Juli 2007  Een kwestie van kiezen Ik loop over straat. De Ginnekenmarkt is nat. Het regent zachtjes. Lantaarns geven een oranje schijnsel over de glimmende klinkers. Druppeltjes zie je langs de lampen naar beneden schieten. Half twee zegt mijn horloge. De buitenwijken slapen, het centrum deint misschien nog wat. Een trio jongeren in lichte spijkerbroeken fietst voorbij. Ze kijken naar beneden. Bang dat de regen hen raakt. Ze zeggen niks. Genoeg gepraat voor vanavond. Alleen hun fietsen rammelen. De vogels zijn stil. Nog een uur of vier, dan begint de eerste merel weer te kwinkeleren. Zo’n nachtelijke wandeling door de straten, ik kan er geen genoeg van krijgen. Het sombernatte, de zwarte lucht. Regen is goed voor de stad. Het spoelt de viezigheid weg die we achterlaten wanneer de zon schijnt. Regen verfrist, geeft verkoeling en klaart de lucht. Zo-even was ik nog tussen de mensen. Er is veel te beleven in Breda op vrijdagavond, zo ook deze keer in het Ginneken, hoewel ik eigenlijk meer van het centrum ben. De mensen proeven aan het weekend en gaan op zoek naar ontspanning. Drankje, sigaretje en wat leuke sociale momenten doen de mens vergeten dat de maandag alweer voorzichtig in beeld komt. Aan het begin van deze avond stond ik -modern als altijd- te pinnen bij een grote blauwe leeuw die uit de muur stak. Dát is de kracht van de Postbank. Pasje erin, centjes eruit. Wrauw! Naast mij staan twee bakvissen te praten. Het gaat over ex-vriendjes. Het is jammer dat deze meisjes al buikjes hebben op hun zestiende en dat diezelfde buikjes net ónder hun shirtjes en net bóven hun broek vandaan komen piepen. Dat de buikjes de kleur hebben van een glas koude karnemelk komt er dan nog even als verfrissend detail bij. De buikjes kijken me even doelloos aan en gaan dan rustig verder met hun verhaal over exen. Heel sexy, zoveel is duidelijk. Laat de toekomst maar komen. Beoordelen op uiterlijk is niet vriendelijk columnist! “Dat weet ik ook wel. Mensen mogen zichzelf zijn. Ik schaam me diep, maar het blijven punten die ons straatbeeld niet verrijken al ben ik niet vies van wat diversiteit. Wrauw!” In de kroeg sta ik vervolgens wat onnozel te staan. Als je in hokjes denkt zou je de tent kunnen bestempelen als enigszins kakkerig. Het Ginneken, vroeger een wijk van werkpaarden, nu een wijk van luxeknollen. Als je alleen in de kroeg bent heb je een luxepositie. Je kunt kiezen met wie je wilt praten, zegt helemaal niks, óf wacht tot je wordt aangesproken. Daarnaast hoef je jezelf niet druk te maken over “hoe laat we naar huis gaan” en wie er moet rijden. Ineens komt er een vrouw op me af. Dat doen vrouwen nu eenmaal. Het zijn soms net kerels. Deze dame gaat recht op haar doel af: “Ik vind jou een mooie jongen” zegt ze. Ik kijk eens goed. Zonnebankbruin, begin veertig, prettig lichaam en alerte ogen. “Maar ja” vervolgt ze haar verhaal, “mijn man staat daar”. Ik overdenk haar openingszin, bekijk haar man en denk hard na over haar gekozen vervolg. En ineens flap ik eruit: “Maar we hoeven toch ook niet gelijk met elkaar te neuken?” Op zo’n moment is het prettig als mensen met een zonnebankgezicht rood worden. Zonder een woord uit te brengen stapt ze weer op. Dit moet een leuke avond worden. Het volgend spektakel is een groepje dronken mannen met gouden brillen en rode broeken. Er is een duidelijke leider, die praat het hardst. Type Bokito met overhemd. “Jij bent de koning” zegt de man tegen me. “Dankuwel” zeg ik beleefd terug. “Waar ziet u dat zo snel aan?” De man geeft aan dat het door mijn veloursrode jasje komt. De andere mannen lachen om zoveel leuks. De grappentrommel is vanavond goed gevuld. Wederom overdenk ik de uitspraak, maar dan van deze mijnheer. “Heeft u ook het idee dat iedereen hier tandarts is?” vraag ik hem. De groep kijkt aandachtig toe. “Waarom denk je dat?” vraagt hij. “Omdat u doet alsof u tandarts bent” zeg ik. “Hoe doet een tandarts dan?” vraagt hij. “Zoals u, wist u dat niet?” Hij wist dat niet, maar bleek wel tandarts. De man naast hem bleek wegenwacht en wachtte al heel lang op de weg én een nieuw biertje. “U had graag ook tandarts geweest, niet?” vraag ik de mobiele monteur. De groep schatert het uit en roept iets over tandwielen. Het blijft natuurlijk een kwestie van - holle - kiezen. Tijd om naar huis te gaan. Ik loop over straat. De Ginnekenmarkt is nat. Het regent zachtjes. Lantaarns geven een oranje schijnsel over de glimmende klinkers. Druppeltjes zie je langs de lampen naar beneden schieten. Half twee zegt mijn horloge. Namens uw Columnist: Welterusten. |