Sander Germanus
c o m p o n i s t Deutsch – English – Français – Nederlands |
||||||||||||||||||||||||
|
|
Pers :
- “Het sterkste werk van het programma was een ouder,
alleen voor Calefax geschreven werk van Sander Germanus, Le Tourne-disque Antique. Met kwarttonen verrijkte jazzakkoorden scheppen
aanvankelijk een nostalgische sfeer, maar belanden al gauw in een wervelende
mallemolen. In dit stuk is bovendien te horen dat Calefax echt een klasse
apart is.” (Volkskrant)
- “Van Sander Germanus klonk het nieuwe Lunapark. Behalve
op het gebied van ritmiek, breidt Germanus zijn klanktaal ook uit op tonaal
vlak: tussen de bekende hele en halve tonen gebruikt hij ook kwarttonen.
(…..) Vaak zet hij ze puur in als effect: zeeziekmakende glijers in de
blazers, quasi-valse deuntjes in de strijkers – het past in het cartooneske
karakter van het stuk. Vruchtbaarder is echter het gebruik ervan in
‘spectraal’ gedachte passages, waar met nauwkeurig gestapelde samenklanken
een klankspectrum wordt gecomponeerd. In tonen die uitstuiteren als
omgekeerde pingpongballetjes – steeds sneller, zachter en lager – vond
Germanus een leuk effect, maar vooral vanuit ritmisch oogpunt. Over het
algemeen is de ritmische kant van Germanus’ stuk intrigerender, met virtuoze
ritmische mutaties en modulaties, een beetje à la Elliott Carter, maar minder
academisch.” (NRC Handelsblad)
- “Het maffe en intelligent gecomponeerde Le Tourne-disque
Antique van Sander Germanus (.….) Germanus kwam van eenvoudige doch jazzy
aandoende akkoorden zo maar bij kwarttoonsmuziek aan om een heel scala aan
hilarische vondsten hierop los te laten.” (Rotterdams Dagblad) - “Bij Sander Germanus levert experimenteren vrolijkheid op”,
(door Ernst Vermeulen). “Een opgeruimde kinderkamer kan smoezelig zijn en
toch in fleurige kleuren gestoken. Iets vergelijkbaars drong zich op bij het
Noordhollands Philharmonisch Orkest dat zich waagde aan een nieuwe compositie
van Sander Germanus (1972), die eerder was opgevallen met zijn in 1998
bekroonde Adamsarchipel. Ook Continental voor dubbelkamerorkest
herinnert aan dit werk, met name door eenzelfde vertragingstechniek in een
langzame episode. Nieuw is de bijzonder consequent uitgewerkte
microtoontechniek die de akkoorden een grijzig waas verleent als een
vloeibare vernislaag. Nu zijn kwarttoonexperimenten niet nieuw, al in 1864
bezat het conservatorium van Moskou een kwarttoonklavier. Maar Germanus is
allerminst zwaar op de hand. Hij componeert in wezen een vrolijke muziek, een
beetje lazy soms, swingend speels, dan weer Guus Janssen-achtig, tegendraads.
Het is vooral die combinatie die verrast, want experimentele componisten zijn
immers meestal zwaar op de hand. De opstelling in vier halve cirkels is
uitgekiend. De eerste cirkel is bestemd voor orkest 1, dat musiceert vanuit
de toonhoogte a=443. De tweede is voor orkest 2 vanuit de a=431, de derde
bevat blazers en harp van orkest 2 en de vierde musici van orkest 1. Het
slagwerk staat als enig instrumentarium achteraan in een rechte rij
opgesteld. Altviool, cello en contrabas nemen het voortouw in een stijgend
glissando, maar met Indiase exotiek heeft deze kwarttoonsmuziek niets van
doen, noch in opzet noch in uitwerking. Vervolgens doet de trombone zich
gelden ten einde beide orkesten op sleeptouw te nemen en zo ontwikkelt zich
een discours waarin strijkers zweverig klinken, het hout grappig, het koper
gedecideerd met de pauk daar rommelend en trommelend doorheen. De variatie
van een snel deel in de herhaling na een langzaam brengt geleidelijk een nog
avontuurlijker karakter. Soms denk je: nu gaan we naar het slot toe maar komt
er weer iets nieuws en zeker het grappig Kageliaanse slot – eindelijk! – is
verrassend. De steeds intrigerender compositie werd uitstekend gespeeld en
dat wil wat zeggen bij al die ongewone intonaties, de musici kunnen immers
nergens op routine terugvallen.” (NRC) - “Op de valreep leverde Festival in de Branding nog een verrassing
op, namelijk het ensemblestuk Adamsarchipel van de jonge componist Sander
Germanus: een intrigerend ensemblestuk – alles op zijn plaats, geen minuut te
lang – in de vorm van een vervlechting van instrumentale figuren, door elkaar
heen bewegend, in een schemergebied tussen consoneren en dissoneren. Een
componist met een eigen geluid en met ideeën, die niet geleend zijn van
anderen.” (Haagsche Courant) - “Adamsarchipel is een stuk waarmee componist Sander
Germanus zijn nek uitsteekt. Ook hier gaat het om een reis. Je zou kunnen
spreken van een symfonisch, of nog beter: geografisch gedicht, geïnspireerd
als het is door een toekomstige reis naar de nieuwe Amsterdamse eilandengroep
IJburg, een reis per boot en te voet.” (NRC Handelsblad) - “Achter de speelse titels van Sander Germanus’ driedelige Beetje
Precies schuilt een uitbundig, maar niettemin veeleisend pianostuk.
Hortende, repeterende dissonanten en een scherp gevoel voor spanning vormen,
samen met de geconcentreerde vertolking van Gerard Bouwhuis, de lijm die deze
vele kanten uitvliegende muziek bijeenhoudt.” (Volkskrant) - “Emotie-overdracht vindt wel degelijk plaats in Titatoe
van Sander Germanus, eveneens een première. Germanus is veel intuïtiever, zo
men wil wispelturiger componist, niet bang voor stijlbreuken. Maar hij heeft
ook gevoel voor details. De wijze waarop uit een vibrato
kwarttoon-harmonisaties ontstaan is van een fascinerende concentratie.” (NRC Handelsblad) - “Another Dutch composer,
Sander Germanus described his piece Beetje Precies as typical of
Holland in the '90s, the problem of choice in a throwaway society when
everything has seemingly become possible. He combined a multitude of brief
impressions, organising the potential chaos by ordering of the sections, and
ending with 'a song for ten fast fingers', which he assured us Ralph van Raat
possessed.” (Musicweb.uk.net) - “De combinatie van de twee ensembles bleek in Titatoe
van Sander Germanus even vruchtbaar. Hoewel het korte stuk alle kanten
opvliegt, zit het vol virtuoos uitgewerkte ideeën en flitsende vondsten. De
klank is uitgesproken jazzy, maar verrijkt met glissandi, kwarttonen en
brutale effecten, waaronder een scheidsrechtersfluitje.” (Volkskrant) - “Sander Germanus drijft in zijn bloedmoeilijke
pianocompositie Beetje Precies aanstekelijk de spot met zijn
overwonnen jeugdhandicap, het stotteren. Met een hink-stap-sprong-techniek
krijgt Germanus het gedaan zelfs de meest banale dreuntjes tot een spannend
hoorspel te promoveren.” (NRC Handelsblad) |
|
||||||||||||||||||||||