Erve Rodewyc of Broekroelofs
daar waar het allemaal begon
Dichtbij de plaats
waar vroeger de Wellebeek in de Radewijkerbeek stroomde bevindt zich het oudste
erve van Radewijk, het latere erve Broekroelofs. Tegenwoordig behoort de
boerderij, gelegen aan de Stobbenhaarweg nr. 11, toe aan de familie Prenger. De
allervroegste vermelding van het erve Radewijk is gevonden in het manuaal van de
rentmeester van Twente. Daar werd rond 1300 geschreven: 'De Precariis: Primo in
Parochia Nyensteden, item Rodewijc 25s, vacat et non volitur'. Vrij vertaald
betekent dat: ten eerste vinden we in de parochie Nijenstede een erve Radewijk,
hetgeen momenteel geheel verlaten is en niet wordt gebruikt. Ter
verduidelijking, het stadje Nijenstede was de voorganger van Hardenberg. Uit
deze vermelding mag worden geconcludeerd dat het erve - in 1300 dus geheel
verlaten - zeker enkele tientallen jaren daarvoor reeds bestaan moet hebben.

De volgende vermelding
van het erve Radewijk dateert uit 1384. In het leenprotocol van Overijssel werd
destijds geschreven: dat guet to Rodwijc, gelegen in den kerspel van Nyensteden.
Slechts 22 jaar daarvoor, in 1362, zijn de stadsrechten van Nijenstede verlegd
naar de vesting op den Hardenbergh. Bijna tachtig jaar later, op 29 juni 1464
beleende bisschop David van Bourgondië - wegens trouwe bewezen diensten - Evert
van Wythmen met het verzuimd leen der grove en smalle tienden over het erve
Radewyck in de buurtschap Nijenstede, onder het kerspel Hardenberg. Radewijk
maakte destijds nog deel uit van de marke Hardenberg en Baalder.
In oktober 1474, bijna
tien jaar na de belening van de bisschop, is Even van Wythmen gestorven en werd
het erve Radewijk eigendom van diens dochter Hasselt en schoonzoon Steven
Kamferbeecke, de latere schout van Hardenberg. In hetzelfde jaar blijkt uit de
verpondingsregisters dat het erve bewoond en gepacht werd door ene Geert. We
zien dat het erve Radewijk op dat moment niet de enige boerderij in Radewijk
was.
Ook wonen er al een Geert
ten Hancke (Hanekamp) en de gebroeders Jan en Johan Lubbertssoen. In het jaar
1513 erfde Herman van Yttersum de nalatenschappen van zijn nicht Hasselt van
Wythmen, waaronder ook de goederen in Radewijk. Uit het schattingsregister van
Salland (1520) blijkt dat Hermen van Yttersum het erve Radewijk verpachtte aan
Bernt Geertssen. Deze Bernt is vermoedelijk de zoon van Geert, die in 1474 als
pachter werd genoemd. De schatting. de pacht die men moest betalen, bestond uit
25 mudden rogge.
Na het overlijden van
Herman van Yttensum werd neef Ernst Robertszoon van Yttersum in 1533 de nieuwe
eigenaar. Hij was de echtgenoot van Anna van Kortryck. Een decennium later
getuigde ene Hendrick Berntss uit Radewijk inzake een markeruzie tussen
Hardenberg/Baalder en Itterbecke. In deze mooie akte werd door richter Bruyn
Blanckvoort geschreven dat Hendrick Berntss verklaarde omtrent de vijftig jaren
oud en te Radewijk geboren te zijn. Opnieuw mogen we aannemen dat Hendrick de
zoon van Bernt Geertssen is. Zo kennen we drie generaties pachters van het erve
Radewijk, achtereenvolgens Geert, Bernt en Hendrick.
Vervolgens gaan en bijna
tachtig jaren voorbij voordat we het erve wederom in de boeken aantreffen. Het
verpondingsregister van 1601 laat zien dat ein erve genompt Hinderick tho
Ravicke toebehoort aan de zaliger Drostinne en op dat moment geheel verlaten en
onbewoond is. In deze roerige tijden was het merendeel van de boerderijen in
Radewijk ganz desart en werd het night gebrucket. Pas in 1680 zien we in
de kerkboeken de naam Broekroelofs verschijnen. Op 24 oktober van dat jaar werd
in Gramsbergen een zoontje van Brook Roelof t'Ravick gedoopt en kreeg daarbij de
voornaam Hendrick. Enkele jaren ervoor moet reeds een andere zoon van Brook
Roelof geboren zijn, genaamd Egbert (de le). Hij trouwde rond 1705
met Derckien Arents-dochter Clinge uit Radewijk. Vanaf dat moment wordt de
opvolging van het erve Broekroelofs duidelijker door de aanwezigheid van onder
andere kerkboeken, rechterlijke archieven en notariële stukken.
In het jaar 1668 is het
erve BroeckRoelofs gebruikt voor de inkwartiering van twee compagnieën soldaten
die deel uitmaakten van het regiment onder leiding van de Graaf van Nassau. En
werd zes nachten lang hooi en rogge gegeven aan drie rijpaarden en ook werden de
landerijen door de voerluijden afgeweijdet. Verder werd schade toegebracht aan
stroo, dack en turf, hetgeen de totale geschatte schade op 44 guldens en 18
stuivers bracht.
Zoals reeds vermeld
trouwde Egbert Broekroelofs (de le) rond 1705 met de eveneens uit
Radewijk afkomstige Derckien Clinge. We noemen hem de eerste, omdat er de
daaropvolgende eeuwen nog een groot aantal afstammelingen en erfopvolgers met de
voonnaam Egbert zijn geboren. De precieze trouwdatum is niet terug te vinden
vanwege het ontbreken van de kerkboeken als gevolg van de brand van 1708 die het
stadje Hardenberg grotendeels in de as legde. In datzelfde rampjaar werd dochter
Geesjen geboren. Ze werd op 7 november gedoopt in de kerk van Hardenberg.
Vervolgens kregen Egbert en Derckien nog drie kinderen: Arent (1712), Jan (1715)
en Harmtje (1721).
Twee jaar na de geboorte
van hun jongste kind vond op 15 november 1723 de overdracht plaats van het erve
Radewijk. De officieel op perkament geschreven transportakte is nog altijd in
het bezit van de familie Broekroelofs.
(klik
op de akte voor een vergroting)
Wij geven deze
belangrijke charter hier in zijn geheel weer:
Ick Johan Molckenbour
bij Commissie van Hoger Overigheijt, in der tijt Scoltus van den Herdenbergh,
Heemse en Gramsberge, doe condt en certificere voor de opreghte waerheijt dat
voor mij Scholtus en Ceurnoten hier nae benoempt, personelyck is erschenen en
gecompareert Arnold Voltelen, procurator admissus, in qualiteijt als
gesubstitueerde volmaghtiger van de Heer Johan Willem van Portman, Heer tot
Landsvoort als vaeder en vooght van sijne kinderen geprocureert bij wijlen sijn
ehevrouw Garhardina Agnis van der Lauwick en als vooght en oom van de kinderen
van wijlen de Heer Gosewijn Carel van der Lauwick en vrouw Margarieta Maria van
Portman, te saemen erfgenaemen van wijlen vrouw Henrietta Scharlotte Vijgh,
douariere van wijlen de Heer Jan Albert van Portman, in leven Drost der
Heerlyckheijt Gendringen en Etten, voorts als gesubstitueerde volmaghtiger van
vrouw Agnis Vijgh van Ubberge, vrouw van Slijdreght, dourariere van de Heer Joan
Tedingh van Berckhoudt, in leven Hooft Officier etc. der Stadt Munnekedam,
wijders als gesubstitueerde volmaghtiger van Gijsbarta Vijgh, douariere van
wijlen den Heere van Marhuls, vrouwe van Griet en Wardensteijn, en nogh als
gesubstitueerde volmaghtiger van de Heer Jacob van de Rijth tot Brochem, Heer
van Woestwesel, Wesdoorn en Endelgeest en van de Heer Joannes van de Rijth, te
saemen voor haer selven, en dan nogh als vervangende hun starck maekende, en de
rato caverende voor de Heer Pieter de Deckere en voor Jonckvrouw Isabella de
Deckere, kinderen van wijlen haer suster Wilhelmina van de Rijth, douariere van
de Heer Peter Pasqual de Deckere. Verders nogh als gesubstitueerde volmaghtiger
van de Heere Carel Frans van Waghtendonck tot Germerzeel, Dom Scholaster van
Osnabrugge en Dom Heer tot Munster als cessionaris en het reght hebbende van de
Heer Johan Bertram van Tengenagel en van de Weledele Juffer Catarina Margarieta
van Tengenagel, Chanonnesse tot Vlasheijm, ingevolge procuratie voor de Heeren
van de Magistraat en 't Segel der Stadt Zwolle op den 8 januari deses jaer 1723
op comparant gepasseert in de ter Edelen Gerighte vertoont, gelesen en tot deser
saeke in waarden erkent. Verders als volmaghtiger van de Weledele Juffer Anna
Geertruit van Tengenagel, Chanonnesse tot Fijlick, volgents vertoonde volmaght
den 7 januar 1723 voor de Heeren van de Magistraaten 't Segel den Stadt Zwol
behoorlijck op comparant gepasseert, vertoont, gelesen en oock voor goet erkendt.
Wijders als gesubstitueerde volmaghtiger van de vrouw Weduwen van Heerdt van
Tienen en Kijlighbergh en van de Heer Maximiliaen Jacob van Renesse en desselfs
gemalinne Susanna Geertruit van Bodeck, Heer en Vrouw van Ter Aa, volgents
vertoonde, gelesene en van waerden erkende procuratie voor de Heeren van de
Magistraat en Stadts Segel van Deventer op den 10 januani 1723 op de comparant
behoorlyck gepasseert en uitgegaen. Eindelyck als gesubstitueerde volmaghtiger
van de Hoogh Welgeboren Heer Diderick Frederick van Keppel van Westerholt, de
Heeren Keppel tot Odinck en Morrien tot Calbeeck ende Haer Hooghwelgeboren
gemalinnen de Vrouwen Mechtelt Catarina en Anna Geertruit van Wijlick tot
Probstingh, de Freulyn Geertruit van Tengenagel tot Gellakum, mitsgaeders de
Vrouw Lucia Frederika van Baax en Vrouw tot Nienbroeck, volgents procuratie voor
de Heeren Magistraat den Stadt Deventer op comparant gepasseert den 10 januar
1723, alhier mede in desen Gerighte vertoont, gelesen en tot deser saeke in
vollen waerde erkent.
Sijnde alle
voorschreven erfgenaemen van Vrouw Margrieta van Asewijn, douaniere van Munster
tot Ruinen en Gramsberge, en bekende hij comparant in voorverhaelde qualiteijt
als continuerende alle voornoemde procuratien om cessien en transport te doen en
in specie om het Erve en Goedt Radewijck, gelegen in de Boerscap Radewijck desen
Carspele Hardenbergh over te draagen, dat hij Procurator Arnold Voltelen in sijn
qualiteijt als voren en craght deses cedeerde, transporteerde en overdroegh, aen
Eghbert Arents en Derckien Arents sijn huisvrouw, en haerer erfgenaemen, het
Erve ende Goedt Radewijck in de Boerschap Radewijck gelegen, soo als gebruckt
wort bij Broeck Eghbert en dus sonder het geen Klinge van dit Erve gebruickt en
bij Klingen Erve geleght is, en dat voor een somma van penningen, die aen
voorschreven Heeren en Vrouwen verkopers den eersten met den laesten penninck
ten genoege en aller dancke is voldaen en betaalt en dat met alle sijn reght en
gereghtigheijt, raet en onraat, op- en dependentie, Heeren- en Boerlasten, als
daer toe gehoort en in comformite de voorwaerden conditien soo den 8 october
1722 ten overstaan van mij Scholtus is verkoft, aennemende en belovende hij
comparant en transportant qqua. voorbenoempt arve en goet Radewijck, sijnde vrij
allodiael goedt en vrij van Fidei Commis of diergelijx, en onbeswaert van
uitgangen, tinsen of tijnden met alle derselver reght en gereghtigheden in sijn
voorverhaelde qualiteijt, nae maniere en coustume locaal, altijt te sullen staen,
waghten en waaren, als men nae reghten of Landrecht van Overijssel, schuldigh is
te doen. Alles sonder argelist en in waarheijts oirconde daer dit aldus
geschiede, waeren neffens mij Scholtus tot deser Saecke aan en over als
Ceurnoten Jan Goossens Hanecamp en Jasper Sweerts, wien ten gevolge tot meerdere
vestenisse, ick richter deesen neffens den Heer Comparant en Transportant qqua.
eijgenhandigh hebben geteijckent en gesegelt. Actum Herdenbargh, den 15 november
1723.
Om de aankoop te kunnen
financieren werd door Egbert (de le) en Derckien een hypotheek
afgesloten ten bedrage van f 2000,- tegen een rente van drie procent per jaar.
Het geld werd geleend van pastoor Joan Hendrick de Man en juffrouw Johanna
Bolcks. Als onderpand stelden ze vanzelfsprekend het erve en goed Radewijk.
Egbert Broekroelofs heeft niet lang kunnen genieten van zijn pas verworven
eigendommen.
Hij stierf rond 1728,
waarna zijn weduwe Derckien in 1729 hertrouwde met Jan Harmsen uit Bergentheim.
In de huwelijksvoorwaarden verklaarde Jan de kinderen van zijn aanstaande vrouw
voor zijn eigen eghte en reghte kinderen aan te nemen. Jan en Derckien bleven
wonen op het erve Radewijk. Uit dit huwelijk werden echter geen kinderen
geboren. De oudste dochter uit Derckiens eerste huwelijk, Geesjen, volgde haar
ouders op als eigenaresse van het spil. Geesjen Broekroelofs huwde in 1733 met
Egbert Roelofs (de 2e) uit Ane.
In de huwelijkse
voorwaarden werd onder andere bepaald dat: de ouders van de bruit tot
voortsettinge deses huwelijks an de bruidegom en bruit overgelaten en gedaan bij
desen haar bouwerie, huishoudinge, woninge en plaetse, met alle derselver
schulden en lasten, so daar tegenswoordigh op en aen sijn gehorende, geene
uitgesondert, mits en op dese conditie sij gemelte bruits ouders de tijt haeres
leven sullen moeten onderhouden en verplegen in cost, clederen en linnen,
behoorlijk, en verders jaarlijks tot haar pleijsier nog moeten laten trekken en
genieten de vruchten van een half mudde lants, welk lant door de bruidegom en
bruit moeten worden besaijt, tien schapen in 't schot te voederen, en het derde
part van de ymen, en een spint lijn des jaers te saijen, sullende de kinders
haar moeten alle liefde in haar oude dagen bewijsen.
Op 19 juli 1734 verscheen
Egbert Broekroelofs (de 2e) voor schout Arnold Voltelen, teneinde
beslag te laten leggen op de goederen van Pouwel Noordink. Deze had drie jaar
daarvoor varkens van hem gekocht voor vijftien guldens en twee stuivens, maar
had tot op dat moment zijn schulden nog niet voldaan. In november 1740 werd
opnieuw een bezoek gebracht aan schout Voltelen om een akte te laten vastleggen.
Ditmaal wegens een schuldbekentenis aan Hendrik Balderhaar en diens huisvnouw
Swane Wolters. Ze waren een bedrag van f 750,- schuldig dat ze geleend hadden
ten aflossing van een deel van het kapitaal van tweeduizend guldens dat in 1723
door de ouders van Geesjen was geleend bij de aankoop van het erve Radewijk.
Uit het huwelijk van
Egbert (de 2e) en Geesjen Broekroelofs zijn zeker twee zoons geboren:
Egbert (de 3e) en Arent. De laatste huwde met Swaantje Harmsen uit
Wachtum en verhuisde naar de boerderij van zijn bruid. De doopdata van de twee
zoons staan niet genoteerd in de kerkboeken.
Moeder Geesjen
Broekroelofs overleed rond 1744, waarna haar echtgenoot opnieuw in het
huwelijksbootje stapte. In november 1745 trouwde hij met Geesje Jansdochter
Scholtmann van de Scholtmannseck in Heesterkante. Uit dit huwelijk zijn zeven
kinderen geboren: Geesjen (1746), Berentje (1749), Roelof (1750), Zwaantje
(1752), Jan (1755), Albert (1758) en Harm (1760).
Bij de volkstelling van
1748 verrichtte Egbert Broekroelofs (de 2e) als rotmeester van
Radewijk de daadwerkelijke telling van alle mensen. Het gezin Broekroelofs
bestond op dat moment uit acht personen. Ook woonden de dienstmeiden Trijne en
Harmtien en de knecht Hendrik nog bij hen in.
De oudste zoon van Egbert
Roelofs (de 2e) en Geesjen Broekroelofs, genaamd Egbert Broekroelofs
(de 3e), volgde zoals gezegd zijn ouders op als boedelhouder. Hij
huwde in 1764 met Aaltje Vlierman uit Ane. Uit dit huwelijk zijn vier kinderen
geboren: Egbert (de 4e) (1765), Gesina (1767), Hendrikjen (1770) en
Geesjen (1773).
Op 23 augustus 1770 heeft
Egbert Broekroelofs de hypotheekakte van 1740 laten royeren, omdat de schuld
inmiddels in zijn geheel was terugbetaald. Ook nu was het de oudste zoon die de
boerderij zou erven. Deze Egbert Broekroelofs (de 4e) vond zijn vrouw
in de zestien jaar jongere Berendine Roelofs uit Duits Wielen. Ze trouwden op 23
juni 1800 in de kerk van Hardenberg en vestigden zich op het oude erve Radewijk.
Ze kregen er vijf kinderen: Zwaantje (1801), Aaltjen (1804), Egbert (de 5e)
(1809), Hendrik (1811) en Gerrit Jan (1817). Een jaar na de geboorte van hun
jongste zoon overleed de oude Egbert Broekroelofs (de 3e). Hij is 81
jaar oud geworden. Het sterfgeval werd ten gemeentehuize aangegeven door buren
Hendrik Bosman en Lubbert Ymhoff. In 1820 stond het erve Radewijk of
Broekroelofs bekend als nummer 5 in de buurtschap.
Egbert Broekroelofs
junior (de 4e) overleed nog vóór zijn moeder, op 15 oktober 1829 te
Radewijk. Zijn moeder, Aaltje Broekroelofs-Vlierman overleed ruim vier jaar
later op 11 januari 1834 in de voor die tijd uitzonderlijk hoge leeftijd van 93
jaar.
De jongste zoon van
Egbert en Berendine, Gerrit Jan Broekroelofs, werd schoolmeester en stond in de
jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw lange tijd voor de klas in Radewijk
- hij was tegelijk hoofd en enige leraar. Gerrit Jan was geen erg beste
onderwijzer. De schoolopziener verklaarde in 1859 een niet al te hoge pet op te
hebben van het door Broekroelofs gegeven onderwijs.
Zijn broer, Egbert
Broekroelofs (de 5e) volgde zijn ouders op als eigenaar van het erve
Radewijk. In het militieregister van 1831 is zijn signalement bewaard gebleven.
De in 1809 geboren Egbert was 1 el en 717 streepen lang, had een langwerpig
aangezicht, breed voorhoofd, blaauwe oogen, kleine neus, ordinaire (gewone)
mond, ronde kin, bruin haar en bruine wenkbrauwen. Bij de loting was hem het
nummer 9 ten deel gevallen, hetgeen hem tot de dienst verplichtte. Er werd
echter een plaatsvervanger voor hem gevonden, zodat hij thuis in Radewijk kon
blijven. Hij trouwde op 19 mei 1831 in Heemse met Jennegien Jonkhans uit Duits
Wielen.
Vien maanden na het
huwelijk werd reeds het eerste zoontje geboren, Egbert. Daarna kreeg het
echtpaar nog vijf kinderen: Jan (1834), Jan (1836), Berend (1838), Zwaantjen
(1841) en Berendina (1844). Een jaartje na de geboorte van hun jongste kind
overleed Jennegien Broekroelofs-Jonkhans. Ze werd slechts 38 jaar oud.
Hierna is Egbert (de 5e)
hertrouwd met een echte Radewijkse boerendochter, Gezina Bosman. Het huwelijk
werd voltrokken in 1846. Vijf kinderen zijn uit deze echt geboren: Jennigjen
(1846), Jennigjen (1851), Hendrik (1854), Berend Jan (1857) en Berend (1861).
Egbert (de 5e)
was een gezien man in de buurtschap Radewijk. Hij werd in maart 1851, na het
overlijden van Roelof Bouwhuis, zelfs unaniem gekozen als raadslid voor de
gemeente Ambt Hardenberg.
Niet volgens traditie was
het de derde zoon uit het eerste huwelijk van Egbert (de 5e) die de
erfopvolger zou worden. Vandaar dat we zien dat niet de oudste zoon, Egbert, de
boedelhouder was, maar zijn jongere broer Jan.
Omdat zijn oudere broers
het vaderland al gediend hadden, hoefde Jan niet in dienst uit hoofde van
volbrachte broederdienst.
Jan Broekroelofs, geb. 02-09-1836
Op 16 april 1869 trouwde
Jan met weduwe Zwaane Schutte uit Radewijk, dochter van Jan Schutte en
Hillegonda Hölter van het erve Klein-Takman. Zwaane was reeds weduwe van Jan
Herm Kamphuis en had uit dat huwelijk al een zoontje voortgebracht, Gerrit Jan
Kamphuis. Deze kwam ook wonen op het erve Broekroelofs. Vier dagen na de
bevestiging van
het huwelijk verscheen Egbert Broekroelofs senior (de 5e) voor
notaris Willem Fredrik van der Muelen en verklaarde alle eigendommen te hebben
verkocht aan zijn zoon Jan Broekroelofs. De onroerende goederen waren verdeeld
in veertien kavels. Het huis en erf met bouw- en weiland besloeg tezamen drie
bunders, tweeënvijftig roeden en veertig ellen grond en stond kadastraal bekend
als sectie D, de nummers 159, 160, 161 en 162. De overige landerijen bestonden
uit hooiland, bouwland, weiland en heide. De verkoop was gesloten voor een
bedrag van negenduizend gulden.
Uit het buwelijk van Jan
Broekroelofs en Zwaane Schutte werden vier kinderen geboren: Egbert (de 6e)
(1870), Johanna (1872), Jan Hendrik (1875) en Jan (1878).
Een jaartje later
overleed opa Egbert Broekroelofs (de 5e). Zwaane Broekroelofs-Schutte
werd slechts 51 jaar oud en overleed op 12 augustus 1893 in Radewijk. Haar zoon
Egbert Broekroelofs (de 6e) trouwde in de zomer van 1895 met Fennigje
Kamphuis.
Egbert Broekroelofs (de 6e),
Jan Broekroelofs en Fennigje Kamphuis
Zijn bruid werd in
Radewijk geboren, maar was op tweejarige leeftijd verhuisd naar de ouderlijke
boerderij van haar moeder, het erve Hurink in Ane.
Het echtpaar kreeg in
augustus 1896 een doodgeboren dochtertje en een jaar later werd hun enige zoon
geboren, genaamd Jan Broekroelofs. Dit enigst kind volgde later zijn ouders op
als eigenaar van het erve Radewijk. Op drie januari 1910 stierf opa Jan
Broekroelofs in de leeftijd van 73 jaar. Zijn kleinzoon Jan Broekroelofs trouwde
vijftien jaar later met Fennegien Stegeman uit Ane.
Jan Broekroelofs, geb.01-10-1897 en
Fennegien Stegeman, geb. 23-05-1901
Op 29 mei 1925 werd het
huwelijk voltrokken door een ambtenaar van de burgerlijke stand van Ambt
Hardenberg. Jan en Fennegien kregen zes kinderen: Fennigje (1926), Egbert (de 7e)
(1927), Gerrit Jan (1928), Johan (1929), Zwaantinus (1943) en Gerard Jan (1945).
Nog voordat hun laatste kindje geboren was, overleden opa en oma Broekroelofs.
Egbert (de 6e) stierf in mei 1944 en oma Fennigje overleed in
november van datzelfde jaar.
Drie van de zes kinderen
bleven later in Radewijk wonen. Zoon Egbert (de 7e) volgde zijn
ouders op. Zijn broer Gerrit Jan bleef in Radewijk wonen en trouwde met Hermina
Vrijlink. Nog altijd wonen zij aan de Radewijkerweg nummer 60.
Ook broer Johan bleef
Radewijk trouw. Hij huwde met Hinderkien Lennips en woont nog altijd aan de
Radewijkerweg nummer 64. De andere drie kinderen verlieten Radewijk en zochten
hun heil elders. De oudste zoon uit het huwelijk van Jan Broekroelofs en
Fennegien Stegeman, genaamd Egbert (de 7e) Broekroelofs bleef als
boer wonen op het erve Radewijk. Hij huwde in oktober 1957 met Geesjen Johanna
Weitkamp uit Hardenberg. Ze kregen twee kinderen:
Fenny (1958) en Jan
(1961).
Ep en Gees hebben tot in
de jaren tachtig de boerderij in Radewijk bewoond en verkochten deze indertijd
aan de familie Prenger uit Hardenberg.
Het echtpaar Broekroelofs
woonde hierna aan de Stationsstraat in Hardenberg. Door de verkoop kwam een
einde aan de zo vanzelfsprekende opvolging.
Er zal dan ook geen
Egbert de Achtste meer komen, die zijn leven kan wijden aan het werken als boer
op het erve Radewijk.
Bron: Het boek van Roke
Historische Vereniging Hardenberg en
Omgeving