Het maken van een OPGAVE (kort)
1.
Opgave globaal bekijken: waar gaat het over, zijn er ook
bijlagen of bronnen ?
2.
Belangrijke gegevens onderstrepen of ordenen en alvast
toevoegen wat je al over het onderwerp weet.
3. De vraag lezen en
kernwoorden onderstrepen; hierdoor kun
je nauwkeurig vaststellen wat van jou verlangd wordt.
Iemand die de opdracht
niet heeft gelezen zou aan de hand
van de onderstreepte woorden toch weten wat hij moest
doen.
4. Nadenken m.b.v. kladblok (dus: dingen opschrijven)
- Welke formule nodig ?
- Activeer begrippenkennis
- Activeer kennis over
oorzaak/gevolg,
voordelen/nadelen,
verschillen enz.
- Welke gegevens nodig ?
5.
Antwoord opschrijven.
6.
Antwoord controleren door terug te kijken naar de
vraag.