Met de linkervoet remmen, dwars op de rijrichting op een bocht afstuiven
en met behulp van de handrem haaks de hoek om gaan. Met modder en ijs
als ondergrond. Deze hoogste vorm van wagenbeheersing heet, u raadt het
al, rallyrijden. We kijken een dag mee achter de schermen van het Ford
World Championship Rallyteam, dat de ambitie heeft binnen vijf jaar het
WK binnen te halen. En om er achter te komen hoe zo iets nou eigenlijk
rijdt, krijgen we een demonstratie en kruipen we zelf achter het stuur.
We melden ons in een Engels bos, vergezeld door een al even engelse, druilerige
regen. De proef Focus is de voormalige auto van Colin McRae, die hij tijdens
de safari rally gebruikte. De dorpels zijn volledig kaalgeslagen door
een mitrailleurvuur van opspattende stenen. Compleet bruin van
de modder komt de Focus na enkele minuten terug. De route blijkt een
deel te zijn van vroegere klassementsproef uit de RAC Rally.Het kronkelige
bospad is onverhard, zit behoorlijk vol met kuilen, gaten en plassen en
is hier en daar bezaaid met stenen. Als we beginnen glijden we volledig
dwars door een rechterbocht, waarbij de neus op vijf centimeter een boompje
aan de wegrand mist.Op het keerpunt dwingt de Rallyrijder de Focus in
een beheerste slip-en contraslip, waarvan de hoeken groter worden naarmate
de Focus de snelheid van zich afschudt. In een sierlijke 180 gradenslip
draait de auto om zijn as, maar die beweging is nog lang niet afgelopen
als de Rallyrijder weer voluit begint te accelereren. We rijden dezelfde
weg weer terug. De rechter bocht van daarnet is nu natuurlijk een linker.
Het boompje glijdt weer aan het front van de auto voorbij, op exact dezelfde
afstand. Het gebonk en gestuiter over de ruwe oneffenheden in het wegdek
lijken met de rijstijl van de rallyrijder in een slowmotion voorbij te
trekken.
Perfect in balans danst de Martini Ford Focus door de lange en korte
bochten. Het heeft veel weg van een ballet, een modderballet wel te verstaan.Genoeg
gekletst, met een wat weeïg gevoel in de onderbuik neem ik opnieuw plaats
in de kuipstoel van de Ford Focus WRC, maar nu zelf achter het stuur.De
startknop om te beginnen. De koppeling is alleen nodig om vanuit stilstand
weg te rijden. De sequentiële zesbak schakelt en koppelt sneller dan menselijkerwijs
mogelijk zou zijn.Niks gegier van een startmotor of hoestende carburateurs.
De Focus slaat onmiddellijk aan op een exact constant toerental. In het
pahdah-pahdah-pahdah geluid is het overlappen van de wilde nokkenassen
duidelijk hoorbaar. Klik de sequentiële versnellingspook pal naast het
stuur naar achteren; er verschijnt een één op het display. De koppeling
blijkt opvallend vergevingsgezind en met een normale dot gas rolt de Focus
weg. Ik doe maar geen raketstart en geef geleidelijk gas. Om niet meteen
naast de weg te belanden schakel ik al bij
4000 toeren naar twee. De digitale toerenteller zakt door de close ratio
van de transmissie naar een paar honderd toeren. Nu trap ik dieper het
gas in. De Focus lijkt nu pas te ontwaken en schiet naar voren. Rond vijfduizend
toeren is een aanzienlijke vergroting in trekkracht voelbaar.In drie spuit
de Focus voor mijn gevoel al over het pad. De hairpin komt eraan. Ik rem
en schakel terug, ik betrap me er zelf op dat ik wilde ontkoppelen maar
dat is niet nodig. Het gaat nu sterk bergop, Ik trek verder door; dan
naar twee,drie. De acceleratie is enorm, maar ik verbaas me vooral over
de enorme grip die de Focus op deze losse ondergrond heeft.Aan het einde
van ons pad besluit ik die 180 graden-slip maar achterwege te laten en
keer de auto gewoon in zijn één.Ik rij nu wat vlotter naar beneden en
betreur het dat het feestje nu al weer voorbij is. Ik betrap mezelf erop
dat ik hardop zit te jubelen, zo gaaf is dit. Dan moet ik in de remmen,
het einde is letterlijk in zicht. Mijn mederijder glimlacht opgelucht
!!!!!.