De fret als huisdier
The Gang en Franka
Vrouwtje legde de telefoon neer. “Zo” Zei ze, “Morgen komt Franka een dagje logeren”. Bonanza keek op. “Franka, wat is een Franka?” Wilde hij weten. “Geen idee” zei Pipo die al net zo verbaasd was als Bonanza. “Eh, Franka is gewoon Franka” Bromde Max. “Ja maar WAT is een Franka” wilde ook Lotje weten. “Ja, weet ik veel, ik ken haar wel maar WAT ze is geen idee, ik heb d’r nooit gezien en ook niet aan d’r gevraagd wat ze was. “Nou ik ben zeer benieuwd naar dat Frankading” Meende Roan. “Misschien is het een fret en is Franka haar naam” Meende Jip. “Nee het is geen fret hoor”, Wist Max te vertellen. “Een kat dan misschien” Probeerde Kyra. “Nee ook geen kat”, wist Max weer. “Ik word toch wel heel nieuwsgierig hoor naar dat Frankading” vond Bino. De katten op de bank luisterden mee. “We zullen het morgen wel zien” Zei Wammes. Vrouwtje was een aantal dingen aan het klaarmaken. Het grote kussen werd goed opgeschud, een bakje water werd in de gang gezet en een handdoek op de bank. “Ik hoop de je leuk met dat Frankading kunt spelen” Vond Hobbit. “Nou morgen zullen we het weten” meende Bambi.
“Ik ga Franka even halen jongens, tot straks”. Vrouwtje trok haar jas aan en ging weg. De fretten en de katten wachten ongeduldig af wat dat Frankading zou zijn. Een uurtje later ging de voordeur open. “Rustig aan Franka”, Hoorden ze vrouwtje zeggen. De deur van de gang ging open. De fretten keken nieuwsgierig naar wat er binnen zou komen. Een bruin met wit dier kwam binnen stormen. Ze had grote flaporen, grote poten en een klein stomp ding op d’r achterste geplakt wat de hele tijd heen en weer ging. “Wat is dat voor iets” Riep Pipo verbaasd uit. “Wat een groot dier zeg” Zei Jip al even verbaast. Franka rende in een ruk naar de hangmat waar Max met Bino in lag. “Hallo Max” Riep ze. Max kwam met zijn kop onder de dekens vandaag. “Oh, dag Franka” Zei hij. “Wie zijn al die andere dingen” Vroeg Franka, terwijl ze naar de grote kooi keek. De fretten wrongen zich in allerlei bochten om het Frankading maar beter te kunnen zien. “Ja, ik zal je even voorstellen” Zei Max. “Dit hier is Bino”. “Aangenaam” Gaapte Bino en ging weer verder met slapen. “Die grote Albino fret is Bonanza, dat kleinere mannetje is Pipo, dat albino vrouwtje is Roan, die twee wildkleurtjes zijn Jip en Kyra” en dat kleine fretje is Lotje”. “Oh ja, en de katten zul je straks wel zien, dat zijn Bambi, Hobbit en Wammes”. Tjonge!” Riep Franka enthousiast uit, “Wat een hoop nieuwe vriendjes om mee te spelen”. “Nou Franka”, Zei het vrouwtje, “We zullen eens even zien of je met de fretten overweg kan”. Ze deed de kooi open en de fretten braken zowat hun nek om bij Franka te komen. Lotje sprong om Franka heen en was luid aan het mokken. “Wat ben jij voor iets” Wilde Roan weten. “Ik ben Franka, een levensgevaarlijke Jack Russel Terriër” Blafte Franka. “Jack Russel Terriër” snoof Pipo, “Wat is dat?”. Franka keek verbaast. Wisten die fretten dan niets. “Een hond natuurlijk” Gromde hij, “Wij honden zijn heel gevaarlijk hoor”. ”Oh ja, Oh ja” Begon Bonanza, “Als je maar weet dat ik een albino fret ben, en die zijn ook heel gevaarlijk”. Franka keek verbaast op en liep richting de hangmat. Bino lag nog heerlijk te slapen. “Ja ik zie het” grinnikte Franka. “Jip en Kyra moesten ook lachten en Bonanza liep rood aan. “Eh, Bino telt niet mee bij ons levensgevaarlijke Albino’s die is blind”. Bonanza keek voor hulp naar Roan en Pipo. Pipo probeerde er ook gevaarlijk uit te zien en stond naast Bonanza. Roan daarentegen kwam niet meer bij van het lachen. “Levensgevaarlijk” Hikte ze van het lachen. “Ik kom niet meer bij” huilde Jip. Bonanza Pipo keken beteuterd, vrouwfretten wat moest je ermee? . “Wij Honden kunnen heel hard rennen” Ging Franka verder, “Zullen we een wedstrijdje doen?”. “Ja leuk” Hijgde Lotje die toch wel moe werd van al dat gespring om Franka heen. “Ben jij ook een fret?” Vroeg Franka aan Lotje. Lotje keek verbaast, “Kun je dat niet zien dan” Vroeg ze teleurgesteld. “Jawel” Meende Franka, “Maar je bent wel erg klein”. Maar dat duurt niet lang meer hoor” vertelde Kyra haastig. Ze zag de bui al hangen. “Ze is nog maar jong ze moet nog groeien en dan word ze heel groot, hè Lotje?”. “Ja, heel groot” Zei Lotje trots.
Plotseling kwamen er 3 katten de kamer in. Franka sprong
overeind en haar staartje ging onophoudelijk heen en weer. “Nog meer
speelkameraadjes” Blafte ze. “Is dit nou dat Frankading” Wilde Wammes weten.
“Ja” Zei Kyra, “Je kunt er leuk mee spelen.
“Oh ja” vroeg Hobbit altijd in voor
een spelletje. Bambi ging op de bank zitten. “Weten jullie nou al wat voor een
ding ze is?” Vroeg ze. “Ze is een hond” Bromde Bino vanuit de hangmat.
Ondertussen was Franka begonnen met een spelletje tikkertje met Bonanza en
Pipo. “Hallo, Hallo” Bromde Max, “Kunnen jullie dat even ergens anders doen, we
proberen hier te slapen, stelletje herriemakers”. “Kom we gaan naar onze kamer”
Spinde Hobbit, “Daar kunnen we lekker spelen. Hobbit rende naar de kattenkamer op de poot gevolgd door Franka. Ook
Pipo en Bonanza spurten er naar toe, ze liepen bijna Lotje omver die in de al
naar de gang was gerend. Jip, Kyra en Roan renden iets waardiger naar de kamer.
Bambi en Wammes gingen op het kussen liggen. Er was iets met die hond, iets wat
ze niet wisten, maar dat iets zei hen dat katten niet met honden zouden moeten
spelen. Hobbit kon dat niets schelen. “Kijk” Riep hij blij,” Als je hier gaat
staan kun je heel ver naar buiten kijken”. Franka liep de loopplank op naar de
eerst plank en keek naar buiten. “Wat een mooie kamer” Zei ze, “is die helemaal
voor jullie. “Ja mooi he” Zei Roan. “Zullen we weer tikkertje doen" Mokte
Lotje. “Oh ja dat is goed” blafte Franka. Hobbit, Franka, en de fretten
speelden de hele dag. Tikkertje, verstoppertje, Franka vertelde ze van alles
over honden, grote en kleine, ze gingen Bambi en Wammes pesten en nog veel meer
tot ze uiteindelijk uitgeput met z’n allen op het kussen in slaap vielen.
Franka lag in het midden en Hobbit erachter. De fretten wrongen zich overal
tussen. Lotje wist een plaatsje tussen Franka’s poten te bemachtigen.
De bel van de voordeur ging. Sommige deden een oogje open, maar niemand rende mee om te kijken wie daar was. “Franka baasje is er weer je moet naar huis”. Franka hief vermoeid haar kop op. “Aaah nou al” Zei ze. Ze had nog helemaal geen zin, ze wilde bij de fretten en Hobbit blijven. “Ze heeft zich prima vermaakt” Vertelde vrouwtje aan haar vader, de baas van Franka. “Ze hebben de hele dag gespeeld dus ze is hartstikke moe. Het baasje van Franka moest lachen. “Kom Franka zei hij”, en tilde haar op. “Dag Hobbit, Dag Bonanza en Pipo, Dag Roan, Jip en Kyra, Dag Kleine Lotje, ik kom binnenkort vast nog eens langs om de spelen”. “Dag Franka” Miauwde Hobbit, Dag Franka” Mokten de fretten. Franka en haar baasje gingen weg en lieten The Gang teleurgesteld maar moe achter. Die Franka mocht wel vaker lang komen om te spelen, dat was een ding wat zeker was. Een vermoeid van het vele spelen vielen ze in slaap.
©1999 Yvonne Brouwer

