Geschiedenis
De cavia komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika. Spaanse veroveraars en Hollandse kooplieden brachten hem
over de oceanen naar Europa.

Gegevens cavia
Geslachtsrijp: beer vanaf 3-4 weken, zeug vanaf 5-6 weken
Fokrijpheid: beer vanaf 3 maanden, zeug vanaf 5 maanden
Bronstcyclus: 15 tot 17 dagen
Draagtijd: 66 tot 71 dagen
Gemiddelde worpgrootte: 2 tot 4 jongen
Speenleeftijd: 5 tot 6 weken (beertjes wanneer ze geslachtsrijp tonen)
Geboortegewicht: 50 tot 150 gram
Temperatuur: 37,4 - 39,5 graden Celsius
Aantal tepels: 2
Gewicht beer: 1000 - 1800 gram
Gewicht zeug: 800 - 1500 gram
Lichaamslengte: 24 - 30 centimeter
Levensverwachting: 4 tot 8 jaar

Mannetje/vrouwtje
Een mannetje wordt ook wel een beer genoemd, en een vrouwtje noemt men een zeug. Het beertje is vaak
groter dan een zeugje en ook levendiger. Als hij geslachtsrijp wordt, verspreidt hij een sterke geur die echter
vermindert als je het diertje laat castreren. Het zeugje blijft kleiner en ruikt ook niet zo sterk als ze geslachtsrijp
worden

Zo ziet een gezonde cavia er uit:

Lichaam- lekker gevuld lijfje
Vacht- dicht en glanzend
Ogen- helder en iets vochtig, zonder uitvloeiingen
Neus- droog en warm
Oren- schoon
Anus- schoon
Voeten- van onderen onbehaard en glad
Gedrag- oplettend, vrolijk, heeft contact met soortgenoten
ALGEMEEN
Let ook op het volgende bij aankoop van een cavia:
1. De tanden moeten goed sluitend op elkaar staan
2. Huid onderzoeken op parasieten of schimmelziektes
3. Let bij het controleren van de oren op oormijt
Soorten:

Gladhaar



Borstelhaar
De vacht is hard of stug en staat van het lichaam af, verdeeld in minstens 8 rozetten, die op
bepaalde plaatsen over het lichaam zijn verdeeld.

Tessel
Een kruising tussen een Sheltie en een Rex. Op de kop zijn de haren kort en gekruld, op de
romp zijn ze lang en kurkentrekkerachtig gegolfd en gekruld.

Rex
De vacht is gegolfd, de structuur is zacht, kort en fijn.

Engels en Amerikaans gekruind
Deze cavia's hebben een kruintje op hun hoofd dat door en enkele rozet wordt gevormd. Het
kruintje ligt in een denkbeeldige vierhoek an ogen en oren. De rest van de beharing is glad.

Satijnhaar
Als een korthaar, maar de haren zijn zijdeachtig en glanzend. De vacht is fijn en dicht.

Langhaar
De haren zijn lang en glanzend. Door een scheiding op de rug hanen de haren als manen over
de flanken af. Er bevinden zich 2 symmetrische rozetten op de heup, waardoor het haar als het
ware een sleep vormt. Door e rozet rond de ogen vormt het haar op de kop een pony.

Sheltie
Dezelfde vacht als de langhaar, maar zonder rozetten. Het haar valt naar achteren weg. De
sleep is waaiervormig, de haren groeien naar achteren (pony ontbreekt), opvallende
bakkebaarden.