We breken weer op
zonder verder een nijlpaard aan wal te hebben gezien.
Na het ontbijt
zeggen we de grote camping schildpad vaarwel, aaien hem nog 1 keer over zijn
schildje en beginnen aan onze lange tocht.
Achter in de truck
hobbelen we heen en weer tot we in het gebied komen waar de huidige president
vandaag komt. Dan ligt er ineens wel vlak asfalt en zijn de wegen ineens wel
heel goed!
Wat nog meer
onvoorstelbaar is, hoe het landschap om ons heen verandert. Het wordt groener
en de mensen zijn ook Westers gekleed. We stoppen in het plaatsje Eldoret waar
we hopen te kunnen e-mailen naar het thuisfront. Helaas, het is zondag en zo
ongeveer alles is dicht. Ook het tentje waar we op aanraden van Nicole willen
gaan eten is dicht. Volgens de Lonely Planet kun je bij Otto’s café ook goed
eten en dat klopt. Voor slechts ƒ 2,50 eten we een flink bord frites met sla,
worst en een flesje drinken. Een fooi kan er dan zeker wel vanaf.
We rijden verder en vanuit alle hoeken en
gaten komen kinderen aanrennen om vol enthousiasme naar ons te zwaaien. We
krijgen er bijna een pijnlijke arm van. Als we op het eindpunt van onze reis
aankomen, belanden we in een Engelse oase (Sirikwa). Een oudere
mevrouw van Britse afkomst (zij is daar geboren, maar haar ouders waren Britse
kolonisten) runt hier met haar dochter een camping. Ze heeft een Engelse tuin
aangelegd en dankzij de regen van de afgelopen dagen ziet alles er groen, fris
en mooi uit. We huren hier een tent met echte bedden dus wij slapen lekker
vannacht. Dat kost nog geen tientje per man dus daar kunnen we het niet voor
laten. Ook Kenyatta moet het hier geweldig vinden, want hij heeft een eigen
keuken ter beschikking. Weliswaar in de open lucht maar toch.
Een met houtskool
gestookte warme douche is het heerlijke toetje van vandaag.
We hebben een lange
dag voor de boeg en zeggen al vroeg onze groene Engelse camping vaarwel.
Tijdens het rijden waait een koude wind door de truck. We beseffen dan nog niet
dat we daarvan moeten genieten. Het einddoel van de reis is Lake Turkana en
daar is het warm en vooral droog.
We zijn net lekker
aan het tuffen als we een roadblock tegenkomen. Men heeft gewoon een rij
akelige stekels over de weg gegooid. In het gebied dat nadert, is het
verstandig om in konvooi te rijden met bewaking aangezien daar diverse
vrachtwagens, trucks e.d. overvallen zijn in het verleden. Het konvooi vertrekt
’s morgens om 6 uur (voor ons absoluut niet haalbaar geweest), en om 1 uur ’s
middags. We leven op dat moment 11 uur ’s ochtends.
We mogen dan ook
absoluut niet verder rijden. Volgens Nicole is het geplande konvooi een wassen
neus. Je verzamelt een aantal wagens en op een vaste tijd mag je doorrijden. In
de eerste en laatste wagen komt bewaking. In de praktijk is het zo dat iedereen
de verloren tijd probeert in te halen en er als een gek vandoor gaat waardoor
heel het konvooi uit elkaar valt. Wat Nicole wil is een eigen bewaker in de
truck en zelfstandig doorrijden. Nou dat wordt een hele kluif. Er wordt
onderhandeld, gesmeekt en aangedrongen, maar nee orders zijn orders. We moeten
naar de officier willen we verder komen. Rufus en Nicole zijn niet voor één gat
te vangen, dus we draaien om en gaan op zoek naar een officier.
Het blijkt (naar
zeggen van Nicole) een verschrikkelijk irritant en arrogant figuur te zijn. Hij
wil niet wijken. Wij kijken vanaf een afstand toe en aan de gebaren van Rufus
te zien meent ook hij het serieus. Uiteindelijk na veel vertoon van gezag mogen
we gaan met extra water wat we naar de volgende post moeten overbrengen.
De wachter stapt
mét zijn geweer in en we rijden in een minikonvooi langs de stekels af. Een
auto van het wereldnatuurfonds en de VN rijden met ons mee. Vooral de auto van
de VN is blij met ons. Zij mogen namelijk geen gewapende mensen aan boord nemen
en zitten bij roadblocks dus altijd met een probleem.
In de middle of
nowhere eten we onze lunch. De warmte is al goed merkbaar en dit is ook het
beeld wat we van Afrika hebben. Waar je ook kijkt droogte en warmte. Rustig
zetten we onze stoeltjes uit en van alle kanten komen mensen aanlopen. Wat van
onze lunch over is, geven we aan hen weg. Zo doen we ook nog goed en dat niet
alleen. We hebben al onze lege waterflessen opgespaard en in Lake Baringo weer
gevuld. Voor deze mensen is dat goed drinkwater en hier in dit droge gebied kan
dat goed gebruikt worden. We beginnen bij deze eerste stop met uitdelen.
Onderweg stoppen we regelmatig om eenzame herdertjes water te geven. Houdt je
een fles water omhoog dan komen ze fanatiek aanrennen. Helaas heeft dit ook een
schaduwzijde als iemand uit de groep zowel een fles water als een fototoestel omhoog
houdt. 2 Meisjes komen op de fles water afrennen, maar laten alles uit hun
handen vallen en rennen weg als ze de camera zien. Hier in Turkana is het nl.
niet gewenst om ongevraagd foto’s van de mensen te maken.
Tijdens onze tocht
komen we in een steeds droger gebied. De boompjes die er nog staan verminderen
in aantal. Soms rijden we ook dwars door drooggevallen rivieren totdat
uiteindelijk één grote zandbak overblijft.
We maken een
tussenstop in Lodwar om frisdrank in te slaan. Terwijl we daar staan komen
direct allerlei mensen op ons af. We zijn weer een bezienswaardigheid. Toch
voelen we ons niet bedreigd ofzo. Saskia en ik gaan even de benen strekken en
lopen een stukje het dorpje in. De rest blijft in de truck achter en ondanks
het toezicht wordt toch een blik bakolie gestolen.
Rufus is al moe van de reis en dit is de druppel, hij maakt ons duidelijk dat
we onze spullen goed in de gaten moeten houden. Wij wandelaars worden absoluut
niet lastig gevallen dus dat is vreemd.
We rijden weer
verder en worden al toeterend ingehaald door onze gids Milton. Hij stapt in en
tegen het donker komen we aan bij Lake Turkana. I.v.m. het mulle zand zijn
palmbladeren op de grond gelegd, voorzichtig legt Rufus de laatste meters af en
dan zijn we hem ineens kwijt. De motor draait nog, zijn portier staat
open...... hij is zo het zwembad ingedoken. Hij heeft een hele prestatie
geleverd vandaag om in deze hitte en met zulke slechte wegen zo’n lange rit van
een uurtje of 10 te maken. Een groot applaus is dan ook zijn beloning.
Om de tent zo koel
mogelijk te houden zetten we alleen de binnentent op. Het heeft hier toch al 3
jaar niet geregend, dus veel risico lopen we niet. Ook al is de zon al onder
het is toch nog moordend warm en zeker als je de tent op moet zetten. Het duurt
dan ook niet lang of iedereen dobbert in het zwembad en heeft lak aan de
muggen.
We logeren hier op
een plek waar vroeger een lodge was die inmiddels vervallen en gedeeltelijk
afgebroken is. Het zwembad is daar een overblijfsel van. Het is gebouwd op een
warmwaterbron en wordt daardoor telkens voorzien van vers water.
De douche is een
omheining van palmbladeren met een dikke tuinslang waaruit ook weer warm
bronwater komt. De toiletten zijn een gat in de grond met ook weer een passende
omheining eromheen.
We zullen het hier
best even uit kunnen houden.
Dag 7 en 8 <<<<>>>> Dag 11 en 12