Copyright © 2005 EHBO Regio Zwolle..       Uitsluitend bedrijven en organisaties die voldoen aan bepalingen in het reglement erkenning opleidingsinstituten en die door de Nederlandse Reanimatie Raad als zodanig erkend zijn, zijn bevoegd om op te treden als NRR erkend opleidingsinstituut. Dit betekend dat de EHBO Regio Zwolle aan alle kwaliteitseisen voldoet die het reanimatieonderwijs in Nederland stelt. De Nederlandse Reanimatie Raad heeft besloten om de EHBO Regio Zwolle, na een audit, officieel de erkenning "NRR erkend opleidingsinstituut" toe te kennen. De EHBO Regio Zwolle is zeer verheugd met deze erkenning op het gebied van reanimatieonderwijs waarin zij moet voldoen aan zeer hoge kwaliteitseisen op het gebied van AED (Automatische Externe Defribrillatie), Basic Life Support (reanimatie bij volwassenen), PBLS (Paediatric Basic Life Support, reanimatie bij pasgeborene, neonaten, zuigelingen, kinderen en oudere kinderen) reanimatieonderwijs.voor uitleg, zet uw muisaanwijzer op het logo.        
 

Ons opleidings instituut is voor de, AED (Automatische Externe Defibrillatie), BLS (Basic Life Support, reanimatie bij volwassenen) en PBLS (Paediatric Basic Life Support, reanimatie bij pasgeborene, neonaten, zuigelingen, kinderen en oudere kinderen) opleidingen erkend en gecertificeerd door de Nederlandse Reanimatie Raad.

Start Inhoud Nieuwsbrief Aanmelden     

24e druk

 

Zie ook onze nieuwsbrief voor een volledige versie.


Veel gestelde vragen rond de introductie van de 24e druk eerste hulp leerstof.

Logo van Het Oranje Kruis.  

Vakinhoudelijke aspecten  

1.                  Met betrekking tot de stabiele zijligging:

Er is altijd geleerd dat een ledemaat steeds met twee handen dient te worden vastgehouden. Hoe combineert dit principe met het feit dat eerst het been dient te worden geplaatst en daarna een arm over de borstkas dient te worden gelegd? Laten we het been dan weer los (valt het om)?

Dit wordt duidelijk op pagina 34/35 weergegeven. Twee handen wordt niet meer  als steeds noodzakelijk gezien om een ledemaat te verplaatsen in deze specifieke situatie.  

2.                  Waarom is het toedienen van de pijnprikkel uit de leerstof verdwenen en wat is de toegevoegde waarde van het schudden aan de schouders?

Aangezien het verschil tussen bewusteloos en diep bewusteloos niet meer vastgesteld hoeft te worden heeft het toedienen van de pijnprikkel geen toegevoegde waarde meer. De hulpverlening voor deze twee niveaus van bewustzijn zijn dan ook volledig gelijkgesteld.  

3.                  Hoe moet de kinlift uitgevoerd worden bij het beademen? Dit blijkt problematisch te zijn voor mensen met grote handen.

Kinlift lukt in de praktijk prima met verschillende oefenpoppen. Op sommige poppen blijkt het lastiger te zijn, maar het voordeel is dat de oefening dus lastiger is dan in de werkelijkheid/de praktijk.  

4.                  Zijn er redenen (en zo ja:  welke dan?) om iemand niet in stabiele zijligging te leggen?

Extreme gevallen inderdaad maar dat zijn echte uitzonderingen, principe blijft: stabiele zijligging als dat is geïndiceerd is de beste methode.  

5.                  Waar en hoe vaak moet de ademhaling en de bloedsomloop worden gecontroleerd als een slachtoffer in stabiele zijligging is geplaatst?

Om de minuut en met de verschillende mogelijkheden afhankelijk van situatie. We kunnen de controle doen door luisteren, kijken en voelen. De combinatie van verschillende waarnemingen zal tot een prima indicatiestelling kunnen leiden.  

6.                  Zijn er risico’s voor een slachtoffer als tijdens een reanimatie weer normale circulatie ontstaat? Hoe constateer je dat en vooral hoe tijdig?

Tekenen van leven zijn duidelijk herkenbaar als zodanig. Hierop moet de eerste hulpverlener dus alert zijn en blijven. Bewegingen en pogingen zelf te gaan ademen zijn in die situatie door iedereen zeer duidelijk waar te nemen.  

7.                  Wat is de reden dat voor de twee reddingsbeademingen al gealarmeerd wordt? Is het niet handiger dit pas te doen als de circulatie ook gecontroleerd is na die twee beademingen?

Je roept al na de ademhalingscontrole waarbij een onvoldoende ademhaling wordt geconstateerd iemand erbij en controleert dan snel de bloedomloop. Bij de melding dus zo compleet mogelijk melden kan snel en eenvoudig. (Mobiele telefoon gebruiken! Deze is tegenwoordig bijna altijd in de directe omgeving beschikbaar.)  

8.                  Hoe moet bij luchtwegobstructie de mondcontrole worden uitgevoerd? En hoe bij een jong kind? Hoofd eerst opzij te plaatsen? Waarom (niet)?

Snel openen en kijken is essentieel in de situatie dat er een vermoeden bestaat dat er iets de luchtweg blokkeert. Dan hoeft men het hoofd niet eerst opzij te plaatsen.  

9.                  Is er een reden aan te geven waarom het College besloten heeft de afdrukpunten niet in de basismodule eerste hulp op te nemen?

10.               Is het besluit om de afdrukpunten bij ernstige uitwendige bloedingen niet op te nemen in de eindtermen voor het diploma eerste hulp gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, en zo ja welk onderzoek?

De ervaring van deskundigen is hierin leidend geweest: in de praktijk pas 3 maal in 30 jaar voorgekomen terwijl de eerste hulp kring het als automatisme en als eerste handeling vaak uitvoert. Verder kan – dat was altijd al zo – door druk direct op de plaats van de wond al snel en adequaat hulp verleend worden. Risico bestaat verder bij toepassing van de afdrukpunten op neurologische schade en dat kan dus voortaan voorkomen worden.  

11.               Op welke wijze is er rekening gehouden met nekletsel met betrekking tot fixatie, methode van stabiele zijligging, logroll, etc?

Zo veel als mogelijk is. Bewegen van het slachtoffer tot het minimum beperken.

Voor de log-roll – het op de zij plaatsen via een speciale methodiek - zijn vier mensen nodig en deze zijn meestal niet beschikbaar in de noodsituatie. Het boekje is gericht op de eerste hulp die een helper alleen en snel zonder veel hulpmateriaal moet kunnen uitvoeren. Een halskraag hebben eerste hulpverleners niet ter beschikking en bovendien zijn zij niet opgeleid met betrekking tot het aanbrengen daarvan.  

Onderwijskundige aspecten  

12.               Bestaat de mogelijkheid om de afdrukpunten bij ernstige uitwendige bloedingen op te nemen in de eindtermen voor de bijscholingen?

Neen, de eindtermen voor de bijscholingen verschijnen niet apart want deze zijn 100% hetzelfde als die voor het basisdiploma eerste hulp.  

13.               Hoe bereiken we uniformiteit met betrekking tot de afdrukpunten?

Met andere woorden hoe gaan we om met instructeurs en cursisten die wel de afdrukpunten aanleren / aangeleerd krijgen?

Wat voorkomen moet worden is dat instructeurs zelf inhoudelijke toevoegingen doen aan de leerstof. De basisleerstof staat beschreven en dat dient onderwezen te worden. Hiervoor zijn deskundige vanuit verschillende organisaties ingeschakeld. Het toevoegen van extra inhoudelijke zaken valt volledig voor de verantwoordelijkheid van de persoon die dat in gang zet, en dus ook de gevolgen daarvan.  

14.               Hoeveel lesuren moet de cursus voor het diploma eerste hulp minimaal omvatten?

Er is geen minimum aantal lesuren voorgeschreven. Afhankelijk van bijvoorbeeld beginsituatie en grootte van de lesgroep zal een planning en opzet per cursus voorbereid moeten worden. In de instructeurhandleiding zal wel een suggestie voor de opzet voor een basiscursus worden opgenomen van 15 uur.  

15.               Hoeveel lesuren bijscholing moeten gediplomeerden volgen om voor verlenging van het diploma in aanmerking te komen?

De instructeur en de arts-docent moeten gezamenlijk bepalen of een cursist competent is en of zijn diploma verlengd kan worden. Daarin verandert er naar de oude situatie niets. Enkel het urencriterium komt te vervallen en er moet dus inhoudelijk (kennis/vaardigheden/attitude/gedrag) onderzocht worden of iemand competent is. Dat kan door een test of gedurende bijscholingsbijeenkomsten.  

16.               Is het gebruik van de competentieformulieren bij het nagaan of een verlenging aan de orde is verplicht?

Neen, dit is niet verplicht maar jan wel een prima houvast geven om het competentieniveau te bepalen voor een eventuele verlenging. Tevens krijgt de cursist met een goede terugkoppeling dan ook duidelijk te zien waaraan meer aandacht besteed zou moeten worden. Dus ideaal ook voor de bepaling van de verdere bijscholingen en dus handvat voor cursist en instructeur naar de toekomst.  

17.               Zal er in de toekomst bij de eerste hulp met protocollen worden gewerkt of blijft het zoals het nu ook is?

Dit is en blijft. Er wordt al jarenlang met protocollen gewerkt alleen worden ze binnen de Eerste Hulp  handelingsschema’s of bijvoorbeeld stappenplannen genoemd.

Organisatorisch  

18.               Wat verandert aan de manier van examinering voor het diploma eerste hulp?

Vooralsnog niets. Er zal met meer uitgebreide formulieren gewerkt gaan worden en een nieuwe opzet voor een meer objectief examen is in een testfase.  

19.               Wie mag en wie bepaalt wie welke module mag geven?

De instructeur eerste hulp mag de basismodule geven en module verbandleer en kleine letsels. Afhankelijk van de zwaarte van andere modules kan een bijscholing geëist worden of kan een instructeur zichzelf bekwamen om met die module les te gaan geven. Informatie hierover wordt via verschillende communicatiekanalen verstrekt zodra er nieuwe modules verschijnen.  

20.               Wat wordt de rol van de arts bij de opleidingen eerste hulp?

Deze blijft dezelfde. De opleiding eerste hulp zal plaats moeten vinden onder medeverantwoordelijkheid van een bevoegd arts/verpleegkundige.  

21.               Zijn er al examenformulieren beschikbaar?

Deze zijn in voorbereiding en komen uiterlijk in september beschikbaar.  

22.               Wanneer gaat de nieuwe docentenhandleiding verschijnen?

Deze zal in augustus ook beschikbaar komen. Deze handleiding zal verder een Cd-rom als bijlage hebben met daarin in PowerPoint een twintigtal transparanten die via beamer geprojecteerd kunnen worden of geprint kunnen worden om als transparant via de overheadprojector te gebruiken.  

23.               Wanneer is het nieuwe werkboekje met Cd-rom beschikbaar?

Deze zullen net als de 24e druk zelf en de instructeurshandleiding in augustus beschikbaar zijn.  

24.               Wanneer is de ingangsdatum van de nieuwe leerstof 24e druk?

Reeds regelmatig gecommuniceerd: 1 augustus 2003!  

25.               Hoe lang mogen de cursisten met de oude leerstof (23e druk) doorgaan?

U kunt tot en met 31 juli een cursus moet het oude lesmateriaal starten. Echter voor de cursisten niet prettig: eerst wat leren en binnen enkele maanden leren dat er weer een aantal dingen moeten veranderen. Ons advies: wacht even met de start van een nieuwe cursus tot 1 augustus aanstaande (het is toch vakantie?)  

26.               Wie is er aansprakelijk als een hulpverlener niet aan hen geleerde eerste hulp verleent?

Over dit onderwerp is een studiedag in voorbereiding die waarschijnlijk in 2004 zal plaats gaan vinden. Aansprakelijkheid is een zeer complexe materie.

Opzet

Het boekje is opgebouwd volgens de ABC methode, met daaraan voorafgaand controle van het bewustzijn, zoals ook in de richtlijnen Nederlandse Reanimatie Raad.  

Inhoudelijk

Blz 2: als eerste, en dus basale, module houdt het boekje zich bezig met de hulpverlening aan 1 slachtoffer. Het feit dat de module “basaal” is heeft niets te maken met het geschatte intelligentieniveau van de cursisten. Het “overzicht krijgen” wordt direct aansluitend op het “letten op gevaar” genoemd; dat is o.i. nog steeds een logische volgorde.  

Het afzetten van de motor is een voorbeeld van ontwikkelingen op het medische en technische vlak die een nadere discussie en beleidsvorming vragen, waarna indien nodig de doctrine wordt aangepast. Overigens rijden er ook nog heel wat auto’s zonder moderne voorzieningen rond waarop de tekst van toepassing is.  

Blz 2 zeker is bij een ernstige uitwendige bloeding nog circulatie aanwezig, maar het laten voortbestaan van een ernstige uitwendige bloeding komt de circulatie en het slachtoffer niet ten goede. Dus de benadering volgens blz 21 ligt voor de hand: wanneer je een ernstige bloeding ziet, oefen je direct druk uit en gaat daarna zoals steeds met de beoordeling van het slachtoffer aan de gang.

Blz 4 aparte lokale nummers vermelden in een boek dat voor geheel Nederland bestemd is, lijkt niet zo nuttig. Een hectometerbord is een van de vele manieren waarop de plaats van het ongeval nader kan worden aangeduid; dit is een item dat juist als voorbeeld tijdens de cursus kan worden gegeven, naast “100 meter voorbij Café de Vries” enz, enz .

Blz 11 Handschoenen zijn niet verplicht; dat is in overeenstemming met het standpunt van het Oranje Kruis, maar het staat ieder vrij ze wel te gebruiken

Blz 21 Het op de rug draaien moet met verstand gedaan worden, alleen al met het oog op eventueel wervelletsel. Er staat dan ook “draai het slachtoffer op de rug als u hem anders niet goed kunt beoordelen” Iemand die op de buik ligt is moeilijker voor de ademhaling te beoordelen; iemand die min of meer op de zij ligt kan wel goed beoordeeld worden. De eerste wordt op de rug gedraaid; de tweede kan men net zo goed in die houding laten

Blz 23 (foto) Iedere foto is slechts een momentopname: goede instructie is onmisbaar.  

Blz 27 Als er in het land behoefte bestaat aan een beschrijving van “Rautek-uit-de-stoel” is er niets tegen die op te nemen, dan wel via de website aan te bieden.  

Blz 33 Het knielen aan de zijde van het gezicht beoogt, zoals bekend, het hoofd bij draaien van het lichaam minder te laten bewegen. Het spreekt natuurlijk vanzelf dat als er aan die zijde te weinig ruimte is, de EH’ er (Eerste Hulpverlener) een andere oplossing verzint; maar als principe blijft het knielen aan de zijde van het gezicht zijn waarde houden. Ook dit is één van de items die juist tijdens de instructie naar voren komen.

Het afnemen van een bril nadat er geknield is of op het moment dat je de bril ziet en er makkelijk bij kunt, lijkt een niet essentieel detail. (is overigens geheel conform blz 13 van de NRR richtlijn).  

Blz 34 Op deze verandering is vanuit het land vele malen aangedrongen, met als belangrijkste argument dat wanneer de arm eerst over de borst wordt gelegd deze nogal eens wegglijdt.

Het “haken van de voet in de knieholte” beoogt het wegglijden van de voet bij een bewusteloze en daarmee slap geworden slachtoffer. De EH’ er die zo hardhandig is dat daardoor enkelletsel zou kunnen ontstaan dient er tijdens de instructie op gewezen te worden dat hij dan “niet goed bezig is”.  

Blz 36 Geen probleem om te schrijven “elke minuut”. Iedere Nederlander begrijpt overigens heel goed wat met “om de minuut” wordt bedoeld.  

Blz 41 Het stoten op de rug beoogt een drukverhoging in de borstkas op te wekken die via de luchtwegen wordt doorgegeven in de richting van het voedselbrok dat zich meestal in de bovenste luchtwegen bevindt (ergens ter hoogte van het strottenhoofd). De vraag is of het richten van de stoten naar mond en neus hier veel verschil bij maakt. Op de foto staat het slachtoffer enigszins gebogen en lijken de stoten niet “naar beneden”, maar eerder naar de mond gericht te zijn.  

Blz 43  De NRRrichtlijn zegt:: tussen navel en zwaardvormig aanhangsel; bij deze wat dikke jongen lijkt het wel te kloppen.  

Blz 45 De “Heimlich van voren” is volgens de NRR richtlijn vervangen door de borstcompressie, met als oogmerk het verhogen van de druk in de borstkas (en vooralsnog niet het overnemen van de hartactie). Als hoofdje is de term “handgreep van Heimlich” gehandhaafd om te laten zien dat de borstcompressie in dit geval onderdeel van het beleid bij verslikken is. Aanhalingstekens hadden een en ander nog duidelijker kunnen maken

De technische uitvoering had hier beschreven kunnen worden maar was dan ook gehandhaafd op blz 69 e.v. Sommigen ervaren het 2 maal beschrijven van dezelfde techniek als hinderlijk; anderen vinden het volgen van een tekstverwijzing even vervelend.  

Blz 46 Net als iedere andere inblazing; als de techniek anders zou zijn, was dat natuurlijk met zoveel woorden vermeld.  

Blz 50 De begrippen “normaal” en “bedreigd” worden in de tekst niet anders gebruikt dan in de 22e en 23e druk.

Het is internationaal aanvaard dat bij een slachtoffer een ademhaling van < 10/min als onvoldoende wordt beschouwd. Een gezonde kan heel wel in rust een tragere ademhaling hebben.  

Blz 51 Het vermelde rijtje is niet meer dan een opsomming van “aandachtspunten”; soms zie je het niet omdat het er niet is; soms zie je het niet omdat het niet te zien is (b.v. blauwe kleur bij donkere huid) Dit is één van de items die bij de instructie aan de orde dienen te komen.

In de tekst m.b.t. het controleren van de ademhaling wordt een duidelijk onderscheid tussen de handelwijzen bij het wel of niet toepassen van de kinlift gemaakt. Er zijn situaties waarin de ademhaling wordt gecontroleerd zonder dat de kinlift wordt uitgevoerd (b.v. na een succesvolle beademing, voordat het slachtoffer in stabiele zijligging wordt gebracht); een “extra controlepunt” is dan niet verkeerd.  

Blz 52 accoord; 10 of meer laat geen enkele onduidelijkheid over. Overigens: in de literatuur worden 10 of meer, resp. meer dan 10 door elkaar gebruikt.  

Blz 52 bij “afwezige of onvoldoende ademhaling” is de volgorde van acties geheel in overeenstemming met de NRR richtlijn: op blz 9 van de NRR richtlijn staat: “als na controle van het bewustzijn blijkt dat er geen reactie is roept men om hulp”  Dat item staat in de 24e druk op blz 21. Wanneer iemand na die roep om hulp komt aanlopen, is het zeer wel mogelijk dat hij/zij direct al 112 heeft gebeld. De opmerking tussen haakjes “als dat niet al gebeurd is” slaat daar op; 2x bellen is niet nodig.  

De NRR richtlijn geeft wel degelijk aan dat bij een niet ademend slachtoffer na 2x beademen de halsslagader wordt gevoeld. Dat is precies het item waarin de NRR richtlijn afwijkt van de Internationale Richtlijn.  

Ook de zinsnede “2 effectieve beademingen (maximaal 5 pogingen)” zoals genoemd in de NRR richtlijn blijkt tot verwarring te kunnen leiden. Een van in het veld de gehoorde interpretaties was: je doet 5 pogingen 2 effectieve beademingen die op elkaar volgen, te geven (dus je probeert het 10x). Zoals uitgewerkt door Beukenkamp e.a. is het juist en dit is ook in de Handleiding voor Instructeurs weergegeven. Er is lang gezocht naar een ondubbelzinnige formulering voor de 24e druk, die mogelijk nog verschillende interpretaties toelaat, maar zo consistent mogelijk is gebruikt door het boekje heen. Hoe dan ook vraagt dit om zorgvuldige instructie van de cursisten.  

Blz 53 als de luchtwegafsluiting bij een bewusteloze door de uitzakkende tong wordt veroorzaakt is de kinlift in principe genoeg, maar als er b.v. ook aangezichtsletsel is met bloeding en/of zwelling dan is de kinlift soms niet voldoende.  

Blz 54 dat gebeurt op de beschreven manier vrijwel automatisch.  

Blz 61 zie reactie bij blz 45.  

Blz 63 Wanneer de kinlift bij een slachtoffer voor de 1e maal wordt uitgevoerd gaat dat steeds gepaard met “snelle mondinspectie” (zie beschrijving blz 55). Onder het hoofdje Situatie staat: “de ademhaling is na de kinlift ……” m.a.w. de inspectie is al uitgevoerd en om die reden niet nogmaals vermeld.  

Blz 66  zie reactie bij blz 52. In de versie NRR richtlijnen van juli 2002 wordt niet vermeld dat expliciet moet worden vermeld dat het om een reanimatie gaat.  

Blz 69 op blz 70 staan de vingers tegen elkaar.  

Blz 70 knieen bij elkaar of iets gespreid zal de individuele EH’er bepalen.  

Blz 72/73 hier is de richtlijn gevolgd. Bovendien: de 6 seconden beslaan: hoofd in positie, inblazen, uitademen, weer inblazen. Er hoeft niet gewacht te worden tot de 2e keer is uitgeademd alvorens “naar de borst terug te gaan”. De beademingen mogen bovendien best snel achter elkaar gegeven worden, dwz het is niet nodig dat de patiënt volledig heeft uitgeademd voordat de 2e beademing gegeven wordt.  

Blz 72, 74 (foto) opmerking is correct; de foto’s zijn reeds aangepast.  

Blz 74 hier worden alleen de handelingen en hun volgorde beschreven. Vanwege het belang ervan is de duur van de reanimatie onder een apart hoofdje vermeld op blz 76.  

Blz 74 stap 8  hier is de 24e druk inderdaad nog preciezer dan de NRR; dit is gedaan om de EH’ er nog meer zekerheid te verschaffen. Door de beschreven handelwijze wordt het slachtoffer geen kwaad gedaan.  

Blz 74 stap 9 zie reactie bij blz 36.  

Blz 76 zeker is het gewenst bij een ongeval tijdig te waarschuwen; de opmerking over waarschuwen in relatie tot reanimeren (en daar gaat het op deze blz over) is volkomen overeenkomstig de NRR Richtlijn.  

Blz 77 er komt een aparte module Eerste Hulp aan Kinderen. Hier zijn alleen de belangrijkste veranderingen vermeld.  

Blz 78 liggen en zitten is natuurlijk ook nog wel enigszins afhankelijk van de ernst van de bloeding.

Het liggen is in de tekst nadrukkelijk vermeld.  

Blz 79 dit is zo vanzelfsprekend dat het niet nodig leek dat apart te vermelden.  

Blz 90 wat hier over shock staat is geheel in overeenstemming met de huidige opvatting.

Het effect van “benen hoog” is betrekkelijk: de toename van het “centrale bloedvolume” bedraagt bij een volwassene waarschijnlijk niet meer dan 200 cc en heeft dus eigenlijk geen effect. Om deze reden is het hoogleggen van de benen bij shock ook in de 22e en de 23e druk niet vermeld. Druk in de buik is uiterst twijfelachtig omdat het beoogde effect (dichtdrukken van de aorta, zodat geen bloed meer naar de onderste lichaamshelft stroomt) eigenlijk niet bereikt wordt.  

Blz 95 er wordt een aanzet gegeven wanneer wel en wanneer niet professionele hulp nodig is. Daarnaast speelt ook het gezond verstand: een brandblaartje van 1 cm2 niet; maar iets groter al dikwijls wel.  

Blz 97 dan zou je niet meer zien hoe de mitella wordt aangelegd en daar gaat het bij de illustratie om.  

Blz 98, 107  mee eens; als de knoop maar niet op de wervels rust.  

Blz 102 correct.  

Blz 109 er staat: zorg dat de wond goed zichtbaar is; er staat niets over openknippen van kleding. Dit is een item voor tijdens de cursus.

Blz 111 druk in de lies wordt ook snel pijnlijk; het argument voor het niet meer opnemen van de drukpunten is dat ze in de praktijk hoogst zelden nodig zijn. Druk van weerskanten (b.v. bij een uitstekend voorwerp) is een alternatief.  

Blz 118 de schaamstreek wordt internationaal op 1 % geschat zowel bij mannen en vrouwen; evenzo wordt voor zowel mannen en vrouwen de voorzijde van de romp op 18% geschat; borsten hebben daar geen invloed op.  

Blz 118 er had inderdaad, ten overvloede,  “20 % 2e- en 3e graads” kunnen staan. De rest van de tekst maakt overigens wel duidelijk dat 1e graads verbranding er buiten valt: zie blz 119: 1e gr kunt u zelf behandelen. Dat zou niet het geval zijn als er ook bij een 1e gr shock zou kunnen ontstaan.  

Blz 118 er zijn vele indelingen die naast elkaar gebruikt worden. 4e graads is nauwelijks meer in zwang. 2e graads oppervlakkig resp. diep heeft vooral consequenties voor de behandeling en lijkt voor de EH’er minder van belang. Recent wordt vanuit het Engels taalgebied weer een pleidooi gevoerd voor een indeling in superficial/partial thickness/full thickness (1/2/3?).  

Blz 119 stralingswonden worden in feite niet als brandwond (thermisch letsel) beschouwd maar ingedeeld in een aparte categorie: het actinisch trauma. Evenzo zijn wonden door chemicalia aparte letsels (chemisch trauma); ze worden brandwonden/verbrandingen genoemd omdat de verschijnselen en de behandeling vrijwel identiek zijn.  

Actinische wonden hadden vooral de aandacht in de tijd dat een atoomoorlog werd gevreesd; tegenwoordig wordt de kans daar op minimaal geacht. Stralingsletsels door b.v. “lekkende” röntgenapparaten ontstaan zeer geleidelijk en kennen eigenlijk geen “eerste hulp”.  

Een loopblaar is een mechanisch letsel (schuifkrachten) en geen “wrijvingsbrandwond”. De loopblaar mag doorgeprikt, de brandblaar niet.  

Blz 120 de opmerking over baby’s is geheel juist en zal zeker in de module Eerste Hulp bij Kinderen verschijnen. Deze module gaat over personen voorbij de luierleeftijd.  

Blz 122 waardevolle toevoeging.  

Blz 123 een poederblusser is niet altijd bij de hand.  

Blz 124 minimaal 5 minuten koelen is het antwoord van de Brandwondenstichting op recente vraag van het Oranje Kruis.  

Burnshield gaat o.i. wat verder dan in een basismodule thuishoort.

De informatie uit het “Brandwondenboek” is mogelijk toch net buiten de “scope” van een EH’er in Nederland (het is niet zeer waarschijnlijk dat hij/zij uren voor een brandwondpatient zal moeten zorgen).  

Blz 131 geheel accoord (is een zetfout die al is gecorrigeerd).  

Blz 132 zie blz 133: overdreven opgewektheid/ agressiviteit.  

Blz 134 iemand die nog overeind zit is niet bewusteloos en zal zich niet verslikken; de ogen zijn neergeslagen en kijken wat er in de beker zit (warme drank, geen alcohol, zie blz 133).  

Blz 136 goed idee om een opmerking over vrachtwagen en bord toe te voegen. De codes zelf vermelden heeft niet zo’n zin.  

Blz 138 waardevolle toevoeging.

Blz 142 is technisch juist, maar “de leek” denkt en praat er niet op deze manier over. Zo zal “stroombron” eerder aanspreken/herkend worden dan “voeding”.  

Blz 150 op de foto staat vermeld dat het om hydrofiel gaat.  

Blz 161 juist, is reeds aangepast.  

Blz 168 geslachtsorganen kunnen natuurlijk gewond raken. Los daarvan is in dit hoofdstuk “gewoon” naar een zekere volledigheid gestreefd.


Overzicht modules  
Basismodule Eerste Hulp  
Verbandleer en kleine ongevallen
(in ontwikkeling, verwacht september 2003)
 
Eerste Hulp bij sport
(in ontwikkeling, verwacht voorjaar 2004)
 
Eerste Hulp bij wandelletsels
(in ontwikkeling, verwacht najaar 2003)
 
Eerste Hulp bij kinderen
(in ontwikkeling, verwacht najaar 2003)
 
Eerste Hulp bij verdrinking en onderkoeling
(in ontwikkeling, verwacht in 2004)  
 
Overzicht lespakketten  
Eerste Hulp aan stembandlozen
 
Eerste Hulp met beademingshulpmiddelen
 
Eerste Hulp bij gebitsproblemen
(in ontwikkeling verwacht september 2003)
Steeds zullen uitbreidingen plaatsvinden.

Inhoud 24e druk

Inleiding
          Eerste hulp verlenen: vijf belangrijke punten
1.1       Let op gevaar
1.2       Ga na wat er is gebeurd en daarna wat iemand mankeert
1.3       Stel het slachtoffer gerust en zorg voor beschutting
1.4       Zorg voor professionele hulp
1.5       Help het slachtoffer op de plaats waar hij ligt of zit
            De noodvervoersgreep van Rautek
            Ondersteunend verplaatsen
1.6       Emotionele reacties
1.7       Eerste hulp en de kans op infectie
 
2          Schakels in een keten: de vitale functies
2.1       Hersenfunctie, ademhaling en bloedsomloop
2.2       Oorzaken van stoornissen in de vitale functies
2.3       Gevolgen van stoornissen in de vitale functies
 
3          Stoornissen in het bewustzijn
3.1       Beoordelen van het bewustzijn
            Benaderen van het slachtoffer
            Een bewusteloos slachtoffer op de rug draaien
3.2       Flauwte
 
4          (Gedeeltelijke) afsluiting van de luchtweg
4.1       Beoordelen van de luchtweg
            Kinlift en snelle inspectie
            Vanuit rugligging in stabiele zijligging draaien
            De mond openen en leegmaken
4.2       Verslikken
            Stoten tussen de schouderbladen
            De handgreep van Heimlich bij een staand of zittend slachtoffer
            De handgreep van Heimlich bij een liggend slachtoffer dat (nog) bij bewustzijn is
            Verwijderen van een vreemd voorwerp na verslikken bij een kind van 0 tot 1 jaar
            Verwijderen van een vreemd voorwerp na verslikken bij een kind van 1 tot 8 jaar
 
5          Stoornissen in de ademhaling
5.1       Beoordelen van de ademhaling
            Vanuit stabiele zijligging naar rugligging draaien
            Kinlift en mondinspectie
            Mond-op-mondbeademing
            Mond-op-neusbeademing
            Mond-op-mond- en mond-op-neusbeademing
            Snelle kantelmethode
5.2       Verdrinken
 
6          Stoornissen in de bloedsomloop
6.1       Beoordelen van de bloedsomloop
            Beoordelen van de bloedsomloop aan de halsslagader
Uitwendige hartmassage (borstcompressie)
            Reanimatie door één eerstehulpverlener
            Reanimatie door twee eerstehulpverleners
            Beëindigen van de reanimatie
6.2       Beademen en reanimeren bij kinderen van 0 tot 8 jaar
6.3       Ernstig uitwendig bloedverlies
            Druk uitoefenen op de plaats van de bloeding
            Een snelverband aanleggen
            Een wondsnelverband aanleggen
            Een wonddrukverband aanleggen
6.4       Shock
 
         Plaatselijk letsel
7.1       Wonden
            Rust en steun aan een gewond lichaamsdeel geven
            Een mitella aanleggen
7.2       Kneuzing en verstuiking
7.3       Botbreuk en ontwrichting
Onbeweeglijk (laten) houden / geven van rust en steun
Een brede das aanleggen
Afdekken van een open botbreuk
7.4       Oogletsel
            Verwijderen van een vuiltje
            Spoelen van het oog
 
8          Warmteletsels
8.1       Brandwonden
Doven van de vlammen
Koelen
8.2       Oververhitting
 
9          Koudeletsels
9.1       Bevriezing
9.2       Onderkoeling
Beschermen tegen verdere afkoeling
 
10        Vergiftigingen
Braken opwekken
 
11        Elektriciteitsletsels
Uitschakelen stroombron
Isoleren
Beoordelen
 
12        Verband- en hulpmiddelen
12.1     Verbandmiddelen
12.2     Hulpmiddelen
12.3     Verbanddozen
 
13        Het menselijk lichaam  
13.1     Cellen, weefsels en organen
13.2     Orgaanstelsels

Certificaat verbandleer en kleine ongevallen: eindtermen
Doelgroep
Bezitters van een geldig diploma Eerste Hulp
 
Algemene doelstelling
Kennis verkrijgen van de verband- en hulpmiddelen die bij het verlenen van eerste hulp kunnen worden gebruikt, wanneer en waarvoor.
Een functioneel en goed zittend verband aanleggen op verschillende lichaamsdelen.
Eerste hulp verlenen bij een aantal kleine ongevallen.
Eindtermen
Na het volgen van de module moet de eerstehulpverlener aan de volgende eisen voldoen om in het bezit te komen en te blijven van het certificaat verbandleer en kleine ongevallen.
 
1.         Verband- en hulpmiddelen
 Hij [1]kan:
§         vertellen welk verbandmateriaal en welke andere hulpmiddelen het best kunnen worden gebruikt bij het verlenen van eerste hulp en waarom;
§         de eigenschappen van de verschillende materialen noemen;
§         de verschillende soorten verbanden noemen en vertellen uit welke materialen deze (kunnen) bestaan;
§         uitleggen wat de functie van de verschillende verbanden is;
§         aangeven welk verbandmateriaal er tenminste in een verbanddoos voor gebruik in de privé sfeer moet zitten.
 
2.         Dekverband
 2.1       Hij kan omschrijven:
§         in welke gevallen een dekverband kan worden aangelegd;
§         wat het doel is van een dekverband;
§         aan welke eisen een dekverband moet voldoen;
§         met welke materialen een dekverband kan worden aangelegd.
2.2                   Hij is in staat een dekverband, bestaande uit steriel gaas, synthetische of witte watten, een (elastische) hydrofiele zwachtel en kleefpleister aan te leggen bij een uitwendige (open) wond aan:
§         boven- en onderarm;
§         boven- en onderbeen;
§         elleboog en knie;
§         hand en voet;
§         vinger en teen.
2.3       Hij is in staat wondpleister aan te brengen op een kleine uitwendige wond.
2.4                   Hij is in staat om een uitwendige wond af te dekken met steriel gaas en kleefpleister.
 
3.          Drukverband
 3.1       Hij kan omschrijven:
§         in welke gevallen een drukverband kan worden aangelegd;
§         wat het doel is van een drukverband;
§         aan welke eisen een drukverband moet voldoen;
§         met welke materialen een drukverband wordt aangelegd.
3.2       Hij is in staat een drukverband aan te leggen bij:
§         een kneuzing aan arm en been;
§         een verstuikte pols, enkel, elleboog en knie;
 4.         Stompverband
 4.1       Hij kan omschrijven:
§         in welke gevallen een stompverband kan worden aangelegd;
§         wat het doel is van een stompverband;
§         aan welke eisen een stompverband moet voldoen.
4.2       Hij is in staat om bij een afgerukt lichaamsdeel druk op de wond uit te oefenen door
een stompverband aan te leggen.
 
5.         Doekverband
5.1       Hij kan omschrijven:
§         in welke gevallen een doekverband kan worden aangelegd;
§         wat het doel is van een doekverband;
§         met welke materialen een doekverband kan worden aangelegd.
 5.2       Hij is in staat om een doekverband aan te leggen bij een uitwendige (open) wond aan:
§         hoofd;
§         hand en voet;
§         knie en elleboog.
(nadat de wond zo schoon mogelijk is afgedekt)
 
 6.         Kleine ongevallen
             Bloedneus
§         Hij is in staat om bij een neusbloeding op de juiste wijze te handelen.
§         Hij kan uitleggen wanneer en waarom hiervoor deskundige hulp moet worden ingeschakeld.
             Vreemd voorwerp in neus of oor
Hij kan uitleggen:
§         hoe een vreemd voorwerp uit neus of oor kan worden verwijderd en dit indien mogelijk ook uitvoeren;
§         wanneer en waarom hiervoor deskundige hulp moet worden ingeschakeld.
             Vreemd voorwerp in de huid
§         Hij kan vertellen hoe een loszittende splinter uit de huid kan worden getrokken en dit ook uitvoeren.
§         Hij kan uitleggen wanneer en waarom hiervoor deskundige hulp moet worden ingeschakeld.
Insectensteken
§         Hij kan omschrijven hoe moet worden gehandeld als iemand door een insect is gestoken en dit ook uitvoeren.
§         Hij kan uitleggen wanneer en waarom hiervoor deskundige hulp moet worden ingeschakeld.
       Kwallensteken
§         Hij kan de verschijnselen van een kwallensteek noemen.
§         Hij kan omschrijven hoe moet worden gehandeld als iemand door een kwal is gestoken en dit ook uitvoeren.
§         Hij kan uitleggen wanneer en waarom hiervoor deskundige hulp moet worden ingeschakeld.
Uitgeslagen tanden, tand door de lip
Hij kan eerste hulp verlenen bij:
§         uitgeslagen tanden;
§         een tand door de lip.
Tekenbeten
§         Hij kan uitleggen wat de gevaren zijn van een tekenbeet.
§         Hij kan omschrijven hoe moet worden gehandeld bij een tekenbeet en dit ook uitvoeren.
Slangenbeten
Hij kan vertellen wat moet worden gedaan als iemand door een slang is gebeten en dit ook uitvoeren.


[1]  Voor "hij", "hem" of "zijn" kan ook "zij" of  "haar" worden gelezen.

Examen voor het diploma Eerste Hulp na het verschijnen van de 24e druk  
Inhoud van het examen
Indeling examenstof  
Groep 1: onderwerpen die bij elke kandidaat moeten worden beoordeeld
 a)      Vijf belangrijke punten bij het verlenen van eerste hulp
b)      Vaststellen
Ž bewustzijnsniveau
Ž (gedeeltelijke) afsluiting luchtweg
Ž aan-/afwezigheid ademhaling
Ž aan-/afwezigheid bloedsomloop
c)      Vrijhouden luchtweg (stabiele zijligging)
d)      Vrijmaken luchtweg
e)      Beademen
f)        Reanimeren
g)      Stoppen uitwendig bloedverlies door druk ter plaatse  
Groep 2: onderwerpen waarvan er bij elke kandidaat tenminste één moet worden beoordeeld
 a)      Aanleggen (wond)snelverband
b)      Aanleggen wonddrukverband
c)      Eerste hulp bij doordringende borstwond
d)      Eerste hulp bij doordringende buikwond  
Groep 3: onderwerpen waarvan er bij elke kandidaat tenminste één moet worden beoordeeld
 Eerste hulp bij:
a)      verslikking
b)      flauwte
c)      shock
d)      vergiftiging
 
Groep 4: onderwerpen waarvan er bij elke kandidaat tenminste één moet worden beoordeeld
 Eerste hulp bij:
a)      warmteletsels (brandwonden, oververhitting)
b)      koudeletsels (bevriezing, onderkoeling)
c)      elektriciteitsongevallen
d)      oogletsels  
Groep 5: onderwerpen waarvan er bij elke kandidaat tenminste één moet worden beoordeeld
 a)      Eerste hulp bij botbreuk en ontwrichting
b)      Eerste hulp bij kneuzing en verstuiking
c)      Ondersteunend vervoer
d)      Verslepen met de handgreep van Rautek

Wijzigingen richtlijnen voor de Basale Reanimatie van de volwassenen 2002 in Nederland.

EEN BEWERKING VAN DE EUROPEAN RESUSCITATION COUNCIL GUIDELINES 2000 FOR ADULT BASIC LIFE SUPPORT

De Nederlandse Reanimatie raad en het Oranje Kruis gaan deze richtlijnen toepassen uiterlijk augustus 2003 tevens zal er dan een nieuw Oranje Kruisboekje 24e druk uitkomen met daarin opgenomen de wijzigingen.

De Nederlandse Hartstichting is reeds begonnen met de nieuwe richtlijnen en geeft hier reeds les in.

1. Inleiding

De Nederlandse richtlijnen 2002 zijn conform de Europese richtlijnen, met uitzondering van de handhaving van de polscontrole. Zoals in de inleiding is beschreven betekent de (her) introductie van het ABCschema een belangrijke breuk met wat tot nu toe in het Nederlandse onderwijs in de basale reanimatie gebruikelijk was. Daarnaast zijn 16 grote en kleine verschillen zichtbaar geworden tussen de tot nu toe gangbare Nederlandse richtlijnen en de Europese. Hieronder worden deze verschillen beschreven en gemotiveerd.

Hieronder vindt u een benaderingsschema welke u kunt gebruiken bij de lessen, dit schema is vervaardigd door een docent EHBO en voor eigenlijk gebruik vrij gegeven.

Controleer het bewustzijn door: het slachtoffer aanroepen "hallo doet u uw ogen eens open"(2X) daarna schudden aan beide schouders (zorg dat hals en hoofd niet beweegt).

Trek de aandacht van omstanders dat er iets niet in orde is.

Open de ademweg door: hand op het voorhoofd te plaatsen en de onderkaak omhoog te tillen (kinlift) daarna kijkt u in de mond of er iets in zit dat gevaar kan opleveren.

Controleer de ademhaling door: met uw oor en wang bij mond en neus van het slachtoffer te luisteren of te voelen of er een ademhaling is, kijk daarbij tegelijkertijd naar de borstkas of deze omhoog en omlaag komt. Tijdens het luisteren houdt u uw hand op het voorhoofd van het slachtoffer en tilt de kaak omhoog. Dit doet u maximaal 10 seconden.

Laat iemand alarmeren, 112.

Als de ademhaling afwezig is dan gaat u twee keer beademen, u doet dit door 2 X 2 seconden, 700-1000ml in te blazen op een rustige manier. Als dat niet helpt dan mag u dit tot maximaal 5 X herhalen.

Als de ademhaling aanwezig is dan legt u het slachtoffer in de stabiele zijligging.

U controleert de circulatie door maximaal 10 seconden aan 1 zijde de halsslagader te voelen. Houd het hoofd hierbij iets achterover waardoor de halsslagader makkelijker is te voelen.

Is er circulatie aanwezig: ga dan door met beademen en controleer elke minuut de circulatie.

Is er geen circulatie aanwezig: pas dan uitwendige hartmassage toe in combinatie met beademen in een frequentie van 15X masseren en 2X beademen in een tempo van 100X per minuut masseren.

U dient de vaardigheden samen met uw docent te oefenen, hij of zij kan u dan ook precies vertellen waar u op moet letten en hoe u de handelingen moet verrichten.

 


Contactgegevens

Telefoon
038-4218611
Fax
038-4234123
Post- en bezoekersadres
Stationsweg 49, 8091 AB Wezep    
E-mail                                                                                                    
Algemene informatie: ehbo-regio-zwolle@wanadoo.nl
Cursusinformatie: Dhr. H. Mulder
Administratieve ondersteuning: Kantoor EHBO Regio Zwolle
Webbeheerder: ehbo-regio-zwolle@wanadoo.nl

 


 

Contactgegevens

Telefoon
038-4218611
Fax
038-4234123
Post- en bezoekersadres
Stationsweg 49, 8091 AB  Wezep    
E-mail                                                                                                    
Algemene informatie: ehbo-regio-zwolle@wanadoo.nl
Administratieve ondersteuning: Kantoor EHBO Regio Zwolle te Wezep.
Cursusinformatie: Dhr. H. Mulder.
Webbeheerder: ehbo-regio-zwolle@wanadoo.nl

Start ]

Copyright © 2005 EHBO Regio Zwolle.
Laatst bijgewerkt: 23 september 2005.