De Nieuwe E-conomie I
INTRODUCTIE Internet,
mobieltje, e-commerce en glasvezelkabels;
allemaal woorden die zo'n 10 jaar geleden voor de meesten van ons nog onbekend
waren. Stormenderwijs heeft
informatie technologie (IT) ons dagelijks leven veroverd.
Niet voor niets wordt er gesproken over de IT-revolutie.
In de volgende bits and bytes wordt de IT-revolutie in een economisch
kader geplaatst. II
TERUG IN DE TIJD
Voor Nederland bedraagt het BBP in
2003 €
469,5 mld.
Als we het BBP delen door het aantal inwoners, dan krijgen we het BBP per
inwoner. Voor Nederland bedraagt
het BBP per inwoner in 2003: 16,2 mln In de BBP wereldranglijst van landen staat Nederland op de
8e plaats. Het BBP per
inwoner geeft aan wat een economie voor elk van haar burgers aan goederen en
diensten heeft voortgebracht. Het
gaat daarbij om een gemiddeld bedrag.
Door inkomensverschillen kunnen sommige burgers een groter beslag op het
BBP leggen dan andere burgers. Maar
zeker in de tijd bezien, is het BBP per inwoner en de veranderingen daarin een goede maatstaf voor de
ontwikkeling van onze levensstandaard (= hoe goed we het hebben/welvaart). Zonder er bij stil te staan, zijn we er in het Westen aan
gewend geraakt dat het BBP per inwoner jaar in jaar uit gestaag toeneemt, en
daarmee onze levensstandaard. Toch
is dit een relatief recent verschijnsel. In
de afgelopen 1000 jaar verliep de gemiddelde groei van het wereld BBP tergend
langzaam: maar zo'n 0,1% per jaar.
Dit betekent een verdubbeling eens in de 700 jaar van het BBP!
In de afgelopen 200 jaar bedroeg het echter zo'n 1,2% per jaar.
Als getal lijkt 1,2% groei heel weinig, maar het betekent wel elke 60
jaar een verdubbeling. Elke nieuwe generatie heeft twee keer zoveel welvaart
meegemaakt als de generatie ervoor. III
OORZAKEN VAN DE STIJGENDE WELVAART Een economie gebruikt
productiefactoren om goederen en diensten te produceren. Deze
productiefactoren zijn: Natuur: landbouwgrond,
grondstoffen e.d. Arbeid: lichamelijke
kracht en denkkracht Kapitaal: gereedschap,
machines, computers, software, wegen,
Een stijging van de arbeidsproductiviteit leidt tot een stijging van het BBP per inwoner en dus tot een stijging van de levensstandaard of welvaart. 1. Een
stijging van de hoeveelheid kapitaal die een VOORBEELDEN Een landbouwer met kapitaal in de vorm van een schep en een ploeg kan meer produceren dan een landbouwer zonder deze hulpmiddelen. Voegen we aan de bestaande hoeveelheid kapitaal nog een paard en mest toe, dan stijgt de productie per landbouwer nog verder.
Een boekhouder met kapitaal in de vorm van een lessenaar en een telraam kan meer gegevens administreren dan een boekhouder zonder hulpmiddelen. Voegen we aan de bestaande hoeveelheid kapitaal ook nog een schrijfmachine, carbonpapier en elektrisch licht toe, dan stijgt de productie per boekhouder nog meer. Als we nu een modern kantoor binnenstappen, dan zien we dat de kapitaal/arbeid verhouding nog verder is gestegen. 2. Technologische
verandering leidt tot een stijging
VOORBEELDEN Technologische verandering zit veelal verstopt in
kapitaal. Het maakt kapitaal
slimmer. De toepassing van nieuwe ontdekkingen in de
informatietechnologie
via computers en boekhoudsoftware heeft geleid tot een
stijging van de arbeidsproductiviteit op een kantoor. Door nieuwe ontdekkingen in de
communicatietechnologie
heeft de telefoon de plaats ingenomen van de telegraaf. Hier is sprake van
productinnovatie door een nieuw product te maken. Materiaalonderzoek
heeft geleid tot lichtere
materialen voor vliegtuigen waardoor ze sneller en zuiniger kunnen
vliegen. Hier is sprake van productinnovatie door verbetering van
een al bestaand product. 3. Ook
veranderingen in de maatschappij hebben De ontwikkeling van handel
tussen gebieden heeft
arbeidsspecialisatie mogelijk gemaakt.
IV
TECHNOLOGISCHE VERANDERING De krachtigste factor achter de stijging van de
arbeidsproductiviteit is technologische verandering. Nieuwe ontdekkingen en hun toepassing in de economie vinden
niet doorlopend plaats, maar meer schoksgewijs.
Het lijkt als het ware op een lange golfbeweging met een aanloop, een
piek, een afzwakking in kracht en dan weer een nieuwe golf. Eerst heeft de economie een aanloop nodig om de nieuwe
technologie te verwerken, dan plukt ze maximaal de vruchten ervan om vervolgens
in kracht af te nemen tot dat zij opnieuw omhoog gestuwd wordt door nieuwe
ontdekkingen.
De groei van het BBP per inwoner vertoont een vergelijkbaar
verloop. In de 19e eeuw
was de gemiddelde groei in de VS ongeveer 1,5%; in de 20e eeuw was
dit getal ongeveer 2%.
V
IT: DE HUIDIGE GROEIGOLF De huidige innovatiegolf wordt gedreven door de
ontwikkeling en toepassing van IT: informatie technologie (ook wel ICT:
informatie en communicatie technologie). Kernwoorden
hierbij zijn: automatisering, computers, software, telecom en Internet.
IT maakt het mogelijk informatie op te slaan, te analyseren en te
communiceren; overal, onmiddellijk en tegen geringe kosten.
IT leidt tot proces- en productinnovatie en daarmee dus ook tot een
stijging van de arbeidsproductiviteit. Procesinnovatie IT kan een rol spelen bij het verhogen van de
productiviteit van haast elke activiteit van een bedrijf: productie, inkoop,
marketing en administratie. Vooral
in de dienstensector zou IT kunnen leiden tot de eerste technologische revolutie
in deze sector. Gezien het
toenemend belang van de dienstensector in de moderne economieën zijn er grote
productiviteitswinsten te behalen. In
de VS bijvoorbeeld zorgt de dienstensector voor zo'n 60% van het BBP tegen zo'n
20% in 1900. VOORBEELDEN Easyjet
verkoopt 80% van zijn tickets via het Internet en kan daardoor veel
goedkoper werken dan KLM, dat vanuit zijn verleden zit vastgebakken aan
reisorganisaties die provisie verdienen. Grote autofabrikanten zoals GM in de VS hebben hun onderdelenadministratie via internet opengesteld voor hun toeleveranciers. Zij kunnen dan nauwkeurig vaststellen of een nieuwe zending onderdelen gewenst is. GM hoeft dan niet meer grote voorraden onderdelen in de eigen fabrieken aan te houden. Dat bespaart geld. Productinnovatie De mogelijkheden voor het verbeteren van al bestaande
producten en het ontwikkelen van nieuwe producten krijgt door IT een extra
impuls. IT heeft ook op een aantal andere terreinen gevolgen voor
de productiviteit. Communicatiekosten De kosten van communicatie zijn dramatisch gedaald door het
gebruik van IT. Dit ondersteunt de
globalisering van productie en
kapitaalstromen. Globalisering
leidt tot een toename van de wereldhandel en internationale concurrentie.
Beide aspecten van globalisering leiden tot een stijging van de
arbeidsproductiviteit. Een betere marktwerking Informatie over prijzen en vraag en aanbod op markten is
door IT toegankelijker geworden. Door
deze transparantie is het mogelijk voor marktpartijen (de vragers en aanbieders)
sneller in te spelen op veranderingen in de markt.
Transactiekosten gaan omlaag en toetreden van nieuwe bedrijven tot de
markt kan eenvoudiger gebeuren. Deze
aspecten van een efficiëntere marktwerking leiden tot een verbeterde allocatie
van middelen (= het maken van de gewenste producten tegen de laagste prijzen). Stimulans voor onderzoek en ontwikkeling IT zorgt voor
een extra stimulans van de technologische verandering zelf. Informatie
over technologische vernieuwingen komt namelijk sneller en voor een bredere
groep belanghebbenden ter beschikking. Ook
kan door IT de benodigde tijd voor het ontwikkelen van nieuwe producten afnemen. VI
IT EN ECONOMISCHE THEORIE Moderne economieën worden wel omschreven als kenniseconomieën:
kennis als motor van de technologische vooruitgang en kennis als belangrijk
onderdeel van nieuwe producten en diensten.
Deze aspecten van IT hebben ook gevolgen voor de manier waarop de
economie als wetenschap tegen bepaalde zaken aankijkt. Schaarste Het economisch begrip schaarste betekent dat er maar
een beperkte hoeveelheid goederen en diensten per periode kan worden
geproduceerd. De grondstoffen,
machines en arbeid nodig voor het maken van een kleuren-tv bijvoorbeeld, kunnen
niet gelijktijdig worden ingezet voor het maken van een andere kleuren-tv of een
geheel ander product. Kennis en informatie verschuiven de grenzen van de
economische schaarste. Schaalvoordelen Het voortbrengen van informatie brengt hoge (constante)
startkosten met zich mee. Maar het opnieuw produceren ervan vergt maar
zeer beperkte extra (variabele) kosten. In
zo'n situatie heeft een bedrijf dat in staat is op grote schaal te produceren en
te verkopen lagere kosten per product (en een lagere verkoopprijs) dan haar
concurrenten. De mogelijkheden voor
monopolievorming zouden dus kunnen toenemen.
Aan de vraagzijde kunnen schaalvoordelen ook een rol spelen
voor een bedrijf. Het nut (waarde) van informatiegoederen neemt toe
wanneer meer mensen gebruiken maken van zo'n goed.
Men noemt dat netwerk externe effecten. Groeitheorie Voorheen werd technologische ontwikkeling als een gegeven
beschouwd dat buiten de werking van een economisch model plaatsvindt.
Het was er gewoon. Het werd niet nader economisch verklaard. Bronvermelding:
- Untangling e-conomics, The Economist, 23-9-2000
|