Het Keltisch kruis

Een van de bekendste tarot-leggingen is het Keltisch kruis. Het is bij een legging niet de bedoeling om een concrete vraag te stellen waar je een pasklaar antwoord op verwacht. De kaarten kunnen je helpen om uit je denkpatronen over een situatie te ontsnappen en de zaak van een andere kant te bekijken. Een vraag als ‘Wat is nu belangrijk bij deze situatie?’ is een geschikte vraag. Accepteer geen uitleg die tegen je gevoel ingaat. Het kan zijn dat je enige tijd nodig hebt om de uitleg te vatten. In wezen is het een spel waarbij je onbewuste communiceert met de kaarten. De beelden van de kaarten werken in op de in je onbewuste aanwezige voorstellingen. In die communicatie kun je op een nieuw perspectief ten opzichte van de bevraagde situatie komen te staan. Het Keltisch kruis is één van de mogelijke legpatronen. Je kunt ook je eigen legpatroon maken, mits je van tevoren de betekenis der posities voor jezelf vastlegt, anders ga je de kaarten manipuleren. Waarom zijn de kaarten die je trekt nu relevant? Dat heeft te maken met het principe dat Jung ‘synchroniteit’ noemt. Het gaat om een samenhang van gebeurtenissen waartussen geen logisch aanwijsbaar verband bestaat. Ervaringen met dergelijke samenhangende gebeurtenissen noemen we in het dagelijks leven ‘toeval’. ‘Toeval bestaat niet’ is een gevleugelde uitdrukking, die getuigt van enig inzicht in de mogelijkheid van een samenhang die niet logisch verklaarbaar is. Werken met de tarot is geen spel waarbij de logica het voortouw heeft; onze intuïtie help ons. Dit wil niet zeggen dat logica geen rol speelt. Uiteraard zal je gezond verstand je zeggen of een uitleg wel of niet acceptabel is voor jou op dit moment. De tarot mag je nooit de baas over je laten worden, zelf blijf je verantwoordelijk voor je keuzen.

De werkwijze is als volgt. Zorg voor een rustige plek en ontspan jezelf. Schud de kaarten en leg ze met de afbeelding naar beneden in een waaiervorm. Ga dan met je linker hand over de kaarten. Je hand gaat vanzelf naar de kaarten toe die relevant zijn. Kies een kaart en leg deze omgekeerd neer. Kies zo achtereenvolgens in totaal 10 kaarten en leg ze steeds omgekeerd op het stapeltje. Nadat de 10 kaarten zijn getrokken keer je het stapeltje om. Je legt nu de kaarten in de posities die hiernaast in de tekening zijn weergegeven. De kaart die je het eerst getrokken hebt leg je in positie 1, enz.

Op de afbeelding zien we een kruis (de kaarten 1 t/m 6) en een ‘staf’ (de kaarten 7 t/m 10). Het kruis betekent: het onbewuste (3) en het verleden (4) leiden naar het bewuste (5) en de toekomst (6). De stafkaarten duiden op je innerlijke gids die je helpt de kruiskaarten te begrijpen; ze geven commentaar op de situatie.

 

 

De betekenis van de posities:

1 dit is het / hierom gaat het

2 dit kruist het / dit komt er bij

3 hierop rust het / dit wordt vermoed

4 zo was het hiervoor / dit heeft ertoe geleid

5 dit bekroont het / dit wordt ingezien

6 dit komt erna / zo gaat het verder

7 dit is de vragensteller / zo ziet hij het

8 hier vindt het plaats / zo zien anderen het

9 hoop en vrees / verwachingen en angsten

10 daarheen leidt het

Bij de duiding kun je de betekenis van de kaarten nagaan op de volgorde van 1 t/m 10. Je kunt in plaats daarvan ook een andere volgorde aanhouden, bijvoorbeeld door achtereenvolgens de volgende tweetallen in ogenschouw te nemen:

4 en 9 geven de context aan van de situatie;

1 en 2 duiden op wat er nu speelt;

3 en 5 betreffen het bewust inzicht in de situatie en de onbewuste verankering;

7 en 8 gaan over de instelling van de vrager en de invloeden van buitenaf;

6 en10 gaan over de mogelijke uitkomst voor respectievelijk de korte en lange termijn.

De interpretaties in detail:

       1 = basiskaart; de uitgangssituatie zoals die fundamenteel is; wat je zorgen baart.

       2 = de erbij komende impuls, remmende of bevorderlijke factoren.

Terwijl deze beide eerste kaarten het voornaamste antwoord geven op datgene wat er is, geven de volgende drie kaarten ons achtergrondinformatie:

3 = de onbewuste gedachten over de vraag/situatie; 'hierop rust het' wordt in de magische formule gezegd; daarmee wordt aangegeven dat een aangelegenheid die op dit niveau goed verankerd is en door diepe innerlijke zekerheid gedragen wordt, zeer sterke wortels heeft en nauwelijks te verstoren is.

4 = invloeden uit het verleden; deze kaart laat het recente verleden zien en geeft daardoor vaak ook een aanwijzing over oorzaken van de huidige situatie.

5 = het bewuste niveau; datgene wat de vraagsteller in relatie tot het thema duidelijk is, wat hij beseft, wat hij ziet, eventueel ook wat hij bewust nastreeft.

Voor de betekenis van de kaarten 3 en 5 is er al naar gelang van de soort vraag een zekere speelruimte bij de interpretatie. In laatste instantie weerspiegelen ze wat het hoofd (5) en het hart (3) erover te zeggen hebben.

6 = de eerste voorspellende kaart gunt ons een blik op de nabije toekomst, op datgene wat als eerstvolgende komt.

7 = deze kaart toont de instelling van de vraagsteller tegenover het thema (kaarten 1 en 2) of hoe het hem daarmee vergaat.

8 = de krachten die je in de buitenwereld ontmoet; hier kan de plaats van de gebeurtenis (de omgeving) of de invloed van andere personen op het thema aangegeven zijn.

9 = hoop en vrees van de vragensteller; de betekenis van deze kaart wordt dikwijls onderschat, omdat ze geen voorspellende waarde heeft; toch voorziet juist deze kaart ons van belangrijke informatie, en vooral dan, wanneer we de kaarten voor iemand interpreteren die we niet kennen of ons de vraag niet verteld is; op deze plaats worden de verwachtingen of angsten weerspiegeld.

10 = resultaat, uitkomst, sleutel; de tweede naar de toekomst verwijzende kaart geeft het vooruitzicht op de langere termijn aan en toont eventueel ook het hoogtepunt, waar het thema van de vraag naar toe leidt.

Daarmee liggen de voorspellende kaarten uitsluitend op positie 6 en 10. Alle andere kaarten geven aanvullende, verhelderende aanwijzingen over de omgeving en achtergronden van de vraag.

 

Free counter and web stats