Gebruiksaanwijzing voor de APPELSPADE
De APPELSPADE heeft enkele extra's t.o.v. een gewone spade :
De 30 mm brede voetrust, een stukje boven het blad, geeft de voet een grote stabiliteit, waardoor desgewenst het gehele lichaamsgewicht zonder probleem op de voetrust kan worden gebracht. Bij een gewone spade wordt de voet geplaatst op de hoek van het blad, waardoor dat blad de neiging heeft, scheef te gaan. Om dat te voorkomen moet met het handvat bovenaan tegendruk worden gegeven. Die zijwaartse beweging is belastend voor de rug. Bij de APPELSPADE is die zijwaartse beweging niet nodig. Bij een gewone spade leidt plaatsing van de voet op de hoek van het blad tot beschadiging van de laars etc. en van de voet. Bij de APPELSPADE is zo'n beschadiging niet mogelijk.
Het halfrondgebogen handvat, een stukje boven de voetrust, is bedoeld voor het loswerken en keren van de grond. Bij een gewone spade moet de steel worden vastgepakt, waarbij de pols van die hand scheef staat, en ook nog eens gedraaid wordt tijdens het keren van de grond. Dat is erg belastend voor die pols. Bij de APPELSPADE wordt de hand geplaatst op het midden van het halfrondgebogen handvat, waarna dat handvat iets omhooggetrokken wordt om de grond los te werken. De pols is daarbij volkomen recht, terwijl men ook minder diep hoeft te bukken dan bij een gewone spade. Om de grond vervolgens te keren wordt het bovenste handvat (wat vrijwel geen gewicht torst) een kwartslag gedraaid, waarbij men het halfrondgebogen handvat door de hand kan laten glijden, zodat die hand zich dus verplaatst van het midden van het handvat naar de zijkant, tegen een steel aan. De pols blijft tijdens die handeling volkomen recht.
Het horizontale bovenste handvat is zo breed dat het ruimte biedt aan beide handen, wat goed van pas komt bij het in de grond duwen van het blad, en tevens bij het achteroverhalen van dat handvat om de grond los te werken.
De APPELSPADE is wat zwaarder dan een gewone spade. Omdat het zwaartepunt een stuk hoger ligt werkt die extra massa juist in het voordeel, zoals uit proeven is gebleken.
Tot slot iets over het gebruik van de spade. Een spade is een spitwerktuig. Spitten is de grond omwerken met een spade. Het blad wordt daarbij in de grond gedrukt met de voet. Eventuele kleine (boom)wortels en andere obstakels worden daarbij doorsneden. Als (boom)wortels zo dik zijn dat dat niet lukt kan men ofwel de wortels gewoon laten zitten (prettiger voor boom of struik) ofwel een houweel gebruiken. Zo'n houweel is ook het aangewezen werktuig voor zeer harde of stenige grond. Een spade gebruiken als houweel (door met de spade een hakkende beweging te maken) of als breekijzer (door met de spade (boom)wortels of stenen los te wrikken) is niet in overeenstemming met het doel van een spade en kan de spade ernstig beschadigen. Zo'n hakkende beweging kan ook de pols en andere armgewrichten beschadigen, aangezien bij die beweging de armen, in het verlengde van die beweging, de volle klap opvangen, anders dan bij een houweel. Als de APPELSPADE als breekijzer wordt gebruikt kan dat het blad beschadigen, omdat de twee RVS-stelen veel sterker zijn dan een houten steel, die tevens een waarschuwing geeft door te buigen en te kraken.