
Het museum ligt op de Katzenkopf, een heuvel gelegen tegen het plaatsje Irrel. In 1937 werden de eerste bunkers op de heuvel gebouwd. In 1938 ontwierp de Festungspioniersstabes 19 twee zogeheten B-Werke die beiden bij Irrel gebouwd moesten worden. Het betrof B-Werk 38410 "Katzenkopf" en 38420 "Nimswerk". Het B-Werk waar het museum zich in bevindt werd in 1939 opgeleverd. Het was toen uitgerust met 2 gevechtskoepels voor MG34 machinegeweren, 1 M19 automatisch mortier, 1 vlammenwerper installatie en nog twee observatie koepels voor de artillerie en voorterrein-observatie. Het ingangs- en hoofdgebouw meet 23.10 * 19.30 meter. Dit hoofdgebouw bestond uit 2 etages met 45 vertrekken voor uiteenlopende doelen waaronder huisvesting van de 80 man bezetting. Vanuit het hoofdgebouw kun je middels een wenteltrap naar de twee gangen die zich op zo'n 8 meter diepte bevinden. De gangen hebben verschillende lengtes (75m en 40m) en diameters en verbinden het hoofdwerk met een waterbron en een bunker waar de zo karakteristieke "sechsschartenstand" op prijkt. De gang naar de waterbron heeft een grotere diameter waardoor men vermoedt dat deze gang oorspronkelijk verbonden zou moeten worden met een spoortunnel die door de Katzenkopf loopt. Dat deze gang niet is gebouwd komt waarschijnlijk door het uitbreken van de oorlog. Vanaf dat moment brak er een periode van stilte aan tot dat het fort werd betrokken bij de gevechten in februari 1945. In 1947 werd de bovenverdieping van het fort opgeblazen en de resten werden dichtgestort. Het dak van de bunker wat door de explosie haast verticaal staat, wordt gebruikt als monument voor de vermisten en gesneuvelden van het 39ste regiment van de 26ste infanterie divisie. Vanaf 1977 is de vrijwillige brandweer van Irrel bezig met de reconstructie van het werk. Bij mijn bezoek in 1990 was men nog volop bezig om het hoofdgebouw voor bezichtiging geschikt te maken. Het eigenlijke museum bevindt zich in de twee gangen onder het werk. In de gangen is een foto-expositie over de fortificaties rond Irrel te vinden en veel materiaal omtrent de bombardementen op Bitburg en Irrel. Langs de muren en in nissen liggen granaten en wapens tussen voormalig meubilair. Het museum is geopend tussen april en september op zon- en feestdagen van 14.00 tot 17.00 uur. Een bezichtiging met gids, waarschijnlijk de Hr.Hartmann, is mogelijk na een telefonische afspraak met de VVV (06525-7914).
Volgens velen bestaat de Westwall niet meer en eigenlijk hebben ze gelijk, zelfs hedentendage is men nog bezig met de sloop van de Westwall. Maar gelukkig zetten zich de laatste jaren veel mensen in om de resterende ruines en bunkers te behouden. Zo moeten ten zuiden van de Saar nog 500 intacte exemplaren te vinden zijn waarvan nog velen worden gebruikt voor militaire doelen, opslag, burgerbescherming en 1 exemplaar dient als clubhuis voor een wandelvereniging. Sinds 1978 is ook een stuk Westwall voor Aken beschermd verklaard als blijvende herinnering en waarschuwing. Zelfs de Duitse bond voor vogelbescherming heeft bij de regering aangedrongen om te stoppen met het verwijderen van bunkerruines omdat na onderzoeken bleek dat tientallen zeldzame planten en diersoorten een ideaal onderdak hebben gevonden in de vochtige ruines. Hopelijk dragen al deze initiatieven bij om de laatste resten van de eens zo machtige Westwall te behouden. Als U dus zelf een opmerkelijk bouwwerk van de Westwall wilt bezoeken dan kan ik U het Westwall museum op de Katzenkopf van harte aanbevelen
| D.Bettinger/M.Buren, Der Westwall, Osnabruck, 1990. |
| M.Gross, Der Westwall, Keulen, 1984. |
| U.Papschik, Westwall behoud, Der Prumer Landbote, 26 (1990),p.60-61. |
| B.Quarrie, Das grosse Buch der Deutschen Heere, 1990. |
