E.G. - U.V. - V.Z.H - I.P.O - Speuren I en II
E.G. (Elementaire Gehoorzaamheid)
Begin principes voor het VZH.Voor beginnende geleiders is er een E.G.-cursus.
Dit is een cursus voor beginnende geleider als opbouw en basis van contact hond en baas,
en de omgang met je Dober.
U.V. (Uithoudingsvermogen)
Waarbij de hond 20 km in draf naast de fiets loopt met 2 korte pauzes. Uiteraard volgt dit examen op een geleidelijk opgebouwde training van de hond. Na dit examen volgen er nog wat loop-oefeningen (appel oefening) aan de lijn.
V.Z.H. (Verkeers zekere Hond)
Voordat we met het IPO examen kunnen beginnen hebben we tegenwoordig eerst het diploma VZH nodig. Dit Examen is opgebouwd in twee onderdelen: 1. Op het trainingsveld. 2. In de stad.
1 TRAININGSVELD, Algemene gehoorzaamheidsoefeningen (appel), w.o. lijnvolgen, los volgen in diverse tempo's, zit-oefeningen, af-oefeningen met voor roepen,
vanaf 2002 is het afliggen aan een kant van het veld terwijl een ander met zijn
hond loopt erbij gekomen. Slaagt men hiervoor, dan gaat het examen verder in de stad, meestal in een druk winkel centrum.
2 STAD, hier moeten we laten zien dat de hond niet uitvalt naar mens en dier, ook dat ze niet schrikken voor harde geluiden etc. Tevens met wat loop, en aflig oefeningen.
I.P.O. (Internationale Prüfungs Ordnung)
Het examen I.P.O.-programma bestaat uit 3 onderdelen t.w. Je kunt I.P.O. 1, 2 en 3 behalen.
1 SPEUREN. De geleider loopt bij IPO I een eigen spoor met 2 voorwerpen en in een later stadium (IPO 2 en 3 ) loopt een vreemde een spoor uit met twee of meerdere hoeken en laat op het spoor enkele voorwerpjes achter. Later wordt de hond gehaald; deze dient het spoor correct te volgen en de voorwerpen te vinden. Dit alles moet gebeuren aan een 10 meter lijn.

2 APPèL. Algemene gehoorzaamheidsoefeningen, w.o. lijnvolgen, los volgen in diverse tempo's, zit-oefeningen, af-oefeningen met voor roepen, sta-oefeningen, vooruitsturen, afliggen met afleiding (dit gebeurt terwijl een andere hond zijn appel oefening doet) en apporteren over de grond, over een haag en later over een klimschutting.

3 VERDEDIGINGSOEFENINGEN.
De Pakwerker is hierbij de (schijn)boef.
Er zijn nogal wat onderdelen, o.a. rivieren, aanblaffen en stellen, rug-
en zijtransport (hierbij loopt de geleider met zijn hond achter of naast de
pakwerker en dient de hond de pakwerker te bewaken en bij een vluchtpoging
onmiddellijk in te grijpen), overval, moedproef (de pakwerker komt dreigend,
schreeuwend en met zijn stok zwaaiend recht op de hond af; de hond mag zich
hierdoor niet laten afschrikken en moet hard en vol inbijten).
Speuren I en II
SPEUREN I. De hond moet spoorzekerheid laten zien op een 700 tot 980 meter lang spoor, wat 3 uur oud is en niet bekend is voor de hond. Het spoor heeft 6 rechte hoeken, die aangepast zijn aan het terrein en wordt 30 minuten na het uitleggen minstens 3 keer gekruist door andere, voor de hond vreemde sporen op ruime afstand van elkaar. Op het spoor moeten op geruime afstand van elkaar 4 gebruiksvoorwerpen worden gelegd, die goed lucht moeten hebben van de spoorlegger. Voor het speuren moet de begeleider van de hond aan de keurmeester zeggen of zijn hond de voorwerpen opneemt of verwijst. Beide tegelijk, opnemen en verwijzen is niet toegestaan.

SPEUREN II. De test is gelijk aan speuren 1, alleen worden de afstanden langer ( minimaal 1400 meter) en er komen meer hoeken (7) en bochten (2) in het spoor. Ook komt er in deze test twee maal een verleidingsspoor en liggen op onregelmatige afstanden 7 gebruiksvoorwerpen, die maximaal 10 cm lang zijn, 3 cm breed en 1 cm dik.
![]()
Copyright 1997 - 2002 © Dobermann vereniging Lelystad.