Met duizenden bevolkten ze in de jaren zestig onze wegen,
mar niemand die het de moeite waard vond om ze voor later te bewaren.
Anno 2000 doen de enkele tientallen nog in de Benelux overgebleven oude
Fordjes Anglia’s en taunussen heel wat harten sneller doen kloppen. Deze
Fords waren het symbool van de massamotorisering en hadden toen elk nog
een geheel eigen karakter Henry ford had altijd gelijk,
en zelfs zijn getalenteerde zoon Edsel
.
kon niet tegen vaders wil opboksen. Wat wil je ook: Wanneer
een T-Ford liefst twee decennia lang zonder noemenswaardige wijzingen
wereldwijd in een oplage van 15 miljoen grotendeels zwarte exemplaren
wordt verkocht, is ieder vernieuwend idee verdacht. Toch kreeg ook Edsel
zijn gelijk. Hij had namelijk smaak en geloofde in de waarde van mooie
carrosserievormen. Zijn vader mag dan begin jaren twintig verschillende
van Edsel’s voorstellen voor een nieuwe T-Ford hebben neergesabeld, uiteindelijk
moest hij toegeven dat de carrosserieontwerpen van zijn zoon commercieel
perspectief boden.

Sinds de introductie van de A-Ford in 1928 leverbaar In verschillende
leuke modellen en met keuze uit 15 kleuren was vooruitstrevend design
daarom een speerpunt van de Ford-model strategie. Tot de dag van vandaag,
maar wel met vele ups en downs. Na sensationeel nieuwe modellen volgde
altijd weer een terugval naar het conventionele, denk maar aan de jaren
zeventig en daarna. De bedaagde Taunus en Cortina kregen in de sensationele
Sierra een opvolger die op zijn beurt weer werd afgelost door een ‘Middele
of the road’ Mondeo. De huidige, spectaculaire Focus met ‘New edge’ design
volgde de Escort op. Risico’s ging Ford dus nooit uit de weg en het had
met de Anglia uit 1959 of de Taunus 17M uit 1960 even slecht kunnen aflopen
als met de Amerikaanse Ford Edsel. Een ander Ford fenomeen was de veelheid
aan vestingen in alle landen van de wereld, van Buenos Aires tot Amsterdam.
Daar werden in eerste instantie bestaande Amerikaanse modellen geassembleerd.
Vooral de Fordfabrieken in Engeland, Duitsland en Frankrijk floreren mochten
bij de gratie van hun verkoopsuccessen en de op handen zijnde massamotorisering
in het naoorlogse Europa hun eigen modellen ontwikkelen. In Frankrijk
duurde die vrijheid niet lang. De fraaie achtcilinder Ford Vedette sloeg
niet aan en Henry Ford verkocht het bedrijf in 1955 aan Simca, dat deze
enige naoorlogse franse achtcilinder auto nog tot 1961 doorbouwde onder
de typenamen Beaulieu en Chambord.

In Duitsland vond de Fordreeks met als embleem voor op de
neus een wereldbol echter gretig aftrek. En in Engeland al sinds de jaren
dertig een uiterst succesvolle afzetmarkt voor ter plaatse gebouwde Fords
kon de fabriek in Dagenham ten oosten van Londen de vraag naar de kleine
Ford Anglia en de grote consuls en Zephyrs nauwelijks aan. Eind jaren
vijftig werkten de Europese Ford-vestingen op de top van hun capaciteiten
als individuele fabrikanten. Duitsland genoot met volle teugen van het
Wirtschaftswunder en de Engelse Auto-industrie was de op een na grootste
ter wereld. Japanners waren nog in geen velden of wegen te bekennen. Ford
Engeland had al een naam hoog te houden met de kleine Anglia waarvan de
zijklepmotoren echter wel tot de oudste in de industrie behoorden en het
koetswerk behoorlijk conservatief was. Natuurlijk moest elke nieuwe Europese
Ford passen in de filosofie zoals Dearborn’ die uitstippelde of op zijn
minst had uitgeprobeerd. Maar de opvolger van de Anglia mocht wel worden
ontworpen volgens de wensen van het Engelse publiek. Het werd dus een
kleine 1000 vierkante cm familiewagen met twee portieren. Met het oog
op toekomstige modellen mocht de Britse vestiging van het moederbedrijf
bovendien een compleet nieuwe motor op de tekentafel zetten. Het resultaat
van fords ambities stal in 1959 direct de londense Autoshow in Earls court.
De ‘New Anglia’ had een unieke en voor de rest van zijn leven herkenbare
negatief hellende achterruit meegekregen die in Amerika eigenlijk toepassing
vond op de Mercury Turnpike en enkele Lincoln Continental

Varianten. De omhoog stekende achterlichten stamden regelrecht van de
eerste Ford Thunderbird uit 1955. Toch was de Anglia geen kopie van een
bestaand Amerikaans Ford model, integendeel. Onder de motorkap zat een
gloednieuwe en zeer moderne 997 vierkante cm viercilinder kopklepmotor
met een extreem korte slag die nog een bijzonder lange en veelzijdige
loopbaan wachtte, maar daarvan durfden zelfs de grootste optimisten toen
niet dromen. In acht jaar tijd zijn niet minder dan 1.083.000 Anglia’s
geproduceerd voordat eind 1967 de gecombineerde Duits-Engelse Escort een
eind maakte aan de onafhankelijke creativiteit van beide Ford vestigingen.
En een doorontwikkelde variant van de Anglia 105E-motor zit nu nog steeds
in de Ford Ka!. Natuurlijk zaten onder de Anglia zogenaamde Mc Pherson
veerpoten, het onafhankelijke veersysteem.Dat Ford rond 1950 als eerste
introduceerde maar dat later door vrijwel de hele auto-industrie werd
overgenomen. Inclusief natuurlijk de Duitse Forddivisie in Keulen waar
vrijwel tegelijkertijd met de Britse Anglia een totaal andere auto ontstond.
Want beide vestingen ontwikkelden zich in korte tijd tot volkomen autonome
producenten, inclusief eigen Ontwerpafdelingen.

En de klant kocht zijn Taunus of Anglia ook bij de gespecialiseerde Duitse
of Engelse Forddealer, Ook in Nederland! Ford Keulen in de typenamen kwam
aanvankelijk de naam FK veelvuldig voor, was Ford Engeland al voorgegaan
in extreem nieuwe vormgeving.In 1957 lanceerde men daar de nieuwe 15M
die qua design wel een kopie van een Amerikaans voorbeeld was: de grote
Ford Fairlane. Met een overdaad aan chroom frutsels en zoetige twee-kleuren
lak kon deze nieuwe Taunus bij het Duitse publiek niet meer losmaken dan
een passende bijnaam: de Barokengel. Die hield het maar drie jaar uit,
alvorens de jonge U we Bahnsen, later de geestelijk vader van de Ford
Siërra, zijn geesteskind zag debuteren op de tentoonstelling van Frankfurt.
Bahnsen wist wat er in Dearborn op stapel stond en liet zich met name
inspireren door de compacte Ford Falcon en de Thunderbird die in 1961
zou verschijnen. Maar hij ontdeed zijn ontwerp van alle overbodige versieringen
, gaf de auto twee opvallende ovale koplampen die mooi harmonieerden met
het profiel van de auto, en simpele ronde achterlichten. Zowel als tweedeurs
en als vierdeurs schoot de nieuwe Taunus direct midden in de roos en in
de bijnaam BADKUIP vanwege de ronde bolle vormen-school bepaald geen spottende
kritiek. De auto brak alle eerdere verkooprecords van Ford Keulen, zowel
als 15M versie ( met 1,5-liter motor ) en als de iets

sterkere 17M. En met de stationcarversie de Turnier– gaf Ford een passend
antwoord op de altijd razendpopulaire Opel Record Combi. De nieuwe Taunussen
hadden slechts een ding met hun Britse tegenhangers gemeen De McPherson
voorvering. Voor de rest was alles exclusief Duits en dat zou in de latere
jaren zestig wel anders worden. Iedere veertigplusser herkent de Anglia
105E of de Taunus 17M natuurlijk direct, want wie had niet een vader of
een oom met zo een auto? Vijftigers kregen waarschijnlijk ook hun eerste
rijlessen in de Taunus die dankzij stuurschakeling voor de drieversnellingsbak
zo gemakkelijk schakelde. En die enorme kofferbak, daarmee kon de Taunus
voor het eerst concurreren met de eveneens gigantische ruimte achterin
de Opel Record, de aarsvijand van de Keulse middenklasse Ford. Qua aantallen
zal de Taunus ook op de Nederlandse markt de meerdere hebben moeten erkennen
het angliaatje dat in 1964 F5150 gulden of te wel 94.700 BFR kostte, tegen
F7750 gulden of te wel 149.500 BFR in 1962 met standaard kachel voor de
Taunus 17M.
In 1962 ontdekten Keith duckworth en Mike Costin de enorme voordelen
van de korteslag Angliamotor. Ze konden het gietijzeren blokje tot extreem
hoge toeren tunen, en voor de Formule junior peuterden het Cosworthtweetal
er zomaar 85 pk uit, voor de Latere Formule 3 zelfs
115 pk, uit 997 cc en gewoon met stoterstangen! Cosworth is dus groot
geworden dankzij de Angliamotor en kon daarmee opgebouwde kennis in 1967
Fords eerste en qua gewonnen races nooit meer geëvenaarde Formule 1 DFV
V8 motor ontwikkelen.