| |
Hieronder staan steeds enkele artikelen uit de laatst verschenen uitgave van onze Klampetter. Elke kwartaal, kort na het uitkomen van de nieuwe editie, zal deze pagina vernieuwd worden. |
Artikeltjes uit het september-nummer 2007 Klik hieronder op 't onderwerp van uw keuze.
Voorwoord 
Beste Klampetteraars, Een kwestie van kiezen, in de tuin, uit de oude doos, de dood van een dier of iemand die de draad kwijt is. Tja, blij zijn om ’t samenwonen, het Klampetterbloemetje op ’t dressoir…. en dat allemaal in Ravestein of in de haven van Breda. Wellicht helemaal in Turkije of Spanje, met Stefan, en dan samen aan de kascontrole. Met een bolletje meer of minder pinnen of naar een andere school. Praten met Dirk of luisteren naar Lian. Een zelfportret, met je stoomgoed naar het bejaardencentrum, lekker je mening spuien of klussen in de Lunetstraat. Promotie van demo c.d. van FLO uit Roosendaal of op de Havermarkt rond 1900 en dat dan weer dunnekes overdoen. Lekker pennen over Griekenland tot 09.00 uur in de ochtend, mailen naar het Hiernamaals en met de Klampetterbus weer terug. Met klinkende munt betalen, krantje bij het ontbijt, huilen om Van Cooth en janken van het lachen naast de laatste “wist u datjes”. Je buikje lekker vol eten, trots op eigen zaak, kleuren en in verwachting zijn, wanneer zijn we jarig, oma’s raad opvolgen, kiekjes van kindjes bekijken, terugdenken aan opa, lekker nogmaals je mening geven, puzzelen en dan knutselen. Als je dat allemaal gedaan hebt, kun je oprecht zeggen dat je de Klampetter van voor naar achter hebt gelezen. Veel leesplezier. Groet, Ronald de Bruijn, gespreksleider. |
Terug naar artikel overzicht
Verhalen uit de oude doos Jeanne van Zinnen vertelt.... | Op 16 juli 2007 werd ik 50 jaar! “50 Jaar” dacht ik, “dus ik ben al een halve eeuw op deze aardkloot. Wat een lange tijd. Ik voel me veel jonger en kan bijna niet geloven dat ik al dik over de helft ben. 50 Jaar betekent dat ook mijn “oude doos” al behoorlijk vol raakt met verhaaltjes en anekdotes”. Ik ging op de bank zitten, sloot mijn ogen en in gedachten verzonken opende ik mijn “oude doos”. Onmiddellijk kwamen er beelden voorbij. Eerst wat wazig, later helder en duidelijk. Vervelende, leuke, belachelijke, moeilijke, humoristische en emotionele gebeurtenissen die in de 50 jaren van mijn leven hebben plaatsgevonden, trokken aan mijn brein voorbij. Zou ik het wagen? Zou ik eens bij mezelf op bezoek gaan voor deze rubriek? Waarom ook niet? Ik klopte op mijn schedel , ik liet mezelf binnen en werd gastvrij onthaald in een wereld van gedachten en fantasieën. Ik geef het woord aan mijn geheugen:  Ik ga eerst af op verhalen die mij als kind al werden verteld door oudere familieleden, maar die me nog steeds fascineren. Waarom? Omdat ik die mezelf niet herinneren kan en daarom afhankelijk ben van die verhalen over mijn babytijd en de tijd voor mijn werkelijke bewustwording. Volgens mijn broer Toon was ik een “lekker jong” toen ik geboren werd. Hij was zeven jaar en kreeg er een zusje bij met een hele grote babykrul in haar gitzwarte haren. (Waar die haarkleur en die krullen zijn gebleven, mag Joost weten) Mijn oudere zus Paula was overgelukkig, want zij heeft door het open raam de ooievaar zien wegvliegen. Welk kind van 10 jaar mag dat meemaken? Dan ben je toch bevoorrecht. De ooievaar in het echt! Mijn grote broer Dees wist wel beter (denk ik), want als je 12 jaar bent en de oudste van het gezin, dan ben je al een hele kerel en geloof je niet zo zeer meer in ooievaars die baby'tjes met een grote krul in het haar komt afleveren. Maar desalniettemin was iedereen blij met mij en ik werd dan ook in de watten gelegd en bijna dood geknuffeld door mijn zus, die me beschouwde als een levende pop waarmee ze kon “moederen”. Wij woonden in de Kerkhofweg naast de boerderij van Nil van Steen. Vader, moeder en vier gezonde kinderen. Een gelukkig gezinnetje, ook al moest er door ons vader hard gewerkt worden om al die mondjes van voedsel te voorzien. De oorlog was 12 jaar ervoor beëindigd en de economie zat in de lift.
De welvaart kwam ons tegemoet. Als iemand geluk verdiende, dan was het ons vader wel! Hij had genoeg meegemaakt. Als een “opgejaagde hond” wist hij in de oorlogsjaren het vege lijf te redden. Smokkelen om aan proviand te komen. Vluchten voor de Duitsers, maar uiteindelijk toch opgepakt en uitgezonden worden naar een werkkamp in Duitsland. Het vluchten uit dat kamp waarbij een medevluchter werd doodgeschoten, te voet door meters hoge sneeuw terug naar huis met alle angsten die zo’n vlucht met zich meebrengt. Wekenlang onderweg geweest en onder de zweren door slechte voeding en provisorische hygiënische omstandigheden, kwam hij thuis aan. Maar het was niet veilig, het werd meteen onderduiken, want stel je voor dat de Duitsers hem zouden ontdekken. Dat zou wederom een tocht naar Duitsland betekenen en in het ergste geval …. de kogel! Dus hard werken voor zijn gezin vond hij niet erg en dat geluk had hij dan ook dik verdiend. Mijn ouders in gelukkige tijden Maar het geluk duurde niet lang! De duivel sloeg toe, zeven maanden na mijn geboorte! De belangrijkste schakel binnen het gezin viel weg. Ons moeder, de vrouw naar wie zijn hart uit ging, waar hij verliefd op was geworden, waar hij zoveel van hield, waar hij alles voor over had en die zijn enige grote liefde was, kwam te overlijden en liet hem achter met vier kinderen. Rampzalig in die tijd! Iedereen kent het vervolg, dus ik ga hier niet verder op in. 
Foto rechts: Verkering in oorlogstijd Linkse trouwfoto: Ons vader met zijn eerste vrouw Jo, onze biologische moeder. 
Rechtse trouwfoto: Ons vader met zijn tweede vrouw, Truus. Een vrouw die volgens hem “uit de hemel” was komen vallen. Ze was niet alleen een goede echtgenoot, maar ook een geweldige moeder voor ons. We hebben dan ook heel veel van haar gehouden. Maar één verhaaltje moet ik toch kwijt. Het moet een emotionele gebeurtenis geweest zijn voor ons gezin. Het beruchte logeerpartijtje… Ik moet zo’n jaar of misschien anderhalf jaar oud geweest zijn, toen ik mijn eerste grote logeerpartij meemaakte (onbewust). Omdat ons vader heel hard moest werken om alles draaiende te houden (gelukkig had hij zijn zus Mientje van 15 jaar als rechterhand), moest ik met mijn leeftijd toch wel een blok aan het been zijn geweest. Niet persoonlijk, maar door de omstandigheden. De andere kinderen gingen overdag naar school, maar zo’n handenbindertje als ik… was toch lastig. Het toeval wilde dat tante Gon en ome Sjaak Uitdewilligen, zij woonden destijds in Limburg, na hun eerste kindje John geen kinderen meer konden (of mochten) krijgen. Dus tante Gon en ome Sjaak een dochtertje erbij en ons pa kreeg meer lucht en hoefde zich geen zorgen te maken dat hij me niet meer zou zien of dat ik niet goed verzorgd zou worden. Dus dat kleine Jeanneke kon wel eens een optie zijn en zorgen voor twee vliegen in een klap. De daad werd dan ook, na rijp beraad en overleg, bij het woord gevoegd. 
Ik werd opgehaald met de auto. Mijn vader gaf zijn jongste telg met tranen in zijn ogen aan zijn zus Gon. Een paar weken later zouden ze met mij weer naar ‘t Ginneken komen. Tante Mien is tussendoor nog naar Limburg geweest om te kijken hoe het met me ging. Ik zat toen op de pot en volgens tante Mien veel en veel te lang omdat de randen van de pot in mijn billetjes stonden. Ze vertelt me nog vaak hoe vreselijk ze dat vond en dat ze me zo weer mee terug had willen nemen. Toen ik na een paar weken weer in ‘t Ginneken aankwam, stond ons vader buiten. Ik stapte uit de auto en liep meteen met uitgestrekt armpjes op hem af en riep “Papa, papa”. (Toen ik wegging kon ik nog niet lopen). Ons vader tilde me op en moet snikkend gezegd hebben: “Nu blijf je hier en ik laat je nooit meer gaan, want je hoort hier, bij ons”. Vanaf toen woonde ik weer bij mijn grote zus en grote broers en zo is het gebleven. Omdat ik dit niet bewust heb meegemaakt, zie ik bij dit verhaal al 40 jaar mijn eigen fantasiebeelden. Ze zijn opgeborgen in mijn brein achter het bonte deurtje met de naam: FANTASIE! VERBODEN VOOR ONBEVOEGDEN!. Ik koester deze beelden en ze zijn alleen van mij. Er kan niemand bij. Maar nu verder met gebeurtenissen waarvan ik me nog alles kan herinneren. Zeg nu eerlijk..... een leuk kindje of niet? 
Ik jankte alles aan elkaar…. Mijn eerste schooldag op de kleuterschool. Deze dag is opgeslagen in mijn geheugen achter het grijze deurtje waarop staat: VERDRIET! NIET ONNODIG OPENEN! Maar voor deze gelegenheid maak ik het toch open en neem deze dag eruit. De andere dagen die hier opgeslagen zijn, zijn duizendmaal erger, maar in mijn kinderlijke beleving was dit een rampzalige dag. Hoe kon ons moeder mij achterlaten bij al die vreemde kinderen en dan die vreemde mevrouw die mijn handje beetnam en me mee naar binnen loodste? Hoe kon ze mij zó in de steek laten? Dat kon toch niet…? Ik dacht dat we gingen spelen met andere kinderen en dat ons moeder bij me zou blijven. Ze liet me zelden alleen. En nu… Ze tilde me van haar fiets, babbelde met die vreemde mevrouw, gaf me een kus en zei: “Tot straks en lief zijn hoor”. Daar stond ik… Voor het eerst in mijn jonge leventje in een wildvreemde wereld en in mijn kinderogen héél ver van huis. En het allerergste: zonder mijn vertrouwde moeder. Wat moest ik? Wat kon ik doen? Mezelf losrukken ging niet… dan maar een keel opzetten, zo hard mogelijk krijsen en gillen. Emmers met tranen heb ik die ochtend vergoten. Die mevrouw nam me mee naar een ruimte met allemaal kleine stoeltjes, diverse schoolborden en in de hoek een poppenkraam en een verfezel. Een ruimte met grote ramen. Ik kon in ieder geval naar buiten kijken. En dat deed ik en wat ik toen zag, maakte mij nog verdrietiger…. Ons moeder stond daar met de fiets aan de hand naar me te zwaaien. Ze stapte op haar fiets en reed weg… ZONDER MIJ!! WAT GEMEEN!! Deze gebeurtenis is me altijd bijgebleven. Later is me verteld dat ik ’s middags niet mee naar huis wilde, omdat ik het zo leuk vond bij die vreemde mevrouw en al die kinderen. Jammer, maar van dat laatste ben ik me nooit bewust geweest. Het verdriet dat me is aangedaan die dag, heeft waarschijnlijk veel meer indruk op me gemaakt. 
1 april… hoe goedgelovig kan je zijn? Ik zoek mijn geheugen af naar het groene deurtje waarop staat: HUMOR! OPENEN BIJ GOEDE ZIN! De lagere school. Wat een mooie en fijne tijd. Ik ging graag naar school en was niet altijd een lieverdje. Ik haalde vaak kattenkwaad uit en maakte de klas aan het lachen. Hield graag andere kinderen voor de gek en als ik maar enigszins durfde, was ik brutaal op mijn manier, zoals mijn tong uitsteken en gekke bekken trekken achter de rug van de meester of jufrouw in de wetenschap dat hij/zij zich om kon draaien en het dan zag. Dat gaf spanning en daar genoot ik van. De hele klas had dan lol. Uiteraard was de hoek en later de gang een van de plaatsen waar ik vaak heb doorgebracht. Op een keer, ik zat in de vijfde klas en was 10 of 11 jaar, stond ik weer eens op de gang. Bovenin de deur zat een ruit en als ik sprong dan kon ik steeds eventjes in de klas kijken. Ik bleef springen…. op, neer, op, neer… Dit scheen nogal een komisch gezicht te zijn voor mijn klasgenootjes. Steeds zo’n blond koppie voor de ruit en dan vaak met de tong uit de mond. Dat was nog eens lachen… Daarom lokte ik het vaak uit om maar op die gang te mogen staan. Deze gekkigheid kostte me steeds tien bladzijden met sommen of drie opstellen met als klap op de vuurpijl een handtekening van ons vader of ons moeder eronder. En dat laatste was wel het ergste. 1 April. De meester (mijnheer Spelier) legde uit dat mensen op zo’n dag elkaar beetnamen en dat je dan op je hoede moest zijn. We hadden nu allemaal een leeftijd waarop je belachelijke vragen moest kunnen herkennen en je niet zo gemakkelijk beet moest laten nemen. Mijn 1e communie 
Hij gaf een paar voorbeelden en oefende met ons. Het was een leuke les en niemand, en zeker ik niet, zou in een 1 april grap trappen. Daar waren we toch veel te slim voor!? In de middaguren vroeg de meester of ik even naar voren wilde komen. Hij vertelde mij voor een volle klas dat hij een probleem had. Hij zou bij het rekenen iets willen gebruiken dat hij niet had. Namelijk een “vierkant-rondje”. Of ik even alle klassen wilde afgaan om te vragen wie zo’n ding had. Ik niet te lui. Spannend hoor, dat ik zo iets mocht doen. Meestal vroeg hij zulke dingen aan Elsje Tabak, een heel lief kind en ook nog eens de beste van de klas. Maar deze keer was de eer aan mij. Ik ging huppelend alle klassen af… maar niemand had een “vierkant-rondje”, dus ik moest onverrichte zaken terug. Tja… nu was zijn probleem nog niet opgelost. Ik moest maar even naar de Dillenburgstraat, naar de jongensschool, misschien dat zij het dáár wel hadden. Toen ik na een half uurtje weer terugkwam en de deur opende, ging de hele klas staan en riep in koor: “1 april, een “vierkant-rondje” bestaat niet!” Wat een afgang, maar wat een lol. Op 11 jarige leeftijd, ten tijde van het "vierkant-rondje" Het gekke is dat ik zoiets nooit erg heb gevonden. Ik zag er de humor wel van in. Later begreep ik ook waarom hij het niet aan Elsje Tabak had gevraagd, die zou het natuurlijk meteen doorgehad hebben. En op deze manier heeft hij mij eens flink te grazen genomen op een toch leuke en ludieke manier. Althans zo heb ik het ervaren. Tijdens de zoektocht in mijn geheugen zie ik een roze deurtje met de tekst: TIENERJAREN! OPENEN BIJ NOSTALGIE! Wat heb ik een fijne jeugd gehad. Ik had een hartsvriendin die bij ons in de straat woonde. Nog steeds vind ik het jammer dat het contact met haar verbroken is. Jammer omdat je samen zoveel beleefd hebt en daar niet meer samen over kan praten. Ik denk, naarmate we ouder werden, wij teveel uit elkaar groeiden en ieder onze eigen weg zochten. 
Carnaval…. Omdat mijn vriendin twee jaar ouder was dan ik, mocht zij natuurlijk ook meer. Daarom bleef ik graag bij haar slapen. Zij mocht veel later thuiskomen. Tijdens die ene carnaval zou ik ook bij haar logeren. Haar ouders gingen uit en zouden pas om half drie ‘s nachts thuis komen. Haar vader had gezegd dat we om twaalf uur thuis moesten zijn en wij beloofden dat plechtig. Wat een feest, als ik thuis had geslapen zou dat zeker al om half elf geweest zijn, dus anderhalf uur had ik al te pakken. Carnavalskleren aan, hossen en achter de jongens aan. Zoenen in de poortjes van de Keermanslaan en achter het Patronaat. Uitvinden, ontdekken en steeds een stukje verder. Totdat ik op diezelfde avond een jongen tegenkwam die met me wilde “tongen”. Oei, dacht ik, hoe moet dat? Ik vroeg het meteen aan mijn vriendin, zij was immers ouder dan ik, dus zij zou dat wel weten. Inderdaad, zij deed dat al en was verbaasd dat ik het nog niet deed (zij was 15 en ik pas 13). Maar ze zou het wel even voordoen. Ze pakte mij beet, zoende bovenop mijn mond en stak haar tong uit. Ik schrok daar zo van dat ik haar weg duwde en een klap gaf. “Ben je gek geworden”, snauwde ik haar toe. “Hoezo, jij wil toch weten hoe het moet, dan moet ik het toch voordoen”, zei ze alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Haar antwoord was overtuigend genoeg voor mij. “Je hebt gelijk”, zei ik, “doe het dan maar snel en vlug”. 15 jaar, wat een spannende tijd 
Omdat haar ouders niet thuis waren en wij geen genoeg konden krijgen van het hossen, polonaises en zoenen met jongens, stelde ze voor om pas om half een naar huis te gaan. Toen we de andere dag beneden kwamen vroeg haar vader hoe laat we thuiswaren. “Precies om tien voor twaalf” zei ze, “want we zijn vroeger naar huis gekomen”. Ik zat met het schaamrood op m’n kaken! “Ben je meteen naar bed gegaan”?, vroeg haar vader. “Ja, meteen” zei ze. “En hebben jullie niets gehoord?”, vroeg haar vader. “Nee, wat zouden wij gehoord moeten hebben, we hebben nog lekker gekletst en zijn toen gaan slapen”. “Hebben jullie echt niets gehoord, ook geen wekker?”. Wat een vreemde vragen stelde die man. Tenslotte zei hij: “Dan zitten jullie te liegen, want ik had een wekker onder jullie bed gelegd en die heb ik op tien voor half een gezet. Ik heb hem net gecontroleerd en hij blijkt gewoon afgelopen te zijn op de ingestelde tijd. Die wekker gaat heel hard, dus jullie zijn na tien voor half een thuisgekomen”. Bingo! “Hoe krijgt ie het verzonnen?” dacht ik. Voor straf moesten we die avond om half elf thuis zijn. Mijn vriendin zei: “Als hij zou weten dat we elkaar gezoend hebben, dan kunnen we de carnaval ook wel vergeten”. Ja, met haar heb ik een geweldige tijd gehad. We gingen veel uit, kregen beiden verkering en trouwden. Nog een paar keer bij elkaar geweest en toen scheidden onze wegen om welke reden dan ook. Gek, maar toch denk ik nog vaak aan haar en aan de dingen die we samen beleefden. Ze had twee broers. De oudste van de twee had van de zolder een disco gemaakt. Je weet wel, met visnetten, posters, een oud bankstel met de poten er onderuit gezaagd, kussens op de grond en een heuse stereo-installatie. Stokje wierook aan en je waande je in een heel andere wereld. Daar op die zolder hebben we vaak vertoefd met andere vrienden en vriendinnen. Dansen, schuifelen en stiekem sigaretjes roken. Als ik muziek hoor uit die tijd zoals van Simon en Garfunkel, The Who, The Beatles, Elvis Presley, The BeeGees en Dave Barry, dan komen die beelden bij me terug en krijg ik nostalgische gevoelens. Het is heerlijk om zo weg te dromen. Maar het is nu tijd. Ik sluit de deurtjes en doe mijn “oude doos” weer dicht. Mijn ogen gaan open en ik blijk nog steeds op de bank te zitten. Terug in de realiteit. Ik ben 50 ! Groetjes, Jeanne |
Terug naar artikel overzicht
Oude Herinneringen herleven (door Jeanne van Zinnen) Sloop Maycretewoningen een feit. Een laatste poging van de Bredase SP-fractie om in het Ginneken alsnog sloop van de Maycretewoningen te voorkomen, is op niets uitgelopen. Na een interpellatiedebat tijdens de vergadering van de gemeenteraad donderdagavond 10 mei 2007 en een ingediende motie was het voorbij. Behalve de SP zelf steunde geen enkele fractie de motie. Kort erop werden de woningen ontruimd en dichtgetimmerd, waarna de eerste onherroepelijke sloophandelingen werden uitgevoerd. Ergens in ons geheugen liggen de herinneringen aan het gezellige huisje van opa Jit en oma Mui aan de Vogelenzanglaan. Aan de gezellige keuken waar altijd wel iemand aan de tafel zat voor een dagelijks praatje en waar onze Kees van ons tante Rietje elke zaterdag werd geschoren door opa Jit. De gezellige woonkamer waar op de kachel altijd wel een pot verse koffie stond te pruttelen. Waar op het kleine ronde tafeltje het snuifdoosje stond van opa Jit, waar hij je zo nu en dan plagerig aan liet snuiven terwijl hij er wat niespoeder in had gedaan. Waar het elke zondag een drukte van jewelste was omdat het de ontmoetingsplaats was van de familie. En dan de grote tuin met fruitbomen en in het midden een Mariabeeldje…. Nu, op dit moment, wordt er hard gewerkt aan de sloop van het eens zo knusse huisje van Jit en Mui. Ook de tuin zal er aan moeten geloven. Alles moet plaats maken voor nieuwbouw. Hoe die eruit gaat zien, is nog niet helemaal helder, maar dat het eens zo vertrouwde straatbeeld totaal gaat veranderen, moge duidelijk zijn. Het enige wat overblijft zijn onze mooie en dierbare herinneringen. En die pakken ze ons niet af! Jeanne van Zinnen |
Terug naar artikel overzicht
Koninginnedag (door Johan van de Perre) 30 April…. Koninginnedag. Een van die heerlijke Nederlandse feesten. Het was stralend weer, dus tijd om er op uit te gaan. Natuurlijk zijn we eerst naar het Valkenberg gegaan waar duizenden mensen zich verdrongen om een blik te werpen in de vele rommeltentjes. Gezinnen met kinderen hadden van alles uit de kast gehaald om uit te stallen. Het is altijd een geweldige sfeer in dit Bredase park waar mensen zich thuis voelen, picknicken en een biertje drinken. Er waren veel straatmuzikanten op de been en natuurlijk mag ik de clowns niet vergeten die iedereen met hun humor aan het lachen maakten. Vanuit het park zijn we voetje voor voetje naar het Kasteelplein gegaan waar het braderie was van allerlei hobbyisten die leuke en mooie dingen hadden gemaakt. Daarna naar de Grote Markt om even een terrasje te pakken. Nou, dat laatste konden we vergeten, want er was niet één stoel vrij. Na wat geschuifel kwamen we aan bij een statafeltje en daar was het supergezellig. Er was een stel nazaten en dan wordt het automatisch gezellig. Diverse Carnavals-kapelletjes zoals De Meikevers zorgden voor een uitgelaten sfeer. We stonden heerlijk in het zonnetje en het werd steeds voller met nazaten van Jit en Mui. Het ene pilsje na het andere werd gedronken en ik moet toegeven… ze smaakten opperbest. Na dit gezellige samenzijn gingen Kitty en ik nog een heerlijke biefstuk eten bij Argentijns restaurant Gauchos. Toen onze magen waren gevuld hebben we een taxi naar huis genomen en zijn we om 21.00 uur naar bed gegaan, want de wekker zou om 5 uur weer aflopen om ons eraan te herinneren dat we aan het werk moesten. Beste familie, ga er ook eens lekker op uit en geniet ervan. Want het leven duurt maar al te vaak heel even! Johan van de Perre |
Terug naar artikel overzicht
Van onze Junior Reporter Joyca. Ze vraagt je het hemd van het lijf. Heb jij je antwoord klaar? Een nieuwsgierig Aagje doet verslag Deze keer sta ik aan de deur bij… Een zoon van tante Rietje. Hij heeft géén bijnaam, gewoon onze Kees. Voor deze Klampetter heb ik een interview met… Kees C.J. Verschuren Ons gastvrije Jit en Mui nazaat laat me vol trots binnen. En trots mag ie zijn, want het ziet er keigezellig uit! Kees vertelt dat hij pas november in zijn flat is gaan wonen, alle Klampetter fans hebben het al gelezen in een vorige uitgave, maar ik heb het nu zelf gezien. Onze Kees is een echte lekkerbek, hij houdt van lekker eten (maar niet van knoflook). Helaas mag ie niet alles hebben want hij moet afvallen. De 61 jarige boogschutter klimt iedere week minstens 4x op de trimfiets om de nodige meters af te leggen. Kees is met pensioen dus werken hoeft niet meer, dat wil zeggen ’s morgens lekker uitslapen. 2 x Per week krijgt ie hulp vanuit “begeleid wonen”, maar hij redt zich prima. Ontbijt maken, boodschappen doen en voor de was draait ie zijn hand niet om. Dat doet hij allemaal zelf! Overdag gaat Kees fietsen, lopen en naar de Prinsentuin. Hier gaat hij biljarten, een echte hobby. Maar zijn grootste hobby is muziek. Wisten jullie al dat onze Kees in een band zit? Helemaal toppie, een muzikaal familielid! Maar nu zijn we wel erg nieuwsgierig hoe het klinkt, dus houdt de Klampetter u wel op de hoogte. Want een repetitie of een optreden lijkt me erg leuk om over te lezen, en vooral mee te maken! Kees is een échte muziekliefhebber, want op de vraag welke bekende persoon hij het liefst zou willen ontmoeten zei hij Frans of Jan. Ja, welke muziekliefhebber wil nou niet de koning van het levenslied ontmoeten? Het werd een kei-gezellige middag bij Kees, waarbij ik gastvrij werd onthaald. Kees vindt koffie lekkerder dan thee, kan beter stofzuigen als afwassen, ziet liever zon dan sneeuw, eet liever fruit dan gebak, vindt TV kijken leuker dan computeren en hij lust op z’n tijd een glaasje bier. En weet je wat hij leest, behalve BN De Stem? Onze Kees is een echte Klampetterfan! Met een interview kom je zo heel wat te weten. Want wisten jullie al dat C.J.Verschuren, Kees van tante Rietje, een echt feestbeest is? Hij zit een carnavalsvereniging (de Toeteleurs). Afgelopen carnaval zat ie bij op de wagen in de optocht. Hiermee haalden ze de 2e prijs! Helemaal geweldig, om trots op te zijn. Weten jullie al dat Kees binnenkort op vakantie gaat? Naar Luxemburg! Met zijn zus Marijke. Ontzettend veel plezier en lekker weer toegewenst! En wij hopen in de volgende Klampetter op een leuke foto van een geslaagde en geweldige vakantie. En raad eens wie ik volgende kies voor een interview… Nou Sylvia, jij bent de klos! Groetjes, Joyca |
Terug naar artikel overzicht
Kitty Janssen heeft de pen doorgegeven aan Cynthia Roks Hoi Klampetterlezers, Precies drie jaar geleden las ik voor het eerst de Klampetter. Helemaal toppie, keileuk familieblad! Ik probeer sindsdien elke drie maanden een stukje, wat moppen, recente foto’s of gezinsnieuwtjes te sturen. Volgens mijn schoonzus weten jullie nog niet genoeg over mij, dus neem ik “De Pen” aan! Hiervoor wil ik Kitty bedanken, maar ik wil haar wel even laten weten dat ik haar stukje kort vond. Wie ben ik? Ik ben getrouwd met een Jit-en-Mui-nazaatje! Beetje verleden…37 Jaar geleden ben ik geboren (1970) en ik groeide op in Sprundel. Een klein dorp met veel mooie en grote herinneringen, waar ik met mijn broer Jean-Pierre een geweldige jeugd heb gehad. Van mijn ouders mocht ik leren en studeren, maar ik maakte na de HAVO mijn vervolgopleiding HLO niet af. Ik wist het beter en ging werken! In de horeca was werk zat, dus ik ging werken in een hotel. Behalve werken heb ik met avondcursussen nog wat diploma’s gehaald. Inmiddels was ik getrouwd en had ik samen met mijn ex-man een café-restaurant. In 1995 is Joyca geboren en drie jaar later kwam Angelo. Opa en oma waren er vaak voor de kids, want horeca wil zeggen dat je werkt als een ander vrij is, dus vooral in het weekend. In 2002 liep mijn huwelijk op de klippen en heb ik de horeca afgezworen. Het werk valt zo moeilijk te combineren met een gezinsleven en schoolgaande kinderen! Beetje vandaag de dag…Drie jaar geleden ben ik met Joyca en Angelo bij mijn vriendin in Breda komen wonen. Afgelopen jaar ben ik getrouwd met Liesbeth (bijnaam: Puk), dochter van Paula Eestermans en zij is op haar beurt weer een dochter van Jan van Jit en Mui. Eigenlijk hebben wij best een normaal leventje, lekker hectisch met twee opgroeiende kids! Lies werkt in de zorg en erg onregelmatig en naast werken en de nodige cursussen om up to date te blijven, rijdt ze iedere week de kliko aan straat en regelt de was en strijk. Onze huwelijksdag, samen met onze kids Ik werk parttime in een bedrijfskantine, daarnaast ben ik pedicure, (nieuwe klanten zijn van harte welkom!) en verder ben ik fulltime “MAMMOET”. Dus de gebruikelijke huisvrouwendingen, mam-moet koffie zetten, mam-moet boodschappen doen, mam-moet koken, mam-moet helpen met huiswerk, mam-moet afwassen, mam-moet een klampetterstukje schrijven. Normale dingen en iedere dag een race tegen de klok. Omdat we samen liever niet hebben dat de kinderen overblijven, is de kalender voor ons onmisbaar, hét uitgangspunt van alle planning qua werktijden, schooltijden, zwemles, kinderfeestjes, uit eten, hobby’s, verjaardagen, logeetjes, familie- of vriendenbezoek, kindjes naar de vader, Lies en ik pilsje pakken bij Denans… en noem maar op. Beetje vorige maand…Cynthia werd 37! Dat werd groots gevierd, zoals ieder feestje bij ons. De avond tevoren kwamen de “sterke mannen”. Ons Corné en zijn maat kwamen wat meubels via de achterdeur buitenrollen. Zelf rolden ze om half 7 ’s morgens via de voordeur naar buiten. Net op tijd want om 8 uur kreeg ik van de kindjes een verrukkelijk ontbijt op bed! Ook de avond was geslaagd, een keileuk feest met gezellige mensen. Afgelopen mei was er ook nog een familiereünie van mijn moeders kant. Ik zit bij en in de feestcommissie (redactie dus), want ook wij hebben een familieblaadje, wel geheel anders dan de Klampetter. Heel leuk om te doen. Er gingen wat vergaderingen aan vooraf, geschiedenis induiken, herinneringen ophalen en wat origineels bedenken voor die bewuste dag. Al met al kwam er heel wat bij kijken maar het werd een leuke, geslaagde familiedag. We hebben een gezellig en fijn gezinnetje Beetje nu…Ik kijk erg uit naar de vakantie. Met ons gezinnetje lekker naar Rhodos! Uiteraard stuur ik een klein vakantieverslag voor de volgende Klampetter, maar dan in een andere rubriek. Want de volgende pen met verse inkt gaat naar ??? Laura van de Beempt ! Groetjes, Cynthia |
Terug naar artikel overzicht
Dagje dierentuin (Door Kelly van de Perre) In mei ben ik met papa naar Diergaarde Blijdorp geweest. Het was een hele leuke dag. Het aquarium was het mooiste. Dan loop je onder het water door en zie je ontzettend veel haaien en hele grote schildpadden. En natuurlijk heel veel andere vissen in schitterende kleuren. Ook hebben we lang staan kijken bij Bokito en dat is een gorilla van 150 kilo. Twee weken later is hij uit zijn verblijf ontsnapt en heeft toen een vrouw aangevallen en verwond. Verder waren er natuurlijk maar genoeg andere dieren te bewonderen zoals giraffen, neushoorns, leeuwen, zebra’s en panters. En de pinguïns waren ook heel leuk. Vooral toen deze gevoerd werden. We hebben een leuke dag gehad. Heel veel groetjes van Kelly van de Perre. |
Terug naar artikel overzicht
Familie-Reality-Soap Dit keer een week uit het leven van Richard Molenveld 
In de vorige Klampetter werd de beurt aan mij doorgegeven door Jack Coppens. Hoewel ik niet iemand ben die gemakkelijk alles op papier kan zetten, zal ik proberen te beschrijven wat ik zoal de hele week uitspook. Maar eerst wil ik iets over mezelf vertellen. Ik ben Richard Molenveld, 55 jaar oud, geboren en getogen in Haaksbergen. Sinds 1974 ben ik getrouwd met Hermien Wilderink, een nicht van Jeanne van Zinnen. Samen hebben we twee zoons, Kick en Rien. Kick heeft een vriend Mark. Wat er in de relatiesfeer van Rien allemaal gaande is, is ons grotendeels onbekend. Ik vertelde mijn ouders ook lang niet alles. Omdat er brood op de plank moet komen, ben ik als crossdockmedewerker in dienst bij Muller Transport in Holten. Mijn hobby's zijn de vijver, rommelmarkten bezoeken, het oplossen van cryptogrammen en uiteraard FC Twente. ZATERDAG 24 maart Eerst lekker uitgeslapen tot een uur of negen, wat lekker is als je de hele week nachtdienst hebt gehad. Na het ontbijt heb ik de aanhangwagen van mijn broer geleend om hout naar het paasvuur te brengen. Dit is een mooie en handige traditie. Makkelijk om van je tuinhout af te komen. Daarna hebben we goede kennissen van ons geholpen bij de verhuizing. Ze hebben samen met hun twee dochters en schoonzoon een nieuw huis gebouwd. Hermien kreeg van de ene dochter een leuke eethoek. Onze eigen eethoek heeft ze daarom aangeboden op Marktplaats voor een krat Grolsch. 's Avonds was de eethoek al besproken. ZONDAG 25 maart 's Morgens als eerste onze eethoek uit elkaar gehaald en naar beneden gebracht. Om elf uur begon de ENGELSE MIJLENLOOP. Dit is een jaarlijks sportevenement in Haaksbergen. Ca. 1100 lopers komen dan bij ons door de straat gerend. Kick, Mark en Rien kwamen op bezoek en hebben ook gekeken en de lopers toegejuicht en moed ingesproken. Van zeer jong tot oud doet hieraan mee. 's Middags kwam de man de eethoek ophalen. Hij had echter geen krat Grolsch bij zich, maar betaalde 15 euro. Daar waren we ook tevreden mee. Gelukkig hadden we nog een voorraadje Grolsch en dat hebben we dus maar aangesproken. MAANDAG 26 maart De wekker loopt om half vijf af, want ik moet om zes uur beginnen. Na een beker koffie en een sigaret vertrek ik om vijf uur. Meestal ben ik vroeg op het werk om eventuele problemen met de nachtploeg door te nemen. En om nog snel een bak koffie te drinken. Op het werk was het door een computerstoring een puinhoop. Dat vind ik niet zo erg omdat je dan constant wat te doen hebt en dan vliegt de tijd. Om 3 uur zit het werk erop en dan naar huis. Van de kennissen die verhuisd zijn kon ik een walnotenboom krijgen. Die heb ik opgehaald in onze Opel Agila, wat nog een heel karwei was. De boom hebben we bij ons achter in de tuin gezet. DINSDAG 27 maart Weer vroeg op. Op het werk was het lekker druk in verband met Pasen. Zoals meestal op dinsdag hebben we de wekelijkse boodschappen gehaald bij onze Rien die in de supermarkt werkt. 's Avonds hebben we naar een waardeloze wedstrijd van Jong Oranje gekeken. WOENSDAG 28 maart Op het werk was het zo'n puinhoop en druk, dat ik twee extra mensen tot mijn beschikking kreeg. Samen met Hermien heb ik dozen klaargemaakt met spullen voor de rommelmarkt. Hermien staat één keer per jaar in de EXPO in Hengelo om spullen te verkopen. Haar specialiteiten zijn speelgoed, boeken en platen. Ook verkoopt ze wel dubbele spullen uit haar Grolschverzameling. 's Avonds hebben we naar de wedstrijd van Oranje tegen Slovenië gekeken. DONDERDAG 29 maart Het lijkt bijna traditie te worden in Haaksbergen. Het hele dorp zat weer zonder stroom. In Delden had een mast van een boot een hoofdkabel van de hoogspanning kapot getrokken. Vanaf kwart voor vier zaten we zonder stroom. Omdat we op gas koken was het eten koken geen probleem. Onze enorme kaarsenvoorraad kwam ook nu weer goed van pas en onze Grolschradio op batterijen zorgde voor nieuws en muziek. Zelfs hadden we voldoende licht om een boek te lezen en in de koelkast bleef het bier nog lang op de goede temperatuur. Om twaalf uur zagen we het licht weer. Bij goed weer zijn we altijd in de tuin te vinden. We zijn echte mooi-weer-mensen. VRIJDAG 30 maart Weer vroeg op. Naar het werk en weer naar huis. Koffie, eten, douche en 's avonds visite gehad. Het weekend is begonnen! En dan wil ik nu graag de beurt doorgeven aan Lian van de Perre. Lian, Succes! Groetjes, Richard |
Terug naar artikel overzicht
Tante Mien 65 jaar (door Johan van de Perre) Op 20 juni jongstleden had ik de eer om als Reizende Reporter Tante Mien te mogen feliciteren met haar 65ste verjaardag. Namens alle lezers kocht ik een prachtige bos bloemen en ben naar de Leur gereden. Het was er heel gezellig en er werd weer ouderwets gekletst, gezongen en gelachen. Er waren veel familieleden die deze dag niet voorbij lieten gaan en tante Mien en ome Mart met een bezoekje vereerden. Ze brachten ook allemaal cadeautjes voor haar mee. Maar met één cadeau was ze toch wel heel blij en haar ogen schoten dan ook vol tranen toen ze het uitpakte. Een prachtig Bokske, dat ze associeerde met haar overleden broer, onze ome Bok. Nu had ze hem weer een beetje thuis, zei ze. Uiteraard had tante Mien voor de inwendige mens gezorgd en niemand kwam wat te kort. Haar overbekende en traditionele gehaktballetjes met kleine zilveruitjes, zoals alleen zij ze maken kan, deden het weer als vanouds. En nu mag ze gaan genieten van haar pensioentje want dat heeft ze wel verdiend. Maar zoals ze zelf zegt: “Eerst eens afwachten wat dat pensioentje inhoudt”. Met andere woorden: eerst zien en krijgen en dan pas geloven! Tante Mien, namens alle abonnees van de Klampetter van harte gefeliciteerd en geniet van nog vele gezonde jaren samen met ome Mart. Joahan van de Perre, Reizende Reporter |
Terug naar artikel overzicht
Het Klampetterbloemetje Elke drie maanden geven we een Klampetterbloemetje weg.  Aan wie? Dat bepalen jullie, onze lezers. Als jullie een abonnee weten, die, om wat voor reden dan ook, een bloemetje verdient, laat het dan even weten aan de redactie. Het bloemetje wordt betaald uit de Klampetterkas. Dit keer had Lian van de Perre haar zieke echtgenoot genomineerd. Helaas is Dees enkele weken hierna in het bijzijn van zijn vrouw Lian en dochter Mariska overleden. Dees kreeg dit bloemetje omdat: - hij zijn ziekte zo goed wist te dragen; - - hij zo sterk was en bleef, ondanks de geestelijke en lichamelijk pijn; - hij het gezin van de Perre met zijn positivisme op de been hield; - - hij heel de hele familie versteld deed staan van zijn volharding en vechtlust; - - hij een kei van een vent was, die node gemist zou worden; - hij een voorbeeld was voor allen; - - omdat zijn vrouw Lian met dit bloemetje wilde zeggen hoeveel ze van hem houdt en hoe trots ze op hem is. Een terecht bloemetje dus! |
Terug naar artikel overzicht
Rusland, mijn eindproject aan het Eurocollege (door Daniëlle Vermeulen) Ik was lid van het projectteam Studiereis 2007. In het kader van de “learning by doing” benadering (leren door te doen) van ons opleidingsinstituut EuroCollege Hogeschool Rotterdam, hebben wij ons vol enthousiasme ingezet voor de succesvolle volbrenging van dit eindproject van onze opleiding tot Hospitality & Evenementen Managers. Voor ons, allen tweedejaars student Hospitality & Evenementen Management®, hield dit in dat wij van 17 t/m 24 maart 2007 voor 55 betalende medestudenten een studiereis naar Moskou en St. Petersburg hebben georganiseerd. Een studiereis die bedoeld is om iets te leren van de wereld. Om kennis te maken met een nieuwe, snel opkomende economie. Om te ervaren wat wereldsteden als Moskou en St. Petersburg te bieden hebben aan culturele rijkdommen. En vooral om te proeven van de mogelijkheden van het internationaal zaken doen. Het project was absoluut geslaagd. De studenten waren zeer tevreden, zo bleek uit de enquête en hun positieve reacties tijdens en na de reis. Terugkijkend hebben wij hen in contact gebracht met belangrijke rolmodellen in de Russische hospitality en evenementen sector. We hebben hen de mogelijkheid gegeven om deze personen voor stagemogelijkheden te benaderen en hebben ze in additie hiertoe geïntroduceerd in de Russische taal en cultuur. Kort samengevat hebben we de doelstellingen van onze klant, drs. P.V.C.E. van de Walle weten te behalen. De economische kansen en educatieve activiteiten gingen gepaard met indrukwekkende culturele activiteiten en dit alles heeft plaatsgevonden in een bijzonder gezellige sfeer met het nodige entertainment. Wij hebben, zoals EuroCollege HogeSchool dat belooft, “grenzen verlegd” en deuren naar succes in het buitenland geopend. Doel bereikt Als groep hebben wij hieruit gehaald wat wij van te voren verwachtten en wat onze school voor ons als doelstelling had: waardevolle praktijkervaring in de vakgebieden van management, marketing, organisatie, sponsorwerving, promotie- pr- en communicatieactiviteiten. Ook op sociaal gebied zijn wij allen in de loop van dit project enorm gegroeid. Het groepsproces hebben wij dan ook gedurende de totale duur van ons Senior Project bewust gezien en ervaren als grootste leerpunt. Goed leren samenwerken in een dynamisch projectteam met grote verantwoordelijkheden, talloze deadlines en de nodige stress momenten, is immers goud waard! Ik ben heel dankbaar voor het feit dat ik gekozen ben voor dit project. Temeer omdat het meer dan andere schoolprojecten kansen bood om me als student op zakelijk en sociaal gebied te ontwikkelen. Dit ondermeer vanwege het internatio-nale, meerdaagse karakter en het feit dat wij voor betalende deelnemers onze opdracht uitvoerden. De reis verliep echter niet zonder slag of stoot. Om jullie een idee te geven van de Russische cultuur en hotelwereld zal ik vertellen van een rampzalig hotel waar we terecht kwamen. Ook lees je hoe wij hier als projectgroep mee omgingen en hoe we er het beste van hebben gemaakt. Hotel Aizimut; wat een nachtmerrie!De botsing tussen Nederlandse- en Russische (bedrijfs-)cultuur hebben we in St. Petersburg wel erg duidelijk aan den lijve mogen ondervinden. Na een reis van 700 km in een nachttrein zonder douche en enige vorm van privacy vonden wij bij aankomst in ons hotel aldaar (hotel Azimut) niet de benodigde en verwachte rust en luxe. De eerste uren aldaar zouden voor ons als projectgroep spannende uren worden bomvol leermomenten en kansen om ons kunnen te bewijzen… Een van onze docentbegeleiders en onze projectvoorzitster maakten zich op voor een soepele, snelle check-in van onze studenten in het hotel. Zij kwamen echter van een koude kermis thuis. Hun wens om de studenten “veilig” in te delen, volgens een kop-staart systeem, kon door de grijze botte hotelmedewerkers niet bepaald worden gehonoreerd. Onze voorzitster legde hen uit: “In Moskou hebben we allemaal op één etage geslapen en dit was ideaal, omdat onze groep dan voor zo min mogelijk overlast zorgde vanwege de overzichtelijke, geconcentreerde kamerverdeling”. Hotel Azimut zag daar de noodzaak helaas niet van in en “beperkte” de verspreiding van ons gezelschap tot 5 etages! Probleem 1 was hiermee zoveel mogelijk opgelost. Nu de tweede “uitdaging”... Nadat alle studenten hun kamersleutel hadden gekregen bleek al snel dat er problemen waren met het water; het was modderbruin! Dit kon niet zo blijven want onze studenten moesten zich na die slopende nacht in de trein kunnen douchen. Wij hadden hen kwaliteit beloofd en die moesten wij hen geven. Daarom zijn wij als projectgroep direct met dit tweede probleem aan de slag gegaan, zonder ons ook maar één minuut op de hotelkamer terug te trekken. Ons team verdeelde zich snel over de verschillende taken en ieder ging zijn eigen weg, met als centraal ontmoetingspunt de hotellobby. Er was inmiddels al telefonisch contact geweest met de touroperator tegen wie wij onze ontevredenheid betreffende het hotel en de niet nagekomen afspraken hadden geuit. Deze man was dan ook direct bezig gegaan om deze zaken op te lossen. Ondertussen gingen twee meiden uit de projectgroep alle studenten op hun kamers langs om te noteren wat de klachten precies waren en om hen persoonlijk te laten weten dat we bezig waren om voor hen naar oplossingen te zoeken. Om dit laatste te versterken kregen alle studenten van ons een lekkere lolly. De schokkende resultaten van de inventarisatie maakte het mogelijk om de studenten met de ergste kamers, snel van kamer te laten switchen. Ook heeft de voorzitter zo een spoedbezoek van een loodgieter aan het hotel kunnen afdwingen en al met al was het hotel dus al vlak na onze aankomst op de hoogte van het feit dat wij geen genoegen namen met de omstandigheden. Probleem 2, het kamerprobleem was aangepakt. Nu probleem 3… Tijdens dit alles werd het ons duidelijk wat de oorzaak van de viezigheid, herrie en wanorde was: het hotel werd gerenoveerd tijdens ons verblijf! Naast niet douchen konden de studenten zich dus ook niet rustig terugtrekken vanwege de constante herrie die met de verbouwing meekwam. Aan deze problemen konden wij niets anders doen dan een klacht indienen bij de receptie en dit hebben wij dan ook gedaan. Op naar probleem 4… De maaltijd informatie bleek door de touroperator niet goed doorgegeven te zijn aan zijn partners aldaar; er waren geen vegetarische maaltijden voorbereid. Een van de jongens uit ons team heeft dit probleem opgelost door snel vriendjes te worden met onze reisleidsters en met hun hulp de maaltijden alsnog te verzorgen. Probleem 4 was opgelost. Nadat hij dit had geregeld is hij kennis gaan maken met de werksters van het hotel om samen met hen zoveel mogelijk mensen van schoon water te voorzien. Dit 5e probleem bleek relatief makkelijk op te lossen: de kranen laten lopen totdat het water vanzelf helder werd. En de baden vol zaten met vieze St. Petersburgse modder! Ondertussen was ik met een andere projectgenoot druk in de weer een oplossing te zoeken voor probleem 6; de ontevredenheid van de studenten over de erbarmelijke omstandigheden in het hotel. Wij wisten als team dat het erg belangrijk was dat we die avond een knallend feest voor de studenten organiseerden om alle ellende van het hotel goed te maken. Wij hebben daarom contact gezocht met de Food & Beverage manager van het hotel. Mijn projectgenoot en ik hadden al vroeg in dat gesprek in de peiling dat onze grote groep studenten voor uitzonderlijke drankinkomsten zou kunnen zorgen en hebben vanuit die machtspositie een mooi avondprogramma kunnen bewerkstelligen. Nadat we een privé rondleiding kregen door hotelclub “Paprika” regelden we met die manager dat onze groep geen entree voor de club hoefde te betalen. In deze hippe club met een prachtig panorama uitzicht op St. Petersburg konden de studenten door onze inzet van een fikse drankkorting genieten. We hebben zelfs een aantal gratis flessen wijn los weten te peuteren bij de manager! Uiteindelijk is de avond perfect verlopen. Met de totale afwezigheid van (bezopen!) Russen hadden onze studenten de club voor zichzelf! Ze konden ongestoord genieten van de muziek, hun drankjes en de optredens van hun medestudenten tijdens de door ons georganiseerde talentenjacht. Zo konden ze al hun frustraties aangaande het hotel loslaten. Een spetterend programma voor en door enkel en alleen EuroCollege studenten. Deze waren door ons geënthousiasmeerd om mee te doen aan de talentenavond en hadden de periode voor en na het diner besteed aan het oefenen van hun acts. Er was een student die optrad met z’n gitaar, we kregen een live Tell sell commercial te zien en we hebben een kijkje mogen nemen in de zinderende zomer collectie van EuroCollege mode 2007. Kortom: probleem 6 was met deze avond ruimschoots opgelost! ResuméZelfs onder de druk van 55 kritische, ontevreden studenten die allemaal waar voor hun geld willen is duidelijk naar voren gekomen dat wij als groep bestand waren tegen crisissituaties. Onze begeleidende docenten hebben niet eens in hoeven grijpen daar in Rusland! De spontaan georganiseerde talentenavond blijkt uit de enquête zelfs de favoriete avond geweest te zijn van sommige studenten. Zo blijkt maar weer dat je plezier niet altijd kunt plannen, het ontstaat. Rusland was super, en ik heb enorm veel geleerd daar! Ik heb ondertussen mijn laatste lessen aan het EuroCollege gehad en ben klaar met al mijn tentamens. Maandag 4 juni ben ik gestart met mijn eindstage. Ik loop in Den Haag stage bij Cardia, een zorgorganisatie. Daar doe ik de communicatie en PR en organiseer ik met anderen een conferentie over de nieuwe zorgwetgeving. Deze stage is eind januari 2008 klaar en dan hoop ik aan mijn eerste echte baan te beginnen! Wat gaat de tijd toch snel…. Groetjes, Daniëlle Vermeulen |
Terug naar artikel overzicht
Afscheid van een NAC-supporter (door zijn broer, Johan van de Perre) Hallo familie, Deze keer geen NAC rubriek zoals u dat gewend bent. Nee, dit keer een verhaal over een overleden NAC supporter, mijn eigen broer. Dees van de Perre, op 52 jarige leeftijd overleden en bijna heel zijn leven naar NAC geweest. Vroeger met ons pa op de fiets vanuit Dongen. Hij heeft goede en slechte NAC-tijden meegemaakt. Dat maakte allemaal niet uit, als het maar gezellig was. Een echt avondje NAC met een heerlijk glaasje bier. Of een blikje want aan de Beatrixstraat namen we altijd blikjes mee. Tijdens de laatste periode daar, stonden we altijd rechtsboven op de tribune. Die was altijd vol, maar dan sprongen en zongen we gewoon “Van voor naar achter, van links naar rechts” en zo kwam er altijd weer een plekje vrij. Het waren staanplaatsen in het altijd super gezellige NAC stadion aan de Beatrixstraat. Na de wedstrijd gingen we regelmatig een biertje drinken in café De Cordial naast het stadion. Ook toen het nieuwe stadion een feit was, zaten we altijd bij elkaar en hadden we een seizoen-kaart. De laatste wedstrijd die ons Dees heeft bijgewoond was thuis tegen FC Twente. Hij zei tegen mij: “Dit is voorlopig mijn laatste wedstrijd”. Zes dagen later kreeg hij te horen dat hij ongeneeslijk ziek was. Wat een klap voor hem, maar ook voor ons. Nooit meer zal hij naast me zitten op de tribune. Wat zullen we hem missen elke keer als we naar NAC gaan. Drie dagen nadat hij te horen kreeg dat hij ernstig ziek was, was ik bij hem thuis en kwam hij naar beneden met een NAC-body-warmer, de Yellow Army en gaf deze aan mij. Wat een emotioneel moment was dat, maar achteraf ook heel mooi en fijn. Iets krijgen van je broer waar hij zelf zo trots op is. Deze bodywarmer doe ik nooit meer weg. We hebben natuurlijk meer emotionele momenten gehad. Zoals die keer dat hij weer eens in bad lag omdat hij pijn had en ik op de grond naast hem zat. Hij zei tegen me: “Johan, wat zit ik hier te doen, op mijn dood te wachten? Ik had nog zoveel leuke dingen willen doen, maar ik heb er geen tijd meer voor.” Zijn tranen vloeiden in overvloed zo het bad in. Ik pakte hem stevig beet en huilde met hem mee. Wat moet je zeggen op zo’n moment? Naar NAC is hij niet meer geweest maar hij kocht wel elk weekend een licentie via Internet voor 4 euro. Zo kon hij via de computer de wedstrijden volgen van zijn geliefde club. Op zijn laatste zondag was het zonnig en warm. Hij had naar het wielrennen gekeken, Parijs–Roubaix. Daarna ging hij lekker in het zonnetje zitten, stak zijn duim op en zei: “Het gaat “top” vandaag.” ‘s Avonds ging ik nog even langs en ik vroeg hem hoe het ging. “Uit de kunst”, was zijn antwoord, “ik kom morgen naar jouw hal kijken”. Die heeft hij echter niet meer gezien. Maandagochtend om 09.30 uur werden we gebeld door Lian. We moesten maar zo snel mogelijk komen. Ons Dees had pijn, heel veel pijn, onmenselijk was het. De andere dag is hij overleden. Rust heeft hij verdiend. Vijf maanden…. het waren moeilijke maanden, maar ook maanden van mooie momenten waarbij veel gelachen en gehuild werd. Tot slot wil ik onze familie, vrienden en kennissen bedanken voor de geweldige steun die we hebben ondervonden. Dit zal ik nooit meer vergeten. Dank je wel. En dan wil ik tegen ons Dees zeggen: “Jongen, ik hou van jou en ik zal je altijd meedragen in mijn hart. Wat zal ik je missen. Ik zal voortaan bij elk eerste pilsje bij een NAC-wedstrijd proosten op jou. En mocht je toevallig ons moeder tegen komen… geef haar dan een dikke knuffel van me. Jongen, vaarwel!” Kus van je broertje. |
Terug naar artikel overzicht
Tante Rietje Verschuren verhuisd naar Zorgcentrum De IJpelaar (door Johan van de Perrre) Zorgcentrum De IJpelaar in de Overakkerstraat heeft er weer een nieuwe bewoonster bij gekregen. En niet zo maar iemand…. nee, onze eigen tante Riet. Ze is nu de buurvrouw van mijn vader (ome Piet).Schoonzus en zwager wonen naast elkaar. Mijn vader op kamer 5 en tante Rietje op kamer 4. Dus ben ik daar ook maar eens een kijkje gaan nemen, want wij nazaten zijn nogal nieuwsgierig van aard. Ze vertelde mij dat ze dan eindelijk de beslissing genomen had om naar een verzorgingstehuis te gaan. En dat was geen gemakkelijke beslissing. Want om zomaar weg te gaan uit de Lorentzstraat, waar ze het grootste deel van haar leven heeft gewoond en waar lief en leed werd gedeeld, valt niet mee. Daar ligt een heel leven met herinneringen die je zomaar niet aan de kant schuift. Maar…. deze herinneringen heeft ze gewoon meegenomen naar het verzorgingshuis. Ze is nu toch wel blij dat ze de stap genomen heeft en dat ze naast ons vader woont. Ze kunnen nu samen buurten en koffie drinken. Ze is ook trots op haar kamertje want het is er heel gezellig. Er hangen diverse mooie schilderstukken en foto’s van haar man, kinderen en kleinkinderen. Haar zoon Kees was even op visite en dat vindt ze heel gezellig. Tante Riet was de dag voor mijn bezoekje 84 jaar geworden en dat is een hoge leeftijd, maar ze is nog kerngezond en kan nog lekker babbelen. Na een gezellig praatje en een blikje ijsthee ben ik er weer van door gegaan. Beste tante Riet, nog vele jaren in goede gezondheid en namens de redactie nog van harte gefeliciteerd met uw verjaardag. Johan van de Perre, Reizende Reporter |
Terug naar artikel overzicht
Een fusie kenmerkt zich niet alleen door veranderingen en vernieuwingen (door Jeanne van Zinnen) Het bovenstaande heb ik aan den lijve ondervonden. Een fusie doet veel meer met je dan alleen het “moeten” aanvaarden van veranderingen en vernieuwingen. Zorgcentrum De IJpelaar is per 1 maart 2007 officieel samengegaan in de Holding Oranjehaeve/IJpelaar/Aeneas. Men noemt het nu nog een Holding, maar in de praktijk betekent dit dat we binnen afzienbare tijd regelrecht op een fusie afstevenen. Een fusie of een samenwerking die verder gaat dan alleen gezamenlijke inkoop, is in onze Nederlandse Zorgstaat haast onvermijdelijk. Samen ga je de markt verkennen, samen lever je “zorg op maat”, samen is je bankrekening vetter, samen ben je geloofwaardiger voor bouwpartners, zorginstanties en gemeenten, samen kan je veel meer, kortom: SAMEN STA JE STERKER DAN ALLEEN! Mooie woorden vanuit de top van de afzonderlijke instellingen. De gezondheidszorg in Nederland is voortdurend in beweging. De ene ontwikkeling en/of regeling volgt de andere snel op. Waar het begint weten we, maar waar en hoe het eindigt niet. Het is geen boek waarvan je kunt zeggen “ik kijk even op de laatste pagina hoe het afloopt”. Het enige dat we weten is… als we nu niet samengaan als kleinschalige instelling, dan hebben we over drie tot vijf jaar geen bestaansrecht meer en zullen we onze IJpelaardeuren moeten sluiten. Maar wat betekent dit nu voor de werknemers? Nu, een heleboel, dat kan ik u verzekeren. Vooral voor de mensen die een ondersteunende functie hebben zoals bijvoorbeeld de mensen van de administratieve diensten. Het zijn juist die diensten en functies die zich goed lenen om samen te werken en zich te centraliseren om zo tot meer efficiënte werkprocessen te komen. Zo werd dus ook mijn functie op de financiële administratie onder de loep genomen. Ook door mij zelf natuurlijk, want bij een fusie moet je ook je zelf eens achter de oren krabben, nadenken, eerlijk en kritisch zijn. De IJpelaar is een kleinschalige instelling. Dat heeft veel voordelen, maar waar voordelen zijn, bestaan ook nadelen. Een paar voordelen: je kent iedereen, zowel bewoners als personeel, je weet overal wat van, je kent het huis van haver tot gort, je kent alle regels van alle functies, je draagt verantwoordelijkheid van elk stukje werk dat je levert en je dráágt dit niet alleen, je voelt je ook verantwoordelijk. Een aantal nadelen is: je krijgt binnen je functie verantwoordelijkheden waarvoor je eigenlijk niet verantwoordelijk behoort te zijn. Je functie is dus niet afgebakend. Je doet werk omdat het op dat moment nodig is. Of het bij je functie past of niet, dat is niet zo belangrijk. En voor je het weet heb je een functie gecreëerd die niet is afgekaderd. Je doet van alles een beetje. Als ik mijn functie op De IJpelaar als voorbeeld neem, dan kon ik die opdelen in diverse onderdelen. Mijn functiebenaming was: Administratief medewerkster / Automatisering en Applicatiebeheer. Maar ik deed vele losse stukken die bij een bepaalde functie hoorden, van boekhouding, urenberekening, cliëntadministratie tot applicatiebeheer. En zo zijn er nog tal van allround administratieve taken die ik erbij deed. Als ik nadenk en heel eerlijk ben, is dit voor een bedrijf niet de ideale situatie. Word ik ziek, dan blijft men wel met zeven functie-stukken zitten die door een ander gedaan moeten worden. Verre van ideaal dus. Maar ik deed ‘t graag en gelukkig ben ik zelden of nooit ziek. Ik hield van ‘t werk en nog steeds van De IJpelaar. En dan komt de dag waarop je hoort, dat je na meer dan 33 jaar trouwe dienst je werkplek moet verlaten om in een grote instelling als Oranjehaeve (locatie Lucia) in Princenhage je heil moet gaan zoeken. Ik kan u zeggen dat dit pijn doet. Veel pijn. De IJpelaar ben ik in al die jaren gaan beschouwen als een stukje thuis. Ik had een fijn kantoor, fijne collega’s en een oh zo’n fijn bureau dat onder het raam stond, vanwaar ik zo het park in keek, de vogeltjes zag en hoorde, de konijntjes, egeltjes en eekhoorntjes door het gras zag wippen en als ik een beetje verder keek, bij wijze van spreken kon zien of ik mijn voordeur wel goed had dichtgetrokken. Zo lekker dichtbij. Wat een emoties maakte deze boodschap bij me los. Emoties van verdriet, teleurstelling, woede en onzekerheid. Ik wilde elders gaan werken. Ik zou “ze” wel “krijgen”. Wie? Dat wist ik niet. Nu inmiddels wel, ik zou er alleen mij zelf maar mee hebben gehad. Maar toch… hoe konden ze mij nu naar Oranjehaeve sturen? Uitgerekend Oranjehaeve… een instelling waarvan ik altijd gezegd heb: “Daar wil ik nog niet doodgaan….” En nu moest ik er gaan werken…. Rampzalig gewoon! Maar gelukkig heb ik een goed thuisfront. Ad die het allemaal heeft moeten aanhoren, die niets anders meer hoorde dan IJpelaar en Oranjehaeve. Die aan moest horen wat voor verschrikkelijks De IJpelaar allemaal voor mij in petto had, dat het een rothuis is, dat ze geen compassie hebben met medewerkers, dat ze er zelf beter van zouden worden, dat ze geen goede zorg meer zouden leveren. Kortom: alleen maar negatief over De IJpelaar en wie zou dáár nu nog willen wonen als je oud bent? Totdat hij me, na twee maanden gemopper te hebben aangehoord, de mond snoerde en zei: “Als ik jou zo eens hoor, wil daar niemand meer wonen en JIJ wilt daar persé blijven werken? Dat snap ik niet, ik zou blij zijn om van zo’n “rotplek” weg te mogen”. Bingo! Dat was raak! Waar was ik in Godsnaam mee bezig? Mijn eigen IJpelaar afkraken? Nee, het was de woede, de onmacht, de teleurstelling en de onzekerheid die zich meester van mij hadden gemaakt. Ad zei dat ik daarmee moest stoppen. “Je moet vooruit kijken, je moet het een kans geven, net zoals je alles in het leven een kans moet geven, anders weet je nooit of iets slaagt en de moeite waard is. Je hebt de keus om de toekomst fris tegemoet te gaan, om er wat van te maken, maar je kan ook je toekomst de rug toekeren en een verbitterde vrouw worden. Maak gebruik van het feit dat jou een keuze en mogelijkheden worden geboden. Het opent waarschijnlijk nieuwe deuren en geeft weer toekomstperspectief of anders…. kap er dan mee en ga thuis achter de geraniums zitten. Denk daar maar eens over na. Ik hoor het wel wanneer je keus gemaakt is, maar blijf niet mopperen, je schiet er geen donder mee op”. En gelijk had hij! Wat een timing en tact. Na mij twee maanden de tijd te hebben geven om mijn emoties eruit te gooien, kwam hij nu met een overdacht advies. Zijn woorden deden mij schrikken en maakten mij wakker. Zijn advies zette me tot nadenken en ik maakte al snel mijn keuze. Precies toen de klok op oudejaarsavond 2006 twaalf malen sloeg en het jaar 2007 zich fris en volkomen nieuw aankondigde, wenste ik hem een heel goed Nieuwjaar en draaide bij mezelf de emotionele knop om. Het jaar 2007 zou ik weer met positieve zin en frisse moed tegemoet gaan. Dat beloofde ik aan Ad en… aan mezelf. Twee weken later werd ik geconfronteerd met een openstaande vacature die op Oranjehaeve ingevuld moest worden. Deze functie, Personeelsadministrateur, sprak mij wel aan. Zou ik het wagen? Waarom ook niet? Je weet nooit hoe een koe een haas vangt en wie niet waagt, die niet wint. Ik klom in de pen en schreef mijn sollicitatiebrief, voegde er mijn CV aan toe en deed hem op de bus. En nu maar afwachten. Warempel, na een paar dagen kreeg ik een uitnodiging voor een oriënterend gesprek. Er waren nog drie andere kandidaten, dus we waren met z’n vieren. Tot mijn grote verbazing duurde het gesprek maar 15 minuten, hoewel er in de uitnodiging stond dat ik er zo’n 30 minuten voor uit moest trekken. Nog groter was mijn verbazing toen in de gang mijn mobiele telefoon al ging, nog geen vijf minuten na het gesprek, en mij werd verteld dat de keuze op mij was gevallen. Men had mij zeer positief bevonden en vonden mij de meest geschikte kandidaat, zei de vriendelijke stem aan de andere kant van de lijn en een tweede gesprek was niet nodig. Ik zou op 1 maart 2007 beginnen in mijn nieuwe functie van Personeelsadministrateur. Een onderdeel van PO&O (Personeel, Organisatie en Ontwikkeling), vroeger “personeelszaken”. Dat wordt dus de sector waar ik hopelijk nog tien jaar tot mijn 60ste ga werken, dacht ik. Dan heb ik er in totaal 46 arbeidsjaren opzitten, want ik ben op mijn 14e gaan werken. Dan vind ik het welletjes. Op 28 februari sluit ik met een zeer vreemd en weemoedig gevoel mijn kantoor op De IJpelaar. Ik zou er nog maar een paar ochtenden zijn voor de overdracht van werkzaamheden en dan zat mijn taak, na 33 jaren, binnen de muren van ons zorgcentrum erop. Ik blijf weliswaar op de loonlijst van De IJpelaar, maar toch. Mijn werkplek wordt Oranjehaeve. Mijn computer werd opgehaald en geïnstalleerd op mijn nieuwe plek. Wat was het wennen. Vreemde gezichten, een heel ander beleid, andere werkzaamheden en andere werkprocessen. In plaats van mij druk te maken over de IJpelaarcentjes en betalingen, wat ik jarenlang gedaan heb, zit ik nu, arbeidsovereenkomsten en brieven te maken. Als er vragen zijn probeer ik op een duidelijke manier aan medewerkers de CAO te interpreteren, verzorg fietsenplannen, verwerk personele mutaties, lever gegevens aan voor de salarisadministratie en doe een stuk werving & selectie. Heel ander werk dus, maar erg leuk en afwisselend met fijne en lieve collega’s om me heen. En toen, op maandag 19 maart j.l. zat ik helemaal in mijn eentje in de rookruimte van Oranjehaeve. Ik stond op en keek uit het raam en daar kwamen de tranen. Wat was dit nu? Ik had het toch zo naar mijn zin? Wat sta ik hier nou te janken? Heimwee? Heimwee naar het egelgezinnetje dat onder mijn oude kantoor in De IJpelaar woont? Nee, het was het laatste restje verzet dat via mijn traanbuisjes mijn lichaam verliet. Ik huilde uit, droogde mijn tranen, snoot mijn neus, drukte mijn sigaret uit en verliet de rookruimte al zingend om mijn werk te hervatten en een totaal nieuwe toekomst tegemoet te gaan. Ja, het waren bewogen maanden, maar al met al heb ik geboft. Geboft met mijn nieuwe baan, maar het meeste bof ik met mijn fijn en warm thuisfront. Met Ad. Hij is degene die een luisterend oor had en mij van wijze raad heeft voorzien. Want zoals de titel van dit artikel zegt: Een fusie kenmerkt zich niet alleen door veranderingen en vernieuwingen, maar gaat vaak gepaard met zware emoties. Het lijkt wel een rouwproces. En juiste dat laatste is broodnodig om een nieuwe start te maken. Dat besef ik nu maar al te goed. IJpelaar bedankt! Ad bedankt! Ik zit weer op de plek waar ik wezen moet. Jeanne van Zinnen |
Terug naar artikel overzicht
Overpeinzingen en emoties bij "De muur". Vrijheid! (door Corry Vermeulen) Dat wij toevallig net in de week van de oorlogsherdenkingen van ons land in Berlijn waren, gaf dit vijfdaagse bezoek een extra dimensie. Staand bij restanten van wat eens “De muur” was, geconfronteerd met oude wachttorens en controleposten beleefden wij als het ware een stukje geschiedenis….. Veel foto’s, filmbeelden en wandelingen leerden ons, welke verschrikkingen het Duitse volk werden aangedaan als straf voor de tweede Wereldoorlog, om herhaling te voorkomen. Wat ging er vooraf aan de bouw van die Muur, die bijna dertig jaar lang een bewijs was van de koude oorlog tussen Oost en West, tussen communisme en kapitalisme? De aanleiding Op 7 mei 1945 kwam er een eind aan de 2e Wereldoorlog. Duitsland kreeg meteen de rekening gepresenteerd. Al voor het einde van de oorlog waren daarover door de toekomstige overwinnaars van de oorlog (de bondgenoten Amerika, Rusland, Engeland en Frankrijk) afspraken gemaakt. ’t Gebied ten oosten van de Oder en Leisse kwam onder Pools en Russisch bestuur. De Duitsers werden verdreven. De rest van Duitsland werd in 4 geallieerde bezettingszones verdeeld. In de door de oorlog grotendeels verwoeste hoofdstad Berlijn gebeurde hetzelfde. Verdeeld Berlijn De achterliggende gedachte was, dat een verdeeld Duitsland nooit in staat zou zijn om nog eens een oorlog te beginnen, het zou daarvoor te zwak zijn. Het was niet de bedoeling om Duitsland voorgoed te delen, maar zowel Oost als West wilde een van fascisme bevrijd en gezuiverd democratisch Duitsland op bouwen waarin niet één leider maar het volk beslist. De Russen zagen de vorming van een Communistisch Duitsland als ideaal, maar de Westerse geallieerden wilden een parlementaire democratie. De Sovjets begonnen hun bezettingszone steeds meer te isoleren, in 1946 was Duitsland zone-klaar. Een definitieve deling van beide Duitslanden zou niet lang meer op zich laten wachten. In 1949 kreeg Oost-Berlijn een Communistische Raad terwijl het Westen Duitsland nog probeerde te herenigen. De Sovjets riepen begin oktober 1949 hun bezettingzone uit tot de Duitse Democratische Republiek. In West- Duitsland waren de geallieerden aan de macht, Engeland, Amerika en Frankrijk. Het Oostelijk deel was in handen van communistisch leider Chroesjtsjov. Waarom “de Muur” ? De scheidingslijn tussen oost en west liep daar dwars door de stad. De inwoners van het Oostelijke deel zagen na een tijd dat het in het westelijke deel veel beter ging.
Er was veel meer welvaart en rijkdom. Oost Berlijn liep achter wat betreft modernisering. Er was niet genoeg geld voor wegen, scholen en huizen. Het waren vooral jonge mensen die daarom naar het westen vluchtten, een betere toekomst tegemoet. Van 1952 tot 1961 verlieten ongeveer 2 ½ miljoen mensen de DDR, waardoor de Republiek veel kennis en kundigheid verloor. Voor het communisme was dit het eerste teken van verval. Dit moest een halt toegeroepen worden. Familiecontact was onmogelijk In de nacht van 12 en 13 augustus 1961 gaven zij daarom ondanks felle protesten het bevel de toegang tussen west- en oost-Berlijn te blokkeren door prikkeldraadversperringen. Later werden ze vervangen door een muur van 45,3 km lang die uiteindelijk 30 jaar zou blijven staan. Het officiële doel van de muur (in Oost-Duitsland de "Antifascistische Schützwall" genoemd), was het tegen houden van de “kapitalistische fascisten”. In het westen daarentegen wist men, dat het doel was de eigen bevolking binnen te houden. Door de muur werden vele families verscheurd, familieleden mochten elkaar niet meer bezoeken en dat jarenlang. Veel mensen raakten hun baan kwijt want 60.000 Oost- Berlijners werkten in West- Berlijn en 13.000 West- Berlijners werkten in het Oostelijke deel. De weg van West-Duitsland door Oost Duitsland naar West-Berlijn heette de “Transit” en was 150 km lang. Helmstedt was de streng bewaakte grens, waar men lang moest wachten i.v.m.zeer grondige controle van auto’s en paspoorten. Vanuit daar moest men binnen 4 uur in West- Berlijn zijn en dat werd streng gecontroleerd. In feite bestond “de Muur”uit twee aparte muren waartussen zich een strook niemandsland bevond, bezaaid met landmijnen en prikkeldraad. Waanzin in de Bernauerstrasse, een verdeeld huis Op die strook werd 24 uur per dag gepatrouilleerd om ontsnappen van oost naar west onmogelijk te maken. Velen trotseerden dit gevaar en moesten dat bekopen met hun leven. Ze sneuvelden omdat ze probeerden te vluchten richting Vrijheid. Op 9 november 1989 viel “de Muur”, om in Berlijn nooit meer terug te keren. De destijds bejubelde hereniging bleek later voor velen een teleurstelling. Want vrijheid is een groot en heilig goed maar met weinig brood op de plank krijgt die vrijheid een andere, negatieve dimensie. Duitsland kreeg te kampen met een op alle fronten verwaarloosd oostelijk deel en een zeer hoge werkeloosheid. De Duitse eenwording is na 17 jaren vanaf de val van de muur nog niet volledig gerealiseerd. Voor veel voormalige oost Duitsers is de teleurstelling zelfs zo groot, dat ze terugverlangen naar de periode van voor die val, toen alles nog geregeld verliep, ook al had men zijn vrijheid moeten inleveren! Van vrijheidsberoving.... naar neerhalen van die gehate muur..... en lopen over vrij niemandsland..... Bijna 15 jaar na de val van de Berlijnse muur kwam er een deel van het historische bouwwerk terug. In de Duitse hoofdstad werd 200 meter teruggeplaatst bij het voormalige Check Point Charlie, de grenspost naar het Amerikaanse gedeelte. Voorzien van vele foto’s en teksten getuigt deze muur van een stuk wereldgeschiedenis. Maar……wat heeft de wereld er van geleerd? De muur in Berlijn is historie, maar in Israël wordt een nieuwe opgeworpen om de Palestijnen van hun vrijheid te beroven. En de wereld laat het gewoon gebeuren…. Noord Ierland blijft verscheurd door de hevige strijd tussen Katholieken en Protestanten en België heeft een fictieve scheiding tussen Walen en Vlamingen. Noord Korea blijft gescheiden van Zuid Korea en Cuba moet nog steeds boeten voor een ondertussen ver verleden. Volkerenhaat- en moord zijn aan de orde van de dag, denk daarbij eens aan Darfur. Maar vrijheid begint niet ver weg, het is dichterbij dan je denkt. Je andersdenkende, anders geaarde of anders getinte buren respecteren, in de hoop dat zij dat ook jegens jou bewijzen, dát is pas vrijheid !! Vrijheid is blijkbaar niet “gewoon”. Laten we dat ons bewust zijn en liefst niet alleen op 5 mei ! Corry Vermeulen |
Terug naar artikel overzicht
Vanuit het Hiernamaals (door Jean Pierre Eestermans) Waarde nazaten,  Ook deze keer richt ik mijn stichtelijk hemels woord tot u daar beneden. Na dit zoveel keer gedaan te hebben, valt deze taak mij steeds zwaarder. Mijn pennenvruchten gaan mijn inziens steeds meer op elkander gelijken en de boodschappen die ik u wil meegeven lijken meer en meer op de dagelijkse boodschappen die u daar op aarde elke week moet doen. Altijd maar het zelfde en het komt altijd op hetzelfde neer. Tja, nou da’s dan meteen een boodschap die ik u mee kan geven… sleur of geen sleur, het moet gebeuren. Elke dag komt de zon op en elke dag gaat hij ook weer onder en wat u tussen zonsopgang en -ondergang doet, mag u zelf bepalen en toch komt dat steeds op hetzelfde neer. Elke dag naar je werk of naar school, elk weekend weer een kater, elke avond het journaal, elke ochtend, middag, avond de honden uitlaten, elke editie van de Klampetter een stukje, elk jaar minstens vier keer op vakantie, elk jaar een APK-keuring, elk jaar kerst, elk jaar een jaartje ouder en voor je het weet is dit stukje ook alweer een sleur…maar is dat erg? Neen, lijkt me niet. Het is menseigen om zich vast te houden aan een bepaalde routine, want avontuurlijk leven wordt snel ook weer routine. Het wordt pas erg als je niet meer van je eigen gecreëerde sleur houdt! Dan heb je een probleem en dan moet het roer snel om. Met de nadruk op SNEL want voor je het weet is het niet het roer dat omgaat maar ben je het zelf die omgaat, door de zeis van magere Hein! Afijn, we hebben weer heel wat mensen mogen begroeten hierboven, van onze eigen familie maar ook mensen die wat verder van jullie afstaan. Gert Jan Dröge heeft zijn plek in societyminnend hemelsvolk al gevonden. Binnen No Time zat hij met Frank Govers en Mathilde Willink aan de kaviaar. Ook Boris Jeltsin voelt zich hier alweer prima thuis! De wodka vloeit rijkelijk op zijn wolk en samen met Reagan, Brezjnev en Kennedy heeft hij nu weer de grootste pret. Ook op de soapwolk wordt het steeds drukker, nu is ook Sally Spectra aangeschoven bij Guusje (u weet wel, Roos van Linda en Jessica) en Miss Elly Ewing. De familie-intriges druipen van hun roze wolk…. Goed, u ziet , al duurt het hier een eeuwigheid, we vervelen ons nooit, ook niet met onze sleur… Uw aller oervader, Jean pierre Eestermans Ps: Kan iemand dat mens Char de mond snoeren, wij zitten hier ook voor onze rust hoor! |
Terug naar artikel overzicht
Tot september 2007...., de redactie 
Terug naar artikel overzicht | | 
|