Zoek...

Uitgebreid zoeken...
Plattegrond | Gastenboek | Home |

De fret als huisdier

Wie redt The Gang?


Er was een drukte van belang in het huis van The Gang. Vrouwtje had de deur van de katten goed op slot gedaan en het hok van de fretten al twee keer gecontroleerd om te zien of alles goed dicht zat. Er werd geschilderd. De voordeur, de ramen alles stond open en de schilders waren druk bezig. Vrouwtje zelf was even achter de computer gaan zitten in de slaapkamer om het een en ander te schrijven. Een van de schilders kwam de gang in lopen. Nieuwsgierig als sommige mensen zijn was hij zeer benieuwd wat er achter de deuren zat. Hij liep de woonkamer in en zag de grote kooi met de fretten die lekker in hun slaapzak waren gekropen. “Wat zou hier nou in zitten?” Vroeg de schilder zich af. Voorzichtig opende hij een deurtje om te kijken. Maar de fretten bleven waar ze waren, ze hadden geen zin in spelen. Alleen Lotje kwam even kijken. “Wat ben jij nou voor een diertje?” Vroeg de schilder zich af. Lotje vond de schilder maar niets en kwam dan ook niet in de buurt. De man stonk vond ze. Snel schoot ze de slaapzak we er in bij de ander fretten. “Nou daar is ook niet veel aan” Vond de schilder en deed het deurtje weer dicht. Hij lette er echter niet op of het deurtje ook echt wel goed dicht zat. Hij ging de gang op. “Wat zou er achter deze deur zitten” Vroeg hij zich af. Hij deed de deur van de kattenkamer open. Plotseling flitsten er een kat uit, snel deed de man de deur weer dicht en keek achterom. Hij zag nog net een rode kat de voordeur uit rennen. “Shit” riep de schilder. Zijn collega probeerde de kat nog te vangen. “Ach maak je geen zorgen” Zei hij, “Die komt wel weer terug”. “Ja zou je denken” Vroeg de schilder. “Tuurlijk, katten komen altijd terug” Zei zijn collega. “Kom even doorwerken nu, we moeten het vandaag af krijgen.

Bonanza ging eens kijken of er nog wat te beleven viel. Hij liep naar beneden om even een hapje te eten toen hij zag dat het deurtje open stond. Snel rende hij naar boven. “Jongens kom eens kijken, het deurtje van de kooi staat open” Mokte hij. Little Joe, Lotje en Pipo kwamen ook kijken. Roan keek eens slaperig vanuit de slaapzak. “Nou en” Zei ze. Jip en Kyra kwamen helemaal niet kijken, die lagen zo lekker te slapen dat ze geen zin hadden om de warme slaapzak uit te komen. Voorzichtig duwde Bonanza tegen het deurtje die een stukje verder open zwaaide. “Zie je wel” Zei hij zachtjes. Pipo stak voorzichtig zijn snuitje uit de kooi. Little Joe durfde wat meer en liep de kooi uit. “Dit is wel spannend zeg” Vond hij. Lotje kwam achter Little Joe aan op de voet gevolgd door Bonanza. “Kom nou Pipo” Piepte ze, “Dit is echt wel leuk” Ook Pipo kwam nu de kooi uit achter de rest aan. Voorzicht liepen ze verder. Bonanza, als leider, voorop, gevolgd door Little Joe en Lotje, Pipo sloot de rij. Ze liepen de gang in toe n ze zagen dat deur naar de hal open stond. Spannender zelfs, de deur naar buiten stond open!. “Kom” Riep Bonanza, “Nu kunnen we zien wat er buiten die deur is”. Snel liepen ze allemaal naar de voordeur. Voorzichtig gluurde Bonanza om het hoekje en zag dat die schildermensen druk aan de andere kant bezig waren. “Kom jongens snel” Mokte hij. Zo snel als hun pootje hun konden dragen renden ze de voordeur uit de tuin in.

Vrouwtje sloot haar computer af en liep de kamer in. Ze keek naar de kooi en kreeg de schik van haar leven. Een deurtje van de kooi stond open!. Snel deed ze het deurtje weer dicht begon in de slaapzak te kijken. Ze zag Roan, Jip en Kyra. Maar van Bonanza, Pipo, Little Joe en Lotje vond ze geen spoor. Angstig keek het vrouwtje om zich heen toen ze zag dat de voordeur nog steeds open stond. Kwaad liep ze naar de schilders. “Heeft een van jullie aan die grote kooi in de kamer gezeten” Vroeg ze boos. De schilders begonnen zenuwachtig heen en weer te schuifelen “Hoezo?” Wilden ze weten. “Omdat er een deurtje open staat en er een aantal fretten weg zijn” Ging het vrouwtje boos verder. “Zijn jullie verder nog ergens geweest waar jullie niets te zoeken hebben” Wilde ze weten. De schilders keken schuldig naar de vloer. “Uhm nou ja, ehm” stotterde een van hen. Vrouwtjes ogen puilden zowat uit. Het zou toch niet waar zijn!!. Snel rende ze naar de kattenkamer en deed voorzichtig de deur open. Ze keek rond en zag dat Hobbit weg was. Ze deed snel de deur dicht en liep naar de kamer om de alle deuren van de kooi te controleren. Gelukkig zaten ze allemaal goed dicht. Ze schoot haar jas aan, pakte een bus met snoepjes, een piepbeestje en rende de deur uit. Ze deed de deur dicht en op slot. “Hier horen jullie meer van” Schreeuwde ze tegen de schilders “Maar ik ga nu eerst mijn dieren proberen te zoeken”.

Het was best wel koud buiten en nat. Bonanza, Pipo, Little Joe en Lotje slopen door de struiken toen ze plotseling iets bekends roken. Ze slopen eropaf. “Wat een bekende geur” Zei Little Joe. “Ja maar ik kan hem niet thuis brengen” Meende Pipo. “Ik weet het!” Riep Lotje. “Het is de geur van Hobbit”. “Hobbit?” Zei Bonanza verbaast, “Dat kan toch niet”. Voorzichtig slopen ze verder. Plotseling zagen ze, ver onder de stuiken weggedoken, een rode kat zitten. Ze keken eens goed. “Dat lijkt inderdaad wel op Hobbit” Meende Pipo. “Hmmm” Zei Little Joe bedachtzaam. “Psssst Hobbit” Fluisterde Bonanza. De rode kater keek angstig op. “Wie riep mij” Vroeg hij zachtjes. “Het is Hobbit” Piepte Lotje en rende naar de kater toe. Hobbit bleek heel bij te zijn om de fretten te zien. “Het is helemaal niet leuk buiten” Miauwde hij. “Ik heb een grote enge hond gezien en nare mensen en ik weet niet meer waar we wonen”. De fretten keken bedrukt, tot nu toe hadden zij nog niets engs gezien. “Och kom Hobbit” Mokte Bonanza stoer, “ Dat zal allemaal wel meevallen”. “We gaan eens verder kijken” Mokte Little Joe. Met tegenzin liep Hobbit achter de fretten aan. “Dit is echt spannend” Fluisterde Lotje. Ineens begon Pipo heel hard te kekkeren en te gillen. Geschrokken keek iedereen achterom. Pipo lag op de grond en likte zijn pootje. “Wat is er?” Vroeg Bonanza verbaast. “Pijn” Piepte Pipo. Little Joe en Lotje keken naar zijn pootje. Lotje zette grote ogen op, “Oho, hij bloed” Riep ze angstig. Little Joe begon Pipo’s pootje te likken, terwijl Bonanza en Hobbit keken hoe erg het was. “Er zit een snee in” Zei Hobbit. “Kun je nog lopen?” Wilde Bonanza weten. Voorzichtig ging Pipo staan, hij trok een pijnlijk gezicht. Hij hinkte wat heen en weer en begon meteen te piepen. “Nee het gaat niet” Zei hij met een van pijn vertrokken gezicht en liet zich weer zakken. The Gang keek angstig om zich heen. Het avontuur was opeens niet leuk meer. Ze hoorden allemaal enge geluiden en het begon ook nog te regenen. “Wacht maar” Zei Hobbit, “Kijk eens of je op mi jn rug kan klimmen”. Met behulp van Bonanza en Little Joe klom Pipo op de rug van Hobbit. “Ja zo moet het gaan” Zei Pipo zacht. “We moeten nu de weg naar huis vinden hoor” Huilde Lotje, “Ik vind het helemaal niet leuk buiten”. Samen gingen ze op zoek naar hun huis, Bonanza voorop, dan Lotje en Little Joe gevolgd door Hobbit die Pipo op zijn rug droeg. Het begon al donker en kouder te worden.

De voordeur ging open en het vrouwtje kwam binnen lopen. Roan, Jip en Kyra keken vol verwachting naar de gang. Roan was boven in de kooi geklommen om beter te kunnen kijken. “Heeft vrouwtje ze gevonden?” Wilde Kyra weten. “Nee ik zie ze niet” Zei Roan teleurgesteld. “Er zal toch niets ergs gebeurd zijn” Vroeg Jip angstig. Wammes en Bambi kwamen de kamer in rennen. “Wat is er aan de hand” Wilde Bambi weten. “Waar is Hobbit” Vroeg Wammes. “Die is weg net als Bonanza, Pipo, Little Joe en Lotje” Vertelde Kyra. Vrouwtje liet zichzelf op de bank vallen en begon te huilen. Ze was nat, koud en bang. Ze had overal gezocht en uren naar hun naam geroepen maar had ze niet gevonden. “Ik zal maar eens Amivedi enzo gaan bellen” Snikte ze terwijl de tranen van haar wangen veegde. Ze pakte de telefoon op en belde met Amivedi, een organisatie de gevonden en gezochte dieren registreerde. Ook belde ze met de Dierenambulance en de Politie. Angstig zat de rest van The Gang te wachten. “Ik hoop dat ze gevonden zijn” Zei Bambi en igszins bang. “Ja” Vond ook Jip, “Het word al donker buiten en het regent”. Teleurgesteld legde vrouwtje de telefoon neer. Niemand had 4 fretten of een rode kater gevonden. Vrouwtje staarde voor zich uit en keek toen naar de rest van The Gang. “Wat moet ik nou” Vroeg ze angstig aan hun. Jip, Kyra, Roan, Wammes en Bambi wisten het ook niet. Plotseling begon het vrouwtje weer te snikken en de rest van The Gang werd heel bang.

Ze hadden honger, waren koud, nat en heel erg bang. Ze hadden uren naar hun huis gezocht maar hadden deze niet kunnen vinden. Nu zaten ze uitgeput onder de struiken verborgen, Bonanza, Little Joe, Lotje, Hobbit met Pipo nog steeds op zijn rug. Lotje zat te snikken en Little Joe probeerde haar te troosten. “Heus Lotje, we vinden de weg wel naar huis” Mokte hij. Pipo’s pootje deed steeds meer pijn en ook Bonanza stond het huilen nader dan het lachen. “Misschien moeten we op zoek gaan naar een mens?” Opperde Hobbit. Bonanza keek bedenkelijk. “Ja misschien wel” Meende hij. Er stonden hier huizen genoeg. Ze keken de tuin in waar ze onder de struik lagen. Er brandde licht in het huis. “Misschien moeten we het hier proberen” Meende Little Joe.” Wacht maar even hier, dan ga ik wel even kijken” Zei Hobbit. Hij liet Pipo voorzichtig van zijn rug glijden en sloop naar de deur van het huis. Voorzichtig ging hij op zijn achterpootjes staan en keek naar binnen. In het huis zat een man de krant te lezen aan tafel. Even d acht Hobbit na, toen begon hij heel hard te mauwen. De man keek op van zijn krant. Nogmaals mauwde Hobbit nu wat harder. De man stond op van de tafel en liep naar de achterdeur. Hobbit liep voorzichtig naar de man toen. “Hallo” Zei de man, “Wat hebben we hier”. Hobbit mauwde nog een keer klagelijk. “Volgens mij wil je naar binnen, heb je het koud?” Vroeg de man vriendelijk. Deze man leek Hobbit wel veilig genoeg. Hij lokte de man achter zich aan naar de struiken waar de fretten zich onder verschuilden. “:Volgens mij wil je me wat laten zien” Zei de man bedenkelijk. Hobbit ging voor de stuiken liggen en siste “Gedraag jullie” tegen de fretten. Bonanza zou net verontwaardig wat zeggen toen de takken van de struiken opzij werden geschoven en er de man op hen neer keek. “Wat zijn dit nou?” Vroeg hij verbaast, “Zijn dit vrienden van jou?” Vroeg hij terwijl hij Hobbit aankeek. Hobbit ging snel tussen de fretten in liggen om aan te geven dat ze vrienden waren. “Jullie zien er allemaal koud, nat en hongerig uit, kom maar snel mee naar binnen dan” Zei de aardige man. “Ach jee” Zei hij toen hij naar Pipo keek, “Je hebt een zeer pootje”. Voorzicht pakte hij Pipo op en liep met hem naar binnen. De rest rende erachteraan, snel het warme, droge huis in.

Eenmaal binnen pakte de man een grote kartonen doos en zette de fretten daarin. Hobbit sprong er ook in en ging bij ze liggen. “Ik ga maar even doorgeven dat ik jullie gevonden heb” Zei de man. Hij zette een bakje water in de doos en liep naar de telefoon. Na een tijdje legde hij de hoorn weer neer. “Nou jongens” Zei de aardige man, “Er komt zo iemand van de dierenambulance om jullie te halen. “Wat is de dierenambulance” Vroeg Little Joe angstig. “Geen idee” Zei Bonanza. Lotje was dicht tegen Hobbit aangekropen en begon weer te huilen. “Ik wil naar huis” Snikte ze, “Naar Jip, Kyra, Roan en Bambi en Wammes en naar het vrouwtje” Ging ze verder. “Ik wil ook naar huis” Huilde Pipo, “Ik wil naar het vrouwtje, mijn pootje doet pijn en ik ben bang” Snikte hij. Bonanza en Little Joe werden ook bang en Hobbit keek ook niet blij. Plotseling ging de deurbel. “Daar zul je de mensen van de Dierenambulance hebben” Zei de aardige man. Er kwam een andere man de kamer binnen lopen die een felgeel pak aan had. Hij keek in d e doos. “Ja, dat zijn fretten en die kat hoort er duidelijk bij” Zei hij tegen de aardige man. “Zo te zien zijn ze behoorlijk bang, fretten horen ook niet in de vrije natuur, dat overleven ze niet”. Hij haalde een apparaat uit zijn tas. “Wat gaat u doen?” Wilde de aardige man weten. “Ik ga kijken of ze gechipt zijn” Zei de man van de Dierenambulance. “Gechipt” Vroeg de aardige man verbaast. “Ja de kat misschien, maar die fretten toch niet” Zei hij. “Dat kan heel goed hoor” Verzekerde de man van de Dierenambulance hem. “ Er is een frettenvereniging die het chippen van fretten promoot en een actie houd op hun frettendagen, dus de kans is groot dat ze gechipt zijn” Vertelde hij. “Oh, wat goed zeg” Meende de aardige meneer. De man van de dierenambulance pakte Pipo uit de doos en bekeek zijn pootje. “Hmm” Zei hij, “ Daar moeten we ook even naar laten kijken”. Hij ging met het apparaat langs Pipo’s schouders en het apparaat begon te piepen. “Zie je wel” Riep de man van de Dierenambulance triomfantelijk, “Deze is gechipt. Snel schreef hij het nummer op. Een voor een werden de fretten en Hobbit gecontroleerd op hun chip en de man van de Dierenambulance schreef ze op. “Ik ga even de nummers doorbellen en binnen een half uur weten we waar ze thuis horen” Zei de man van de Dierenambulance. “Wat een schitterend systeem zeg” Meende de aardige meneer.

Vrouwtje zat met rode ogen op de bank. Ze was nog een keer gaan zoeken in het donker, maar ze had The Gang niet gevonden. Kyra en Roan liepen voor haar te dollen in een poging om haar vrolijk te krijgen. Het hielp niet en eigenlijk hadden ze ook geen zin. Wammes en Bambi waren op de hoogste plank in de kattenkamer gaan zitten en staarden naar buiten in de hoop dat ze de rest van The Gang zouden zien. “ Zien jullie al wat” Vroeg Jip hoopvol. “Nee het is te donker” Miauwde Wammes teleurgesteld. Bambi zuchtte nog eens. “Waar kunnen ze nou toch zijn” Vroeg Kyra angstig. “Nou ik hoop dat ze hun lesje geleerd hebben” Probeerde Roan, “Dat zal ze leren om weg te lopen”. Maar ook dat monterde ze niet op. Jip, Kyra en Roan gingen het hok maar weer in en kropen in de slaapzak. Plotseling ging de deurbel. Vrouwtje keek verbaast op. Wie kon dat nou zijn?. Snel deed ze de kooi dicht en de kamerdeur, ze wilde niet dat er nog meer Gangleden er vandoor zouden gaan. Ze deed de deur open en er stond een man in een felgeel pa k voor de deur. Vrouwtje herkende het pak meteen en keek hoopvol. “Ik heb hier iets wat u wel graag terug wilt hebben” Zei de man met een glimlach. Hij hielt een carrier omhoog en liep naar binnen, met een tweede carrier in de hand. Eenmaal binnen deed hij snel een carrier open en renden Bonanza, Little Joe, Lotje en Hobbit naar buiten. Vrouwtje liet zich op de knieën vallen en begon ze allemaal te knuffelen. Ze probeerde ze een standje te geven maar ze was zo blij dat ze weer terug waren dat het niet lukte. Jip, Kyra en Roan liepen heen en weer in het hok en wilde hun frettenvriendjes en de kater Hobbit ook begroeten. Vrouwtje zette het hok open en de hele frettenbende rende mokkend door elkaar, terwijl Hobbit helemaal afgelikt werd door Bambi en Wammes. “ Waar is Pipo” Wilde het vrouwtje weten. De man van de DA liep naar de ander carrier. “Die zit hier, hij heeft zijn pootje verwond, niets ernstigs hoor” Hij maakte de carrier open en pakte Pipo eruit. Deze wurmde om los te komen en hinkte toen snel naar het vrouwtje toe die bezorg maar heel erg blij en opgelucht keek. “U hebt er heel goed aan gedaan om ze te laten chippen mevrouw” Vertelde de man van de Dierenambulance. “Wij wisten meteen bij wie ze thuis hoorden, dat maken we ook wel eens anders mee”. Vrouwtje was ook erg blij dat ze al haar huisdieren gechipt had. Stel je voor wat er gebeurd zou zijn als dat niet het geval was. Ze bedankte de man van de Dierenambulance. Snel ze ging op de bank zitten met Pipo om zijn pootje wat beter te bekijken. Lotje klom meteen naast haar en week niet van haar zijde. Bonanza en Little Joe vertelden hun hele avontuur aan Jip, Kyra en Roan in geuren en kleuren terwijl Hobbit hetzelfde deed aan Bambi en Wammes. Een ding hadden ze geleerd. Buiten was het niet leuk, je kon beter binnen blijven bij het vrouwtje. Daar was het warm, droog, veilig en er was eten en drinken. Het vijftal had hun lesje geleerd en zouden nooit meer de voordeur uit lopen, en ook niet door de achterdeur. De rest werd zo bang van de verhalen dat ze er al h elemaal geen zin in hadden het zelf te ontdekken.

De Moraal van dit verhaal: Een gechipte fret is snel gered (en een kat ook)

© 2000 Yvonne Brouwer

Naar vorige pagina
Creative Commons Licentie
Creative Commons Licentie

http://defret.onshuisdier.nl