|
De uitgebreide tekst hieronder behandelt de werking van het marktmechanisme. Via het marktmechanisme worden allerlei beslissingen van consumenten en producenten met elkaar in overeenstemming gebracht. Lees rustig het geheel door of klik op een onderwerp.
I Het vervullen van wensen (behoeften) II Het allocatievraagstuk (definities) IV Samenvatting functies prijsmechanisme V
Falen van het marktmechanisme (market
failure) VI Andere redenen voor overheidsingrijpen
I Het vervullen van wensen (behoeften)
Hoe komt het dat in een economie de goederen en diensten
die we willen hebben ook beschikbaar zijn en nog eens in de juiste maat,
kleur, hoeveelheid, plaats ... ? Al in 1776 schreef de Schotse econoom Adam Smith in zijn
boek Wealth of Nations over the
invisible hand of the market: de
onzichtbare hand van de (abstracte) markt.
Door dit samenspel van vraag en aanbod, met prijzen als communicatiemechanisme, worden producten gemaakt waaraan behoefte is. Prijzen en prijsveranderingen geven richting aan het productieproces, zodat meer of minder van een product gemaakt gaat worden en ook geheel nieuwe producten op de markt komen. Allerlei individueel te nemen beslissingen van vragers en aanbieders worden door het marktmechanisme gecoördineerd, zodat goederen en diensten kunnen worden geproduceerd in overeenstemming met de wensen. Om in economentaal te spreken: het marktmechanisme bepaalt
de allocatie van middelen: wat wordt
er geproduceerd in een economie.
II Het Allocatievraagstuk (definities)
Hoe leidt het marktmechanisme tot optimale allocatie en dus
tot maximale welvaart ? De
vraag
1. 1. De
consument kan alleen invloed uitoefenen op wat er wordt 4. De
consument moet dus kiezen.
Op grond van een Voorbeeld:
- een Rolls-Royce wil ik
wel, maar de prijs is te 5. Door een
bepaalde hoeveelheid van een goed te willen 6. Tegelijkertijd
bepalen de producenten hoeveel ze tegen 7. De winst
wordt bepaald door het verschil tussen de 8. Concurrentie
tussen aanbieders zorgt ervoor dat de De
markt 9. Op de markt
wordt dus aan de ene kant zichtbaar welke prijs 10. Als de
gevraagde hoeveelheid en de aangeboden 11. Als de
vraag >aanbod (tekort) of als de vraag<aanbod 12. Deze
aanpassing op de markt gaat net zo lang door totdat Samenvattend: 13. In de
markt geven prijzen en veranderingen daarin aan
IV Samenvatting functies prijsmechanisme2 Omdat prijzen zo'n belangrijke rol spelen in het
marktmechanisme, volgt hier een opsomming van hun functies: 1. Aangeven
via prijzen wat de schaarsteverhoudingen
zijn 2. Coördinatie
van het economisch proces, zowel op 3. Communicatiesysteem
tussen vragers en aanbieders. 4. Stimulans
tot aanpassing van de productie aan
V
Falen van het marktmechanisme (market failure) Als het marktmechanisme zoals hierboven omschreven feilloos
werkt, zou er sprake zijn van een perfecte economie.
Volgens de theorie zal het marktmechanisme immers
leiden tot een optimale allocatie waarbij de wensen van de vragers
overeenkomen met de wensen van de aanbieders.
Maar zoals elke theorie, is de theorie van de optimale werking van het
marktmechanisme een gedeeltelijke abstractie van de economische werkelijkheid om
ons heen. Het is een manier om de
ingewikkelde economie van alledag in een begrijpelijke vorm te gieten.
Een theorie is een soort tekening van de werkelijkheid en wijkt soms af van wat
er echt te zien is. Het blijkt namelijk dat het marktmechanisme op een aantal
punten faalt. Dan is er dus geen optimale welvaart meer.
In die gevallen is er een taak weggelegd voor de overheid.
Zij moet ingrijpen in het vrije marktmechanisme door regels op te stellen
of zelf richting te geven aan de allocatie.
Dit doet ze door wetten aan te nemen, heffingen op te leggen, subsidies
te verstrekken of zelf de productie van goederen en diensten ter hand te nemen
of aan te besteden. We zullen nu nader kijken naar de redenen voor overheidsingrijpen en het gebruik van het
budgetmechanisme. A. Monopolies Een gezonde concurrentie tussen aanbieders op de markt is
nodig om de juiste producten tegen de laagst mogelijke prijs en voor de gewenste
hoeveelheid en kwaliteit voor de consument beschikbaar te stellen.
Afwezigheid van concurrentie kan leiden tot een afwijking van het
allocatie optimum (te hoge prijzen, te weinig aanbod en beperkte kwaliteit). B. Collectieve
goederen Een andere reden voor overheidsingrijpen in het
marktmechanisme is het bestaan van collectieve goederen en diensten.
Voorbeelden hiervan zijn: defensie, dijkaanleg, preventieve
gezondheidszorg, rechtspraak, politie, straatverlichting en bescherming van
natuurwaarden. Gewone private
goederen komen voor jezelf ter
beschikking als je ze koopt: geen
geld, dan ook geen milkshake.
Een broodje tank uit de muur lukt niet.
Hoe koop je nou 10 seconden straatverlichting of een stuk dijk ?
Economen zeggen dan dat deze goederen niet individueel leverbaar
zijn. Als het stuk dijk er ligt, wordt iedereen er door beschermd. Het
is bij dit soort goederen onmogelijk iemand van het gebruik ervan uit te
sluiten, ook niet degene die denkt: laat iemand anders er maar voor betalen. "Het kenmerk van collectieve goederen is de onmogelijkheid
van uitsluiting van consumenten die
niet voor de voorziening willen betalen of deze niet willen
ontvangen." 4. C. Quasi-collectieve
goederen Quasi betekent net
als of. Bij quasi-collectieve
goederen is uitsluiting wel mogelijk.
Productie via de markt zou dus kunnen. Om
de volgende redenen echter, neemt de overheid de productie zelf ter hand: - uitsluiting
gaat gepaard met hoge uitsluitingkosten: bijvoorbeeld, tolpoorten bij elke
op- en afrit van het wegennet. - uit
oogpunt van een rechtvaardige inkomensverdeling - sommige
goederen bieden ook voordelen aan anderen dan de D. Merit
goods Merit goods zijn een aparte categorie in het pakket van
goederen en diensten die de overheid voor ons regelt. Eigenlijk is hier geen sprake van market failure, maar eerder
van door de overheid gewenste goederen en diensten, de zogenaamde collectieve
preferenties. "Het
gaat dan om de best mogelijke interpretatie van de preferenties van individuele
burgers door volksvertegenwoordigers. Het
zijn behoeften waarin op basis van individuele voorkeuren alleen, in onvoldoende mate kan worden
voorzien." 5. Te denken valt aan: de schouwburg, musea,
onderwijs, schoolmelk, schoolzwemmen en behoud van biodiversiteit (hier
is sprake van een collectief goed waarvan nuttigheid ten dele wordt opgelegd). Het bestaan van collectieve preferenties
wordt verklaard in de economische theorie door de kennis- en
informatievoorsprong van de overheid. De
overheid kan sommige van onze eigen behoeften beter inschatten dan wijzelf.
Na een leerproces zouden we de nuttigheid gaan waarderen en het goed zelf
aanschaffen. Ook kan de overheid het gebruik van goederen en diensten
verbieden of afremmen d.m.v. wetgeving, heffingen en belastingen.
Denk aan drank, tabak, drugs en de verplichte bromfietshelm. De grens met bemoeizucht
is echter niet altijd scherp te trekken. E. Externe
effecten Bij een goede marktwerking geven prijzen richting aan de
allocatie. Het prijsmechanisme zorgt ervoor dat de gewenste goederen tegen de laagst
mogelijke kosten worden voorgebracht. Prijzen moeten dan wel een juist beeld geven van de
bijbehorende kosten en opbrengsten. Anders
worden er onjuiste consumptie- en productiebeslissingen genomen. Voorbeeld:
Het Milieu Een papierfabrikant loost haar afvalwater in een rivier.
Stroomafwaarts pompt een tuinder water uit de rivier voor de bevloeiing
van zijn tomatenteelt. De tuinder
heeft wel kostbare filters moeten installeren om het vervuilde water te schonen. De prijzen weerspiegelen niet de juiste kosten want ze zijn
doorgeschoven naar een ander product.
In dit voorbeeld van market failure is de allocatie niet optimaal: er
worden eigenlijk te weinig tomaten geteeld en er wordt te veel papier
geproduceerd. Immers, als de
prijzen echt alle kosten hadden weergegeven, dan waren de tomaten lager geprijsd
en het papier was duurder geworden. Dit is een voorbeeld van een negatief extern effect bij de
productie. Voorbeeld:
Stilte Jan-Jaap reist veel per spoor naar zijn vrienden.
Hij heeft immers een OV-jaarkaart. Om
de tijd te doden op de ellenlange, saaie trajecten heeft hij een walkman
gekocht. Kennelijk komt de prijs van de walkman niet overeen met de
(immateriële) kosten die het veroorzaakt voor
anderen. De allocatie is dus
weer niet optimaal: er worden eigenlijk teveel walkman's geproduceerd. Dit is een voorbeeld van een negatief extern effect bij de
consumptie. Voorbeeld:
Het Onderwijs Het volgen van onderwijs heeft niet alleen voordelen voor
de individuele leerling, maar ook voor andere leden van de samenleving.
In een ingewikkelde maatschappij moeten mensen met elkaar samenwerken:
niet alleen op economisch terrein maar ook op sociaal, politiek en cultureel
gebied. De samenwerking verloopt
voor iedereen beter als de individu onderwijs heeft gevolgd. Als onderwijs uitsluitend via privé-scholen zou worden
aangeboden, dan zou de prijs eigenlijk te hoog zijn, economisch gezien.
Een deel van de "opbrengst" van het volgen van onderwijs
belandt bij anderen, die jou er niet
voor compenseren. Een te hoge prijs
betekent dat de vraag en de productie ten onrechte worden afgeremd: de allocatie
is niet optimaal. Het positieve extern effect van onderwijs is één van de
redenen dat de overheid het onderwijs subsidieert. Samenvattend: "Het individuele optreden van consumenten en
producenten heeft vaak gevolgen voor de welvaartspositie van anderen, waardoor
hun kosten of opbrengsten beïnvloed kunnen worden. De individuele
kosten en opbrengsten wijken dan af van de maatschappelijke
kosten en opbrengsten." 6. In het geval van negatieve externe effecten bij de
productie, brengt de prijs van een goed niet alle kosten tot uitdrukking.
De productie brengt kosten met zich mee die extern
zijn. Ze worden niet door de ondernemer als kosten ervaren en
daardoor niet aan afnemers in rekening gebracht via de prijs. Het zijn kosten die door derden
worden gedragen. Omdat de prijs niet
alle kosten tot uitdrukking brengt is het dus te laag. De consument
betaalt niet alle kosten die hij, maatschappelijk gezien, met zijn vraag
veroorzaakt. Uit oogpunt van optimale allocatie wordt van het goed teveel
geproduceerd en geconsumeerd want de consument denkt dat het goed goedkoper is
dan het in werkelijkheid is. Ook nu is het noodzakelijk dat de overheid ingrijpt.
Dat doet ze via: verboden, richtlijnen, vergunningen, heffingen,
belastingen en convenanten. Dan worden de echte kosten zichtbaar. Dezelfde uitleg is ook van toepassing op positieve externe
effecten als je kosten vervangt door opbrengsten
en nog wat andere woorden vervangt. Externe effecten worden veroorzaakt door wat economen
noemen: ongeprijsde
schaarste. Er zijn
goederen die nuttig zijn, maar geen prijs hebben.
Dit komt omdat ze niet eenvoudig verhandelbaar zijn op een markt. Vergeet daarbij niet, dat in de economie goederen alle "dingen" zijn
waaraan behoefte bestaat en schaars zijn; bijvoorbeeld het milieu, stilte en
slimme medeburgers. F Risico
en onzekerheid Sommige maatschappelijk gewenste investeringen brengen
grote risico's en onzekerheden met zich mee t.a.v. de kosten en opbrengsten.
Particuliere bedrijven durven dan niet zelf de stap te zetten naar
productie. De overheid kan dan de productie zelf verrichten of het subsidiëren.
Voorbeelden hiervan zijn: de kanaaltunnel, de Betuwelijn, de Maasvlakte en
wetenschappelijk onderzoek. VI
Andere redenen voor overheidsingrijpen A. Een
rechtvaardiger inkomensverdeling Het vrije marktmechanisme leidt automatisch tot een
bepaalde inkomensverdeling. Net als
de prijzen van goederen, worden de prijzen van productiefactoren zoals het loon
bepaald door vraag en aanbod. De samenleving vindt deze inkomensverdeling vaak niet
rechtvaardig. Daarom grijpt de overheid in via belastingen, uitkeringen en regelgeving
(bijvoorbeeld: minimumloon). B. Verstoringen
van de economie De theorie van de vrije markteconomie gaat er vanuit dat
een economie in staat is zichzelf te herstellen als het niet in evenwicht is.
Een tegenvallende totale vraag van consumenten zou dus niet leiden tot
langdurige werkloosheid en depressie. Prijzen passen zich aan en binnen de
kortste keren draait de economie weer op volle toeren.
Ook veranderingen in de vraag of het aanbod zouden soepel
moeten leiden tot een andere allocatie van middelen. Is er minder vraag naar leerkrachten, zoals in de jaren '70,
dan kunnen die zo ingezet worden voor iets anders. Gaan de scheepswerven
dicht door felle concurrentie uit het buitenland, dan ontstaat er wel
vervangende productie in een andere sector. C. Duurzame
groei Economische beslissingen van consumenten en producenten
zijn vaak gebaseerd op een korte tijdshorizon.
Maar de gevolgen van die beslissingen kunnen gevolgen hebben tot ver in
de toekomst. Het kappen van het
tropisch regenwoud voldoet bijvoorbeeld aan onze huidige wensen voor teakhouten
tuinmeubels. Maar dan is het hout
voor toekomstige generaties niet meer beschikbaar.
En dan zijn er ook nog de toekomstige milieu gevolgen. Omdat de overheid een langere tijdshorizon heeft kan zijn ingrijpen om duurzame groei te bevorderen.
1. De nummers
1 t/m 11 zijn gebaseerd op: 2. De nummers
1 t/m 4 zijn ontleend aan: 3. Koopmans,
L., blz. 15 6. Wolfson, D.J.,
blz. 37
|