13 maart 2009

 

 

Windkrachten

Temperatuurschaal

Meten van vochtigheid     

Nieuwe Instrumenten

Internationale Meetnetten

De Eerste Amerikaanse Meteorologen:

Regenbogen

            

           http://www.weerstationuithoorn.nl  

kracht* benaming wind gemiddelde snelheid over 10 minuten uitwerking boven land en bij mens
       
    km/h m/sec  
0 stil 0-1 0-0,2 rook stijgt recht of bijna recht omhoog
1 zwak 1-5 0,3-1,5 windrichting goed af te leiden uit rookpluimen
2 zwak 6-11 1,6-3,3 wind merkbaar in gezicht
3 matig 12-19 3,4-5,4 stof waait op
4 matig 20-28 5,5-7,9 haar in de war; kleding flappert
5 vrij krachtig 29-38 8,0-10,7 opwaaiend stof hinderlijk voor de ogen; gekuifde golven op meren en kanalen; vuilcontainers waaien om
6 krachtig 39-49 10,8-13,8 paraplu's met moeite vast te houden
7 hard 50-61 13,9-17,1 het is lastig tegen de wind in te lopen of te fietsen
8 stormachtig 62-74 17,2-20,7 voortbewegen zeer moeilijk
9 storm 75-88 20,8-24,4 schoorsteenkappen en dakpannen waaien weg; kinderen waaien om
10 zware storm 89-102 24,5-28,4 grote schade aan gebouwen; volwassenen waaien om
11 zeer zware storm 103-117 28,5-32,6 enorme schade aan bossen
12 orkaan >117 >32,6 verwoestingen

 

Temperatuurschaal:

De Duitse fysicus Gabriel Daniel Fahrenheit (1686-1736) bracht het grootste deel van zijn leven door met het ontwerpen en bouwen van weerkundige instrumenten. Hij ontwikkelde ook de naar hem genoemde temperatuurschaal, die in sommige landen nog steeds wordt gebruikt. De schaal was gedefinieerd volgens drie punten: de temperatuur van een mengsel van water, ijs en keukenzout (0° F), het vriespunt van water (32° F) en de temperatuur van het menselijk lichaam (geschat op 96° F).

In 1742 introduceerde Anders Celsius, een Zweeds astronoom, een schaal waarop het nulpunt het kookpunt van water was en het vriespunt bij 100° lag. Deze 'omgekeerde' schaal was bedoeld om in de winter negatieve temperaturen te vermijden. In 1745 werd de schaal omgedraaid door de Zweedse natuuronderzoeker Carolus Linnaeus (1707-1778) en deze schaal is nu bekend als de Celsiusschaal.

 


Omzetting van Fahrenheit naar Celsius.

 

Tik een getal  in en klik daarna  buiten de box 

 

F:
C:

 

 

 

Meten van vochtigheid:

Vochtigheid is moeilijker te meten dan temperatuur en de eerste hygrometers waren dan ook onnauwkeurig. In 1781 ontdekte Horace Bénédict de Saussure (1740-1799) dat een menselijk haar dat gekookt was in soda de vochtigheid goed aangaf. Zorgvuldig bewerkt haar wordt nog steeds gebruikt in hygrometers. Men vond het zelfs zo belangrijk dat men een storm die in 1788 over het noorden van Frankrijk raasde in kaart heeft gebracht.

 

Een belangrijke doorbraak in de hygrometrie werd in 1802 gedaan door de Britse onderzoeker John Dalton (1766-1844). Hij toonde aan dat de hoeveelheid waterdamp die nodig was om lucht te verzadigen sterk afhing van de temperatuur. Dit leidde tot de begrippen dampdruk, verzadigingsdruk en relatieve vochtigheid.

 

Nieuwe Instrumenten:

De eerste barometers waren gebaseerd op die van Toricelli, maar ze waren gevuld met uiteenlopende vloeistoffen. Robert Boyle (1627-1691; schets links), een Engels geleerde, maakte twee modellen: een waterbarometer en een kleinere hevelbarometer. In de wielbarometer, uitgevonden door Robert Hooke (1635-1703), een collega van Boyle, werd gebruik gemaakt van kwik. Dit was waarschijnlijk de eerste barometer met weersaanduidingen, zoals Zeer droog, Onbewolkt, Veranderlijk, Regen en Storm. Hooke vond ook de regenmeter uit. Betrouwbare stuwbuis windmeters verschenen in de jaren veertig van de achttiende eeuw. Het meest bekende type, uitgevonden door de Britse meteoroloog W.H. Dines, wordt ook nu nog gebruikt.

  

Donderpot

Een donderpot is een kan met een tuit, gevuld met vloeistof die bij dalende luchtdruk in de tuit zal gaan stijgen. Wat dus betekent, is de tuitstand hoog dan is er slechtweer op komst, is de tuitstand laag dan is er beter weer op komst. Blijft de stand gelijk, dan kan men spreken van stabiel weer. De naam donderpot is ontstaan doordat men aan de stand van de pot kon aflezen of er onweer op komst was.

                       vloeistofstanden donderpot

 

Internationale Meetnetten:

In de achttiende eeuw werden verscheidene meteorologische meetnetten opgezet onder leiding van wetenschappelijke genootschappen zoals bv. in de Académie des Sciences in Parijs (zie foto onder). Dit was één van de centra van weerkundig onderzoek Een verzoek dat in 1723 werd ingediend door James Jurin, secretaris van de Royal Society, had tot gevolg dat er waarnemingen werden ontvangen uit Engeland, West-Europa, Noord-Amerika en India. In de jaren dertig van de achttiende eeuw werden meetnetten opgezet in Siberië door de Deense zeevaarder Vitus Bering.

Het belangrijkste meetnet was dat van het genootschap in Mannheim, dat in 1781 begon met 14 en uitgroeide tot 39 meetposten over heel de wereld. Het genootschap hield in 1799 op te bestaan, maar toen had het al methodes nagelaten die van grote waarde bleken toen in de negentiende eeuw de synoptische weersverwachting opkwam.

 

De Eerste Amerikaanse Meteorologen:Thomas Jefferson en James Madison deden de eerste simultane weerwaarnemingen in Noord-Amerika.

De eerste weerwaarnemingen in de Nieuwe Wereld (America) waren die van de geestelijk John Campanius in 1644-1645 op het Swedes Fort, nabij het huidige Wilmington in Delaware. De eerste thermometer- en barometermetingen werden verricht omstreeks 1735 door John Lining, een uit Schotland afkomstige bewoner van Charleston in South Carolina. In de Verenigde Staten had men het geluk dat leiders als Thomas Jefferson, Benjamin Franklin en George Washington veel belangstelling hadden voor meteorologie. Benjamin Franklin was een enthousiast weerwaarnemer en vond tevens de bliksemafleider uit. Op basis van berichten in de krant toonde hij aan dat in oktober 1743 een storm zich noordoostwaarts van Georgia naar Massachusetts had verplaatst: de allereerste analyse van de beweging van een stormsysteem. Volgens de overlevering kreeg Thomas Jefferson (1743-1826) zijn eerste thermometer toen hij de onafhankelijkheidsverklaring schreef en zijn eerste barometer enkele dagen nadat dit document was ondertekend. Ruim 50 jaar lang nam Jefferson regelmatig het weer waar. Tussen 1776 en 1778 deden hij en zijn collega James Madison de eerste simultane weerwaarnemingen in Amerika. George Washington hield ook een meteorologisch dagboek bij. Zijn aantekeningen op 13 december 1799 zouden de laatste woorden zijn geweest die hij opschreef.

 Regenbogen

 

 

 Bij lage zonnestand en buiig weer zijn vaak regenbogen te zien. De zon moet daarvoor op een regengordijn schijnen, terwijl de waarnemer daarvoor staat, met zijn rug naar de zon toegekeerd.

 Ontstaan:

Door weerkaatsing aan de binnenzijde van de druppel, treden de verschillend gekleurde lichtbundels weer tegensteld gericht uit de druppel. Het oog van de waarnemer wordt daarbij getroffen door het rode licht van de wat hoger gelegen  druppel A en door het violette licht van de iets daaronder vertoevende druppel B. Dit verklaart waarom de buitenkant van de regenboog een rode kleur heeft en de binnenkant violet gekleurd is. De hoek tussen de uittredende rode lichtstraal en het invallende zonlicht is 42°. De hoek tussen de violette en de invallende straal zonlicht is 40°. Dit verklaart ook dat we de regenboog alleen zien als de zon op minder dan 40° boven de horizon staat. Het middelpunt van de regenboog ligt namelijk even ver onder de horizon, als de zon er boven staat. De boog is het mooist ontwikkeld als de zon vlak boven de horizon staat. We zien ze daarom vaker in het winterhalfjaar dan in de zomer. Aan de binnenzijde van de hiervoor beschreven hoofdregenboog komen dikwijls smalle, zwakker gekleurde secundaire bogen voor. Buiten de hoofdboog is soms een nevenregenboog te zien. Die is veel minder helder. De straal is 52° en hier staat het rood aan de binnenkant en het violet buiten! Hij ontstaat door een tweevoudige weerkaatsing van de zonnestralen in de waterdruppels.
Naast regenbogen zijn er ook maanbogen en mistbogen. Een maanboog ontstaat als het door de maan weerkaatste licht in contact komt met regen. De kleuren zijn dikwijls erg vaag. Mistbogen ontstaan wanneer zonlicht op de waterdruppels in een mistnevel valt. Deze bogen zijn echter vaak kleurloos, of bijna kleurloos.

 

 

 

 

Deze site is voor het laatst bijgewerkt op 02 mei 2008

Weer & Wind