![]() |
A great story
Roemenie |
Hulpverlening aan Roemenie
Reeds meer dan 25 jaar wordt er o.a. door de SCO-Hardinxveld hulp verleend en worden contacten onderhouden met medemensen in landen van het voormalige Oostblok. In het bijzonder zijn bezoeken gebracht aan het gebied in het noordelijk deel in Roemenie, Transylvanie, maar ook in de bergstreken ten noorden van de Karpaten.
Vele projecten zijn vanuit een Christelijke visie en achtergrond gestart. Soms gepaard gaand met vele tegenslagen en soms heeft "als door door een wonder" een project geleid tot een geweldig succes.
Een aantal reizen heb ik mogen meemaken, uitvoeren en beleven. Twee verhalen over z'n reis zijn in deze website geplaatst. Ik heb daar geweldige mensen ontmoet, die een onvergetelijke indruk op mij hebben achtergelaten.
A great story
Dinsdag, 3 juni
In tegenstelling tot vorig jaar verlieten wij deze keer onder ideale weersomstandigheden de door ons geroemd en geprezen
Florenweer.
Uitgewuifd door onze ex-verloofden en bloedjes van kinderen reden wij tegen 22.00 uur Hardinxveld uit.
Een plezierige bijkomstigheid was dat ook Tunde en haar Hollandse pleegmoeder Mary Muilwijk de moeite hadden genomen om van ons persoonlijk afscheid te nemen en een goede reis toe te wensen.
Een nieuwe reis richting Roemenie had zijn aanvang genomen.
Voordat de cabine van de Ivecobus echter door ons beklommen werd, hadden wij reeds in huize de Boon tegen 20.00 uur een kort samenzijn met enkele bestuursleden van de stichting Contact Oost Europa
(SCO).
Nadat door hen de laatste informatie werd doorgespeeld las Jan een stukje uit de Bijbel waarna Wim ons voorging in gebed en onze Heer om zijn zegen vroeg.
Woensdag, 4 juni
Omstreeks middernacht werd Nederland via Venlo verlaten. Een zachte bries begeleidde ons over de Duitse autobahn. Niet of nauwelijks gehinderd door een druk verkeersaanbod reden wij in de middaguren het zuidelijk gelegen Oostenrijkse dorpje
Alland binnen waar, volgens het uitgebalanceerde planningsrooster van Jan, de eerste nacht doorgebracht diende worden.
De inmiddels ons bekende Frau Etzinger heette ons hartelijk welkom en wees ons de betreffende 2-persoonskamer aan waar de vermoeidheid verwerkt diende te worden.
Tegen 15.00 uur lagen wij in dromenland.
In de avonduren werd door ons het dorpje te voet verkend. Tevens een bezoek gebracht aan een van de plaatselijke restaurants waar de kok een dikke 8 kreeg voor hetgeen hij ons had voorgeschoteld.
Donderdag, 5 juni.
Om 07.00 uur trokken wij de gordijnen van onze slaapkamer open en zagen dat de zon in ruime mate de groene berghellingen belichtten. Een mooie dag was aangebroken.
Na een heerlijk ontbijt werd tegen 08.00 uur de ranke hand van Frau Etzinger geschud en vertrokken wij spoorslags in de richting van de Oostenrijkse/Hongaarse grens.
09.15 uur - grensovergang Nickelsdorf
De benodigde papieren waren kennelijk geheel in orde. Geen enkel probleem ondervonden. Zelfs de door ons zo gevreesde grenzartz" was goedgeluimd en stempelde er lustig op los.
Na ongeveer drie kwartier mochten wij de grensovergang passeren en kon het grondgebied van Hongarije betreden worden.
Voorspoedig verliep de reis door Hongarije. Tegen 17.30 uur reden wij het grensdorpje
Artand binnen waar wij de nacht zouden doorbrengen bij dominee Orisz Bela en zijn vrouw
Reka.
Een warm welkom was ons deel. Ook hun kinderen Naomi (10 jr), Judith (9 jr), Esther (6 jr) en Adam (3 jr) reageerden spontaan op onze komst. Ja, zelfs de jongste telg uit het gezin, Rebecca van 6 maanden, wist een aangename grimas tevoorschijn te toveren.
Nadat aan Reka de haar zo gewenste droogmolen was overhandigd alsmede enkele dozen met inhoud, was het tijd om aan tafel te schuiven en de maaltijd te nuttigen.
Na de maaltijd vertrok Orisz Bela tegen 19.00 uur in zijn Trabantje naar een naburig dorpje waar hij een collega moest vervangen en een kerkdienst mocht verzorgen.
Tijdens zijn afwezigheid en om Reka niet te veel voor de voeten te lopen (5 jonge kinderen (op)voeden en 2 nieuwsgierige Hollanders aandacht geven leek ons te veel van het goede), besloten wij om Aftand eens nader te verkennen.
Al lopend, nagestaard door zijn inwoners, trokken wij al snel de conclusie dat de infra-structuur van dit 600 zielen tellende dorp reeds vele malen beter was dan de dorpen die twee kilometer verderop aan de andere zijde van de slagboom waren gelegen.
Met "handen en voeten" leuke contacten gehad met een paar inwoners van het dorp die, zoals vrijwel een ieder, op een bankje voor hun woning waren gezeten om de vermoeidheid van de dagelijkse arbeid te verdrijven.
Nadat Orisz Bela na een uurtje weer op zijn stek was teruggekeerd, liet hij aan ons zijn kerk zien welke pal tegenover zijn woning is gebouwd.
Aan de buitenkant ziet deze 200-jarige kerk, opgetrokken uit wit pleisterwerk, er prima uit.
Binnen een geheel ander beeld. Een beetje smoezelig.
Alles wat van hout was, zoals de preekstoel en de kerkbanken, had een lichtblauwe kleur.
Bela vertelde ons dat men momenteel het interieur van de kerk aan het opknappen was. Ook alle houtwerk kreeg weer een nieuw verfrissend blauw kleurtje.
Het orgel functioneerde helaas niet meer vanwege het feit dat het gedurende een aantal jaren wegens geldgebrek niet of nauwelijks is onderhouden.
Ook ontbeert de kerk een verwarmingsinstallatie. In de winter is het daarom geen doen om daarin een dienst te houden. Om aan deze nood het hoofd te bieden heeft Bela een van zijn kamers van zijn woning geprepareerd tot een soort gebedsruimte waar hij zijn ongeveer 25 a 30 parochianen wekelijks ontvangt, toespreekt en mee in gebed gaat.
De oorzaak dat "maar" 25 a 35 personen uit het dorp zijn kerk bezoeken is volgens hem gelegen in het feit dat men de zondag beleeft als elke andere dag van de week.
In de zomer werkt men 7 dagen per week op het land (40 jaar communisme ??)
Tevens is het dorp een drietal cafe's rijk waaraan de meeste inwoners tot op heden hun voorkeur geven.
Heel af en toe preekt ook Reka indien haar echtgenoot, wegens verplichtingen elders, afwezig is. Ook verzorgt zij soms de begrafenis-ceremonies
In de avonduren werd Bela blij verrast door het feit dat wij een beeldscherm van het merk Wang aan hem mochten overhandigen waar hij kennelijk, gelet op zijn vreugdevolle kreet, met smart op had zitten wachten.
Door Jan werd het geheel geïnstalleerd. Tevens wist deze techneut de printer van Bela weer aan de praat te krijgen hetgeen laatst genoemde bijzonder tevreden stemde.
Terwijl Jan bezig was met deze werkzaamheden hebben Reka en ik gezellig aan tafel zitten bomen.
Tegen 23.00 uur werd besloten om naar bed te gaan. Door Bela werd een stukje uit de bijbel in het Engels voorgelezen. Met een welgemeend "jo estjeekaat" doken wij onze wiegjes in.
Vrijdag, 6 juni
Grensovergang Artand. Omstreeks 08.00 uur namen wij afscheid van Orisz Bels diens vrouw Reka en hun vijf kinderen. Een ieder die zij in Holland kenden, dienden wij de groeten te doen.
10 minuten later bereikten wij de Hongaarse/Roemeense grens. In tegenstelling tot vorig jaar verliep de passage niet zo voorspoedig.
De Roemeense douane-beambte raakte enigszins over zijn toeren toen hij zag dat er veel meer dozen met kleding in de laadruimte van onze bus stonden opgestapeld dan de hoeveelheid die op de vrachtbrief stond vermeld. Hij wenste hiermee geen genoegen te nemen en gedecideerd beval hij de laadruimte van de bus ter controle te ontruimen.
Op zo'n dergelijk ambtelijk initiatief zaten wij echter niet te wachten. Een aantal dozen waren namelijk gevuld met medicijnen en schoolspullen welke niet op de vrachtbrief vermeld stonden.
Het was dan ook de vraag op welke wijze de douanier de vondst zou interpreteren. Allerlei wilde gedachten maakten zich van mij meester. Zou hij bijvoorbeeld de aspirine voor XTC tabletten aanzien ?. Zo ja, dan zouden wij voor verder onderzoek subiet overgeleverd worden aan de Roemeense politie die ongetwijfeld een Spartaanse verhoortechniek op ons zouden toepassen.
Natuurlijk was en ben ik ambtshalve geïnteresseerd in de werkwijze van mijn Roemeense collega's maar om nu al op de eerste dag in Roemenie met deze Hermandad geconfronteerd te worden leek mij een beetje te veel van het goede.
Enkele dozen met kleding werden uit de laadruimte gehaald en aan de arrogant ogende douanier getoond.
Ondertussen probeerde Jan hem te overtuigen dat wij de kleding in kleinere dozen hadden gedeponeerd ten behoeve van de hanteerbaarheid. Zodoende waren er meer dozen in de bus aanwezig maar vertegenwoordigden toch dezelfde hoeveelheid kilo's die op de vrachtbrief stonden vermeld.
Ik moet toegeven dat mijn mond spontaan open bleef staan toen ik deze creatieve smoes door Jan in zijn beste schoolduits aan de douanier hoorde vertellen. Ik moest oppassen dat ik niet de slappe lach kreeg hetgeen zeer zeker verdacht zou overkomen met alle gevolgen vandien.
De douanier vond kennelijk het argument van Jan niet steekhoudend genoeg want hij maande, middels enkele fanatieke armgebaren, ons voort om de rest van de dozen uit te laden.
Gelukkig zag hij uiteindelijk in dat het een langdurig proces zou worden eer hij alle dozen aan een controle had onderworpen.
Gedesillusioneerd liep de despoot naar een kantoortje. Wij begrepen dat hij overleg ging plegen met een van zijn superieuren. Vijf minuten later keerde hij terug. Vluchtig scheurde hij geïrriteerd nog een aantal dozen open (allen gevuld met kleding) waarna hij ons sommeerde om de dozen weer in te laden. Vervolgens werd ook de cabine aan een vluchtig onderzoek onderworpen die een slordige doch vertrouwelijke indruk uitstraalde. De man was tevreden en tekende vervolgens een vodje papier waarbij hij ons gelastte de goederen direct en rechtstreeks naar de plaats van bestemming (Reghin) te brengen.
"Abel naturlich herr Zollbeambte" - "selbstverstandlich", maar dan wel via Tirgu Mures waar wij een afspraak hadden met Nagy Emese Sofia, laborante van het plaatselijke oogziekenhuis.
Omstreeks 09.30 uur passeerden wij de slagboom en bevonden ons op Roemeens grondgebied.
Via Cluj (wat een prachtige stad, althans wat wij ervan hebben kunnen zien)
zijn wij over een goede brede geasfalteerde weg in de richting van Turda gereden.
Tegen 17.45 uur werd Tirgu Mures bereikt alwaar Jan, volgens afspraak, de hem bekende Sofia voor hotel Centraal zou ontmoeten.
Tirgu Mures - Oogziekenhuis.
Precies om 18.00 uur kwam het witte Dafje van Sofia tot stilstand voor hotel Centraal. Na een hartelijke begroeting werd besloten om eerst een bezoek te brengen aan het oogziekenhuis.
Daar zou een ontmoeting met een van de doktoren genaamd Karin Horvarth plaatsvinden voor wie Cor den Besten zijn uiterste best had gedaan om een essentieel onderdeeltje van een oogmeetinstrument op de kop te tikken hetgeen hem was gelukt. Dit mochten wij nu aan haar overhandigen alsmede wat documentatie over een door haar gebruikte Tonometer.
Maar eerst een rondleiding. Met Sofia zijn wij door het ziekenhuis gewandeld waar mij opviel dat min of meer alle vertrekken gehuld waren in een schemerige somberheid en geen enkel detail mij deed denken aan de weelderige inrichting van een doorsnee ziekenhuiskamer in Holland.
Patiënten, meestal ouderen, doodden hun tijd door in de slaapvertrekken of in de gangen bij elkaar te klitten waar vermoedelijk, net als bij ons, de alledaagse actualiteit doorgenomen wordt.
In een van de vertrekken troffen wij een lief klein meisje aan die, gelet op een enorm pleisterwerk aan een der ogen, onlangs een operatie had ondergaan. Samen met haar moeder verbleef zij op een kamertje in afwachting op verder onderzoek.
Om haar gezelschap te geven overhandigde Jan haar een prachtige speelgoedbeer die teder door haar mollige armpjes in ontvangst genomen werd. Haar gezichtje begon te kleuren van opwinding en vreugde. Ik merkte dat mijn ogen begonnen te prikken.
Haastig pakte ik mijn fototoestel om maar een houding aan te kunnen nemen.
Ineens stond zij daar. Een slanke den van midden twintig stelde zich aan ons voor als Karin Holvarth, dokter van het oogziekenhuis. Een strak gesneden gezicht keek ons geïnteresseerd aan en vroeg ons in perfect Duits of wij met haar wilde meelopen. Uiteraard was dit niet tegen dovemansoren gezegd waarna wij haar in een soort wigformatie door een van de donkere gangen volgden.
Ineens werd mij duidelijk waarom Cor den Besten in Holland zich welhaast bovennatuurlijk had ingespannen om de door haar verzochte instrumenten te kunnen leveren.
In een ruime kamer werd door Jan de documentatie van de Tonometer en een door haar verlangd instrumentje ten behoeve van de oogmeetapparatuur overhandigd.
Min of meer alle Duitse naamvallen werden door Jan gebruikt om haar uitleg te geven hoe het betreffende instrumentje gehanteerd diende te worden. Een proef op de som maakte de aanwezigen duidelijk dat zijn verhaal begrepen was en tussen de Hongaarse oortjes stond genageld. Alles werkte naar behoren. Karin bedankte ons hartelijk voor hetgeen door ons was afgeleverd en beloofde een brief te schrijven naar Cor die tenslotte zorg gedragen had voor deze bijzondere leverantie.
Na dit alles werd besloten om naar het huis van Sofia te gaan om haar familie te ontmoeten en de maaltijd te nuttigen.
Onze Ivecobus bleef op het terrein van het ziekenhuis staan onder het wakend oog van een portier.
Op het moment dat wij in haar Dafje wilde stappen, liepen wij professor Franscis Fodor tegen het lijf. Warm drukte hij ons de hand en vertelde ons dat hij weliswaar met pensioen was maar nog steeds iedere dag het oogziekenhuis bezocht en af en toe nog operaties uitvoerde.
De huidige cheffin van het ziekenhuis heet Dr. Liana Sireteanu, 53 jaar oud en van nationaliteit Roemeense. Sofia vertelde ons dat zij niet zo goed met haar op kon schieten.
Na een uitgekookte rit door Tirgu Mures (de afgewerkte gassen van de Daf werden namelijk gedeeltelijk middels een uitlaatpijpje het luchtruim ingeblazen doch een aanzienlijke hoeveelheid circuleerde vrijelijk door het alleraardigste interieur van het voertuig), werd de woning van Sofia bereikt waar zij met haar vader en moeder de onderste etage bewoond.
Vader en moeder, beiden 82 jaar, zijn zeer gebrekkig en aan de constante zorg van Sofia en haar zuster Polmo toevertrouwd.
Die avond hebben wij gezellig met elkaar gegeten en gedronken. Halverwege de avond kwam Anna Csiszar binnenvallen. Anna, die eveneens als dokter werkzaam is in het oogziekenhuis kwam net van een congres uit Budapest en had gehoord van de komst van "die Hollandische Leute".
Tot dik 23.30 uur met de dames gezellig zitten kletsen over alles wat ons bezighield.
Toen sloeg de vermoeidheid toe. Anna nam afscheid en ging naar huis. Jan en ik gingen tegen middernacht in de horizontale recreatiestand. Wederom een indrukwekkende dag achter de rug.
Zaterdag, 7 juni
Het regende hevig toen wij omstreeks 08.00 uur de luiken openden. Ons volgend adres was in
Reghin, een plaats amper twee uur rijden van Tirgu Mures.
Wij besloten dan ook om de ochtenduren bij en met Sofia door te brengen. Spontaan bood zij ons een rondrit aan door het oude Tirgu Mures.
Gezeten in haar Daf hobbelden wij door diverse feeërieke straatjes. De raampjes opengedraaid om de kwalijke gassen een uitweg te bieden.
Halverwege de rit werd het voertuigje langs de rechterzijde van een winkelstraat geparkeerd teneinde eens een warenhuis van binnen te bekijken. Van alles was er te koop doch voor de gewone Roemeen heel duur.
Na wat kleine inkopen keerden wij terug naar de auto die inmiddels voorzien was van een parkeerbon en ..........jawel hoor.....een wielklem.
Ook in het verre Roemenie wist men raad met foutparkeerders door een stuk ijzer aan een wiel te bevestigen en deze door middel van een slot af te sluiten.
Bleek dat een tweetal jongelui, gehuld in een rode body-warmer waarop de tekst "parkingcontrol" geprint stond, hieraan debet waren geweest. Beiden waren voor een prive-onderneming in dienst als parkeerwacht.
Alle charmes gooide Sofia in de strijd om beide personen op andere gedachten te brengen hetgeen reeds na een klein minuutje het gewenste resultaat had. Zonder ook maar een Lei te betalen werd de wielklem verwijderd en de parkeerbon voor onze verbaasde ogen verscheurd.
Wij reden vervolgens naar het oogziekenhuis om de Iveco-bus op te halen.
De portier van het ziekenhuis liet ons binnen en begeleidde ons naar de Iveco-bus waar hij de laatste 20 uur met hart en ziel over gewaakt had.
Echter, toen Jan het voertuig wilde startten hoorden wij een zuinig klikje. De accu was leeggetrokken doordat wij vergeten hadden om de stekker van ons koelkastje er uit te halen.
Een patiënt die op twee hoog half uit het raam hing en ons getob op deze manier gadesloeg, wist raad.
In zijn ochtendjas kwam hij naar buiten, trok de achterklep van zijn auto open en toverde accukabels tevoorschijn.
Met een welgemeend "kussenum" aan zijn persoon en aan die van de portier kon even later de Iveco-bus de poort uit worden gereden. Op weg naar Reghin.
Regin.
Na een ritje van ongeveer 2 uur reden wij die middag tegen 17.00 uur Reghin binnen waar onze vracht met kleding grotendeels zal worden achtergelaten.
Hartelijk welkom geheten door Marika, de vrouw van dominee Demeter Jozsef, en hun 16-jarige dochter Karola, betraden wij de woning. Een langwerpig parochiehuis waar geen eind aan leek te komen.
Demeter Jozsef was niet thuis. Hij verbleef in Budapest en zou in de loop van de zondag terugkeren.
Marika, een hele vriendelijk vrouw, wist in gebrekkig Duits en met behulp van haar dochter Karola, die deze taal wel redelijk beheerste, ons duidelijk te maken dat omstreeks 20.00 uur die avond een aantal "presbyters" de meegebrachte kleding in ontvangst kwamen nemen.
Marika deed een beroep op ons om bij de "presbyters" er op aan te dringen dat de verkoop van de kleding en de organisatie daaromtrent in handen gegeven zou moeten worden van de vrouwenvereniging van de kerk.
Op een of andere manier had Marika namelijk weinig tot geen vertrouwen in de verkooptechniek van de "presbyters" die nogal gauw bereid waren om de kleding per kilo te verkopen hetgeen de netto opbrengst deed reduceren.
Volgens haar waren de vrouwen beter georganiseerd. Zij hadden meer tijd om de verkoop van de kleding optimaal te organiseren en waren er tevens van overtuigd dat de kleding per stuk verkocht diende te worden om een hogere opbrengst te bewerkstelligen. Uiteraard kwam de opbrengst ten goede aan de kerk.
Dit voorstel had zij eerder geopperd aan de "presbyters" doch men wilde er toen niets van weten. Mogelijk dat wij meer overtuigingskracht hadden om de mannen op dit standpunt te brengen
Jan en ik konden van harte haar filosofie omtrent deze aanpak onderschrijven en beloofden hierover met de mannen in conclaaf te gaan.
20.00 uur.
Een voor een betraden de "presbyters" beleefd de woning van Marika en namen plaats achter de tafel in de woonkamer.
Jan en ik stelden ons voor middels een ferme handdruk. Vriendelijk doch aftastend keek men ons aan.
Dochter Karola had zich naast ons genesteld en zou als tolk fungeren. Gaarne was zij bereid om die taak op zich te nemen.
Wij staken van wal en vertelden dat wij een grote hoeveelheid kleding bij ons hadden van een goede tot zeer goede kwaliteit.
Omdat de kleding van een hoog kwaliteitsgehalte was wilden wij, namens de stichting die wij vertegenwoordigden, dat deze bij verkoop een hoge opbrengst zou scoren. Ons inziens
waren de vrouwen de aangewezen personen om dit doel te bereiken.
Een kleine Hongaarse opstand brak vervolgens aan tafel uit alsof wij zojuist een onzedelijk voorstel gelanceerd hadden.
Spoedoverleg waarbij Karola alle zeilen bij moest zetten om het Hongaarse verzet in het Duits te "ubersetzen".
Gelukkig werd het snel duidelijk dat een en ander op een misverstand berustte want op hun vraag waar de opbrengst van de verkoop dan naar toe zou gaan, konden wij hun antwoorden dat deze uiteraard aan de kerk ten goede moest komen. Een instemmend gemompel en tevreden blikken vielen ons ten deel.
Men was bereid om de organisatie en de verkoop aan de vrouwenvereniging over te laten.
Met behulp van de "presbyters" werd de kleding uitgeladen en nauwkeurig afgewogen. 498 kilo kon met instemming van de gehele ouderlingenraad aan de vrouwenvereniging worden overgedragen.
Een gezellig samenzijn in de avonduren waar wij kennis konden maken met de jongste zoon Gerreld (14 jaar) die van een logeerpartijtje terugkeerde. Moe maar voldaan zochten wij tegen 23.30 uur onze rustplaats op.
Zondag, 8 juni
Gelegen op een tweetal slaapstoelen werden wij in de studeerkamer van de dominee wakker. Redelijk goed geslapen maar weer te vroeg wakker. Mijn gedachten vulden zich met zoveel indrukken van de afgelopen dagen dat de slaapimpulsen het onderspit moesten delven.
Om 10.00 uur de kerkdienst bijgewoond. Een goed gevulde kerk luisterde naar een preek over Mozes. Althans dat denk ik omdat deze naam veelvuldig genoemd werd. De preek was namelijk voor ons volstrekt onbegrijpelijk
Opeens hoorden wij de dominee onze namen opnoemen. De wijze waarop hij dit deed was gelijk aan die van de Paus op eerste Paasdag in het Vaticaan. "Jaaaaaoooan den Booooooon en Klaaaas Bloklandoooo". Even dacht ik nog dat de dominee zou voortgaan met het bekende cliché: "bedaaankt fuur die bloeeeemen" maar deze stilzwijgende wens werd echter niet door hem gehonoreerd.
Namens de gemeente dankte hij de stichting Contact Oost Europa voor de kleding. "Wir mussen sie lieben mit unsere liebe" riep hij in overvalst Duits van de kansel.
Ik wist dat Gods wegen ondoorgrondelijk waren maar dat mijn naam ooit in een Roemeense kerk uitgesproken zou worden had ik nooit verwacht.
Na de kerkdienst ontmoetten Jan en ik in huize Demeter een jongeman van ongeveer 30 jaar luisterend naar de naam Szabo
Istvan.
Deze ontmoeting was gepland. Istvan had in maart 1997 een brief naar de SCO geschreven waarin hij om hulp vroeg voor de opzet van een soort theehuis waar de jeugd een toevlucht kon zoeken.
Van de SCO kregen wij de opdracht om hierover met Istvan van gedachten te wisselen.
Een uitvoerig verslag van deze gedachtenwisseling is door Jan opgemaakt.
Tegen 17.00 uur eindelijk dominee Demeter Jozsef ontmoet, die uit Budapest was aangekomen.
Door zijn enorme persoonlijkheid, zijn warme belangstelling en redelijke beheersing van het Duits hebben wij die zondagavond heerlijk met hem maar ook met de andere gezinsleden zitten kletsen. Je kreeg echt de indruk dat je er helemaal bij hoorde.
Ook zijn oudste zoon Laslo (20 jr) was aanwezig. Wil rechten gaan studeren en advocaat worden. Zijn droom is om in Amerika zich geheel op die studie te storten.
Laat in de avond bestegen wij voor de tweede keer de stenen trap om in de studeerkamer van de dominee de nacht door te brengen
Maandag. 9 juni
Nagewuifd door de ganse familie Demeter verlieten wij tegen 08.00 uur Reghin, beiden met de gedachten dat wij bij deze familie beslist nog eens wilden terugkeren
Op naar Arduzel.
Een prachtige rit door de bergen viel ons ten deel. Vele kodakmomenten dienden zich aan
Arduzel
Tegen 14.00 uur reden wij bergopwaarts Arduzel in waar Tobias Tibor en zijn vrouw Esther ons met geopende armen tegemoet traden.
Onder het genot van een kopje thee werden de laatste nieuwtjes uitgewisseld. Een paar daarvan licht ik er even uit.
De situatie tussen Tobias Tibor en de dokter ("dokkie" zoals hij door Tibor steevast wordt genoemd) zijn enigszins opgelost.
Beiden hebben hun meningsverschil omtrent het gebruik van het "Bethesdahuis" in handen gegeven van hun advokaten.
"Dokkie" wilde er namelijk een privékliniek van maken hetgeen volgens Tibor en Ester nimmer de opzet is geweest c.q. de bedoeling mocht zijn.
Beide personen gaan gelukkig weer goed met elkaar om en beschouwen hun meningsverschil als een "zakelijk probleem"
Sinds het "Bethesdahuis" operationeel is, komen behalve medische ook vele sociale problemen aan de oppervlakte.
"Dokkie" wordt op zijn spreekuur vaak als eerste hiermee geconfronteerd. Problemen die niet medisch van aard zijn maar vooral gelegen zijn op sociaal dan wel geestelijk gebied worden door hem doorgeschoven naar Tobias Tibor dan wel zijn vrouw Esther.
Esther vertelde ons dat zij nimmer verwacht had dat binnen Arduzel zoveel geestelijke en sociale nood onder zijn bewoners was.
De conclusie lijkt dan ook gerechtvaardigd door te stellen dat het "Bethesdahuis" een multifunctioneel gebouw is waar vele problemen aan de oppervlakte komen en mede daardoor het inzichtelijk wordt wat er onder de bevolking leeft.
Zowel Tibor als zijn vrouw Esther proberen met veel inspanning de geestelijke dan wel de sociale nood het hoofd te bieden.
Er is momenteel dringend behoefte aan anti-biotica en katheders (een voorbeeld hebben we maar meegenomen). Gaarne bij een volgende reis meebrengen.
De verkoop van de kleding die afgelopen winter met het grote transport is meegekomen, is een groot succes geworden.
Netto opbrengst: ongeveer 2000 DM. Een prachtig resultaat.
Omdat Tibor een afspraak had lopen bij een tandarts in Baia
Mare, deed hij aan ons de uitnodiging om met hem mee te gaan.
Wij konden dan de stad gaan bezichtigen terwijl hij ondertussen een fikse zenuwbehandeling zou laten ondergaan.
Om zoveel mogelijk indrukken van Roemenie op te doen maakten wij dankbaar gebruik van deze uitnodiging.
Tegen 15.00 uur reden wij met zijn Opel Ascona Arduzel uit en beloofden Ester om 19.00 uur terug te zijn.
Het zou te veel tijd en papier inbeslagnemen om uitvoerig op het verblijf in Baya Mare ( een uurtje rijden van Arduzel) in te gaan maar dat wij genoten hebben moge duidelijk zijn..
Terwijl Tobias Tibor door de pijngrens ging hebben wij:
Vele mooie gebouwen, sommige in slechte staat, bezichtigd.
Kleine gesprekjes aangeknoopt met de plaatselijke bevolking
Een leuk gesprek gehad met een politieagent van Baya Mare die ons vertelde dat de stad redelijk gevrijwaard was van criminaliteit. Alleen in de avonduren wil het wel eens tot een confrontatie komen. Oorzaak: drank.
Men heeft (nog) geen last van drugs dan wel het gebruik daarvan.
Diverse winkels bezichtigd. Vele goederen zijn er te koop maar gelet op de prijsverhoudingen voor de doorsnee Roemeen vrijwel onbetaalbaar.
Tegen 18.00 uur ontmoetten wij wederom Tobias Tibor met een van pijn vertrokken gezicht. De tandarts had kennelijk flink zijn lusten botgevierd in de onderste regionen van het kaakgedeelte.
Desondanks nodigde hij ons uit om wat te gaan drinken en om nog wat boodschappen met hem te doen.
Dit "boodschappen doen" liep uit tot 21.00 uur waarna besloten werd om maar weer eens terug te keren naar Arduzel waar volgens hem Ester ongerust op ons zou zitten wachten.
Kennelijk zich er van bewust dat wij het te bont hadden gemaakt (wij zouden tenslotte om 19.00 uur thuis zijn), trapte Tibor het gaspedaal van zijn Opel Ascona onderin en reed vrij spontaan over de hobbelige wegen richting Arduzel waarbij de confrontatie tussen machine en dier niet door hem werd geschuwd.
In een poging om Ester "gemutlich" te stemmen hadden wij een boeketje bloemen voor haar meegenomen. Enigszins ongerust stond zij ons inderdaad op te wachten. Het boeketje bloemen verrichtte vervolgens het wonder waarna wij door haar uitgenodigd werden om aan tafel te gaan voor de maaltijd.
Na de maaltijd werden wij door Tibor en Ester naar onze slaapvertrekken in het "Bethesdahuis" begeleid. Heel netjes en verzorgd zag het gebouw eruit.
Prachtige slaapkamers die, volgens Ester, uitnodigend stonden te wachten op o.a. "alle vrienden uit Holland" die beslist eens moesten komen logeren.
Ester maar ook Tibor vonden het wederom jammer dat wij maar voor een nachtje kwamen. Zij hadden echt de hoop gehad dat wij voor meerdere dagen zouden komen. Bij hen leeft werkelijk de behoefte om de contacten te verstevigen en elkaar persoonlijk beter te leren kennen.
Ook de contacten met de mensen uit Hendrik Ido Ambacht mag, wat hun betreft, wel wat geïntensiveerd worden.
Mogelijk dat bij een volgende reis een paar dagen Arduzel gepland kan worden. Je zou hen er een groot plezier mee doen.
Dinsdag, 10 juni.
Na een heerlijke nachtrust te hebben genoten vertrokken wij om 09.00 uur uit Arduzel.
Volgens het schema stond het plaatsje Berchezoaia (Berchez) op het programma waar wij, naar aanleiding van een brief van Erzsebet, de vrouw van dominee Sandor Gellen, een gesprek met hen hadden omtrent het verlenen van hulp. Een afzonderlijk verslag van dit bezoek is door Jan opgesteld.
Misca.
In de middaguren naar Misca gereden. Omstreeks 14.30 uur werd de IVECO-bus voor het Timotheushuis tot stilstand gebracht.
Dominee Cavelier heette ons in het Duits van harte welkom. Zijn vrouw, die als onderwijzeres in Misca werkzaam is, was op dat moment zwemmen met haar klas.
Achter de pastorie nestelden wij ons op het overkapte terras in een witte Hollandse "Hartman" tuinstoel.
Terwijl de dominee ons een kopje koffie serveerde vertelde hij dat de opbrengst van de kleding uit Holland, welke afgelopen winter met een vrachtwagen was afgeleverd, een groot succes is geworden. Maar liefst 6000 DM mocht men eraan overhouden waar uiteraard vele goede dingen mee gedaan zullen worden.
In opdracht van de SCO overhandigde Jan aan dominee Cavelier vervolgens een geldbedrag van 1200 DM, waarvoor een ontvangstbevestiging werd ontvangen. Eveneens werden aan de dominee een aantal enveloppen met geld en een pakket voor enkele adoptiegezinnen overhandigd.
Even later meldde Laly Bertalan zich op het terras. Nadat wij met hem kennis gemaakt hadden werd de conversatie in het Engels voortgezet.
Laly die o.a. verantwoordelijk is voor het beheer van het Timotheushuis, verexcuseerde zich voor de puinhoop die in en rondom het Timotheushuis zichtbaar aanwezig was.
Hij had het de laatste maanden zo druk met diverse nevenactiviteiten dat het een en ander erbij ingeschoten was.
Hij was er echter van overtuigd dat over twee weken het Timotheushuis geheel op orde zou zijn.
Vanaf 23 juni zouden namelijk diverse groepen het huis gaan bevolken.
Een dominee, een dokter en een psycholoog zullen diverse keren hun bijdragen leveren door met de jongeren van gedachten te wisselen omtrent diverse onderwerpen zoals drugs - alcohol en sex.
Tijdens het gesprek met Laly meldde zich een bewoner van het dorp. Hij deelde mede dat de moeder van Tunde op de hoogte was van onze aanwezigheid in Misca en vroeg, namens haar, om zo spoedig mogelijk naar haar toe te gaan. Zij was zo nieuwsgierig naar de brieven die haar dochter aan ons had meegegeven.
Met Laly naar de woning van Tunde ouders gereden waar wij buiten tegemoet werden getreden door een Westers ogende vrouw (strakke legging en een zomers hempje)
Sontaan legde zij haar niet geringe bovenarmen om onze zweterige nekken en kuste ons hartelijk welkom.
Met een joviaal handgebaar liet zij ons voorgaan in haar woning waar de tafel, - - hoe kan het ook anders in Roemenie - -, reeds voor ons gedekt stond. Diverse dranken en spijzen stonden en lagen ter consumering op ons te wachten.
Helaas was de vader van Tunde op het moment niet thuis omdat hij probeerde zijn papieren in orde te maken voor zijn werk in Hongarije. Daar zou hij aanzienlijk meer verdienen als metselaar dan in Roemenie.
Haar broertje Lajos (15 jr) was ook niet aanwezig. Hij zat op school en zou pas laat in de avond terugkeren.
Zes dozen met kleding - kleine geschenken, een aantal brieven en foto=s mochten wij namens haar dochter aan haar overhandigen. Met dikke ogen las zij de brieven.
Zij vertelde ons even later dat zij veel heimwee naar haar dochter had en tengevolge daarvan de laatste weken veel buik en hoofdpijn had.
Na een heerlijke maaltijd werd besloten naar de ouders van Laly te gaan die ook op ons zaten te wachten. Moeder Fulop dankte ons nogmaals en eiste als het ware om de andere dag bij haar terug te keren. Haar man en zoon zouden dan aanwezig zijn waarmee wij beslist kennis moesten maken.
Groots was wederom de ontvangst van de ouders van Laly. Ook daar stond de gedekte tafel uitnodigend op ons te wachten. Ondanks het feit dat wij tot aan het strottehoofd gevuld waren met het voedsel van Tunde's moeder, besloten wij om nog een keer een aanslag te plegen op de deugdelijkheid van ons spijsverteringskanaal.
Soep, vlees en brood werd ons in overdaad aangeboden. Het een en ander dienden wij weg te slikken met een glaasje Palinka dan wel een glaasje wijn, bereid van eigen gegist druivesap.
Uiteindelijk kon de balans opgemaakt worden. Het samenstel van buizen en lichaamsholten waarin de spijsvertering plaatsvindt, bleef optimaal functioneren en vertoonde nagenoeg geen wangedrag.
Moe maar voldaan bracht Laly ons terug naar het Timotheushuis waar de nacht doorgebracht zou worden.
Voordat echter onze vermoeide korpussen van een welverdiende rust mochten gaan genieten, dienden wij eerst nog in gevecht te gaan met een leger fanatieke muggen.
Zoemend van vreugde zaten zij gegroepeerd tegen het wit gesausde plafond te wachten op het moment dan wij ons ten ruste zouden gaan begeven. Vervolgens doken zij beurtelings als een kamikazepiloot naar beneden en stortten zich massaal op de twee Hollandse toetjes.
Verhit stapten wij uit bed en besloten de oorlog te verklaren aan alles wat op dat moment in de kamer rondvloog en zoemende geluiden maakte.
Gewapend met slippers, papieren handdoeken en een vodje krant traden wij stoutmoedig onze vijanden tegemoet.
Al meppend probeerden wij een bres te slaan in hun linies. Na vijf minuten keihard strijd te hebben geleverd werd het licht ontstoken en konden wij, al hijgend en zwetend, het slagveld overzien.
Op ons na werd geen enkel levend wezen meer in de kamer aangetroffen. Wel moesten wij de andere dag aan Laly de mededeling doen dat het plafond van een van de kamers opnieuw gesaust diende te worden.
Woensdag, 11 juni
Om 07.30 uur opgestaan. Na ontbijt met en bij dominee Cavelier zijn wij met Laly naar de school gegaan waar door ons de dozen met schoolartikelen afgeleverd moesten worden.
De hoofd-onderwijzeres Dita SIPOZ, een knap en liefelijk ogende vrouw, nam de dozen dankbaar in ontvangst en nodigde ons uit om samen met het ander onderwijzend personeel een kopje koffie te drinken in de lerarenkamer.
Stapels met geld troffen wij daar aan. Bleek dat het de laatste schooldag was en dat iedere onderwijskracht uitbetaald diende te worden. Uit het hoofd werd omgerekend waar een ieder recht op had. Vervolgens ging men tot uitbetaling over waarna het geld zuinig werd opgeborgen in ieders knip.
De scholen kennen in Roemenie een vakantieperiode van drie maanden. Vele kinderen hebben dan echter geen vakantie maar moeten hun ouders helpen op het land om de oogst binnen te halen.
Dita beloofde een briefje naar het bestuur van de SCO te schrijven waarin zij hen zal bedanken voor de geleverde diensten.
Met Laly naar het plaatselijk politiebureau gegaan om eens contact te maken met de dienstdoende agenten van Misca. Volgens Laly waren het fijne mensen die op dit moment in Misca geïnstalleerd zijn.
Het bureau kwamen wij echter niet in. Voor het bureau hadden wij een gesprek met een van de agenten. Een leuke relaxte knul van een jaar of 25. Ik stelde mij voor als een collega uit Holland die benieuwd was naar het functioneren van de plaatselijke politie.
Uit het gesprek bleek dat in Misca weinig tot geen problemen zijn. Enkel een paar zigeunersfamilies, die kortgeleden in Misca zijn neergestreken, veroorzaken door hun overmatig drankgebruik wel eens overlast.Verder was het fijn dienst doen in Misca.
Graag had ik op de foto met hem gewild. daarvoor moest hij eerst toestemming vragen aan een van zijn superieuren die in het bureau zat. Echter deze weigerde zijn medewerking te verlenen.
Hartelijk namen wij vervolgens afscheid en hoopten elkaar nog eens te ontmoeten.
Vervolgens wederom naar de moeder van Tunde gegaan. Vader Fulop en diens zoon Lajos waren inderdaad thuis. Vele vragen met betrekking tot het wel en wee van zijn dochter of zus moesten wij beantwoorden. Ondertussen werkten wij wederom een complete maaltijd naar binnen.
Na ruim anderhalf uur werd afscheid van hen genomen. Voorzien van enkele brieven voor hun dochter in Holland reden wij het erf af op weg naar ons laatste adres, de ouders van Laly.
Ook daar weer een maaltijd genuttigd. Laly's vader was verhinderd.
Laly vertelde ons dat hij een bedrijfje binnen Misca wil opzetten met het doel om geld te vergaren om daarvan het Timotheushuis te bekostigen.
Hij dacht aan de opzet van een bakkerijtje, een garage of iets toeristisch. Inmiddels zou hij toestemming hebben van de burgemeester om iets dergelijks te beginnen.
Wij beloofden dit voornemen door te geven aan de SCO en mee te denken omtrent de haalbaarheid.
Na een uurtje ook afscheid genomen van Laly en zijn moeder. Hopend op een spoedig weerzien kusten wij elkaar tot ziens en reden Misca uit.
Na twee dagen (overnachtingen in Alland (Oostenrijk) en Dillenburg (Duitsland) mochten wij in de middaguren van
vrijdag 13 juni onze respectievelijke echtgenoten in de armen omsluiten.
Een prachtige reis door een gedeelte van Roemenie lag achter ons.
Vele geweldige mensen hebben wij mogen ontmoeten waarvan sommigen echt arm zijn. Daarentegen stralen zij zoveel vreugde en positiviteit uit waaraan een voorbeeld mocht worden genomen.
Ik dank God die mij middels de bestuursleden van de stichting SCO en mijn buurman Jan de Boon in staat heeft gesteld om deze reis te maken en mij in contact heeft gebracht met zoveel geweldige mensen. Ik hoop van ganser harte dit nog eens te mogen doen.
Auteur: Klaas Blokland.
Many thanks for your inspiration, your friendschip, and your beatiful story. Jan
Heeft
u vragen, reacties of opmerkingen of wenst u ons te steunen in dit werk,
neem dan contact op met de webbeheerder: pa7j@amsat.org