OEFENEN met economische REDENERINGEN  (pijltjes schema's)

 

terug naar EcoVaardig                             terug naar Redeneervragen

Een economische redenering bestaat uit een aantal stappen die de route doorlopen van "oorzaak naar gevolg."   Ook bij het beantwoorden van redeneervragen (zoals leg uit, verklaar hoe, waarom, geef het verband aan tussen…) moet je zo'n redenering opzetten: zie Redeneervragen  om te zien hoe je zoiets moet aanpakken.

Hieronder kun je kennismaken met een aantal economische redeneringen.
In de oefenredeneringen staan open plekken ___ waarbij je moet invullen of iets
(toeneemt) of  
(afneemt) of een andere keuze moet maken zoals < > (kleiner of groter dan).

Het pijltje betekent "leidt tot...." en geeft een oorzaak/gevolg stap aan.

 

 

Nr oefening Thema/onderwerp

  I

Arbeidsmarkt   
 

  II

Inkomensverdeling
 

  III

Internationale handel en wisselkoersen
 

  IV

Conjunctuur
 

  V

Inflatie
 

  VI

Sociale zekerheid
 

  VII

Overheid
 

 

 

 

 

 

I

Arbeidsmarkt    
 

1

In deeltijd werken wordt makkelijker → aanbod arbeidsmarkt __  ; dus beroepsbevolking __
 

2

Toenemende deeltijdarbeid → aantal ingezette personen __  → groei werkloosheid in personen __ .
 

3

Verbetering kinderopvang (subsidies t.b.v. kinderopvangplaatsen __  ) en soepeler verlofregelingen (ouderschapsverlof __  ) en positieve discriminatie vrouwen (voorrang bij werving en selectie) → arbeidsdeelname (vrouwen) __
 

4

Hoogconjunctuur →  vraag arbeid < > aanbod arbeid → krapte arbeidsmarkt __  → lonen __  → aanbod arbeid __  en vervulde vacatures __ . 
 

5

Loonmatiging → groei koopkracht __  → productie van bedrijven gericht op binnenlandse markt __  → vraag naar arbeid __  → werkloosheid  __  ;
of loonmatiging → kosten(stijging) __ → verkoopprijzen __ → concurrentiepositie __  → export __ → bestedingen __ → productie __ → vraag naar arbeid __ → werkloosheid __ .
 

6

Onvervulde vacatures ↑ → aanzuigeffect __  → aanbod arbeid __ .
 

7

% stijging lonen > % stijging arbeidsproductiviteit → loonkosten per eenheid product __  → concurrentiepositie __  → export __ en import __  → binnenlandse productie __  →  structuurwerkloosheid __ .
 

8

Loonbelasting ↑ → loonkosten __  (via afwenteling bij loononderhandelingen) → arbeidskosten __ relatief t.o.v. kapitaalkosten → diepte investeringen __  → aantal arbeidsplaatsen __  → structuurwerkloosheid __ .
 

9

Loonbelasting ↑ → loonkosten _  → verplaatsing productie naar "lagere"loonlanden __  → aantal arbeidsplaatsen in Nederland __  → structuurwerkloosheid __  .
 

10

Loonmatiging → loonstijging  < >  stijging arbeidsproductiviteit → loonkosten per product __  → verkoopprijs __  → concurrentiepositie __  .
 

11

Loonmatiging → loonstijging  < >  stijging arbeidsproductiviteit → loonkosten per product __  → winstgevendheid bedrijven __  → investeringen __  → bestedingen __  → productie __  → vraag naar arbeid __  → werkgelegenheid __. 
 

12

Loonmatiging → loonstijging  < >  stijging arbeidsproductiviteit → arbeid relatief goedkoper → substitutie kapitaal voor arbeid __  → arbeidsintensiteit productie __  → vraag naar arbeid __  → werkgelegenheid  __  .
 

13

Stijgende loonkosten → arbeidskosten relatief  __ t.o.v. kapitaal → substitutie tussen arbeid en kapitaal (kapitaal/arbeid verhouding __) → werkgelegenheid __.
 

14.

Stijgende loonkosten → kosten productie __  → verkoopprijzen exportproducten __  → internationale concurrentiepositie __  → export __ en import __  → productie in Nederland __  → werkgelegenheid __.
 

15

Stijgende loonkosten → winst (verwachting)__  → investeringen __  → werkgelegenheid __.
 

16

Werkgelegenheid ↓ → loonmatiging door vakbonden __  → loonkostenstijging __  → werkgelegenheid __.
 

17

Beroepsbevolking ↑ en aantal werklozen ↓ → werkloosheidspercentage __.
 

18

Productie ↑ → vraag naar arbeid __  → uitstroom WW-uitkering < > instroom WW-uitkering.
 

19

BBP ↑ en werkgelegenheid = → arbeidsproductiviteit __.
 

20

Loonkosten per product ↓ → verkoopprijzen __  → concurrentiepositie __  → export __  → productie __  → vraag naar arbeid __  → groei werkloosheid __.
 

21

Loonkostensubsidie → via werkgeverspremies __ → verschil tussen loonkosten en nettoloon __ → wig __ .
 

22

Loonmatiging = nominale loonstijging < > stijging arbeidsproductiviteit.
 

naar boven 

II

Inkomensverdeling
 

1

Stijging minimumloon < stijging gemiddelde lonen → scheefheid primaire personele inkomensverdeling __  .
 

2

Progressie in de inkomstenbelasting ↓  →  scheefheid secundaire inkomensverdeling __ .
 

3

Loonstijging voor alle werknemers gelijk bedrag → scheefheid primaire inkomensverdeling __ .
 

4

Er heerst krapte op de arbeidsmarkt voor hoogopgeleiden → lonen op deze deelmarkt __  → scheefheid primaire inkomensverdeling __ .
 

5

Schaarsteverschillen op arbeidsmarkt → krapte op sommige deelmarkten ↑  → lonen op deelmarkt __ → inkomens op deelmarkt __  → scheefheid primaire inkomensverdeling __  .
 

6

Verschuiving van directe belastingen naar indirecte belastingen → belastingdruk lagere inkomens __  → denivellering __.
 

 

 

 

 

 

III

Internationale handel en wisselkoersen 
 

 

Wisselkoersen
 

1

Vraag $'s > aanbod $'s → koers $/€  __  en koers €/$  __    = appreciatie $'s en depreciatie €'s.
 

2

In VS werkende Nederlanders sturen geld naar NL → aanbod $'s __  en
vraag €'s __ .
 

3

Import VS uit EU → aanbod $'s __ en vraag €'s __  → koers €/$ __ en koers $/€ __. 
 

4

Europeanen beleggen in VS → aanbod €'s __ en vraag $'s __  →
koers €/$ __.
 

5

Europese toeristen bezoeken VS → aanbod €'s __ en vraag $'s __  → koers €/$ __.
 

6

Exportwaarde Japan ↑  → vraag naar yen __ → koers $/yen __.
 

7

Rente Japan ↓ → vraag naar yen __  → koers €/Yen __.
 

8

Japanse directe investering in Engeland → aanbod yen __ en vraag pond __ → koers pond/yen __.
 

9

Overboeking winst uit Engeland naar Japan → vraag naar yen __ en
aanbod pond __  → koers yen/pond __.
 

10

Betalingsbalans overschot eurolanden → ontvangsten van buitenland < > betalingen aan buitenland → vraag € < > aanbod € → koers € __  → gemiddelde exportprijs eurolanden __  → export eurolanden __ en import eurolanden __  → betalingsbalans overschot eurolanden __ .
 

11

Koers € ↑ → prijs € __  → prijs producten/diensten eurolanden __  → export eurolanden __  → betalingsbalans overschot eurolanden __.
 

12

Koers € ↑ → waarde andere valuta __  → prijs buitenlandse producten __  → import eurogebied __   → betalingsbalans overschot eurogebied __ .
 

13

ECB verhoogt rente → buitenlandse beleggingen in eurolanden __  →
vraag € __  → koers € __ .
 

14

Koers euro ↑ → exportprijs __  → concurrentiepositie Nederland  __ → export __  → afzet Nederlandse bedrijven __  → productie __  → werkloosheid __ .
 

15

Internationale beleggers vluchten uit $ → aanbod $ __ en vraag yen  __ → koers yen __ (of koers $ __ )  → prijs Japanse exportproducten __  → concurrentiepositie Japan __ → export Japan __ en import Japan __ ; Japanse centrale bank grijpt in op valutamarkt → aanbod yen __ en vraag $ __  → koers yen __ en koers $ __ .
 

16

Invoerprijspeil ↑ → prijs ingevoerde producten __  → kosten Nederlandse exportproducten __  → exportprijspeil __.
 

17

Koersdaling €/$ → aantal €’s per $ __  → prijs importproducten __.
 

18

Inflatie VS ↑ → rente VS __  → buitenlandse beleggingen in VS __  → vraag $’s __  → appreciatie $.
 

19

Russische regering besluit haar dollar reserves om te zetten in euro’s →
aanbod $’s __ en vraag €’s __  → koers $ __.
 

20

Tekort lopende rekening VS ↑ → koers $ ↑ als overschot kapitaalrekening VS  < >  tekort lopende rekening VS.
 

21

Laagconjunctuur VS → Fed (centrale bank van de VS) besluit rente __  → buitenlandse beleggingen in VS __  → vraag $’s __  → koers $ __.
 

22

Koers € ↑  → prijs EMU-export __ → buitenlandse vraag __ → export EMU-landen __ → groei BBP van de EMU-landen __.
 

 

Protectie
 

1

Instellen door EU van non-tarifaire maatregel → protectie __  →  prijs van importproduct in EU relatief  __  → inkomen binnenlandse producent van het product __ .
 

2

Koersdaling yen = koers $ __  → import VS uit Japan __  en export VS naar Japan __  → productie VS __ .
 

3

Minimumprijs → vraag < > aanbod → aanbod overschot/tekort → ingrijpen overheid door productiequotum __.
 

4

Koers Afrikaanse Franc ↑  → importprijs Frankrijk __ → concurrentiepositie Franse bedrijven op binnenlandse ,markt __ en concurrentiepositie Franse exportbedrijven __ .
 

5

Afschaffen importquota door Europa → import __ → concurrentie op Europese markt __ → prijzen __ → inflatie __ .
 

6

Dumping van staal op markt VS → importprijs staal __ → staalproductie VS __ → werkgelegenheid VS __ .
 

7

Invoerrechten op staal ↑  → importprijs staal __ → dumping __ .
 

 

 

naar boven 

IV

Conjunctuur 
 

1

Hoogconjunctuur → werkloosheid __ en uitkeringen __  → sociale premies __ → netto inkomens werknemers __  → bestedingen __  → bezettingsgraad bedrijven __  → kans op inflatie __  ; dus geen verstandig beleid.
 

2

Oververhitting economie : bestedingen < > productiecapaciteit → inflatie __.
 

3

Fase van hoogconjunctuur → groei BBP < > trendmatige groei BBP → bezettingsgraad bedrijven __  → vraag naar arbeid __  → kans op bestedingsinflatie __ .
 

4

Binnenlandse bestedingen ↓ → productie __  → import __  → saldo lopende rekening __.
 

5

Wisselkoers pond ↓ → prijzen Britse producten in buitenland __  → concurrentiepositie Engeland __  → export Engeland __  → bestedingen Engeland __  . 
 

6

Consumentenvertrouwen ↓ → vraag naar goederen en diensten __  → bestedingen __  → groei productie __  →  recessie.
 

7

Conjuncturele inzinking → bestedingen __  → import __  → saldo lopende rekening __  (bij gelijkblijvende export).
 

8

Overcapaciteit bij industriële productie → producentenvertrouwen __  → investeringen in de industriële sector __  → bestedingen __  → kans op recessie __  → conjunctuurwerkloosheid _  .
 

9

Consumentenvertrouwen ↓ → consumptieve bestedingen __  → effectieve vraag __  → productie (groei) __  → recessie.
 

10

Recessie → werkloosheid __  en inkomens(groei) __  → consumentenvertrouwen __.
 

11

Recessie in Duitsland, dus Duitse bestedingen __  → Duitse import __  → Nederlandse export naar Duitsland __  → bestedingen in Nederland __ 
( of effectieve vraag __  )  → kans op recessie in Nederland __.
 

12

Consumentenvertrouwen ↓ → bestedingen __  → spaartegoeden __.
 

13

Bezuiniging overheidsuitgaven → overdrachtsuitgaven __ → uitkeringen  __ → besteedbaar inkomen  __ → consumptie  __  → afzet van bedrijven __ → productie __ → werkgelegenheid __ en werkloosheid __ .
 

14

Pensioenpremies ↑  → besteedbaar inkomen __ → bestedingen __ → verslechtering conjunctuur.
 

15

Hoogconjunctuur → bestedingen __ → productie __ → vraag naar arbeid __ → krappe/ruime arbeidsmarkt.
 

16 Rente ↓  → kosten van lenen __ → bestedingen __ → productie __ → werkgelegenheid __
 

 

 

naar boven 

V

Inflatie 
 

1

Lange leningen → inflatie risico (voor bank) __ en onzekerheid van terugbetaling __  → prijs van lenen __  → lange termijn rente < > korte termijn rente.
 

2

Rente kapitaalmarkt ↑ → kosten van lenen voor bedrijven __   → verkoopprijs __  → kosteninflatie __.
 

3

Rente ↑ → kosten lenen __  en opbrengst sparen __  → lenen __  en sparen __  → bestedingen __  → bestedingsinflatie _  .
 

4

Groei bestedingen > groei productiecapaciteit → inflatie __  → prijs exportproducten __  → concurrentiepositie __  → export __  → groei bestedingen __.
 

5

Inflatie ↑ maar loonstijging < prijsstijging → koopkracht __  → consumptie __  → productie bedrijven __  → vraag naar arbeid __  → werkloosheid __  en werkgelegenheid __.
 

6

Hoogconjunctuur → krapte arbeidsmarkt __  → vraag arbeid <> aanbod arbeid → looneisen __  → kosten bedrijven __  → verkoopprijzen __  → inflatie __  → looneisen __  → enz.  =  loon-prijsspiraal  = loonkosteninflatie.
 

7

Voortgaande hoogconjunctuur = oververhitting economie = bestedingen (effectieve vraag)  < >  productiecapaciteit → inflatie __  → maatregel centrale bank, rente:  __  → kosten lenen __  en opbrengsten sparen __  → bestedingen __  → inflatoire druk __.
 

8

Ouderen stoppen later met werken → aanbod arbeidsmarkt __  →
stijging lonen __  → loonkosteninflatie __  .
 

9

Werknemers worden minder snel arbeidsongeschikt verklaard (ARBO maatregelen en strengere keuringen) → aanbod arbeidsmarkt __  → druk op lonen __  → loonkosteninflatie __.
 

10

Groei BBP Nederland < groei handelspartners → export Nederland __  → bestedingen __  → kans op bestedingsinflatie __.
 

11

Krappe arbeidsmarkt → schaarste arbeid __  → looneisen vakbonden __  → loonkosten __  → verkoopprijzen __  → inflatie.
 

12

Nominale loonstijging < inflatie → reële lonen __.
 

13

Loonmatiging → loonkostenstijging __ → inflatie __ .
 

14

Overbestedingsinflatie → prijzen producten __ → concurrentiepositie __ → export __ → overbesteding __ .
 

15

Hoogconjunctuur → bestedingen __ → bestedingen < > productiecapaciteit → kans op bestedingsinflatie __ .
 

 

 

naar boven 

VI

Sociale zekerheid 
 

1

Subsidiëren kinderopvang → aanbod en vraag kinderopvang __  → participatiegraad __  → aantal werkenden __  → draagvlak sociale zekerheid __  → ontvangsten sociale premies __.
 

2

Werknemers gaan langer werken → aantal fulltime banen __  en aantal werknemers dat doorwerkt tot 65 __  → aanbod arbeidsmarkt __  en draagvlak sociale zekerheid __  → betaalbaarheid sociale zekerheid __.
 

3

Lonen ↑  → welvaartsvaste pensionen __ → pensioenpremies __ of indexering __ .
 

 

 

naar boven 

VII

Overheid 
 

1

Kapitaalmarkt rente ↑ → kosten lenen __  → vraag naar particuliere leningen __  → particuliere bestedingen __  → belastinginkomsten __  → overheidsontvangsten __  → begrotingstekort __.
 

2

Kapitaalmarkt rente ↑ → rentekosten staatsleningen __  → overheidsuitgaven __  → begrotingstekort __.
 

3

Kapitaalmarkt rente ↓ → rentebetalingen staatsleningen __  → uitgaven overheid __  → overheidstekort __.
 

4

Kapitaalmarkt rente ↓ → kosten van particuliere leningen __  → vraag naar leningen __  → bestedingen __  en productie __  → belastingontvangsten __  en uitkeringsuitgaven __  → overheidstekort __  .
 

5

Groei BBP ↓ = recessie  →  productie, inkomen en bestedingen __  → belastingontvangsten __  → en overheidsuitgaven voor sociale zekerheid __  → overheidstekort __.
 

6

Overheidsinvesteringen ↑ → overheidsbestedingen __  → productie bedrijven __  → werkgelegenheid __  → inkomens __  → koopkracht __  → consumptieve bestedingen __  → productie bedrijven __  enz.  = multipliereffect.
 

7

Recessie → bestedingen __  → anticyclische begrotingspolitiek → overheidsbestedingen __  → effectieve vraag __  → multipliereffect → bestedingen nemen nog meer __  → recessie neemt __ .
 

8

Recessie → bestedingen __  → anticyclische begrotingspolitiek → overheidsbestedingen __ en belastingtarieven __  → begrotingstekort __  .
 

9

Recessie → bestedingen __  → anticyclische begrotingspolitiek → belastingen __  → netto inkomens __  → koopkracht __  → bestedingen __  → effectieve vraag __  → productie __  → recessie neemt __.
 

10

Overheidstekort ↓ → kapitaalbehoefte overheid __  → vraag overheid op kapitaalmarkt __  → kapitaalmarktrente __  .
 

11

BBP ↑ → uitgaven consumenten __  → dus, consumptieve bestedingen __  → ontvangsten indirecte belastingen (BTW) __.
 

12

Financieringstekort → nieuwe staatsleningen __ → staatsschuld __  → staatsschuldquote __  als procentuele groei BBP > procentuele groei staatsschuld.
 

13

Overheidsbezuinigingen → financieringstekort __  → groei staatsschuld __  vraag door overheid op kapitaalmarkt __  → kapitaalmarktrente __  → overheidsuitgaven voor rente staatsschuld __  → financieringstekort __.
 

14

Export ↑ → verkopen en productie bedrijven _  → winst bedrijven _  → ontvangsten vennootschapsbelasting _  → overheidsinkomsten _  → overheidstekort _  .
 

15

Export ↑ → verkopen en productie bedrijven __  → werkgelegenheid __  → inkomens __  → loonbelastingontvangsten __  → overheidstekort __.

 

16

Export ↑ → verkopen en productie bedrijven __  → werkgelegenheid __  → volume werkloosheidsuitkeringen __  en uitkeringen sociale voorzieningen __  → overheidsuitgaven __  → overheidstekort __.
 

17

Vergrijzing (ontgroening) → % ouderen __  en % jongeren __  → uitgaven onderwijs __  en uitgaven kinderbijslag __  → uitgaven collectieve sector __, maar AOW uitgaven __  en zorguitgaven __  → uitgaven collectieve sector __ 
 

18

Staatsschuldquote ↓ → rentelasten collectieve sector relatief __  → ruimte op begroting collectieve sector __  → mogelijkheden tot financiering kosten vergrijzing __.
 

19

I/A ratio ↓  aantal actieven __  AOW-premiebedrag per actieve __  → betaalbaarheid pensioenstelsel __  .
 

20

Kilometerheffing → files __  → kosten transport __  en negatieve externe effecten transport __  → welvaart __  .
 

21

Kilometerheffing → aantal autokilometers _  → milieuschade _  → dus negatieve externe effecten autogebruik __ → welvaart _  .
 

22

Verschuiving belastingen van directe belastingen naar indirecte belastingen → prijs milieubelastende producten __  → vraag naar deze producten __  → druk op het milieu __.
 

23

i/a ratio ↑ → overheidsbeleid om duur en niveau sociale uitkeringen __  → sociale zekerheidsuitgaven __  → collectieve lasten __  → loonkosten __  → werkgelegenheid __.
 

24

Terugtredende overheid → aandeel rijksuitgaven in BBP __.
 

25

Overheid wil consumptie sturen → indirecte belastingen voor artikel X __  → prijs artikel X __  → vraag naar artikel X __ .
 

26

Groei BBP ↓ → inkomens __  → opbrengst inkomstenbelasting __.
 

27

Groei BBP ↑ → inkomens __  → consumptieve bestedingen __  → opbrengst indirecte belastingen __.
 

28

Bezuiniging op overheidsuitgaven → uitkeringen __  → consumptieve bestedingen __  → productie __  → werkgelegenheid __.
 

 

 

       naar boven