GIJ ZULT RE-INTEGREREN!


Naar aanleiding van een avond van het PEL op 28/4/2008 over re-integratie, soosperikelen en dwangarbeid, is een Werkgroep Re-InDeGratie ontstaan, bestaande uit zowel leden als niet-leden van het PEL. Dit, omdat op die bewuste avond diverse mensen vonden, dat een vervolg aan de avond moest worden gegeven. Een van de zaken die vervolgens zijn opgepakt, is de gedachte dat de publieke opinie kennis moet nemen van andere informatie dan uitsluitend via overheden en de reguliere pers over m.n. een thema als re-integratie. Het gaat dan met name over beeldvorming met betrekking tot mensen in de bijstand.
Het onderstaande verhaal werd achtereenvolgens geweigerd door het blad Liwwadders, omdat men inzat over de "journalistieke kwaliteit" en daarna door de "Te Gast" rubriek van de Leeuwarder Courant. Maar dat laatste kon je verwachten bij een krant die zich soms gedraagt als een PvdA-partijblaadje. Door Liwwadders is daarna op voorstel van de Werkgroep Re-Indegratie nog wel aangeboden om een interview te houden met een van de werkgroepleden, waarop daarvoor een naam is aangeleverd, maar sindsdien werd tot nu toe niets meer vernomen.
Onderstaand verhaal is namens de hele Werkgroep Re-Indegratie geschreven, pakweg september 2008:

Gij zult reïntegreren!

Er zijn twee dingen zeker in een mensenleven: men is niet onsterfelijk en men moet belasting betalen. Mocht men toevallig aangewezen zijn op een WW- of Bijstandsuitkering dan komen er nog twee zekerheden bij, namelijk gij zult re-integreren en de vaak ongenuanceerde reacties van de buitenwacht.

In februari 2007 heeft de Gemeente Leeuwarden de Werkacademie in het leven geroepen om werkzoekenden in de bijstand op weg te helpen naar werk. Indien dit traject geen resultaat oplevert, dan volgen een of meer re-integratietrajecten. Deze schieten landelijk als paddenstoelen uit de grond, zonder dat deze aan enige kwaliteitsvoorwaarden hoeven te voldoen Werkzoekenden worden overstelpt met competentietesten, motivatie- en sollicitatietrainingen, e.v.-, kleding- en houdingadviezen, en ga zo maar door. In aanleg een prima concept.

De praktijk leert dat er een groot spanningsveld bestaat tussen de regelgeving van de overheid, gemeenten en de praktijk van de hedendaagse arbeidsmarkt. De arbeidsmarkt is een complex fenomeen. Werkgevers vragen flexibiliteit, werknemers zekerheid. Daarnaast nemen zij liever mensen aan van 35 jaar of jonger met 10 jaar ervaring. Geen ervaring is soms geen probleem, zolang men de leeftijd van 25 jaar maar niet overschrijdt. Als men op zoek is naar een baan, kan ook een teveel aan werkervaring of opleiding een belangrijke hindernis zijn.

De vraag is in hoeverre de Werkacademie en re-integratiebureaus hier adequaat op in kunnen spelen. Bovenstaande hindernissen worden door dergelijke instellingen nauwelijks weggenomen en eerder in stand gehouden. Daarnaast wordt veelal geen rekening gehouden met de kwaliteiten of ervaring van een werkzoekende. Een re-integratiebureau kan een aanzet zijn tot het vinden van een baan, maar ook niet meer dan dat.
Van een succesvolle plaatsing is al sprake als een werkzoekende een contract heeft van twee maanden bij een callcenter. Dit patroon kan zich gedurende vele jaren herhalen, waarbij de werkzoekende overal uitstroomt en dus nergens echt binnen is, de zgn. draaideurcliënt. Alleen het desbetreffende re-integratiebureau en eventueel de werkgever hebben hier (financieel) voordeel bij.
Ongeacht de achtergrond van de cliënt dient dit kennelijk ter bevordering van de maatschappelijke deelname en de vergroting van de sociale zelfredzaamheid en werkervaring van de cliënt. Welke dit zijn blijft de vraag. De werkgever vraagt competenties en vaardigheden die aansluiten bij de te vervullen functie.
Het solliciteren vanuit een betaalde baan is alleen relevant indien de werkzaamheden aansluiten op de baan waar de werkzoekende zich op richt. Een werkzoekende van middelbare leeftijd die als inpakker of schoffelaar werkzaam is, daar moet volgens de werkgevers wel iets mis mee zijn.....
Werk is dé remedie tegen armoede? Een relatief grote groep mensen wordt (be)geleid naar een andere vorm van armoede. Zij komen op deze manier niet in een echt betere (financiële) situatie terecht, bouwen jaar na jaar geen pensioen op en kunnen amper het hoofd boven water houden. Dit zijn wat we noemen de "werkende armen". Ondertussen wordt men wel steeds een jaar ouder en werkgevers vragen meer dan alleen callcenterervaring.

In de media wordt de re-integratiesector niet zelden negatief afgeschilderd. Wat is het verschil tussen Sinterklaas en een goed re-integraliebureau? Wel, Sinterklaas komt zijn beloften na. De sector draagt deels zelf bij aan deze beeldvorming. Re-integratiemedewerkers schieten veelal tekort in hun kennis van en inzicht in het al eerder genoemde spannîngveld tussen wenselijkheid en werkelijkheid, en hebben een gebrek aan belangstelling en inzicht in mensen. Het frustrerende van dit alles is dat zij hiermee weg komen. Alles valt en staat met het inzetten en benutten van verworven competenties en vaardigheden van niet alleen de werkzoekende, maar ook van de desbetreffende re- integratiecoach.
Deze tekortkoming is het eigenlijke probleem en niet het bestaan van re-integratiebureaus. Het is echter ook de vraag hoe en waarop deze medewerkers zclf worden aangestuurd vanuit de organisatie. Het lijkt er vooralsnog op dat coaches veelal meer aandacht hebben voor eigen organisatiedoelen dan voor de cliënt.
Werk boven inkomen, het lijkt of re-integratiemedewerkers zelf om die reden aan de slag zijn gegaan in een markt waar nog steeds grote budgetten beschikbaar worden gesteld door de gemeenten zonder dat er een duurzame oplossing aan de werkzoekende hoeft te worden geboden om zelf in het inkomen te voorzien.
Zowel de werkgever als de werknemer is gebaat bij kwaliteit. Als re-integratiecoachcs dit onder ogen zouden zien, zouden zij meer kwaliteit dan kwantiteit kunnen bieden.

Gerrit J. Bosch


Einde tekst ingezonden verhaal van Gerrit J. Bosch namens de Werkgroep Re-Indegratie.