INDEX

Proeven om de APPELSPADE te vergelijken met de gewone spade

Naar aanleiding van allerlei kritiek op de APPELSPADE zijn enkele proeven gedaan om die kritiek te weerleggen. De kritiek kwam overigens vrijwel uitsluitend van mensen die niet echt met de APPELSPADE hebben gewerkt. De proeven hebben enkele verrassende resultaten opgeleverd :

De proeven zijn gedaan met :

Bij de proeven is een ijzeren gewicht van 5 kg midden op het spadeblad vastgebonden om zo het gewicht van een steek grond na te bootsen. Het gewicht van een steek grond varieert in de praktijk sterk, afhankelijk van de grondsoort, de vochtigheid van de grond, maar ook van de manier waarop de grond breekt. Diverse wegingen met zavelgrond variëren van 4,6 kg to 5,8 kg, dus 5 kg geeft een goed gemiddelde weer.

Bij het spitten in wat zwaardere grond zijn de volgende handelingen te onderscheiden :

Bij het omhoogtrekken van het blad wordt met de ene hand een neerwaartse druk op het bovenste handvat uitgeoefend en wordt met de andere hand een opwaartse druk (dus een omhoogtrekkende beweging) uitgeoefend op een lager gelegen plek van de spade, hierna het aangrijpingspunt genoemd. Het aangrijpingspunt ligt bij de APPELSPADE vast door het creëren van een halfrond handvat, en is bij een gewone spade variabel. Deze druk van de handen is nodig om de spade een dusdanige stand te geven dat de losgewerkte grond even op het blad blijft liggen, om deze vervolgens te keren. Hiervoor is het nodig dat de spade een hoek met de grond maakt van niet groter dan 30°.

Om te bepalen hoe groot de druk op het bovenste handvat moet zijn om de belastte spade in de gewenste stand te houden zijn beide spades opgehangen aan het aangrijpingspunt. Bij de APPELSPADE is dat maar één vast punt, n.l. het halfrondgebogen handvat, op 47 cm hoogte. Bij de gewone spade is dat aangrijpingspunt variabel. Gemeten is op vijf plaatsen, de onderste op 47 cm hoogte, de andere vier steeds 8 cm hoger. Bij de gewone spade was een klem om de steel nodig voor stabiele ophanging. Aan het bovenste handvat werd een balansschaal gehangen, waarop vervolgens gewichten werden geplaatst totdat de spade een hoek van 30° met de grond maakte. Zo werd dan bepaald welk gewicht (dus welke druk) totaal (gewichten + schaal + kettingen) nodig is om die spadestand te krijgen. De uitkomsten van deze proeven zijn :

soort spade....................

aangrijpingspunt.............

kracht op bovenste handvat..

APPELSPADE

47 cm hoogte

1,75 kg

gewone spade

47 cm hoogte

2,87 kg

gewone spade

55 cm hoogte

4,30 kg

gewone spade

63 cm hoogte

6,01 kg

gewone spade

71 cm hoogte

8,75 kg

gewone spade

79 cm hoogte

12,75 kg

De APPELSPADE en de gewone spade, beide opgehangen bij aangrijpingspunt op 47 cm hoogte.

Hieruit blijken twee dingen duidelijk :

Om te zien wat de onderste hand uiteindelijk moet tillen :

APPELSPADE...........

gewone spade............

gewicht spade

3,62 kg

1,99 kg

gewicht steek grond

5,00 kg

5,00 kg

druk op bovenste handvat

1,75 kg

2,87 kg

totaal

10,37 kg

9,86 kg

De onderste hand tilt bij de APPELSPADE dus uiteindelijk slechts 0,5 kg meer (ofwel 5% van het totale gewicht), terwijl de bovenste hand bij de APPELSPADE 1,12 kg minder hoeft te drukken. Het tillen van 10,37 kg met rechte pols is echter een stuk minder inspannend dan het tillen van 9,86 kg met een scheefstaande en getorste pols.

Een eenvoudig proefje : Til een krukgewicht van 10 kg op met een rechte pols. Dat is probleemloos 10 minuten of langer vol te houden, wat iedere gewichtenverzamelaar die wel eens met een gewicht van 10 kg van het Waterlooplein naar het Centraal Station heeft moeten lopen (zoals ik b.v.) zal kunnen bevestigen. Til dan (na een rustpauze) een krukgewicht van 5 kg op met een scheefstaande en getorste pols. Dat is al na 1 minuut niet aangenaam meer, en na 2 minuten ronduit pijnlijk. Dit verklaart de pijnlijke pols al na een korte tijd spitten met een gewone spade.

Op onderstaande tekeningen is te zien waar het zwaartepunt ligt bij de APPELSPADE (boven) en de gewone spade, beide belast met 5 kg. De spaden balanceren op een driehoekig latje (het zwarte driehoekje).