|
|
Zie ook onze nieuwsbrief voor een volledige versie. Veel gestelde vragen rond de
introductie van de 24e druk eerste hulp leerstof.
Vakinhoudelijke aspecten
1.
Met betrekking tot de stabiele
zijligging: Er
is altijd geleerd dat een ledemaat steeds met twee handen dient te worden
vastgehouden. Hoe combineert dit principe met het feit dat eerst het been dient
te worden geplaatst en daarna een arm over de borstkas dient te worden gelegd?
Laten we het been dan weer los (valt het om)? Dit wordt duidelijk op
pagina 34/35 weergegeven. Twee handen wordt niet meer
als steeds noodzakelijk gezien om een ledemaat te verplaatsen in deze
specifieke situatie. 2.
Waarom is het toedienen van de
pijnprikkel uit de leerstof verdwenen en wat is de toegevoegde waarde van het
schudden aan de schouders? Aangezien het verschil
tussen bewusteloos en diep bewusteloos niet meer vastgesteld hoeft te worden
heeft het toedienen van de pijnprikkel geen toegevoegde waarde meer. De
hulpverlening voor deze twee niveaus van bewustzijn zijn dan ook volledig
gelijkgesteld. 3.
Hoe moet de kinlift uitgevoerd
worden bij het beademen? Dit blijkt problematisch te zijn voor mensen met grote
handen. Kinlift lukt in de praktijk
prima met verschillende oefenpoppen. Op sommige poppen blijkt het lastiger te
zijn, maar het voordeel is dat de oefening dus lastiger is dan in de
werkelijkheid/de praktijk. 4.
Zijn er redenen (en zo ja:
welke dan?) om iemand niet in stabiele zijligging te leggen? Extreme gevallen inderdaad
maar dat zijn echte uitzonderingen, principe blijft: stabiele zijligging als dat
is geïndiceerd is de beste methode. 5.
Waar en hoe vaak moet de ademhaling
en de bloedsomloop worden gecontroleerd als een slachtoffer in stabiele
zijligging is geplaatst? Om de minuut en met de
verschillende mogelijkheden afhankelijk van situatie. We kunnen de controle doen
door luisteren, kijken en voelen. De combinatie van verschillende waarnemingen
zal tot een prima indicatiestelling kunnen leiden. 6.
Zijn er risico’s voor een
slachtoffer als tijdens een reanimatie weer normale circulatie ontstaat? Hoe
constateer je dat en vooral hoe tijdig? Tekenen van leven zijn
duidelijk herkenbaar als zodanig. Hierop moet de eerste hulpverlener dus alert
zijn en blijven. Bewegingen en pogingen zelf te gaan ademen zijn in die situatie
door iedereen zeer duidelijk waar te nemen. 7.
Wat is de reden dat voor de twee
reddingsbeademingen al gealarmeerd wordt? Is het niet handiger dit pas te doen
als de circulatie ook gecontroleerd is na die twee beademingen? Je roept al na de
ademhalingscontrole waarbij een onvoldoende ademhaling wordt geconstateerd
iemand erbij en controleert dan snel de bloedomloop. Bij de melding dus zo
compleet mogelijk melden kan snel en eenvoudig. (Mobiele telefoon gebruiken!
Deze is tegenwoordig bijna altijd in de directe omgeving beschikbaar.) 8.
Hoe moet bij luchtwegobstructie de
mondcontrole worden uitgevoerd? En hoe bij een jong kind? Hoofd eerst opzij te
plaatsen? Waarom (niet)? Snel openen en kijken is
essentieel in de situatie dat er een vermoeden bestaat dat er iets de luchtweg
blokkeert. Dan hoeft men het hoofd niet eerst opzij te plaatsen. 9.
Is er een reden aan te geven waarom
het College besloten heeft de afdrukpunten niet in de basismodule eerste hulp op
te nemen? 10.
Is het besluit om de afdrukpunten
bij ernstige uitwendige bloedingen niet op te nemen in de eindtermen voor het
diploma eerste hulp gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, en zo ja welk
onderzoek? De ervaring van deskundigen
is hierin leidend geweest: in de praktijk pas 3 maal in 30 jaar voorgekomen
terwijl de eerste hulp kring het als automatisme en als eerste handeling vaak
uitvoert. Verder kan – dat was altijd al zo – door druk direct op de plaats
van de wond al snel en adequaat hulp verleend worden. Risico bestaat verder bij
toepassing van de afdrukpunten op neurologische schade en dat kan dus voortaan
voorkomen worden. 11.
Op welke wijze is er rekening
gehouden met nekletsel met betrekking tot fixatie, methode van stabiele
zijligging, logroll, etc? Zo veel als mogelijk is.
Bewegen van het slachtoffer tot het minimum beperken. Voor de log-roll – het op
de zij plaatsen via een speciale methodiek - zijn vier mensen nodig en deze zijn
meestal niet beschikbaar in de noodsituatie. Het boekje is gericht op de eerste
hulp die een helper alleen en snel zonder veel hulpmateriaal moet kunnen
uitvoeren. Een halskraag hebben eerste hulpverleners niet ter beschikking en
bovendien zijn zij niet opgeleid met betrekking tot het aanbrengen daarvan. Onderwijskundige aspecten
12.
Bestaat de mogelijkheid om de
afdrukpunten bij ernstige uitwendige bloedingen op te nemen in de eindtermen
voor de bijscholingen? Neen, de eindtermen voor de
bijscholingen verschijnen niet apart want deze zijn 100% hetzelfde als die voor
het basisdiploma eerste hulp. 13.
Hoe bereiken we uniformiteit met
betrekking tot de afdrukpunten? Met
andere woorden hoe gaan we om met instructeurs en cursisten die wel de
afdrukpunten aanleren / aangeleerd krijgen? Wat voorkomen moet worden is
dat instructeurs zelf inhoudelijke toevoegingen doen aan de leerstof. De
basisleerstof staat beschreven en dat dient onderwezen te worden. Hiervoor zijn
deskundige vanuit verschillende organisaties ingeschakeld. Het toevoegen van
extra inhoudelijke zaken valt volledig voor de verantwoordelijkheid van de
persoon die dat in gang zet, en dus ook de gevolgen daarvan. 14.
Hoeveel lesuren moet de cursus voor
het diploma eerste hulp minimaal omvatten? Er is geen minimum aantal
lesuren voorgeschreven. Afhankelijk van bijvoorbeeld beginsituatie en grootte
van de lesgroep zal een planning en opzet per cursus voorbereid moeten worden.
In de instructeurhandleiding zal wel een suggestie voor de opzet voor een
basiscursus worden opgenomen van 15 uur. 15.
Hoeveel lesuren bijscholing moeten
gediplomeerden volgen om voor verlenging van het diploma in aanmerking te komen? De instructeur en de
arts-docent moeten gezamenlijk bepalen of een cursist competent is en of zijn
diploma verlengd kan worden. Daarin verandert er naar de oude situatie niets.
Enkel het urencriterium komt te vervallen en er moet dus inhoudelijk
(kennis/vaardigheden/attitude/gedrag) onderzocht worden of iemand competent is.
Dat kan door een test of gedurende bijscholingsbijeenkomsten. 16.
Is het gebruik van de
competentieformulieren bij het nagaan of een verlenging aan de orde is
verplicht? Neen, dit is niet verplicht
maar jan wel een prima houvast geven om het competentieniveau te bepalen voor
een eventuele verlenging. Tevens krijgt de cursist met een goede terugkoppeling
dan ook duidelijk te zien waaraan meer aandacht besteed zou moeten worden. Dus
ideaal ook voor de bepaling van de verdere bijscholingen en dus handvat voor
cursist en instructeur naar de toekomst. 17.
Zal er in de toekomst bij de eerste
hulp met protocollen worden gewerkt of blijft het zoals het nu ook is? Dit is en blijft. Er wordt
al jarenlang met protocollen gewerkt alleen worden ze binnen de Eerste Hulp
handelingsschema’s of bijvoorbeeld stappenplannen genoemd. Organisatorisch
18.
Wat verandert aan de manier van
examinering voor het diploma eerste hulp? Vooralsnog niets. Er zal met
meer uitgebreide formulieren gewerkt gaan worden en een nieuwe opzet voor een
meer objectief examen is in een testfase. 19.
Wie mag en wie bepaalt wie welke
module mag geven? De instructeur eerste hulp
mag de basismodule geven en module verbandleer en kleine letsels. Afhankelijk
van de zwaarte van andere modules kan een bijscholing geëist worden of kan een
instructeur zichzelf bekwamen om met die module les te gaan geven. Informatie
hierover wordt via verschillende communicatiekanalen verstrekt zodra er nieuwe
modules verschijnen. 20.
Wat wordt de rol van de arts bij de
opleidingen eerste hulp? Deze blijft dezelfde. De
opleiding eerste hulp zal plaats moeten vinden onder medeverantwoordelijkheid
van een bevoegd arts/verpleegkundige. 21.
Zijn er al examenformulieren
beschikbaar? Deze zijn in voorbereiding
en komen uiterlijk in september beschikbaar. 22.
Wanneer gaat de nieuwe
docentenhandleiding verschijnen? Deze zal in augustus ook
beschikbaar komen. Deze handleiding zal verder een Cd-rom als bijlage hebben met
daarin in PowerPoint een twintigtal transparanten die via beamer geprojecteerd
kunnen worden of geprint kunnen worden om als transparant via de
overheadprojector te gebruiken. 23.
Wanneer is het nieuwe werkboekje
met Cd-rom beschikbaar? Deze zullen net als de 24e
druk zelf en de instructeurshandleiding in augustus beschikbaar zijn. 24.
Wanneer is de ingangsdatum van de
nieuwe leerstof 24e druk? Reeds regelmatig
gecommuniceerd: 1 augustus 2003! 25.
Hoe lang mogen de cursisten met de
oude leerstof (23e druk) doorgaan? U kunt tot en met 31 juli
een cursus moet het oude lesmateriaal starten. Echter voor de cursisten niet
prettig: eerst wat leren en binnen enkele maanden leren dat er weer een aantal
dingen moeten veranderen. Ons advies: wacht even met de start van een nieuwe
cursus tot 1 augustus aanstaande (het is toch vakantie?) 26.
Wie is er aansprakelijk als een
hulpverlener niet aan hen geleerde eerste hulp verleent? OpzetHet
boekje is opgebouwd volgens de ABC methode, met daaraan voorafgaand controle van
het bewustzijn, zoals ook in de richtlijnen Nederlandse Reanimatie Raad. InhoudelijkBlz
2: als eerste, en dus basale, module houdt het boekje zich bezig met de
hulpverlening aan 1 slachtoffer. Het feit dat de module “basaal” is heeft
niets te maken met het geschatte intelligentieniveau van de cursisten. Het
“overzicht krijgen” wordt direct aansluitend op het “letten op gevaar”
genoemd; dat is o.i. nog steeds een logische volgorde. Het
afzetten van de motor is een voorbeeld van ontwikkelingen op het medische en
technische vlak die een nadere discussie en beleidsvorming vragen, waarna indien
nodig de doctrine wordt aangepast. Overigens rijden er ook nog heel wat auto’s
zonder moderne voorzieningen rond waarop de
tekst van toepassing is. Blz 2 zeker is bij een ernstige uitwendige bloeding nog circulatie aanwezig, maar het laten voortbestaan van een ernstige uitwendige bloeding komt de circulatie en het slachtoffer niet ten goede. Dus de benadering volgens blz 21 ligt voor de hand: wanneer je een ernstige bloeding ziet, oefen je direct druk uit en gaat daarna zoals steeds met de beoordeling van het slachtoffer aan de gang. Blz
4 aparte lokale nummers vermelden in een boek dat voor geheel Nederland bestemd
is, lijkt niet zo nuttig. Een hectometerbord is een van de vele manieren waarop
de plaats van het ongeval nader kan worden aangeduid; dit is een item dat juist
als voorbeeld tijdens de cursus kan worden gegeven, naast “100 meter voorbij
Café de Vries” enz, enz Blz
11 Handschoenen zijn niet verplicht; dat is in overeenstemming met het standpunt
van het Oranje Kruis, maar het staat ieder vrij ze wel te gebruiken Blz
21 Het op de rug draaien moet met verstand gedaan worden, alleen al met het oog
op eventueel wervelletsel. Er staat dan ook “draai het slachtoffer op de rug
als u hem anders niet goed kunt beoordelen” Iemand die op de buik ligt is
moeilijker voor de ademhaling te beoordelen; iemand die min of meer op de zij
ligt kan wel goed beoordeeld worden. De eerste wordt op de rug gedraaid; de
tweede kan men net zo goed in die houding laten Blz
23 (foto) Iedere foto is slechts een momentopname: goede instructie is
onmisbaar. Blz
27 Als er in het land behoefte bestaat aan een beschrijving van
“Rautek-uit-de-stoel” is er niets tegen die op te nemen, dan wel via de
website aan te bieden. Blz
33 Het knielen aan de zijde van het gezicht beoogt, zoals bekend, het hoofd bij
draaien van het lichaam minder te laten bewegen. Het spreekt natuurlijk vanzelf
dat als er aan die zijde te weinig ruimte is, de EH’ er (Eerste Hulpverlener)
een andere oplossing verzint; maar als principe blijft het knielen aan de zijde
van het gezicht zijn waarde houden. Ook dit is één van de items die juist
tijdens de instructie naar voren komen. Het
afnemen van een bril nadat er geknield is of op het moment dat je de bril ziet
en er makkelijk bij kunt, lijkt een niet essentieel detail. (is overigens geheel
conform blz 13 van de NRR richtlijn). Blz
34 Op deze verandering is vanuit het land vele malen aangedrongen, met als
belangrijkste argument dat wanneer de arm eerst over de borst wordt gelegd deze
nogal eens wegglijdt. Het
“haken van de voet in de knieholte” beoogt het wegglijden van de voet bij
een bewusteloze en daarmee slap geworden slachtoffer. De EH’ er die zo
hardhandig is dat daardoor enkelletsel zou kunnen ontstaan dient er tijdens de
instructie op gewezen te worden dat hij dan “niet goed bezig is”. Blz 36 Geen probleem om te schrijven
“elke minuut”. Iedere Nederlander begrijpt overigens heel goed wat met “om
de minuut” wordt bedoeld. Blz
41 Het stoten op de rug beoogt een drukverhoging in de borstkas op te wekken die
via de luchtwegen wordt doorgegeven in de richting van het voedselbrok dat zich
meestal in de bovenste luchtwegen bevindt (ergens ter hoogte van het
strottenhoofd). De vraag is of het richten van de stoten naar mond en neus hier
veel verschil bij maakt. Op de foto staat het slachtoffer enigszins gebogen en
lijken de stoten niet “naar beneden”, maar eerder naar de mond gericht te
zijn. Blz
43 De NRRrichtlijn zegt:: tussen
navel en zwaardvormig aanhangsel; bij deze wat dikke jongen lijkt het wel te
kloppen. Blz 45 De “Heimlich van voren”
is volgens de NRR richtlijn vervangen door de borstcompressie, met als oogmerk
het verhogen van de druk in de borstkas (en vooralsnog niet het overnemen van de
hartactie). Als hoofdje is de term “handgreep van Heimlich” gehandhaafd om
te laten zien dat de borstcompressie in dit geval onderdeel van het beleid bij
verslikken is. Aanhalingstekens
hadden een en ander nog duidelijker kunnen maken De
technische uitvoering had hier beschreven kunnen worden maar was dan ook
gehandhaafd op blz 69 e.v. Sommigen ervaren het 2 maal beschrijven van dezelfde
techniek als hinderlijk; anderen vinden het volgen van een tekstverwijzing even
vervelend. Blz
46 Net als iedere andere inblazing; als de techniek anders zou zijn, was dat
natuurlijk met zoveel woorden vermeld. Blz
50 De begrippen “normaal” en “bedreigd” worden in de tekst niet anders
gebruikt dan in de 22e en 23e druk. Het is internationaal aanvaard
dat bij een slachtoffer een
ademhaling van < 10/min als onvoldoende wordt beschouwd. Een gezonde kan heel
wel in rust een tragere ademhaling hebben. Blz 51 Het vermelde rijtje is
niet meer dan een opsomming van “aandachtspunten”; soms zie je het niet
omdat het er niet is; soms zie je het niet omdat het niet te zien is (b.v.
blauwe kleur bij donkere huid) Dit is één van de items die bij de instructie
aan de orde dienen te komen. In de tekst m.b.t. het
controleren van de ademhaling wordt een duidelijk onderscheid tussen de
handelwijzen bij het wel of niet toepassen van de kinlift gemaakt. Er zijn
situaties waarin de ademhaling wordt gecontroleerd zonder dat de kinlift wordt
uitgevoerd (b.v. na een succesvolle beademing, voordat het slachtoffer in
stabiele zijligging wordt gebracht); een “extra controlepunt” is dan niet
verkeerd. Blz
52
accoord; 10 of meer laat geen enkele onduidelijkheid over. Overigens: in de
literatuur worden 10 of meer, resp. meer dan 10 door elkaar gebruikt. Blz 52 bij “afwezige of
onvoldoende ademhaling” is de volgorde van acties geheel in overeenstemming
met de NRR richtlijn: op blz 9 van de NRR richtlijn staat: “als na controle
van het bewustzijn blijkt dat er geen reactie is roept men om hulp”
Dat item staat in de 24e druk op blz 21. Wanneer iemand na die
roep om hulp komt aanlopen, is het zeer wel mogelijk dat hij/zij direct al 112
heeft gebeld. De opmerking tussen haakjes “als dat niet al gebeurd is” slaat
daar op; 2x bellen is niet nodig. De NRR richtlijn geeft wel
degelijk aan dat bij een niet ademend slachtoffer na 2x beademen de
halsslagader wordt gevoeld. Dat is precies het item waarin de NRR richtlijn
afwijkt van de Internationale Richtlijn. Ook de zinsnede “2
effectieve beademingen (maximaal 5 pogingen)” zoals genoemd in de NRR
richtlijn blijkt tot verwarring te kunnen leiden. Een van in het veld de
gehoorde interpretaties was: je doet 5 pogingen 2 effectieve beademingen die op
elkaar volgen, te geven (dus je probeert het 10x). Zoals uitgewerkt door
Beukenkamp e.a. is het juist en dit is ook in de Handleiding voor Instructeurs
weergegeven. Er is lang gezocht naar een ondubbelzinnige formulering voor de 24e
druk, die mogelijk nog verschillende interpretaties toelaat, maar zo consistent
mogelijk is gebruikt door het boekje heen. Hoe dan ook vraagt dit om zorgvuldige
instructie van de cursisten. Blz 53 als de
luchtwegafsluiting bij een bewusteloze door de uitzakkende tong wordt
veroorzaakt is de kinlift in principe genoeg, maar als er b.v. ook
aangezichtsletsel is met bloeding en/of zwelling dan is de kinlift soms niet
voldoende. Blz 54 dat gebeurt op de
beschreven manier vrijwel automatisch. Blz
61
zie reactie bij blz 45. Blz 63 Wanneer de kinlift bij
een slachtoffer voor de 1e maal wordt uitgevoerd gaat dat steeds
gepaard met “snelle mondinspectie” (zie beschrijving blz 55). Onder het
hoofdje Situatie staat: “de ademhaling is na
de kinlift ……” m.a.w. de inspectie is al uitgevoerd en om die reden niet
nogmaals vermeld. Blz 66
zie reactie bij blz 52. In de versie NRR richtlijnen van juli 2002 wordt
niet vermeld dat expliciet moet worden vermeld dat het om een reanimatie gaat. Blz 69 op blz 70 staan de
vingers tegen elkaar. Blz 70 knieen bij elkaar of
iets gespreid zal de individuele EH’er bepalen. Blz 72/73 hier is de richtlijn
gevolgd. Bovendien: de 6 seconden beslaan: hoofd in positie, inblazen,
uitademen, weer inblazen. Er hoeft niet gewacht te worden tot de 2e
keer is uitgeademd alvorens “naar de borst terug te gaan”. De beademingen
mogen bovendien best snel achter elkaar gegeven worden, dwz het is niet nodig
dat de patiënt volledig heeft uitgeademd voordat de 2e beademing
gegeven wordt. Blz
72, 74
(foto) opmerking is correct; de foto’s zijn reeds aangepast. Blz 74 hier worden alleen de
handelingen en hun volgorde beschreven. Vanwege het belang ervan is de duur van
de reanimatie onder een apart hoofdje vermeld op blz 76. Blz 74 stap 8
hier is de 24e druk inderdaad nog preciezer dan de NRR; dit is
gedaan om de EH’ er nog meer zekerheid te verschaffen. Door de beschreven
handelwijze wordt het slachtoffer geen kwaad
gedaan. Blz
74
stap 9 zie reactie bij blz 36. Blz 76 zeker is het gewenst
bij een ongeval tijdig te waarschuwen; de opmerking over waarschuwen in relatie
tot reanimeren (en daar gaat het op deze blz over) is volkomen overeenkomstig de
NRR Richtlijn. Blz 77 er komt een aparte
module Eerste Hulp aan Kinderen. Hier zijn alleen de belangrijkste veranderingen
vermeld. Blz 78 liggen en zitten is
natuurlijk ook nog wel enigszins afhankelijk van de ernst van de bloeding. Het liggen is in de tekst
nadrukkelijk vermeld. Blz 79 dit is zo
vanzelfsprekend dat het niet nodig leek dat apart te vermelden. Blz 90 wat hier over shock
staat is geheel in overeenstemming met de huidige opvatting. Het effect van “benen
hoog” is betrekkelijk: de toename van het “centrale bloedvolume” bedraagt
bij een volwassene waarschijnlijk niet meer dan 200 cc en heeft dus eigenlijk
geen effect. Om deze reden is het hoogleggen van de benen bij shock ook in de 22e
en de 23e druk niet vermeld. Druk in de buik is uiterst twijfelachtig
omdat het beoogde effect (dichtdrukken van de aorta, zodat geen bloed meer naar
de onderste lichaamshelft stroomt) eigenlijk niet bereikt wordt. Blz 95 er wordt een aanzet
gegeven wanneer wel en wanneer niet professionele hulp nodig is. Daarnaast
speelt ook het gezond verstand: een brandblaartje van 1 cm2 niet; maar iets
groter al dikwijls wel. Blz 97 dan zou je niet meer zien hoe
de mitella wordt aangelegd en daar gaat het bij de illustratie om. Blz 98, 107
mee eens; als de knoop maar niet op de wervels rust. Blz
102
correct. Blz 109 er staat: zorg dat de
wond goed zichtbaar is; er staat niets over openknippen van kleding. Dit is een
item voor tijdens de cursus. Blz 111 druk in de lies wordt
ook snel pijnlijk; het argument voor het niet meer opnemen van de drukpunten is
dat ze in de praktijk hoogst zelden nodig zijn. Druk van weerskanten (b.v. bij
een uitstekend voorwerp) is een alternatief. Blz 118 de schaamstreek wordt
internationaal op 1 % geschat zowel
bij mannen en vrouwen; evenzo wordt voor zowel mannen en vrouwen de voorzijde
van de romp op 18% geschat; borsten hebben daar geen invloed op. Blz
118
er had inderdaad, ten overvloede, “20
% 2e- en 3e graads” kunnen staan. De rest van de tekst
maakt overigens wel duidelijk dat 1e graads verbranding er buiten
valt: zie blz 119: 1e gr kunt u zelf behandelen. Dat zou niet het
geval zijn als er ook bij een 1e gr shock zou kunnen ontstaan. Blz 118 er zijn vele
indelingen die naast elkaar gebruikt worden. 4e graads is nauwelijks meer in
zwang. 2e graads oppervlakkig resp. diep heeft vooral consequenties
voor de behandeling en lijkt voor de EH’er minder van belang. Recent wordt
vanuit het Engels taalgebied weer een pleidooi gevoerd voor een indeling in
superficial/partial thickness/full thickness (1/2/3?). Blz 119 stralingswonden worden
in feite niet als brandwond (thermisch letsel) beschouwd maar ingedeeld in een
aparte categorie: het actinisch trauma. Evenzo zijn wonden door chemicalia
aparte letsels (chemisch trauma); ze worden brandwonden/verbrandingen genoemd
omdat de verschijnselen en de behandeling vrijwel identiek zijn. Actinische wonden hadden
vooral de aandacht in de tijd dat een atoomoorlog werd gevreesd; tegenwoordig
wordt de kans daar op minimaal geacht. Stralingsletsels door b.v. “lekkende”
röntgenapparaten ontstaan zeer geleidelijk en kennen eigenlijk geen “eerste
hulp”. Een loopblaar is een
mechanisch letsel (schuifkrachten) en geen “wrijvingsbrandwond”. De
loopblaar mag doorgeprikt, de brandblaar niet. Blz 120 de opmerking over
baby’s is geheel juist en zal zeker in de module Eerste Hulp bij Kinderen
verschijnen. Deze module gaat over personen voorbij de luierleeftijd. Blz
122
waardevolle toevoeging. Blz 123 een poederblusser is
niet altijd bij de hand. Blz 124 minimaal 5 minuten
koelen is het antwoord van de Brandwondenstichting op recente vraag van het
Oranje Kruis. Burnshield gaat o.i. wat
verder dan in een basismodule thuishoort. De informatie uit het
“Brandwondenboek” is mogelijk toch net buiten de “scope” van een EH’er
in Nederland (het is niet zeer waarschijnlijk dat hij/zij uren voor een
brandwondpatient zal moeten zorgen). Blz
131 geheel accoord (is een zetfout die al is
gecorrigeerd). Blz 132 zie blz 133:
overdreven opgewektheid/ agressiviteit. Blz 134 iemand die nog
overeind zit is niet bewusteloos en zal zich niet verslikken; de ogen zijn
neergeslagen en kijken wat er in de beker zit (warme drank, geen alcohol, zie
blz 133). Blz
136
goed idee om een opmerking over vrachtwagen en bord toe te voegen. De codes zelf
vermelden heeft niet zo’n zin. Blz 138 waardevolle toevoeging. Blz 142 is technisch juist,
maar “de leek” denkt en praat er niet op deze manier over. Zo zal
“stroombron” eerder aanspreken/herkend worden dan “voeding”. Blz 150 op de foto staat
vermeld dat het om hydrofiel gaat. Blz
161
juist, is reeds aangepast. Blz 168 geslachtsorganen kunnen natuurlijk gewond raken. Los daarvan is in dit hoofdstuk “gewoon” naar een zekere volledigheid gestreefd. Overzicht modules Inhoud
24e druk
Certificaat verbandleer en kleine ongevallen: eindtermen een stompverband aan te leggen. 5. Doekverband Examen voor het diploma Eerste Hulp na het verschijnen van de 24e druk Ž bewustzijnsniveau Ž (gedeeltelijke) afsluiting luchtweg Ž aan-/afwezigheid ademhaling Ž aan-/afwezigheid bloedsomloop Wijzigingen richtlijnen voor de Basale Reanimatie van de volwassenen 2002 in Nederland. EEN BEWERKING VAN DE EUROPEAN RESUSCITATION COUNCIL GUIDELINES 2000 FOR ADULT BASIC LIFE SUPPORT De Nederlandse Reanimatie raad en het Oranje Kruis gaan deze richtlijnen toepassen uiterlijk augustus 2003 tevens zal er dan een nieuw Oranje Kruisboekje 24e druk uitkomen met daarin opgenomen de wijzigingen. De Nederlandse Hartstichting is reeds begonnen met de nieuwe richtlijnen en geeft hier reeds les in. 1.
Inleiding De Nederlandse richtlijnen 2002 zijn conform de Europese richtlijnen, met uitzondering van de handhaving van de polscontrole. Zoals in de inleiding is beschreven betekent de (her) introductie van het ABCschema een belangrijke breuk met wat tot nu toe in het Nederlandse onderwijs in de basale reanimatie gebruikelijk was. Daarnaast zijn 16 grote en kleine verschillen zichtbaar geworden tussen de tot nu toe gangbare Nederlandse richtlijnen en de Europese. Hieronder worden deze verschillen beschreven en gemotiveerd. Hieronder vindt u een benaderingsschema welke u kunt gebruiken bij de lessen, dit schema is vervaardigd door een docent EHBO en voor eigenlijk gebruik vrij gegeven. Controleer het bewustzijn door: het slachtoffer aanroepen "hallo doet u uw ogen eens open"(2X) daarna schudden aan beide schouders (zorg dat hals en hoofd niet beweegt). Trek de aandacht van omstanders dat er iets niet in orde is. Open de ademweg door: hand op het voorhoofd te plaatsen en de onderkaak omhoog te tillen (kinlift) daarna kijkt u in de mond of er iets in zit dat gevaar kan opleveren. Controleer de ademhaling door: met uw oor en wang bij mond en neus van het slachtoffer te luisteren of te voelen of er een ademhaling is, kijk daarbij tegelijkertijd naar de borstkas of deze omhoog en omlaag komt. Tijdens het luisteren houdt u uw hand op het voorhoofd van het slachtoffer en tilt de kaak omhoog. Dit doet u maximaal 10 seconden. Laat iemand alarmeren, 112. Als de ademhaling afwezig is dan gaat u twee keer beademen, u doet dit door 2 X 2 seconden, 700-1000ml in te blazen op een rustige manier. Als dat niet helpt dan mag u dit tot maximaal 5 X herhalen. Als de ademhaling aanwezig is dan legt u het slachtoffer in de stabiele zijligging. U controleert de circulatie door maximaal 10 seconden aan 1 zijde de halsslagader te voelen. Houd het hoofd hierbij iets achterover waardoor de halsslagader makkelijker is te voelen. Is er circulatie aanwezig: ga dan door met beademen en controleer elke minuut de circulatie. Is er geen circulatie aanwezig: pas dan uitwendige hartmassage toe in combinatie met beademen in een frequentie van 15X masseren en 2X beademen in een tempo van 100X per minuut masseren. U dient de vaardigheden samen met uw docent te oefenen, hij of zij kan u dan ook precies vertellen waar u op moet letten en hoe u de handelingen moet verrichten.
Contactgegevens
|
Contactgegevens
Copyright © 2005 EHBO Regio Zwolle.
|