They arrived in South Africa before 1688 with his wife - Catharina GANZEVANGER - and three children. She was also known as Catharina Theunisz and Trijn Gysbertsz.
The VOC forbid vryburghers to sell wheat to the passing ship. Some of the burghers mixed the wheat with straw and then sold it under the cover as pig or chicken feed. Gysbert was caught trespassing this prohibition. On 18 November 1671 Catharina was fined 12 rijksdaalers for insulting the court of justice. After the death of Gysbert, his wife Catharina between 1677 - 1678 was involved with the brewing of beer using sugar as an essential part of the production.
1245. Trijntje Teunis GANZEVANGER
They arrived in South Africa before 1688 with his wife - Catharina GANZEVANGER - and three children. She was also known as Catharina Theunisz and Trijn Gysbertsz.
On 18 November 1671 Catharina was fined 12 rijksdaalers for insulting the court of justice. After the death of Gysbert, his wife Catharina between 1677 - 1678 was involved with the brewing of beer using sugar as an essential part of the production.
Na die dood van Hendrik het sy op haar eie die boerdery voortgesit op Klara Annasfontein, Tygerberg. Sy kry die grondbrief vir die plaas gedurende 1702. Sy het 'n groot boerdery behartig, aangesien sy en haar broer Dirk in 1703 502 skape aan goewerneur WA van der Stel verkoop het en sy weer in 1706 op haar eie 90 aan die goewerneur kon verkoop. Sy het ook gereeld tussen 1703 en en 1707 weilisensies aangekoop. In 1708 was sy dan ook een van die eerstes om vir 'n weilisensie aansoek te doen in die Land van Waveren (Tulbagh). Sy bekom gedurende 1706 nog grond langs die Klein Bergrivier in die Roodezandspas. Sy het ook 'n plaas in die Swartland (Malmesbury) besit. Sy word deur de la Fontaine beskryf as 'een vrouw die geld heeft'.
testament 30 januari 1741
Ten tye van haar dood besit sy die plase Hoogebergsvalleij en Kleine Stinkrivier, verder besit sy ook 'n opstal Vrolijkheid in Roodezand.
Testament 14 mei 1721
Hy land in 28 April 1658 met die skip Dordrecht aan die Kaap. Jan Coenraad word 'n vrykneg twee jaar nadat hy by die Kaap aangekom het. Hy versoek dat sy vrou na die Kaap kan kom en sy arriveer aan die Kaap met vyf kinders in 1662.
Leibbrandt: `Precis of the Archives of the Cape of Good Hope: Letters and documents Received 1649-1662' Deel 11:
Letter from Delft dated 30.11.1660 p.164: "From our ships' books we found that the two following persons have become free men at the Cape, who, when they left, had incurred considerable debt for their outfit, which, however, they had not communicated to their creditors, viz., Jan Coenraadt Visscher of [Eemnes], soldier from the Dort, who left Patria in 1657, was on the 8th May, 1658 drafted on shore as hunter, and made freeman on the 30th September, 1659.
Uit Letters and Documents Received (from Amsterdam dated 19 September, 1661) p.183 (eerste verwysing): "`Ät your request we have granted a passage to one or two wives whose husbands are at the Cape, subject to the usual condition to remain there fifteen years. The wife of Jan Coenraetsz we have given f25 for her outfit which you may recover there.' P.S. These three vessels (Malacca &c.) take back to you three stowaways whom you are to treat according to the sentence passed on them by the court here." Die Malacca het Vlie 3 Oktober 1661 verlaat en het die Kaap 4 Februarie 1662 bereik. (Sien Van Riebeeck se Joernaal vir laaste datum). Die ander twee skepe was die Amersfoort en Wapen van Amsterdam.
Monsterrolle vir 1664 gee Jan en Grietje aan met 3 kinders. ?Gerrit, Geesje en Coenraad. Maria was waarskynlik reeds getroud.
Monsterrolle vir 1666/7 is daar 5 kinders (Gerrit, Geesje, Coenraad, Zacharia en Johannes?)
In die Resolusies van die Kaap is daar die volgende verwysing:
Dingsdagh den 28e December 1717, voormiddagh.
Huijden 24e December 1717 compareerde voor mij, Willem van Taack, eerste geswoore clercq ter Polliticque Secretarije alhier aan Cabo de Goede Hoop, in presentje van de naer te noemene getuijgen, den vrijburger Hendrik Coster, [2] van competenten ouderdom, dewelke verklaarde ter requisitie van Maria van Brakel, wede. wijlen Jacob Louw, hoe waar ende waaragtigh is dat hij in den jaare 1668 bij den burger Jan Pietersz. Louw, [3] in de wandelingh Broertjen gent., als knegt sigh verhuurt hebbende, in de tijd dat aldaar heeft gewoont hem door sijn baas is aangewesen geworden seker stuk lands, groot sestigh morgen, door den selven van Jan Coenraadsz. Visscher gecogt, strekkende van zijn eijgen plaats langs de Liesbeeks Rivier opwaarts aan, het welke als doen ook geheel beploegt is geweest, dat voorne. Broertje hem compt. mede heeft gesegt de fontain die tegenwoordigh in ’t land van Hans Casper Geringer gemeten is, ook de zijne te wesen, met bijvoegingh dat wel wenste deselve nader aan zijn oude land mogte leggen, soo dat den compt. volgens bovengesegde aanwijsingh voor seker betuijgt dat alle ’t geene sedert na die kant van Jan Dirksz. de Beer [4] is toegevoegt, zijnen gewesen baas Jan Pietersz. Louw opgem. heeft toebehoort, verklarende den compt. wijders niet meer, gevende voor redenen van wetenschap als in den text, met belofte om zijne depositie, des noods zijnde, met solemneele ede nader te willen gestand doen.
Geertjen Gerrits was vermoor {Hof verwysing: AR VOC 4030 (14 Maart 1692) fol 328.} Maria/Marie van Negapatnam was 'n slavin van Geertjen en Jan Coenraad Visser. 'n Vrydag aand in Maart 1692 het Geertjen en Maria in die kombuis gewerk, toe die slaaf Claas van Mallebar deur die kombuis geloop het om hout te gaan kap, Geertjen het met hom geraas omdat hy nie betyds gereed gekry het vir haar om te bak nie. Geertjen het ook nie Claas se verskoning aanvaar dat hy vir die koeie gaan soek het in die berge nie. Claas sê toe: "Jou oud hond, Jij moogste den selvs gaan haalen" - Geertjen probeer toe om Claas te slaan met 'n stuk hout, maar Claas vat die byl in slaan die byl reg in haar nek, dit was noodlotig en haar kop was amper afgekap. Hierdie het plaas gevind voor Maria van Negapatnam (Robert Shell Children of Bondag p 219). Maria hardloop toe na Jag Visser en skreeu: "Baas, Baas! Moeder is dood! Moeder is dood!". Shell verduidelik dat aan die Kaap was die huisvrou beskou as beide nonna en moeder en die baas as vader. In hierdie geval kon Geertjen wel Maria se de facto skoonmoeder gewees het want die seun Coenraad Visser het met haar gehad.
Gerrit Janz Visser ontvang in 1680 die plaas Blaauwklip, Stellenbosch. Hy ontvang sy grondbrief egter eers op 9 November 1690. Die plaas is vandag die bekende Blaauwklippen wynlandgoed. Gerrit verkoop die plaas aan Guilliame Nel.
koopman te Maastricht en Dalhem (Belgie)
woont 1673 te Crommense bij Herstal (Belgie)
bezit bierbrouwerij De Zon te Dordrecht
testament in familiearchief ARA
tweeling met Abraham
Missive van den coopman Abraham Patras nevens desselfs vervanger den ondercoopman Isaac Panhuijs aan haar Ed. de hooge regeering van India tot Batavia gedateerd den 25 September 1711 (ontfangen den 5 December 1711 per de fluijt
Taxisboom).
Briefje van den onderkoopman en resident Isaac Panhuijs aan haar Ed. de hoge regering van India tot Batavia de dato 10 Januarij 1712 (ontfangen den 8 Februarij 1712 per de pantjalling de Walvisch).
1712 Missive van den onderkoopman en resident Isaac Panhuijs aan haar Ed. de hoge regering van India tot Batavia de dato 25 Januarij 1712 (ontfangen den 8 Februarij 1712 per de pantjalling de Walvisch).
1712 Missive van den ondercoopman Isaac Panhuijs aen haer Ed. de hoge regeeringe tot Batavia gedateerd den 7 November 1712 (ontfangen den 7 December 1712 per 't galjoot de Zuijdpool).
1712 Missive van den resident Isaac Panhuijs aan haar Ed. de hooge regering van India tot Batavia gedateert den 19 Februarij 1712 (ontfangen den 24 Februarij 1712 per inlands
vaartuijg).
1712 Missive van den resident Isaac Panhuijs aan haar Ed. de hooge regering van India tot Batavia gedateert den 3 Maart 1712 (ontfangen in 1712 per inlands vaartuijg).
1713 Missive van den ondercoopman en resident Isaac Panhuijs tot Jambij aan haar Ed. de hoge regeringe van India tot Batavia gedateert den 12 Februarij 1713 (ontfangen den 24 Maart 1713 per inlands vaartuijg).
1713 Missive van resident Panhuijs tot Jambij aan haar Ed. de hoge regeringe van India tot Batavia de dato 21 Maart 1713 (ontfangen den 25 April 1713 per s'conings dienaren).
1714 Missive van de resident Panhuijs tot Jambij aan haar Ed. de hoge regeringe tot Batavia gedateerd 24 Maart 1714 (ontfangen den 6 April 1714 per de pantchiallang de
Walvisch).
1714 Missive van den resident Isaac Panhuijs tot Jambij aan haar Ed. de hoge regering van India tot Batavia de dato 15 Julij 1714 (ontfangen den 4 October 1714 per de chialoup
Langerak over Palembang).
1714 Missive van den ondercoopman en resident Isaac Panhuijs tot Jambij aen haer Ed. de hoge regeringe van India tot Batavia de dato 16 Januarij 1714 (ontfangen den 14 Maart 1714 per 't freguat d'Avonturier).
1714 Missive van den resident Isaac Panhuijs tot Jambij aan haar Ed. de hoge regering tot Batavia gedateerd den 14 September 1714 (ontfangen den 29 October 1714 per 't schip 't Huijs ter Duijnen).
1715 Missive van den resident Isaac Panhuijs tot Jambij aan haar Ed. de hooge regering van India tot Batavia gedateert 27 Junij 1715 (ontfangen den 26 September 1715 per het freguat de Jordaan).
1715 Missive van den ondercoopman en resident Isaac Panhuijs tot Jambij aan haar Ed. de hooge regering van India tot Batavia gedateerd den 28 Februarij 1715 (ontfangen den 11 Maart 1715 per de patchialling de Walvisch).
1716 Missive van de resident Isaac Panhuijs tot Jambij aan haar Ed. de gouverneur generaal en de raden van India tot Batavia gedateerd den 11 Januarij 1716 (ontfangen den 21 Januarij 1716 per de patchialling de Bijl).
1716 Briev van den ondercoopman Isaac Panhuijs tot Jambij aan haar Ed. de hooge regeering van India tot Batavia gedateert den 17 Maart 1716 (ontfangen den 15 April 1716 per Chinees vaartuijg).
1716 Briev van de afgaande en aancomende residenten Isaac Panhuijs en Carel van de Putte tot Jambij aan haar Ed. de hooge regeringe van India gedateert den 9 Julij 1716
(ontfangen 2 October 1716 per de chialoup Langerak).
Student Hogeschool Leiden 22 mei 1647
Proponent voor de Classis van Zuid-Holland
predikant der Nederduits Gereformeerde kerk te Zwijndrecht 1652, Hulst 1655, Maastricht 1670-73, Gouda 1678 en Dordrecht 1680
1252. mr. Jacobus Laurens CHATVELT
student Utrecht 1654, Leiden 1658
lidmaat der Hervormde Kerk te Heusden 5 december 1660
Advocaat voor het Hof van Holland te Den Haag
Mr Jacob Chatvelt, wonend te Den Haag, mede-erfgenaam van stiefmoeder Ida Gevers, gehuwd geweest met kapitein Chatvelt 1681
Aktedatum 11-12-1696
Aktesoort Procuratie
Notaris T. VOSCH VAN AVEZAAT ,UTRECHT
Uittreksel Naam eerste partij: kinderen + Jacob Chatvelt
Naam voogd eerste partij: voogd: Johan van den Broeck, oom
Naam tweede partij: NN Hagoort
Beroep tweede partij: drossaert van Eten en Meeuwen
Samenvatting inhoud akte: om voor gerecht van Meeuwen weiland te transporteren aan N.N.
Elisabet Chatvelt, echtgenote van Benjamin Lionet, predikant van de Waalse Kerk te Heusden 1732
Kapitein van een burger compagnie na de reductie
6 maart 1637 ontvanger van de verpondingen te 'sHertogenbosch
Schepen van Den Bosch 1637, 40-43
Raad en Pensionaris van Den Bosch
Ouderling van de Waals Gereformeerde kerk
Sinds de capitulatie in 1629 heeft het Bossche stadsbestuur er steeds op aangedrongen dat de oude privileges van de stad gehandhaafd zouden blijven, zoals ook bij de capitulatie-voorwaarden was toegestaan. Vooral in 1656 wordt hier door het Bossche stadsbestuur fel tegen geprotesteerd, aangezien het opnieuw zware financiële lasten krijgt opgelegd. Vooral door de strijdbare stadspensionaris mr. Otto Copes laait het meningsverschil, waarbij Den Bosch zich beroept op de uit 1356 daterende Blijde Inkomste, hoog op.
1660:
De slag was toegebracht; de Koning zou Oranje bewaren tot de meerderjarigheid
van den Prins, in wiens naam zou worden recht gesproken. Brieven
van de Douairière aan den Koning en aan Mazarin werden vrij vinnig beantwoord. De Staten-Generaal zonden Otto Copes, raad en peusionaris van den
Bosch, naar Frankrijk, o. n. voorzien van een schrijven aan den koning. Zelfs
de vroegere koningin van Engeland, die hare dochter zoo braaf geholpen had,
om verwarring te stichten, beloofde hare hulp. Maar er was niets meer aan
de zaak te doen en den 5den Juni 1660 gaf Copes verslag van zijne mislukte zending
28 mei 1666
Missive van ontvanger Otto COPES op het rekest van de regeerders van het dorp VEGHEL in Peelland over de betaling van hun verpondingen.
Student te Leiden 1664
Schepen en raad van Den Bosch
Student te Utrecht 1676
predikant te Berlecom
vice-deken en kanunnik des kapittels van Oirschot
doopgetuigen:
Theodorus Colvius
Maria Kinschot
Gijsbrecht van Hamel
testeert Den Bosch 14 april 1740
luitenant ter zee
1656 doctor der bijede Regten te Angers
Advocaat voor den Hove van Holland
Schout en dijkgraaf te Willemstad
1666 Kamerling van de prins van Oranje
Raad van Brabant, 1586 - 1811
788 .1925 Johan Orisant, officier van Willemstad, als man van Angela van der Lisse, brouwster, contra Mathijs Pieterse van der Klossen en Jan Jansen Meermans, pachter en medestander stadsbieraccijns: ontduiking bieraccijns. Datering 1675
1701-1704 Johan Orizandt penningmeester van de maagschap Eigenaren der Aanwassen onder Fijnaart
doopgetuigen:
Marinus van der Lisse
Anna van der Houve
1705 Angela van der Lisse, weduwe van J. Orizandt penningmeester van de maagschap Eigenaren der Aanwassen onder Fijnaart
doopgetuigen:
Johannes Orisant en zijn huisvrouw en
Juffr. Marya Both van der Eem huysvr van den Heer van der Lisse
628. Willemine Henriette ORISANDT
doopgetuige:
Willem Henrickk bij de gratie Gods prince van Orange, tec. bij substitutie de Hr. professor henricus Barvius, directeur van der zelfe studie
628. Johannes Theodorus ORYSANT
doopgetuigen:
Martinus Brouwer, burgemeester van Bergen op Zoom, Johannes Orisant en petronella van der lisse
doopgetuige:
Petronella van der Lisse
1258. Jhr. Willem VAN STEELANDT
Gewettigd door Hof van Holland 1663
Heer in den Oudenhoorn
Notaris te Oosterhout
Secretaris van Oosterhout 1673
Geschil van Adriaan van Gils, secretaris in Oosterhout, met Adriaan Ruyssenaers, notaris aldaar, over interpretatie en aanvulling plakkaat van 2 oktober 1654, jaar 1677
1744 Secretaris van Oosterhout
Heemraad en schepen te Sprang 1710-15
Op 14.01.1724 is de erfdeling van de vele goederen van Sr. Dirck Oerlemans en juffr. Alida van Gils. Dirk had 54 hectare landerijen bezeten, inclusief huizen te Sprang, Besoyen, Zuidewijn, Dussen, Drongelen, ´s-Gravenmoer, Vrachelen en Oosterhout. Ook bezat hij obligaties van aanzienlijke waarde.
Adriaens levenswandel in zijn jonge jaren (dronkenschap, dobbelen, "gekke koopmansschappen, om sijnen voorsegden ouden vader te quellen ende beroven") bezorgde zijn vader Dirck veel leed. Tijdens de Sprangse kermis van september 1717 had Adriaen in de dorpsherberg in gezelschap geroepen "dat hij zijn vaders meyt met kind hadde gemaekt." Vier jaar later legaliseerde hij deze verhouding door een huwelijk met Catharina. Als weduwnaar liet hij op 21.07.1750 zijn testament maken. Hij wees Adriaen Adriaens Oerlemans jr. aan als voogd en reeds op 11.11.1750 moest Adriaen jr. als voogd optreden. Adriaen´s 5 nog in leven zijnde kinderen hadden ruim 13 ha land te verdelen en een inboedel van ruim f 1.100, 2 paarden, groot- en kleinvee, landbouwwerktuigen en gereedschap.
bouwman en schepen te Sprang
Heer van Ophoven
Schepen van Maastricht 1662-64-78
President schepen der stad Maastricht 1679
Regent van het Gereformeerd weeshuis te Maastricht 1671
Vermeld als Ouderling Jacob Helduwier (Heldevier) en kerkmeester 1660, 1664 (dan schepen), 1671 (oudschepen), 1675 (geen kerkmeester)
Regentes weeshuis te Maastricht 1671
paymeester van Maastricht
luitenant-kolonel in Staatse dienst
doopgetuigen:
Willem Lesijer, Leendert Verspijck, Beliken Beyers
Student te Leiden 18 okt 1641
1645: "der rechten Licentiaat"
Gemeensman 11/2/1646 - 1652
Secretaris der stad Nijmegen 1653/54- 1668/69; beedigd 29-9-1652; in laatste jaar tevens colonelschrijver
Beheerder der onroerende zaken van uitheemse Roomse geestelijken in het kwartier van Nijmegen 1665-1668
Postmeester van Gelderland
Secretaris van de ordinaris heer en gedeputeerde van de kwartieren van Nijmegen
1656 JULI 29 Jonker Cornelis de Jeger (voor hem zelf en zijn zoon Cornelis Johannes en dochters Cornelia Jennette en Anna) promiserunt aen den edele Jacob Leuwen, der beyder rechten doctor ende secretaris der stadt Nijmegen ende Gerarda van Walbeeck echt. twee duysent car. gl cum interesse uut seecker huys, hoff, boomgaert, visscherije ende bijbehoorende uuterweerden, groot omtrent twintich mergen gelegen onder de heerlickheydt Isendooren ende kerspel van Ochten gen. het Coesant, daervan pachter is Jacob Gerritsen van Eyck. Oostw. den Ochtensen kerckeweert, zuidw. de Wael, westw. de pastorije goederen tot Ochten ende noordw. den Tyelwegh. Ende voorts ex omnibus. Actum voor Peter Sluysken, gesubstitueerde rechter, Dirck Jansen van den Berch ende Adriaen de Haes schepenen der heerlickheyt Isendooren ende mede als geërffde gerichtsluyden op den xxix-e july anno 1656. Was den pargamenten brieff bij F. Versteegh, secretaris.
Gelders Archief, RA N-B, invr nr 204, Protocollen van bezwaar banken van Kesteren en Zoelen, no 208
doopgetuigen:
Peter van Walbeeck, Stijnken Wilhem, Willemken Heymericx
doopgetuigen:
Antonij Walbeeck, Gerrit van der Linden, uxor Antoni Vos
student Leiden 13 sept 1666 en 29 aug 1672 als Dr.
beroep:
Secretaris der stad Nijmegen 10/1/1668 tot 1675
doopgetuigen:
Johan Rijf, Anna Verheych, Elisabeth Leeuwens
majoor 1703; luitenant-kolonel 1705 in het regiment Colyear
Succeeded his father, Maurits Halkett, as captain of a Scottish company, the regiment of Colonel Henry GRAHAM on 2 October 1676. Later on he was a captain in the regiment of Colonel Walker Philip COLYEAR. Appointed a major in the regiment on 26 October 1703. His service was with a Scots brigade in the pay of Holland in MARLBOROUGH'S campaigns. Promoted to Lt. Colonel on 10 April 1705. Gravely wounded at the Battle of Ramillies (Belgium) in 1706 he died at Liege, Belgium a few days later on 23 May 1706.
634. Cornelia Kerstiene HALKETT
doopgetuige 1709-25
doopgetuige 1711
commandeur der forten St. Anthonie en Isabella te Den Bosch
luitenant-kolonel in her regiment MacKay
majoor in de Schotse garde
Corbet, Walter, Colonel of His Majesty's Royal Regt. of Scots Guards of Foot, for most generous and good deeds conferred by him upon the burgh 16 Dec 1701 Edinburgh
Corbet, Colonel Walter, late of the Third Regiment of Foot Guards 07 Sep 1716 Testaments Edinburgh
Halket or Hacket, Mary Magdalen, relict of Colonel Walter Gorbet, of the Scots Foot Guards 20 Nov 1731 Testaments Edinburgh
heer van Meyssenbroek
bezit de huizen 'Stadt Aachen' en 'zum Pfau' te Aken
vertrekt uit Aken wegens godsdientvervolging 12 juli 1656
Diaken te Maastricht 1660, 66
zij verkoopt het huis Meesenbroek 2 juli 1727, maar koopt dit terug 5 maart 1731
"Johann Heinrich Vignon, Dr. phil. et med., wollte sich 1707 in Aachen niederlassen und bat um Befreiung von Wacht und Einquartierung."
Predikant der Gereformeerde Gemeente te Montaingu
vertrekt 1689 naar Nederland na herroeping van Edict van Nantes
Predikant der Waalse Kerk te Hoorn
1278. ds. Alexander Libuinis DE PRATO
1679 student te Leiden in theologie
Alexander Libuinus de Prato : Matrikeleintrag Duisburg (Anno 1676/77):
Eodem. Alexander Libuinus de Prato, Flunnensis. Instructus testimonio clarissimi scholarum Moersensium hoc tempore rectoris inter cives nostros receptus est.
1686-1703 predikant der gereformeerde gemeente te Vluijn, Neukirchen, Meurs
Werd ontslagen toen Meurs pruisisch werd en hij de koning niet wilde huldigen.
1709-1717 predikant der Nederlands Hervormde Kerk te Asch
639. ds. Bernard Adolf DE PRATO
1707 student te Leiden theologie
1715 beroepen te Hoogblokland- alhier emeritaat wegens zwakte kort voor overlijden in 1751
639. ds. Andreas Jacobus DE PRATO
1707 student Leiden theologie
1708 als Evengelisch minister olim Stolwijk student te Leiden
1710 predikant der Nederlands Hervormde Kerk te Stolwijk
Emeritaat 1728