Send As SMS

boeken, lezen, bibliotheken

Een blog die gaat over lezen, boeken en bibliotheken. Kortom de zaken waar ik me mee bezig houd.

My Photo
Name:Aad Janson
Location:Stompwijk, Netherlands

Al mijn hele arbeidszame leven houd ik mij bezig met boeken. Als vakreferent in de universiteitsbibliotheek in Leiden, later als adjunct-conservator. In die hoedanigheid dus ook betrokken bij handschriften, de bestudering van die teksten en natuurlijk bij de aanschaf van dat materiaal. Later ben ik verzeild geraakt in wat men tegenwoordig de IT noemt. 'Vroeger' zei men automatisering. Tegenwoordig werk ik in de bibliotheek van het Vredespaleis aan de ontwikkeling van een digitale bibliotheek. Maar boeken koop ik nog steeds! Ik lees ze zelfs! Overigens is de combinatie van expertise met betrekking tot boek, bibliotheek en automatisering een zeldzame. Maar dat stelt mij wel in staat zelf te ontwikkelen en dus niet afhankelijk te zijn van programmeurs, databasemanagers en boekenkenners in brede zin. Behalve lezen, kijk ik ook graag naar oude foto's. Over beide bezigheden houd ik tegenwoordig een blog bij.

Wednesday, May 31, 2006

Huizen en boeken


In een van mijn eerste posts in deze blog zei ik: "Maar ook over onderwerpen die niet in het boek worden aangekaart, maar die door het lezen van zo’n boek, of zelfs alleen maar het bekijken van zo’n boek, in gang worden gezet. Het boek is dan de aangever."

Natuurlijk geld dat niet alleen voor boeken, ook voorwerpen of zelfs dieren en mensen kunnen de vrije gedachtenstroom bij de aanschouwer in gang zetten. En dat geldt zeker voor een gebouw. Een gebouw heeft per definitie een geschiedenis. Ooit is het gebouwd, later misschien verbouwd, of opgenomen in een drukke wijk, beschadigd geraakt door wind, weer en mensenhand.

Maar bovenal is het gebouw gebruikt door mensen. Zij hebben er gebruik van gemaakt, bijvoorbeeld als bezoeker -denk aan een kerk of museum- of als werknemer. De meeste gebouwen hebben echter een woonfunctie. Het gebouw is dan een huis.

Oudere huizen hebben veelal meerdere bewoners gekend en daarom ligt het voor de hand om daar eens naar te kijken. Dat is precies wat D. Hillenius deed in zijn boekje De bewoners van de Alexanderhof / D. Hillenius. - [Den Haag] : Uitgeverij van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. - 1994.

De Alexanderhof is een huis gelegen in Den Haag, Sophialaan om precies te zijn, dat werd gebouwd in 1861. Het huis was gelegen in het Willemspark waar trouwens ongeveer in dezelfde tijd nog meer herenhuizen werden gebouwd. Heel vaak werden de nieuwe huizen gekocht door mensen die veel geld hadden verdiend in Nederlands Indië. Zo ook de eerste bewoner van de Alexanderhof: Jan Douwes Dekker.

Jan Douwes Dekker was rijk geworden als eigenaar en exploitant van diverse tabaksplantages op Java. Als zeeman vertrokken om terug te keren als rijke Indë-ganger. Voordat hij de Alexanderhof betrok was hij trouwens al terug in Nederland. Hij verbleef her en der slechts enkele maanden en maakte -met het hele gezin- lange vakanties.

Eenmaal woonachtig te Den Haag heeft hij zeer geregeld een minder goed bedeelde broer -financieel- ondersteund. U kent die broer misschien als Multatuli, Eduard Douwes Dekker. In het boek van Hillenius wordt vrij uitvoerig stilgestaan bij de onderlinge verhoudingen in de familie, maar volgens mij brengt hij geen nieuwe inzichten daaromtrent.

Een andere, latere bewoner was J.P.R. Tak van Poortvliet, die overigens eerst alleen Tak heette en pas na het overlijden van zijn vader 'van Poortvliet' aan zijn achternaam toevoegde. Tak van Poortvliet was mij vaag bekend als iemand die ooit eens iets had gedaan met het kiesrecht in Nederland. De details waren mij -sinds mijn middelbare schooltijd- volledig ontschoten of misschien heb ik de details wel nooit gekend. Hillenius neemt de moeite de gebeurtenissen in relatie tot het kiesrecht nog eens door te nemen, maar helaas met vage zinssneden als: "..dat zonder wijziging van de grondwet het kiesrecht niet behoorlijk viel te regelen. Sindsdien was dat zijn voornaamste doel waar hij in de politiek naar streefde." Maar goed, het is een boek over een huis en zijn bewoners en niet een precieze weergave van de perikelen rondom de uitbreiding van het kiesrecht in de jaren 1870-1880.

De laatste 'bewoner' die ik hier wil noemen is De Rooms-Katholieke Openbare Leeszaal en Bibliotheek. En daarmee heb ik dan een eigenaar die een mooi beeld oplevert. Een boek over een huis dat ooit een eigenaar heeft gehad die ziel en zaligheid legde in -juist ja- boeken. En waaraan ik in een blog over boeken, lezen en bibliotheken een beetje aandacht kan besteden.

Leuk is nog de anecdote naar aanleiding van een dsicussie ergens in de jaren zestig van de vorige eeuw over eventueel te weren literatuur van bijvoorbeeld Claus, Mulisch en Anna Blaman. Een Rooms-Katholiek vertegenwoordiger van het verzuilde bibliotheekwezen zei: "de bescherming die u wilt bieden, is een fictie. Pockets zijn overal voor weinig geld te koop." Naar mijn mening een realistische kijk op de zaken.

En gezien de door Hillenius besproken onderwerpen, is zijn boek een ideale aangever, althans voor mij.

Wednesday, May 24, 2006

Ontboezemingen


Ik heb niks met Nederlandse literatuur. Saaie, onwaarschijnlijke, gedateerde verhalen, dikdoenerij. Nu moet ik er wel bij zeggen dat ik natuurlijk wel een en ander gelezen heb, omdat dat nu eenmaal verplicht was toen ik nog op de middelbare school zat. En misschien is dat (dat verplichtende karakter van de leeslijst) dan ook wel de reden waarom ik een zekere weerzin ontwikkeld heb tegen nederlandse literatuur. Gek genoeg heb ik dat veel minder met engelse literatuur, maar dit terzijde.

Soms bekruipt mij het gevoel om toch maar weer eens een poging te wagen. Mijn voorlaatste poging: Jan Wolkers Dagboek 1974. Halverwege weggelegd! Maar hier valt zelfs nog te twijfelen aan het literaire karakter; is een dagboek literatuur? Ook bij mijn laatste poging zou je eventueel kunnen discussieren over de literaire waarde van het boek(je) dat ik heb gelezen. Maar nu heb ik het in ieder geval helemaal uitgelezen!

En met genoegen zelfs. Het betreft hier het essay ten behoeve van de maand van de filosofie in 2006 van Marcel Möring, Lijdenslust. In dit boekje verhandelingen die ieder handelen over het lijden, de noodzaak van het lijden, het oververmijdelijke van het lijden, het gelijksoortig lijden en ga zo maar verder. En natuurlijk voortdurend de filosofie in het oog houdend, want er wordt stevig geleund op Arthur Schopenhauer en Pico della Mirandola. Op zich niet zo verbazingwekkend; we hebben hier te doen met een essay ten behoeve van de maand van de filosofie.

Behalve 'zware stukken' over het lijden ook een paar lichtvoetige. Een ervan sluit opmerkelijk goed aan op wat ik zelf ook vind. Ik heb altijd al gevonden dat wij nogal merkwaardig omgaan met huisdieren. Huisdieren worden vermenselijkt. Hoe vaak wordt er niet gezegd: "die hond is voor hem als een kind voor haar". Marcel Möring verhaalt over een lijdende kat die na zorgvuldig -en duur betaald onderzoek uiteraard- als opgegeven moet worden beschouwd. 'Afmaken', is zijn voorstel dan ook. Fout!

"'Euthanaseren', zei de arts. 'Wilt u de kat op schoot houden?' Het bleek dat een van ons de kat mocht vasthouden, terwijl de dokter er de dodelijk spuit in stak. 'Waarom' vroeg ik. 'Is dat makkelijker?' 'Nee zei de dierenarts. 'Dat is beter voor de rouwverwerking.' 'Mevrouw,' zei ik, 'we hebben het toch nog steeds over de kat die wordt afgemaakt?'" (p. 17).

Begrijp mij goed, ik ben absoluut tegen iedere vorm van dierenmishandeling en het rekken van onhoudbaar lijden bij kat en hond. Dat moet altijd hoe dan ook voorkomen worden en volgens mij is dat simpel te doen. Houdt geen huisdieren! Spaart een hoop geld en voorkomt in ieder geval ook mishandeling van kat en hond. Het is niet goed voor een hond slechts drie keer per dag 5 minuten uitgelaten te worden. Dat is je reinste dierenmishandeling! Geen wonder dat zo'n hond onhandelbaar wordt. Maar geen nood, om dat te behandelen zijn er weer stevig betaalde 'correctie' cursussen in het park om de hoek.

Terug naar het essay van Möring. In een essay verwacht de lezer een verhandeling te lezen over een bepaald onderwerp, een bepaalde mening of gebeurtenis. een zakelijke verhandeling, waarbij persoonlijke ontboezemingen of inzichten zoveel mogelijk vermeden worden. Dat moet immers gewoon in een roman gestopt worden! Niet zo in Lijdenslust. Een favoriete dichter komt langs, Philip Larkin, citaten uit werken anders dan filosofische werken (ook zijn eigen literaire werk), verwijzingen naar (pop)muziek en een speelse opbouw. Zo zijn er zes hoofdstukken die ieder weer meer of minder 'paragrafen' bevatten, die soms erg verschillende onderwerpen bij de kop vatten. In het hoofdstuk "Wat iemand is" een paragraaf waarin de snookeraar Ronnie O'Sullivan figureert en verderop een paragraafje over de verschillen tussen Schopenhauer en Della Mitrandola met betrekking tot de mens. Afwisselender kan bijna niet. Maar toch wordt het centrale thema 'lijden' niet uit het oog verloren.

Ik denk dat ik toch maar eens wat ander werk van Marcel Möring moet gaan lezen. Ook zijn literaire.

Wednesday, May 17, 2006

Kunstboeken

Een paar dagen geleden was ik in Groningen. Die prachtige tentoonstelling gezien van een deel van het werk van Marc Quinn. Zelfs nog bewondering op kunnen brengen voor de zeegezichten van Jan Cremer, die daar ook tentoongesteld hangen.

En natuurlijk even rondgekeken in het museumwinkeltje. En verdraaid daar verkopen ze ook boeken, kunstboeken eigenlijk. Boeken met afbeeldingen van kunst(voorwerpen), boeken over kunststromingen, boeken over kunstenaars en ga zo maar verder. Ik heb me ondanks de rommelige uitstalling van de koopwaar toch (weer) laten verleiden twee boeken te kopen. Een dunne en een iets dikkere.

In de stad zelf ook enkele boekwinkels bezocht en dan valt wederom op hoeveel kunstboeken er eigenlijk in de handel zijn. Daar is dus kennelijk een markt voor, ook al zijn de prijzen vaak behoorlijk hoog.

Natuurlijk zijn er ook boeken over kunst en het boek. We moeten dan denken aan boeken over boekomslagen over zelfs over typografie. Dit soort boeken zie ik echter minder vaak en zeker niet prominent uitgestald. En laat mijn dunne boekje aangeschaft in het Groninger Museum nu ook gaan over kunst en het boek. Het exlibris.

Meer speciaal gaan het boekje over het exlibris en het kunstenaarscollectief "De Ploeg". De volledige titel luidt De ploeg en het exlibris / Cees Hofsteenge, Anne de Boer. - Groningen : Omnia Uitgevers. - 2003. - 39p. ill. (in: Raster Reeks, 3). Sommige leden van "De Ploeg" hebben naast hun meer reguliere artistieke werk ook zo nu en dan exlibris ontworpen. Veelal werden de exlibris in kleine oplagen gedrukt of werden zij vervaardigd voor onbekenden. Het is, kortom, lastig om die exlibris te vinden. Toch zijn er in dit boekwerkje een flink aantal afgedrukt.

De ploeg en het exlibris / Cees Hofsteenge, Anne de Boer. - Groningen : Omnia Uitgevers. - 2003. - 39p. ill. (in: Raster Reeks, 3).Exlibris ontworpen door Hendrik Johannes Melgers voor de titularis J.J. Beckman.


Een aandachtig beschouwer van het werk van de leden van "De Ploeg" zal al snel tot de conclusie komen dat er 'socialistische' elementen zitten in dat werk. Dat is zeer zeker juist hoewel het geregeld voorkomt dat die elementen in de verste verte niet zijn te ontdekken.

De heer P.J. Hiemstra, die de eer toevalt te zijn begonnen met het verzamelen van de exlibris van de Ploegleden, was zelf ook actief in de AJC. Zijn exlibris siert de omslag van het boek. Het exlibris is ontworpen en gemaakt door de wereldberoemde Hendrik Nicolaas Werkman, grafisch kunstenaar. Het is deze Werkman waar ik later nog terug op zal komen. U raadt het misschien al, hij is de hoofdpersoon in het iets dikkere boek.

In het boekje dus niet alleen afbeeldingen van exlibris, ook indien mogelijk iets meer informatie over de titularis en dat nu maakt het boeje zeer lezenswaard. Want wee nu eerlijk, het is toch leuk te lezen over mensen en hun meningen en bezigheden zonder die mensen persoonlijk te kennen.

Daarom toch nog een afbeelding van een exlibris ooit gemaakt voor Bertha Ubink. Zij studeerde nederlands en heeft haar hele arbeidszame leven gewerkt in de universiteitsbibliotheek in Groningen. Een boekje over een exlibris dat gebruikt werd door een bibliothecaresse. Mooier kan het niet.

Thursday, May 11, 2006

Katholiek Nederland

Tegenwoordig maken veel uitgeverijen zich druk om het 'format' van hun kranten en bladen. Ook vroeger zal daar beslist over nagedacht zijn, maar toen eerder om een 'format' te maken waarin zo veel mogelijk informatie kon worden opgenomen. Het 'format' was kortom alleen indirect van invloed op de verkoop van dat blad.

Als ik een blik werp in een 'Katholieke Illustratie' van 1922 dan valt op hoe vol sommige bladzijden volgepropt zijn met fotootjes en korte berichtjes bij die fotootjes. Er werden trouwens zeer geregeld berichten met foto geplaatst midden in bijvoorbeeld een aflevering van een feuilleton: een bericht "De belastingoorlog te Zaandijk" in de derde aflevering van het feuilleton "Het Ongeschreven Testament" van Ad Sergeant.

Als de lezers op zoek waren naar de foto van de oude buurman die ooit in zijn jonge jaren zoeaaf was geweest dan moest iedere bladzijde nauwkeurig worden bekeken om het berichtje maar niet over het hoofd te zien. En natuurlijk vielen dan de vele anti-communistische en de vele pro-koningshuisberichten op. Misschien dat het 'format' bewust zo werd gekozen dat je wel heel precies moest lezen om die meer -laten we zeggen- persoonlijke, plaatselijke of regionale berichtjes niet te missen en dan tegelijkertijd de echte boodschap tot je te nemen?

Een bijkomend voordeel voor de liefhebbers van oude jaargangen van rijk geïllustreerde wekbladen, zoals de 'Katholieke Illustratie', is natuurlijk dat via de foto's soms een prachtig beeld wordt gegeven van inmiddels verdwenen gewoonten of juist net in gang gezette nieuwerwetsigheden. Zie bijvoorbeeld de fotorapportage "Kijkje in de huisdieren-kliniek, verbonden aan de veearstenijkundige hogeschool te Berlijn" [KI 58, 1923, p. 205], met mooie bijschriften als "patiënten (o.a. een kip) in de wachtkamer" en "een schurftig dier in de gas-cel" (de lezer worde niet ongerust; de kop van de hond steekt duidelijk zichtbaar nog buiten de cel).

En een enigszins badinerend onderschrift bij een tweetal foto's over het marktleven te Meppel: "Staphorster boerinnetjes, met haar geruiten boodschappenzak, op de markt te Meppel aan het inkoopen. De dames houden er niet van gekiekt te worden: zoodra ze de lens op zich gereicht zien, loopen ze weg!" [KI 58, 1923 p. 378]. De boerinnetjes zijn dan ook niet katholiek natuurlijk.

Katholieke Illustratie, 1923.Een willekeurige bladzijde uit de Katholieke Illustratie, recht een rijtje foto's over 'Onze sla naar Duitschland'.

Een ander bijzonder katholiek tijdschrift was 'Sancta Liduina, gewijd aan de voorbereiding van het Ve eeuwfeest'. Dit, maandelijks verschenen, tijdschrift werd van oktober 1931 tot en met april 1932 gepubliceerd en is prachtig mooi vormgegeven. Ruime marges, twee kolommen met rustig opgemaakte tekst. En slechts hier en daar een advertentie, trouwens veel bedrijven uit Schiedam maakten daar gebruik van. De heilige Lidwina was dan ook een Schiedamse.

Nog nooit heb ik in het redactioneel schrijven in de eerste aflevering van een tijdschrift gelezen hoe lang het tijdschrift zal verschijnen. Zo wel in dit tijdschrift! Dit tijdschrift had namelijk slechts één doel, het promoten van het vijfde eeuwfeest van de Heilige Lidwina, dat ging plaatsvinden in 1933. Tot aan dat jaar dus zou het tijdschrift verschijnen. In alle afleveringen wordt ingegaan op het leven van de heilige vrouw en de invloed van de vrouw op de geloofsgemeenschap, veelal in de vorm van vervolgverhalen.

Anno 2006 komen de bijdragen zeer oubollig over, soms zelfs tenenkrommend vroom. Maar dat geeft dan ook een goede indruk over de houding van de kerk ten opzicht van haar kudde in de jaren dertig van de vorige eeuw, nogal betuttelend zou ik zeggen. Dertig jaar later was het daarmee gedaan. Maar de consequentie is natuurlijk wel, dat er nog maar weinigen zijn die precies het levensverhaal van Lidwina kunnen oplepelen.

Sancta Lidiuna, 1931-1932.
In de eerste aflevering een inleiding van bisschop Aengenent.

Friday, May 05, 2006

De wording van Texas

Bij een titel "The Conquest of Texas" denken sommige lezers ongetwijfeld aan cowboys en anderen aan hordes Indianen die onschuldige vrouwen en kinderen aanvallen en vermoorden.

Beide gedachten zijn onjuist. Cowboys bestonden niet in de periode die in het boek wordt behandeld. In het onderhavige boek wordt het woord 'cowboy' niet gebruikt. In plaats daarvan wel 'herder' en een enkele keer 'vaquero' (Spaans woord voor koeiendrijver). En Indianen vermoordden als regel juist geen vrouwen en kinderen. Dat deden de blanken, in dit boek 'Anglos' genoemd.

In het boek The Conquest of Texas : Ethnic Cleansing in the Promised Land, 1820-1875 / Cary Clayton Anderson. - Norman : University of Oklahoma Press. - 2005, 494 p., ill., neemt de auteur het op voor de Indianen die woonachtig waren in Texas tussen 1820-1875. Niet alleen de meer algemeen bekende Comanches, Apaches en Kiowas, ook de Cherokees, Choctaws, Creeks, Seminoles, Kickapoos, Shawnees en Delawares komen aan bod.
De vele Indianenstammen waren deelnemers, meestal zonder dat zij dat wilden, aan een stuk bloedige geschiedenis van Texas, meer precies de wordingsgeschiedenis van Texas.

Andere partijen waren de Spanjaarden (tot 1821 was Texas Spaans), de Mexikanen (van 1821-1845 was Texas Mexikaans), de Tejanos (de nakomelingen van Spanjaarden die soms al generaties lang in Texas hadden gewoond en zich in meerdere of mindere mate hadden vermengd met de inheems bevolking, de indianen dus). En niet te vergeten de zwarte slaven.

Als we verder nog bedenken dat er voortdurend illegalen binnenkwamen, meer Indianen uit het westen en zuiden, Mexikanen uit het zuiden en blanken/Anglos uit het noorden en oosten, dan begrijpen we hoe gecompliceerd de verhoudingen lagen. Daarbovenop kwam nog de steeds veranderende benadering van de Indiaanse groepen door de Mexikaanse en later de Texaanse overheid. Nu eens werd gevochten dan weer vrede gesloten, nu eens werden verdragen gesloten en later door andere bestuurders weer verbroken en ga zo maar verder. Trouwens ook de Indianen voerden geregeld onderling strijd.

De auteur van dit boek, die nog 5 andere boeken op zijn naam heeft staan ieder met betrekking op Indianen, neemt het op voor de Indianen in Texas. Uit de ondertitel van dit boek blijkt duidelijk zijn standpunt. De Indianen werden onteggenzeggelijk slachtoffer van wat hij 'ethnical cleansing' noemde. Één zin wil ik de lezer niet onthouden: "And as is true with most historical drama turned violent, the battle over Texas land had much more to do with conquest than liberation, more to do with extreme racial hatred and commitment to martial violence than economic needs". Discriminatie en hebzucht waren dus de drijfveren. Drijfveren voor veel Anglos die zich organiseerden in groepen die zich rangers noemden. Vooral in de wintermaanden werden hele indianendorpen overvallen, waarbij zonder ieder mededogen de bewoners werden doodgeschoten. De overlevenden maakten vervolgens weinig kans de koude wintermaanden te overleven. De rangers brandden na gedane plundering het hele dorp plat inclusief de voedselvoorraden. Later, in de jaren 50, 60 en 70 van de 19de eeuw, maakte ook het staande leger zich hieraan schuldig, meestal gesteund door de politiek.

Dat verklaard ook waarom in de archieven min of meer schaamteloos verslag werd gedaan van dergelijke begane gruwelijkheden. Anderson verwijst in ongeveer 75 bladzijden naar die archieven en correspondenties daarmee zijn pro-indiaanse betoog ondersteunend.

Al lezende trof mij de naam van John F. Schermerhorn (1786-1851), die een belangrijke bestuurlijke rol speelde bij de vervolging van Indianen. Dat komt overigens niet zo uit dit boek naar voren, maar even googlen op zijn naam levert extra informatie op. Ik citeer: "In 1832 President Andrew Jackson appointed him one of a Commission to remove the Cherokee and Chickasaw Indians beyond the Mississippi River (later to be known as the Trail of Tears)". Tijdens het uitoefenen van zijn werk zag de heer Schermerhorn ook nog kans om grote stukken grond te verwerven. De opbrengsten daarvan kwamen ten goede aan zijn toch al niet onbemiddelde familie. (http://www.answers.com/topic/john-f-schermerhorn)

Ik ben altijd nieuwsgierig naar Nederlanders die de moed hadden om te emigreren in de negentiende eeuw, hoewel de Schermerhornen al in de zeventiende eeuw waren geemigreerd. Een blik in de index van dit boek levert een aantal Nederlandse namen op van mensen die betrokken waren bij het "schoonvegen" van Texas:
J.F. Schermerhorn
Green DeWitt
Cornelius van Camp
Earl van Dorn
Jefferson van Horne
John Vanthuysen
en
p. 347 "A Dutchman staying at his fort had just purchased some sixty head of cattle from the Kiowas" (in 1866, aj). Vee waarvan de Nederlander kon weten dat het gestolen vee was."

Monday, May 01, 2006

Boeken in de bibliotheek van het Vredespaleis

Ooit schreef ik voor Erf Goed Nieuws, een uitgave van de Vereniging Erfgoed Leidschendam, een reeks korte besprekingen van boeken en teksten die betrekking hadden op mijn geboorteplaats, Stompwijk. Stompwijk maakt nu onderdeel uit van de gemeente Leidschendam. In de 8ste jaargang, nummer 2, pp.10-15 handelde mijn bijdrage over een 17de eeuws pamflet, waarin door drie Stompwijkers gesproken werd over die laffe Engelsen, die, als Tromp ten tonele zou verschijnen, 'van angst haer brouck wel vol legghen'. Uit dit -gefingeerde- gesprek kwam kort de animositeit tussen Engelsen en Schotten naar voren. Niet de animositeit zoals die voorkwam in Engeland of in Schotland, maar de ruzies en strijd tussen de Engelsen en Schotten in ... Rotterdam. In Rotterdam woonden toen kennelijk groepen Engelsen en Schotten.

Onlangs verscheen bij Oxford University Press, in de serie Proceedings of the British Academy, no. 127 een boek met de titel: Anglo-scottisch Relations from 1603 to 1900 / ed. by T.C. Smout. - Oxford : OUP. - 2005. In dit boek wordt de moeizame relatie tussen Schotland en Engeland beschreven in de genoemde periode. Dat de relatie tussen Schotland en Engeland ooit allesbehalve een goede relatie was, komt nog wel eens bovendrijven als er moet worden gevoetbald tussen Schotse en Engelse teams of als er een voor de Schotten positieve film wordt uitgebracht, Braveheart dus. Trouwens ook Sean Connery is niet echt een echte Brit, eerder een echte Schot.

In dit boek, behalve de introductie, een 12tal bijdragen van verschillende auteurs. Één daarvan is met name voor de bibliotheek van het Vredespaleis van belang, namelijk hoofdtuk 7, The Law of the Sea and the Two Unions van John Ford. Het was immers onze Hugo de Groot die als een van de eerste over internationaal recht sprak in relatie tot de zee. En inderdaad dat komt ook in dit hoofdstuk aan de oorde. Sterker nog de oorlogen die in de zeventiende eeuw tussen de Nederlanden en Engeland werden gevoerd zijn met een gerust hart catalysatoren te noemen voor een ontwikkeling van een Britse law of the sea. Ten koste dus van een Engelse en een, aparte, Schotse law of the sea. Waar een klein land niet groot in kan zijn!. Overigens, niet iedereen in Engeland had een hoge pet op van Hugo: "Grotius' ostensible concern with freedom of navigation on the high seas was a red herring and that what he was really concerned with was the freedom to trade soused herring drawn from the North Sea" (Welwod), p. 133.

Ook andere hoofdstukken zijn erg aardig om te lezen. Zo wordt in het tweede hoofdstuk gesproken over de situatie van voor 1603, het jaar waarom beide koninkrijken één koning kregen en om die reden startpunt voor dit boek. Uit dit hoofdstuk komt ook naar voren dat zowel Schotten als Engelsen zich hadden gevestigd in Veere en, ja hoor, Rotterdam. In het verzonnen gesprek in het bovengenoemde pamflet zitten dus toch enkele historisch verantwoorde feiten.

Het achtste hoofdstuk gaat over zuid- en noord Britten. In dit hoofdstuk het hilarische verhaal over een vechtpartij tussen een Schot en Engelsman. Beiden wilden namelijk dolgraag het kadaver van een ezel hebben dat in de Theems ronddreef. Niet duidelijk wordt waarom men die kreng graag wilde hebben. Bytheway, de Schot won de vechtpartij, maar de Engelsman was zo fair om de Schot geluk te wensen met de eerlijk verdiende dode ezel, p. 154.

In dit boek ook een fraaie verzameling oude 'cartoons' waarin de Schotten er niet bepaald positief van af komen!:


en

Friday, April 28, 2006

Evolutie, Creationisme en Intelligent Design

Vorige kalenderjaar ontstond er enig rumoer over de opvatting van sommige al dan niet bekende wetenschappers, dat de leer van de evolutie bepaalde ontwikkelingen en verschijnselen in de ons omringende natuur niet geheel kan verklaren.

Met name de wetenschap van de kansberekening, zou ons, argeloze lezers en andere belangstellenden, kunnen laten zien dat de kans dat bepaalde ontwikkelingen en ontwerpen in het bekende leven zouden hebben plaatsgevonden, ongelooflijk klein is, zelfs verwaarloosbaar klein is.

Dat dergelijke ontwikkelingen, soms twee of meer tegelijkertijd en met één en hetzelfde doel, hebben plaatsgevonden is soms niet goed voor te stellen. Een mooi voorbeeld is dat de motor en de zweepstaart bij bepaalde eencelliggen, nodig voor de voortbeweging, tegelijkertijd moeten zijn ontstaan. Dat is een voor de hand liggende gedachte. Een moter evolueren zonder 'wielen' lijkt niet zinvol, een 'wiel' zonder motor ook niet. Beide ontwikkelingen moeten dus tegelijkertijd hebben plaatsgevonden. De kans dat zoiets gebeurt, is erg klein, aldus bedoelde wetenschappers.

En dus moet er een plan zijn geweest, of misschien nog bestaan, een ontwerp zeg maar, een blauwdruk voor bepaalde ontwikkelingen in de evolutie. Een sturende kracht die ervoor zorgdraagt dat zeer onwaarschijnlijke ontwikkelingen inderdaad tegelijkertijd hebben kunnen plaatsvinden. In Nederland wordt hier de Engelse term gehanteerd, Intelligent Design. Het is dan een kleine stap om te veronderstellen dat de betreffende wetenschappers hier gewoon doelen op een scheppende kracht. In de pers wordt zoiets natuurlijk onmiddellijk gelijk gesteld met een goddelijk wezen, God dus. De wetenschappers werden op een gegeven moment natuurlijk creationisten genoemd.

Ikzelf geloof niet zo in een ontwerp. Wel in de nietigheid van ons verstand. De behoefte van de mens om een optimaal begrip te krijgen van de wereld om ons heen en de weg die geleid heeft tot die wereld, is legitiem. Dat begrip is natuurlijk voortdurend in ontwikkeling. Soms in de goede richting, soms in de foute richting. Soms begrijpen we bepaalde dingen niet. Leg je daar bij neer, aanvaard dat je iets niet kunt begrijpen. Ik ben er van overtuigd dat de tijd de hiaten in onze kennis ooit een keer met begrip vult. Erken trouwens ook dat bepaalde gevestigde overtuigingen best (op onderdelen) zwak kunnen zijn. Darwin was een man met een rijk en goed verstand, maar dat geldt zeker ook voor Cees Dekker en Ronald Meester. Wat is daar zo moeilijk aan? Behalve dan misschien dat je als belangstellende ook je eigen verstand eens kritisch moet gebruiken. Een boekie lezen kan daar bij helpen.

Schitterend ongeluk of sporen van ontwerp? : Over toeval en doelgerichtheid in de evolutie/ Cees Dekker, Ronald Meester en René van Woudenberg (red.). - Kampen : Uitgeverij Ten Have. - 2005, 348 p.En God beschikte een worm : over schepping en evolutie / Cees Dekker, Ronald Meester en René van Woudenberg (red.). - Kampen : Uitgeverij Ten Have. - 2005, 405 p.


Toegegeven; dat de heren journalisten en critici iets te snel etiketten plakken en roepen dat we te maken hebben met creationisten en hun verderfelijke ideeen, wordt natuurlijk in de hand gewekt door:
  1. het gegeven dat de uitgeverij in Kampen zit
  2. woorden als God en schepping in een boektitel

Monday, April 24, 2006

Pools nationalisme

Nog in 1987 verscheen een Poolse, historische atlas die je met een gerust hart een nationalistische atlas kunt noemen. In de atlas alleen kaarten (24 stuks) met betrekking tot Polen, maar dat is op zich niet nationalistisch. Ook diverse schoolatlassen van Bos hebben alleen Nederlandse kaarten, maar zij zijn dan niet voorzien van stripachtige tekeningen die de -militaire- geschiedenis tot onderwerp hebben. En dat vinden we dus juist wel in de Poolse atlas. Een prachtige, positieve geschiedenis. Met helden, heldenmoed en zo.

Nasza Ojczyzna : szkolny atlas historyczny / [ed.] Teresa Smyl. - Warszawa, Wroclaw : Panstwowe przedsiebiorstwo wydawnictw kartograficznych. - [1987].Kok's schoolatlas voor de vaderlandse geschiedenis / H.J. Braunstahl met medewerking van E. ter Haar. - Kampen : J.H. Kok. - 1964, 7 ed., 23 p.


In 1964 verscheen bij Kok in Kampen een Nederlandse schoolatlas: Kok's schoolatlas voor de vaderlandse geschiedenis / H.J. Braunstahl met medewerking van E. ter Haar. - Kampen : J.H. Kok. - 1964, 7 ed., 23 p. Uit het feit dat er minstens 7 edities zijn verschenen moet ik toch afleiden dat er een zekere belangstelling was voor dit atlasje. Misschien juist op scholen met een protestantse inslag, want dat was -zeker in die tijd- toch de belangrijkste doelgroep van uitgeverij Kok. In dit werkje geen ruimte voor nationalisme wel voor een reeks afbeeldingen die een oppervlakkig beeld geven van de ontstaansgeschiedenis van het Koninkrijk der Nederlanden. Tekenend is bijvoorbeeld dat er geen enkele kaart is opgenomen van Suriname of Nederlands Indië. Beide gebieden hebben lange tijd tot het koninkrijk behoord en daardoor bijgedragen aan de vaderlandse geschiedenis, maar kennelijk was dat in 1964 nog niet doorgedrongen tot de hoofden van Braunstahl en Ter Haar. Of wilde men juist iedere zweem van nationalisme vermijden?

Even terug naar de Poolse atlas. In de atlas 24 slecht gedrukte kaarten waarop de grenzen van Polen zijn terug te vinden in de diverse perioden. De eerste kaart is er een met plaatsen die interessant zijn voor de archeologie, de laatste kaarten zijn kaarten van Polen in 1945 en een kaart met de belangrijkste industriecentra in het land. Geen kaarten na 1945 toen Polen uiteraard -ik druk me voorzichtig uit- onder de invloed stond van de Sovjet Unie. Bedenk dat in 1987 het oude Oostblok nog gewoon bestond. Dat het dus niet gepast was om in atlassen te laten uitkomen hoe de precieze machtsverhoudingen, hoewel tanende, waren. Twee jaar later kon dat wel.

Wednesday, April 19, 2006

King atlas

Eerder sprak ik hier over een tweetal Bos atlassen. Dat sluit mooi aan bij de overdadige aandacht die de afgelopen jaren is geschonken aan het verschijnsel Bosatlas. Er is een prachtige facsimile editie verschenen van de allereerste Bosatlas uit 1877. Bovendien is er ook nog een indrukwekkende 'geschiedenis van de Bosatlas' verschenen met een weelde aan afbeeldingen uit de verschenen edities van de atlas (Biografie van de Bosatlas van Ferjan Ormeling).

In het laatste boek, overigens in het vertrouwde formaat van de atlas, wordt uitvoerig stilgestaan bij de eerste jaren van de atlas, waarbij werd gewezen op de concurrenten. Toen in 1877 de eerste Bos atlas verscheen waren er maar liefst 12 concurrerende atlassen. Al die atlassen waren voor 1910 echter van de markt gedrukt door de atlas van Bos. Ook na 1910 verschenen nog twee atlassen -van Beekman/Schuiling en Ten Have- die echter vóór 1940 alweer van de markt waren verdwenen.

Toch verschenen er nog allerlei atlassen, zelfs tot op de dag van vandaag. Vaak betreft het dan vertaalde en bewerkingen van atlassen uit het buitenland. Nog redelijk bekend is -denk ik- dat de pepermuntfabriek King (Sneek, Friesland) ook geregeld atlassen of kaartverzamelingen uitgaf. Soms beperkte edities, soms meer omvangrijke boekwerken. Ik geef hierbij wat plaatjes van de beide 'soorten'.

King aardrijkskundig nieuws : landenserie van 15 kaartjes. - Sneek : Kingfabrieken Tonnema N.V. - [1960?].Idem, maar nu opengevouwen met enkele kaartjes uit de omslag. Helaas ontbreekt een stel kaartjes in mijn exemplaar.

Op de achterzijde van ieder kaartje wordt uitgelegd wat er op de voorkant te zien is en tevens wordt wat staatkundige informatie gegeven.

Ook andere partijen lieten zich niet onbetuigd. Ik vraag me af waarom King en bijvoorbeeld Reader Digest atlassen of atlasjes uitgaven. Het moet toch duidelijk zijn geweest dat dergelijke publicaties nooit een impact zouden krijgen als bijvoorbeeld de Bos atlas of om maar eens wat te noemen de Times wereld atlas. Dus waarom, waarom toch? Ik kan alleen maar bedenken dat er een markt van verzamelaars bestond (en bestaat) die graag dergelijke publicaties bezit. B e z i t dus en niet gebruikt.
King atlas : Nederland voor school en toerisme. - Sneek : Kingfabrieken Tonnema N.V. - [1981].Wereld zakatlas. - Amsterdam : The Readers's Digest N.V. - 1970. De omslag van mijn exemplaar is erg beschadigd en amateuristisch gerepareerd.


De inleiding in de hierboven getoonde atlas leert ons dat King in de loop der jaren maar liefst een miljoen exemplaren van zijn atlas (in diverse vormen) heeft laten drukken en verspreid. Misschien was het toch een lucratieve zakelijke bezigheid van de snoepfabrikant om atlassen te verkopen. Je kreeg ze niet cadeau bij een rolletje pepermunt!!

Tuesday, April 18, 2006

De Hollandsche Revue

In 1977 en 1978 verschenen twee boeken van Johan Fabricius die beide de historische figuur Toontje Poland (Alkmaar 1795 - Tjilatjap,Java 1857) tot onderwerp hadden. Toch kwam Toontje niet tot mij middels de boeken van Fabricius. Ik las over Toontje in een boekrecensie die in 1903 was verschenen in het maandblad “De Hollandsche Revue”. Het boek in kwestie bezit ik niet, maar de titel luidt: “Neerland’s krijgsroem in Insulinde / A.S.H. Booms. – ’s Gravenhage : W.P. van Stockum en Zoon. – [?]"

Die Toontje moet een geweldige mannetjesputter zijn geweest om het nog in 1977/78 tot hoofdpersoon te schoppen in twee spannende boeken. Sterker nog, er is een uitvoerige biografische schets van hem die al in 1867 verscheen, 10 jaar na zijn overlijden in toenmalig Nederlands-Indië (de eerste druk van dit werk is op het moment van dit schrijven beschikbaar bij een antiquariaat voor de som van € 675,00!). Toontje heeft zich op diverse eilanden in Indië zeer moedig gedragen in de strijd tegen de opstandige inlanders, maar bovendien was hij zeer geliefd bij zijn manschappen, voor een groot deel trouwens ook inlanders, waaronder Batakkers en Ambonezen.

De boekrecensie in “De Hollandsche Revue” is maar liefst 8 pagina’s lang en is te vinden onder de rubriek ‘Boek van de maand’. De daaropvolgende rubriek is ‘De boekentafel’ waarin enkele kortere besprekingen van toen verschenen boeken te vinden zijn. De rubriek die ik erg interessant vind, ‘Overzicht van nieuwe uitgaven en herdrukken in Nederland’ bevat
titelbeschrijvingen van boeken over allerlei onderwerpen. De auteurs komen mij soms bekend voor, A. Harnack, H.J.A.M Schaepman, A. Carnegie.

Het exemplaar van “De Hollandsche Revue” dat ik bezit is niet alleen belangwekkend omdat er diep op boeken wordt ingegaan, ook onderwerpen als politiek en kunst komen in uitvoerige hoofdstukken aan de orde. De redacteur Frans Netscher was rond de voorlaatste eeuwwisseling een redelijk bekend schrijver, hoewel hij niet echt een goed literair schrijver was. Meer informatie over hem is beschikbaar op het internet, even googlen met ‘frans netscher’ revue, levert toch nog vrij veel relevante sites op.

Aardig zijn ook de advertenties, die alle in het eerste en laatste katern zijn geplaatst en dus niet tussen de lopende teksten zijn opgenomen. Wat te denken van “Kunstmatig bereide moedermelk merk Delft” of “Een partij geurig ‘Havanna-Uitschot’, handwerk krijtwit van brand” of “The World’s Phonograph Company. 140 Rokin, Amsterdam (Holland) tegenover de Nederl. Bank. Invoerders der Phonograaf in Europa. De oudste Phonographenzaak in geheel Europa. Opgericht in 1887.”

Niemand had toen kunnen voorspellen dat 103 jaar later niet meer over “gegoten records volgens een geheel nieuw systeem en van een nieuwe compositie, welke veel harder is dan de oude was” zou worden gesproken, maar over CD, DVD, MP3, downloaden en rippen. Toch is er één overeenkomst: net als nu werd ook in 1903 gewoon een Engels woord gebruikt om de muziekdrager aan te duiden: record.