenwoordigt moed en deugd. Krishna is wat ondeugender; hij onderhoudt graag contacten met herderinnetjes en is dol op het doen van wonderen. Hij is de sleutelfiguur uit de Bhagavad Gita, een onderdeel van het gedicht Mahabharata.

Devi

Soms wordt ook een andere drie-eenheid genoemd, namelijk Shiva, Vishnu en Devi (zie de Engelse tekst hieronder). Vishnu is daarbij zowel creator als vernietiger: hij vernietigt het oude en maakt zo ruimte voor het nieuwe. Devi is de verzamelnaam voor de godinnen en staat voor 'de beschrmende moeder'.

Heilige boeken en verhalen

De hindoes hebben geen heilig boek zoals de Bijbel voor de christenen, maar hebben veel verschillende heilige teksten. Voordat deze werden opgeschreven, werden ze lange tijd mondeling doorgegeven. De taal die de mensen gebruikten was Sanskriet, de taal van het Arische volk. Sanskriet is de heilige taal van India, en wordt vandaag nog bestudeerd, al wordt het niet meer gesproken. De oudste heilige teksten zijn vier verzamelingen lofzangen, gebeden, regels voor rituelen en offers en spreuken: de Veda’s. Deze werden door de Ariërs ongeveer 3500 jaar geleden verzameld. Het oudst en bekendst is de Rig Veda. Het is nog steeds een belangrijk heilig boek van de Hindoes. Het bevat meer dan duizend lofzangen over de oude goden en godinnen.

Hinduism in India

(voorlopig is deze tekst in het Engels)

What are the basic beliefs of Hinduism?

Most Hindus believe in an immense unifying force that governs all existence and cannot be completely known by humanity. Individual gods and goddesses are personifications of this cosmic force. In practice, each Hindu worships those few deities that he or she believes directly influence his or her life. By selecting one or more of these deities to worship, and by conducting the rituals designed to facilitate contact with them, a Hindu devotee is striving to experience his or her unity with that cosmic force.

Worshipers call upon familiar gods to help with their everyday hopes and problems. There are three primary Hindu deities:

Shiva

Shiva (the Creator and Destroyer), who destroys the old while creating the new. His consorts include the loving Parvati and the ferocious Durga, who represent the feminine aspects of his complex nature. The god Shiva, the Creator and Destroyer, is often shown with a cobra, the Naga, symbol of fertility and strength, wrapped around his neck. The god often has four arms, signifying his superhuman power.

Vishnu

Vishnu (the Preserver) and his two most popular incarnations, Krishna and Rama. Vishnu, the Preserver, represents stability and order. Vishnu is recognized by the four symbols he carries: discus, conch, club, and lotus. In paintings and prints, Vishnu is often shown with blue skin, a device to accentuate his otherworldliness.

Devi

Devi (the Protecting Mother) is a widely used name for the multiple forms of the Hindu Goddess, sometimes known simply as the Goddess, who appears in some form in every region of India. She is often identified as the creative energy of the universe, and is considered by her followers the equal of Vishnu and Shiva. In India the Great Goddess in general is often referred to as Devi. Devi is the sum of all manifestations or forms of the Mother. All forms be they Lakshmi, Kali, or Durga are forms of Devi. As Jaganmata, or Mother of the universe, she assumes cosmic proportions, destroying evil and ever creating and dissolving universes. She is One and she is many. In some forms she is benign and gentle and in other forms she is dynamic and ferocious.

There are many ways we can view the goddess Devi: chronological, religious, or by function. There are six basic categories. Devi is first seen as cosmic force (e.g. Durga, Kali), where she destroys demonic forces that threaten world equilibrium, and creates, annihilates, and recreates the universe. Next, in her gentle, radiant dayini form (e.g. Lakshmi, Sarasvati), she is the gracious donor of boons, wealth, fortune, and success. As heroine (e.g. Sita, Draupadi, Radha) and beloved, Devi comes down to earth and provides inspiring models for earthly women. In this aspect, Devi is then seen as a local protector of villages , towns, and individual tribal peoples, where she is concerned only with local affairs. In her fifth aspect, Devi appears as semi-divine (e.g. Nagini, Sundari) force, manifesting herself through fertility spirits, and other supernatural forms. Finally, she is also represented in women saints and yoginis, who are born on earth but endowed with deep spirituality and other-worldly powers.

This is a picture of Shiva and Parvati as the divine couple, embracing each other. Married goddesses such as Parvati are auspicious, but are usually seen as subordinate to their husbands (thus reflecting on the divine plane the hierarchy that is prescribed as ideal on the human plane).

Expression of Hindu devotion

"Puja is the act of showing reverence to a god, a spirit, or another aspect of the divine through invocations, prayers, songs, and rituals. An essential part of puja for the Hindu devotee is making a spiritual connection with the divine. Most often that contact is facilitated through an object: an element of nature, a sculpture, a vessel, a painting, or a print. During puja an image or other symbol of the god serves as a means of gaining access to the divine. This icon is not the deity itself; rather, it is believed to be filled with the deity's cosmic energy. It is a focal point for honoring and communicating with the god. For the devout Hindu, the icon's artistic merit is important, but is secondary to its spiritual content. The objects are created as receptacles for spiritual energy that allow the devotee to experience direct communication with his or her gods. Wherever puja is performed it includes three important components: the seeing of the deity; puja, or worship, which includes offering flowers, fruits, and foods; and retrieving the blessed food and consuming it. By performing these sacred acts the worshiper creates a relationship with the divine through his or her emotions and senses."

 

 

Bali

Balinese hindoes geloven in één oppermachtige god: Sanghyang (=god) Widhi Wasa. Deze god is zo groot en machtig dat hij niet te bevatten is voor een normaal menselijk wezen daarom heeft deze god zichzelf opgedeeld in 3 verschillende aspecten.

Deze goden (als manifestatie van Sanghyang Widhi Wasa) worden ook wel trimurti genoemd en zijn:
Brahma, Wishnu en Shiva

Iedere god heeft zijn eigen kleur en rijdier


Shiva: kleur wit, een witte stier Nanda genaamd


Brahma: kleur rood, een gans Hamsa genoemd


Wishnu: kleur zwart, een adelaar Garuda genoemd

 

Uitvaartrituelen en -gebruiken bij Hindoes

( Lokale gebruiken, maar ook als gevolg van stromingen, richtingen binnen de religie kunnen bepaalde gebruiken afwijken van het hier beschrevene. )

Achtergrond
De 'maksha' is voor Hindoes het moment in het bestaan van de mens. Het is het moment van bevrijding uit de cyclus van geboorte, dood en wedergeboorte. Maar voor die fase is bereikt kan het lichaam keer op keer sterven, maar blijft de 'atman' (ziel) reïncarneren in opeenvolgende levens.

De gebruiken beginnen reeds bij het sterfproces
De familie komt bijeen en door de ontboden priester zal eerst met behulp van gebed getracht worden de stervende te genezen. Tijdens het gebed wordt allereerst een druppel Gangeswater toegediend. Het water symboliseert het leven en de vergankelijkheid. Vervolgens wordt een blad van de tulsaboom (een basilicumsoort) in de mond gelegd. Het blad houdt de ziektekiemen op een afstand.

De Pandit (geestelijk leider) leest voor uit de Bhagavad Gita, het lied des heren, waarna de familie meebidt.

Na het sterven wordt de overledene thuis opgebaard of overgebracht naar het rouwcentrum.

Voor de familie breekt nu een periode van 10 dagen rouw aan. Allereerst geeft de familie bekendheid aan het heengaan via rouwcirculaires in het land en indien mogelijk de radio voor verre verwanten. Tijdens de bezoekuren komt de familie bijeen met de Pandit en worden een aantal rituelen afgewerkt, waarbij de teksten veelal voor de jongeren vertaalt wordt. Het wassen en afleggen wordt meestal door familieleden uit andere huishoudens gedaan, maar altijd in aanwezigheid van familieleden uit het huishouden van de overledene.

Voorbereiding uitvaart
De overledene wordt na de wassing veelal in traditionele dracht aangekleed. De vrouw in een sari en de man in dhoti en pagri. Binnenshuis of in het uitvaartcentrum wordt rondom de kist gezeten en gebeden voor de zielerust. De kist is dan veelal niet gesloten. De plechtigheden worden besloten met rijstballetjes. Deze balletjes symboliseren de elementen waaruit het lichaam is opgebouwd nl. ether, vuur, water, aarde en lucht. Daarnaast wordt door de familie bloemen, reukwerk en rijstkorrels als offer in de kist gelegd, waarna deze wordt gesloten. Dan kan de tocht naar het crematorium beginnen.

De uitvaart in het crematorium
De crematie is voor de Hindoes de basis van het uitvaartritueel, immers hoe sneller het lichaam vergaat des te sneller kan de ziel vrijkomen, en kan het lichaam terugkeren naar de elementen waaruit het is opgebouwd. De rituelen in het crematorium zijn veelal een symbolische afgeleide van de 'gewone' rituelen bij de lijkverbranding. De kist wordt indien mogelijk door 4 mannen op de schouders gedragen. Tijdens het dragen naar de aula van het crematorium wordt de kist 5 maal neergezet en gaat de familie (symbolisch) 5 maal zitten Dan wordt de kist in de aula geopend en versierd met bloemenkransen. De Pandit houdt de voorgeschreven preek uit de Veda. De oudste zoon loopt 5 maal rond de kist en raakt met een aangestoken diya(lampje) wat gevuld is met ghee evenzoveel keren de lippen van de dode aan, hetgeen een symbolisch aansteken van het vuur voorstelt. Dan loopt de familie langs de kist en neemt afscheid door rijstkorrels of bloemblaadjes in de kist te leggen, tot de kist zakt of wegglijdt. Een aantal familieleden is met de Pandit ter overtuiging van de verbranding bij de invoer van de kist in de crematieoven aanwezig. De familie volgt hierna nog een bepaalde rouwprocedure die meestal 10 dagen duurt.

Ceremoniele gebruiken bij het overlijden en de uitvaart
Als de vader is overleden, maar het gebeurt veelal ook als de moeder is overleden, scheren de zonen (en vader indien moeder is overleden) het hoofdhaar (soms op een kort staartje na), snor en baard af.

Op de twaalfde of dertiende dag wordt een vuuroffer gehouden. Na de dertiende dag vangt het gewone leven weer aan.

Indien mogelijk wordt de as overgebracht naar India en verstrooid in de Ganges. De verstrooiing van de as gebeurt in Nederland echter veelal op zee (deze staat wereldwijd gezien immers in contact met de Ganges) in aanwezigheid van de familie.

Meer informatie over hindoestaanse uitvaartrituelen zijn verkrijgbaar bij:
De stichting Lalla Rookh
Postbus 416
3500 AK UTRECHT
Tel.: 030-2315552

Bron: gedenkboek.nl/info/religie