De Dodenspoorlijn:

Inleiding:

Op 8-12-1941 werd Pearl Harbour onverwachts door de Japanse luchtmacht aangevallen. Dit resulteerde in een groot verlies aan de Amerikaanse zijde waarbij zowel haar oorlogsvloot als haar luchtmacht grotendeels uitgeschakeld werd, door deze aanval werd Amerika toch nog ongewild betrokken bij de 2e wereldoorlog. Uit solidariteit voor haar bongenoten verklaarde het Gouvernement van Nederlands Indie op 08-12-1941 het Japanse keizerrijk de oorlog en in de weken hierna volgden er zware gevechten op de Koraal en de Java zee bij Bawean welke wij op 28 februari verloren. Toen de Japanners op 1 maart 1942 met haar aanval begon op Java hoefde het KNIL niet te rekenen op al te grote steun vanuit Nederland en of West Europa omdat deze zelf in een oorlog verwikkeld waren en ook Amerika was vleugellam door de aanval op Pearl Harbour en kon onvoldoende hulp bieden. Op 9 maart 1942 capituleerde het KNIL (Koninklijk Nederlands Indisch Leger) onder druk van de grootscheepse Japanse invasie. Tijdens de Japanse Bezetting van Zuidoost Azië in de tweede wereldoorlog werden 68.000 geallieerde krijgsgevangenen door de Japanners gedwongen om een spoorlijn met een lengte van 415 km dwars door Thailand en Birma te bouwen, door een van de ruigste gebieden ter wereld waar vele dodelijke epidemieën. De beslissing om een spoorlijn door Thailand aan te leggen werd gemaakt door het Japanse kabinet nadat haar vloot in juni 1942 bij de slag om Midway verslagen werd. Bovendien waren er al talrijke Japanse schepen tot zinken gebracht in de straat van Malakka. In die tijd was er een groot Japans leger gestationeerd op Birma en het andere op Nieuw Guinee en haar aangrenzende eilanden. Beide waren afhankelijk van bevoorrading en ondersteuning van de Japanse vloot welke na het verlies van Midway niet langer meer oppermachtig was.

De Japanners waren op de hoogte dat de Engelsen in 1910 een onderzoek hadden gedaan om een spoorverbinding aan te leggen tussen Thailand en Birma. Dit voorstel werd echter door de Engelsen in 1912 verworpen in verband met het het onbegaanbare terrein, de inheemse ziektes en de zware regenvallen tijdens de monzoon. In 1942 werden in Tokio de kaarten opnieuw bestudeerd, de constructie van deze 415 km lange spoorlijn tussen Nong Pledok in Thailand met Thanbyuzayat in Birma was voor de Japanners van strategisch belang omdat met deze spoorlijn,een verbinding over land werd ontsloten tussen Singapore (Maleisië) en Rangoon(Birma). Hiermee ontstond een belangrijke driehoek aanvoerroute tussen Bangkok, Singapore en Rangoon om de Japanse legers in Maleisië en Birma snel en gemakkelijk te versterken en te bevoorraden

De Japanners hadden zich ook voorgenomen om later India te veroveren, een grootscheepse invasie vanuit Birma behoorde dan ook tot een van de mogelijkheden, zonder dat ze gebruik hoefden te maken van de gevaarlijke zeeroute rondom Singapore en de straat van Malakka. Vervolgens werden 2 Japanse spoor regimenten met een totaal van 12.000 man gevormd, het 5e regiment werd in Thanbyuzayat (Birma) en het 9e regiment in Kanchanaburi (Thailand) gestationeerd. De tijdslimiet dat de spoorlijn af moest zijn werd gesteld op augustus 1943 en in juni 1942 begonnen de Japanners om Australische, Britse en Nederlandse krijgsgevangenen naar Birma en Thailand over te brengen. Het totaal aantal werk krachten bestond uiteindelijk uit 30.000 Britse,18.000 Nederlandse, 13.000 Australische en700 Amerikaanse krijgsgevangenen (P.O.W) en 61.700 dienstplichtige en Aziatische arbeiders van China,Birma,Thailand,Maleisie en Singapore.



Nederlands - Indië :

In Indonesië werden ook alle Europese soldaten van het KNIL tot krijgsgevangenen gemaakt en in talloze zwaar bewaakte gevangenkampen ondergebracht. De omstandigheden verslechterden bij de dag, het voedsel was ontoereikend, communicatie met de buitenwereld werd onmogelijk gemaakt en de medische verzorging verslechterde door gebrek aan medicijnen. Omdat de Japanners in hun overtuiging geloven dat "hari kiri" (zelfmoord) eervoller is dan jezelf over te geven aan je vijand hadden zij er geen enkele moeite mee om dagelijks hun krijgsgevangenen tot het diepst te vernederen, te geselen en/of lichamelijke te martelen. Aan elk respect van het leven ging de ruwe Jap voorbij en voor de minste vergrijpen werden de krijgsgevangenen publiekelijk zwaar gestraft, een ieder die ontvluchtte of zelfs maar een poging daartoe deed eindigde z'n leven voor een vuurpeloton of met een doodsteek van een bajonet als de desbetreffende Jap het zonde vond van zijn kogels.De Tokio tijd werd direct ingevoerd, de klok ging dus 2 uur vooruit, dat dit op veel ongerief in het maatschappelijke leven stuitte daar had de Jap maling aan. (07:00 uur s' ochtends werd nu 05:00 uur). Langzaam maar zeker werden alle Japanse bepalingen en maatregelen bijgebracht, het salueren met hoofddeksel of het buigen zonder hoofddeksel "Dai-Nippon" voor elke schildwacht was een bevel dat gauw genoeg door een ieder werd opgevolgd omdat bij verzuim hiervan strenge straffen werden uitgedeeld. Dagelijks lieten de Japanners leugenachtig berichten in de ether omroepen, om verwarring te stichten. De enige manier om uit het gevangenkamp te komen was om je als werkwillige bij de Jap op te geven, dan werd je zo af en toe buiten het kamp tewerk gesteld. Velen deden dit in de hoop om buiten het kamp hun vrouw of kinderen nog eens te zien, het contact bestond dan uit gezwaai en of geroep van grote afstand omdat de Jap niets anders toestond. Bovendien werd er 10 cent per dag uitbetaald waarmee je dan weer in staat was om stiekem artikelen buiten de poort of op de zwarte markt in het gevangenkamp te kopen. In Soerabaya werden meer dan 9000 geselecteerde krijgsgevangenen bijeen gedreven op het jaarmarktterrein en ’n ieder werd met zijn leven bedreigd indien hij weigerde om mee te werken aan dit Groot Azie idee. Hier werden werkploegen, van elk 1000 man samengesteld voor Thailand. Zodra een werkploeg tegen wil en dank vertrokken was dan werd hun plaats weer ingenomen door nieuwe krijgsgevangenen afkomstig uit andere kampen in Indonesië. De werkploegen werden beurtelings met de trein van Soerabaja via Semarang naar Batavia overgebracht in afwachting van verder transport. In Batavia werden de werkploegen tijdelijk ondergebracht in het depot van het 10e bataljon. Dit kamp was zwaar vervuild en besmet met wandluizen en er heerste dysenterie, ieder complex was zoals gebruikelijk in de Japanse kampen met prikkeldraad afgezet. Op de dag van verscheping werden de werkploegen met de trein overgebracht naar het station van Tandjong Priok om aan boord te gaan op de kleine troepentransport schepen met bestemming Singapore of Birma De overtocht na Singapore duurde 6 dagen en men zat als haringen in een ton opeengepakt als iemand ging liggen moesten er 3 man met opgetrokken knieën zitten. Er waren geen sanitaire voorzieningen er was geen frisse lucht en er stond een permanente eindeloze rij van mannen voor het enige zwaar vervuilde en primitief toilet welke buiten boord hing aan de reling. Voeding bestond uit twee kommetjes rijst met vissaus en het drinkwater was ontoereikend. Bovendien was er constant de angst om getorpedeerd of gebombardeerd te worden door onze eigen bongenoten omdat deze niet op de hoogte waren van onze troepen verplaatsing, talloze mannen hebben door bombardementen deze oversteek helaas niet overleefd.

Changi (Singapore):

Na aankomst in de haven van Singapore werden de zieke krijgsgevangenen per vrachtauto direct afgevoerd naar het Hospitaal, de gezonde mannen moesten echter een mars van 20 kilometer afleggen naar Changi. Hun bagage werd gedeeltelijk per vrachtauto vooruit gezonden, maar bleek in veel gevallen bij aankomst "onvolledig". Tijdelijk werden ze nu gehuisvest in de Britse legerbasis van de XIde Divisie in afwachting van verder transport naar Thailand. Changi stond onder Engels commando en de Jap hield zich daar min of meer afzijdig van, zij lieten deze kampen streng bewaken door overgelopen Brits -Indische soldaten. Enkele van deze soldaten stonden echter in geheime verbinding met de Britse officieren zodat men in staat was om middels een afgesproken tekens veel onaangenaamheden te voorkomen. Het Changi terrein was zeer uitgestrekt en de krijgsgevangenen kregen van de Engelsen voldoende te eten. In het Hospitaal werden de zieken, welke in Batavia o.a besmet waren geraakt met bacillaire- en amoebe - dysenterie, goed verzorgd door de Engelse doktoren. Het afvloeien van de gevangenen naar de werkobjecten geschiedde volgens een star schema. De groepen Nederlandse, Engelse of Australische gevangenen stonden onder leiding van eigen officieren. Het Japanse commando gaf regelmatig de Engels kampstaf opdracht om een aantal ploegen van arbeiders samen te stellen, waarbij ook de gewenste nationaliteiten werden genoemd. De afvloeiing van Nederlandse, Engelse en Australische ploegen voltrok zich in gelijk tempo. In enkele maanden tijd zijn 16000 Nederlandse krijgsgevangenen dit kamp gepasseerd

 

 

Daarna zijn Nederlandse krijgsgevangen in groepen vanuit Changi overgebracht naar Thailand. Ze werden vervoerd in dichte stalen rijstwagons en de reis duurde 5 dagen. De mannen met hun uitrusting werden zo dicht op elkaar gepropt, 50 man per wagon, dat ze alleen maar in shift konden slapen de rest van de tijd hadden ze alleen een staanplaats Overdag was het om te stikken in de bloedhete wagons en nachts was het er onaangenaam koud. Toilet faciliteiten waren er niet behalve als er toevallig gestopt werd. Voedsel bestond slechts uit twee kleine rijst kommetjes per dag. Per wagon reisde er een Japanse bewaker mee welke de beste plaats had ingenomen bij de kier van de laaddeur waar nog enigszins ventilatie was

.

Siam (Thailand)

5 dagen later arriveerde de trein op het eindstation te "Ban-Pong". De krijgsgevangen die dit station voor februari 1943 passeerden werden nog met vrachtauto's (30 man per auto) naar Kin-Sah-Yok(165km) getransporteerd. Deze rit duurde 2 dagen, de eerste 40 km weg was goed bereidbaar, daarna ging de weg over in een heuvelachtig en hobbelig (olifanten)pad dwars door de jungle. Tegen de avond werd gestopt te Tarsao, een groot Japans kampement. De krijgsgevangenen werden hier opgesloten in een met prikkeldraad afgezet bos, zij moesten hier de nacht onder den blote hemel doorbrengen zonder enige vorm van sanitaire voorziening.

De dodenmars

Alle passanten, na februari 1943, moesten de route naar Hindato(150km) of Takanun (220km) belopen met hun zware bepakking. Dit kwam omdat de weg kapot gereden was door de zware militaire transporten en de natte moesson welke de weg veranderd had in talrijke onbegaanbare modderpoelen. Gewapende Japanse bewakers liepen mee en joegen de gevangenen meedogenloos op . Nachts werd er in bestaande kampen overnacht en kregen de gevangenen mondjesmaat te eten, nauwelijks genoeg om in leven te blijven. Elke dag weer, logen de Japanse bewakers over de afstand welke nog overbrugt moest worden voordat het dorp Kin-Sa-Yok of Takunan bereikt zou worden. Het werd een dodenmars vooral ouderen in de stoet vielen af, of moesten door de jongeren ondersteund verder lopen. Slechts een handjevol krijgsgevangenen, uitgeput en ontredderd langs de weg, hebben de mazzel gehad dat ze door een passerende Japanse truck naar een kamphospitaal zijn gebracht. Wie achter moest blijven in deze jungle was reddeloos verloren, de nachten met de muskieten en ander ongedierte waren het ergste, dan pas kwam de jungle tot leven. Door marteling, uithongering, fysieke en lichamelijke uitputting hebben velen krijgsgevangenen het einddoel niet gehaald. De eersten bereikten Kin-Sa-Yok na acht dagen, de laatste pas na vijftien dagen. Wederom had de Jap gelogen, achteraf bleek het kamp een transito kamp te zijn bestaande uit enkele zwaar vervuilde hutten, gelegen in een open gehakte jungle aan de rivier. Al gauw werd dit kamp omgedoopt in "the Camp of the Doomed", het aantal sterfgevallen per dag lag hier hoog, het kamp Rin-Tin dat 18 km noordelijker lag bleek achteraf nog erger te zijn en werd dan ook "the Camp of Death" genoemd.

POW kampen:

Vanuit Kin-Sa-Yok werden de krijgsgevangenen verdeeld over de diverse kampen welke langs de spoorlijn waren gesitueerd. In totaal hebben de Japanners 30.000 Britse,18000 Nederlandse, 13000 Australische, 700 Amerikaanse en 200.000 Aziatische krijgsgevangenen overgebracht.De POW's werden gedwongen om mee te werken aan de bouw van deze spoorlijn.

 

Er werd geleefd onder de meest verschrikkelijke, wrede en mensonterende omstandigheden. Ze werden door de Japanners en hun Koreaanse bewakers als stuk vuil behandeld, Ze kregen geen medicamenten en hun voeding was maar net voldoende om in leven te blijven. Vele mannen stierven aan dysenterie, malaria, beriberi, pellagra, buikloop, uitputting, mishandeling en ondervoeding.

 

 

......................................................................

 

Veel POW kampen waren gesitueerd op kleine eilandjes in de rivier zodat ze niet konden ontsnappen. De POW's werden dagelijks met kleine bootjes naar de spoorlijn vervoerd om dwangarbeid te verrichten

 

De Japanse en Koreaanse bewakers waren zeer wreed en hielden er lugubere praktijken op na. Tijdens het martelen van de krijgsgevangenen genoten zij zichtbaar weer als de zoveelste krijgsgevangenen aan een langzame vreselijke dood stierf. Het leed wat daar is aangericht is met geen pen te beschrijven, hoe kunnen wij deze onderdrukkers dit nog ooit vergeven !!

Dwangarbeid:

Met onvoorspelbare primitieve Gereedschappen en totale onverschilligheid voor het menselijk individu joegen de Japanners hun krijgsgevangenen zo bruut en onverbiddelijk op dat het traject al na 16 maanden voltooid was

 

De prijs was schrikbarend hoog. Uiteindelijk heeft elke 3e spoorbiels in het traject minimaal één dode gekost. In totaal stierven er 92.436 mensen waarvan 12.436 Britse, Australische, Amerikaanse, Nederlandse en 80.000 Aziatische krijgsgevangenen aan ondervoeding, uitputting, malaria, cholera, beriberi, dysenterie en martelingen en executies

River Kwai Bridge:

De houten spoorbrug over de "River Kwai" welke in een recordtempo door de geallieerde krijgsgevangenen werd gebouwd met omgehakte bamboe was van groot belang om de bouw van de spoorlijn naar het Noorden te kunnen voorzien van de benodigde bielzen en rails.

 

Omdat de houten spoorbrug niet sterk genoeg bleek werd naast deze brug een ijzeren spoorbrug gebouwd. Deze brug hebben de Japanners geroofd uit Malang (Java)en overgebracht naar Thailand. Omdat deze bruggen van groot strategisch belang waren werden ze vaak door de geallieerden gebombardeerd. Het bombarderen van de stalen brug bleek vaak eenvoudiger te zijn dan de houten noodbrug.

 

Op de voorgrond de inmiddels gebombardeerde stalen spoorbrug met daarachter de restanten van de oude houten noodbrug.(vanaf de andere kant van de rivier gezien.

Hellfire Pass (Konyu):

Bij Konyu moest een rotswand van 28 meter hoog over een lengte van 457 meter worden gekliefd voor de doorgang van deze spoorlijn. Met deze monsterlijke opdracht werd op 25 april 1943 gestart met één bataljon waarvan de ene helft begon met het klieven van de rotswand en de andere helft met het bouwen van een kamp. Aangezien Konyu tussen de bergwanden in tamelijk geïsoleerd ligt kunnen de temperatuur hier overdag gemakkelijk oplopen tot 43°c. Dit resulteerde al snel in een totaal fysieke uitputtingslag van de krijgsgevangenen en de werkzaamheden vorderde slechts traag. Vanaf juni besloten de Jappen om nog meer krijgsgevangenen hiervoor in te zetten en de manschappen werden gedwongen om 18 uur per dag in shifts door te werken. s' Nachts werd met behulp van bamboe lichtfakkels het werk terrein een beetje verlicht en met behulp van handboren, pikhouwelen, schoppen, manden en dynamiet werd in een periode van 6 weken deze klus geklaard. Veel krijgsgevangenen hebben in deze hel het leven gelaten vandaar dat deze doorgang de naam draagt van "Hellfire Pass"

Japanse trein bij de Hellfire Pass

Bridges & Viaducts:

Bamboe brug bij Kensoyak.

Konko bridge (bamboe brug)

War Cemetry - Kanchanaburi :

Hier liggen veel, heel veel krijgsgevangenen van de 2de Wereldoorlog (6.982 mensen). Deze mensen hebben hier onder barre omstandigheden aan de Birma - Thailand spoorlijn moeten werken. De mensen werkten 24 uur in ploegendienst. We vinden hier heel veel Nederlandse gedenktekens. Veel jongens in de leeftijd van slechts 18 jaar oud zijn hier op brute wijze gestorven.Tijdens de WOII zijn er in Thailand zijn er p/m 92.436 mensen omgekomen waarvan 80000 Aziatische, 2830 Nederlanders, 6540 Britten, 2710 Australiërs en 356 Amerikanen