De geschiedenis van het tatoeëren
Het verre verleden
In 1991 gaf een Alpengletsjer één van de beroemdste mummies ter wereld prijs, de IJsman uit het Ötztal, die het koosnaampje Ötzi kreeg. Via koolstofdatering werd vastgesteld dat het lichaam zo'n 5300 jaar oud moet zijn. Op de rug van de mummie bevinden zich op vier plekken eenvoudige tatoeages, en ook op de rechtervoet en linkerknie zijn ze aangebracht. Ze zijn donkerblauw en bestaan uit rechte, evenwijdig lopende lijnen, in enkele gevallen met een lijn er loodrecht doorheen. Het ziet er niet uit als een versiering. Uit onderzoek is gebleken dat de gewrichten in de buurt van de tatoeages sporen van artritis vertonen, en sommige onderzoekers denken dat het tatoeëren bedoeld was om de pijn te verlichten. Anderen leggen weer verband met druïdische symbolen en denken, ook door andere aanwijzingen, dat Ötzi een medicijnman was.
Wat de betekenis van de tatoeages ook was, het is wel het vroegste voorbeeld van tatoeage. Tot de vondst van de IJsman was een 4000 jaar oude mummie van een Egyptische priesteres de recordhouder. Ook bij die mummie is sprake van eenvoudige patronen met punten en evenwijdige lijnen.
Een andere beroemde getatoeëerde mummie uit de oudheid werd in 1947 in Siberië gevonden. Het is een Scythische krijger van zo'n 2500 jaar geleden. Op de armen en romp zijn afbeeldingen van dieren aangebracht. Het is aannemelijk dat dit niet puur voor versiering was maar dat de krijger hoopte door het afbeelden van de dieren hun goede eigenschappen te krijgen.
De redenen waarom mensen zich in de oudheid lieten tatoeëren waren uiteenlopend. In het oude Griekenland werden tatoeages gebruikt om te markeren, zoals wij dat nu met onze huisdieren doen. Toen deden ze dat met slaven en misdadigers. In datzelfde oude Griekenland echter lieten ook jongemannen uit gegoede families zich tatoeëren en was het tevens een teken van dapperheid.
Het tatoeëren werd in oude tijden ook wel verboden, o.a. door de thora en de koran, en ook de eerste christelijke Romeinse keizer Constantinus verbood het omdat hij het barbaars en onchristelijk vond. Veel niet-Romeinse volken in Europa hadden toen tatoeages.
Ook buiten Europa werd vroeger getatoeëerd. De Maori's in Nieuw-Zeeland doen het al meer dan 2000 jaar, net als andere Polynesische volken. Bij de Maori's was tatoeage in het gezicht niet ongebruikelijk, zowel bij mannen als vrouwen, en op Hawaii werd zelfs de tong getatoeëerd. Bij de mannen was één van de functies van tatoeage bescherming in de strijd.
Op Borneo werd ook lang geleden al getatoeëerd, ook bij de vrouwen, en nog steeds is het een traditie, die bijzondere ontwerpen heeft voortgebracht. Andere volken met een lange traditie van tatoeëren zijn b.v. de Zuid-Amerikaanse indianen, Eskimo's, de Australische Aboriginals, Noord-Afrikaanse stammen, Japanners en bepaalde stammen in India en Nepal. Eigenlijk vinden we overal ter wereld wel getatoeëerde mensen, behalve bij zeer donkerhuidige volken. Die passen dan weer litteken-tatoeage toe, een vorm van lichaamsversiering die ontstaat door houtskool in kerven in de huid te smeren. De in een bepaald patroon aangebrachte kerven helen dan als sterk verdikte littekens. Er wordt wel de huid van een krokodil mee nagebootst. Dit wordt o.a. in Afrika en Australië gedaan.
Tatoeëren werd veelal gedaan om de schoonheid van het lichaam te verhogen, maar ook werd het wel toegepast voor genezing of voorkoming van ziekten, of als tovermiddel. Ook had het vaak een religieuze of culturele betekenis.
Het nabije verleden
Toen Europese zeelui in aanraking kwamen met de volken van Oceanië raakte voor de Oceaniërs de lol van het tatoeëren er geleidelijk aan af, terwijl het onder zeelui juist populairder werd. Aan dit soort contact danken wij ons woord tatoeage. De Engelse zeevaarder kapitein James Cook zag in 1774 op Haïti mensen met huidtekeningen die de inheemse bevolking tatu of tatau noemden, en via Cook kwam dit woord in de Engelse en Nederlandse taal terecht.
Het woord tatoeage was dan wel pas sinds 1774 in Europa bekend, maar het begrip tatoeage was al veel langer bekend. Na de slag bij Hastings in 1066 werd het lichaam van de Engelse koning Harold herkend aan zijn tatoeage. Overigens wordt een tatoeage in het Nederlands aangeduid door veel verschillende woorden, die meestal niet in het woordenboek voorkomen. Zo vond ik tatouage, tattoeage, tattouage, tattoo, tatoe, tatou, en zo zullen er nog wel meer voorkomen.
In Europa waren in de 19e eeuw naar verhouding niet veel mensen getatoeëerd, maar de meeste mensen met tatoeëringen waren zeevarend. Zo'n 90% van alle zeelui hadden er één of meer. De tatoeage bestond overigens in de meeste gevallen uit niet meer dan een simpel ankertje op de arm. Ook onder soldaten en handwerkslieden was een tatoeage niet ongewoon.
De tatoeagetraditie in Japan gaat terug tot de 5e eeuw voor Christus, maar pas in het begin van de 19e eeuw ontstond de stijl die we tegenwoordig als typisch Japans zien. De grote tatoeages, veelal met draken en karpers, bedekken grote delen van het lichaam, en doen in feite dienst als een soort kleding.
In Europa was dat soort grote tatoeages vrijwel onbekend, en zo bijzonder, dat mensen met grote oppervlakten aan tatoeages als bezienswaardigheden optraden in circussen, vooral tussen de twee wereldoorlogen.
Het heden
In de jaren '60 van de 20e eeuw waren er in de gehele Verenigde Staten slechts 500 professionele tatoeëerders werkzaam. In 1998 was dat explosief gestegen tot zo'n 10.500 en in 2007 waren ze niet meer te tellen, maar het aantal werd toen geschat op 15.000. Het tatoeëren is tegenwoordig zo populair dat het Discovery Channel er elke dag een uur aan besteedt. De drempel voor het zetten van een tatoeage is dan ook flink lager geworden, en niet alleen is het aantal mensen met een tatoeage fors toegenomen, maar ook de grootte van de tatoeage. Naar schatting heeft momenteel 1 op de 7 Amerikanen een tatoeage, en voor Nederland wordt een aantal van "honderdduizenden" genoemd. Het zijn nu meestal jongeren die ze laten aanbrengen, vaak om een bepaalde identiteit te benadrukken.
De techniek
De techniek van het tatoeëren is in wezen zeer eenvoudig. Met dunne naaldjes worden rechtstandig gaatjes geprikt tot in de lederhuid. Vlak daarvoor of daarna brengt men één of ander soort inkt (een kleurstof met water) aan die dan door capillaire werking in de gaatjes zuigt. Het lichaam zal trachten de inkt weer naar buiten te werken en de gaatjes dicht te trekken. Een deel van de inkt blijft dan achter in de lederhuid en wordt daar ingekapseld door bindweefsel, terwijl de gaatjes weer dichtgroeien. De huid is als volgt opgebouwd :
De handmatige manier van werken is vrij langzaam, en daardoor ook tamelijk pijnlijk. De ontwikkeling van de electrische tatoeëermachine aan het eind van de 19e eeuw was dan ook een belangrijke stap voorwaarts. Met deze machine kan de professionele tatoeërder veel sneller werken. Amateurs gebruiken nog wel de oude methode.
De inkt die men vroeger gebruikte was gemaakt van kleurstoffen die niet echt voor tatoeëren bedoeld waren. Ze konden wel eens chroom, kwik of kobalt bevatten, waardoor de huid reageerde met ontsteking. Pas zo'n 30 jaar geleden kwamen er speciale tatoeëerinkten op de markt, maar ook die waren niet altijd ideaal. In 2004 zijn er in Nederland een aantal verboden omdat ze giftige en kankerverwekkende stoffen bevatten. In het buitenland doen ze er echter niet moeilijk over.
Als een tatoeëerder zijn naalden niet goed steriliseert kunnen er ziekten van de ene op de andere klant worden overgebracht, zoals hepatitis, syfilis, HIV, tuberculose en lepra.
Het komt bij verkeersongelukken op een asfaltweg wel eens voor dat asfaltdeeltjes tijdens een onzachte aanraking met het wegdek in een schaafwond terechtkomen en dan opgenomen worden door de huid, op dezelfde manier als bij tatoeage gebeurt. Er ontstaat dan een blijvende grijze plek, een soort van onvrijwillige tatoeage.