
Al vanaf redelijke afstand zie je deze beroemde trappiramide van Djoser. Vanuit je airconditioned bus zie je hem daar in de woestijn - zo lijkt het en zo is het ook - liggen bakken in de zon. Het zand op de trappen zie je meteen als erosie. Het kan natuurlijk ook gewoon vanuit de woestijn zijn komen aanwaaien. Kijk je wat meer naar opzij dan denk je dat het niet lang meer zal duren voordat ook de piramide van Djoser net zo'n molshoop wordt als deze piramide van Oenas hier linksonder. Uiteindelijk kom je dichterbij en loop je naar de toegang tot de Dodenstad van Sakkara waarvan al deze piramiden deel uitmaken. Een enorme kalkstenen muur omgaf het complex.

De Dodenstad van Sakkara beslaat een enorme oppervlakte en het was de begraafplaats voor de inwoners van de nabij gelegen stad Memphis. Er schijnt in het verleden zelfs een soort bedevaarttoerisme naar dit oord te hebben plaatsgevonden. Via de toegang kom je in een zuilengalerei en zo op het binnenhof.


Het meest indrukwekkende blijft echter toch de piramide van Djoser. Het is een van de oudste bouwwerken uit de geschiedenis (ca. 2700 jaar voor Chr.). Het heeft 6 hellende lagen en is ongeveer 60 meter hoog. De trappen geven de weg aan waarlangs de farao het gebied van de goden zou bestijgen. Naast de piramide van Djoser is nog weer een ander gedeelte te zien van de dodenstad. Duidelijk zijn hier ook weer overblijfselen van een kleinere piramide en de omheinende muur te zien.

