Wonen

De native-americans leefden in veel verschillende soorten huizen, men was afhankelijk van het materiaal dat in de natuur voorhanden was. Op deze pagina worden enkele woningen beschreven.

Longhouses:
De stammen uit de noord-oostelijke bosgebieden (Huron,Iroquois e.a )bewoonden Longhouses. Dit waren enorme gebouwen, een Longhouse kon wel 60 meter lang, 7.5 meter breed en 7.5 meter hoog zijn.
Er werd eerst een frame van lange houten palen gemaakt. Dan werden jonge buigzame bomen op het frame gebonden. Als het frame de juiste vorm had werd het bedekt met berkenbast, er werden enkele rookgaten in gemaakt en een deur aan elk uiteinde van het huis.
De Iroquois bevestigden een flap aan de rookgaten, waarmee ze als het regende of sneeuwde de rookgaten zonodig konden afsluiten. Een Longhouse kon wel twintig jaar meegaan.
Veel Longhouses werden omringd door een hoge schutting van scherpgepunte palen, dit ter verdediging tegen eventuele vijanden.
In een Longhouse leefde men met enkele andere gezinnen samen, elk gezin had een eigen gedeelte.
De vuur- en kookplaatsen waren in het midden geplaatst, zodat de gezinnen gezamenlijk bij het vuur konden zitten en koken.
Voor de Iroquois was deze vorm van wonen zo belangrijk , dat ze zich "de mensen van de Longhouses" noemden.

Tipi, Tepee, Teepee:
Hoe je het ook spelt, de Tipi is een verbazingwekkend onderkomen
Een Tipi (Tepee, Teepee) is de behuizing van de stammen op de plains. Lange houten palen werden in kegelvorm geplaatst, en daarna bespannen met bisonhuid. De palen waren ongeveer 4 a 5 meter lang.
Goede palen waren op de plains moeilijk te vinden. En het was veel werk de palen in de juiste vorm en lengte te maken.
Sommige stammen handelden in de palen, een typische ruil was: een paard voor 5 palen.
Een Tipi had een stuk huid als deur, die afhankelijk van het weer, aan de oostelijke kant zat.
Bij slecht weer werd de deuropening aan de gunstigste kant gemaakt.
Vaak werden de Tipis in een cirkel gezet, met de opening naar het midden.Als de deurflap open was, kon dit als een uitnodiging om binnen te komen gezien worden.
Als de flap dicht was, moest je je melden en wachten tot je binnen gevraagd werd, zelfs als je in de betreffende Tipi woonde.
Tipis waren comfortabele woningen. Ze waren warm in de winter en koel in de zomer. Sommige waren behoorlijk groot en konden een meeting van 30 tot 40 personen gemakkelijk bergen.

Hogans
Het huis van de Navajo werd een Hogan genoemd. Hogans werden gemaakt van houten palen, bedekt met berkenbast en modder.
Het waren permanente bouwsels, en erg donker en somber. Er zat alleen een klein rookgat in, de ingang was aan de oostelijke zijde om de zon te kunnen begroeten.
Ze werden eigenlijk alleen gebruikt om de nacht door te brengen, het enige meubilair bestond dan ook uit beddegoed, in de vorm van een schapenhuid op de grond.
Elk Navajo gezin had twee Hogans, een in de woestijn en een in de bergen.

Wigwams:
Is een Wigwam hetzelfde als een Tipi? NEE
Niet alle stammen in de bosgebieden bouwden Longhouses. Sommigen bouwden Wigwams. Een wigwam was een rond bouwsel met een ronde top.
Het was gemaakt van boomtakken, bedekt met berkenbast. Of als het voorradig was, werden sommigen ook wel met huiden of matten bedekt
Er lagen grote ligmatten voor het vuur, en vrolijk gekleurde kleden hingen aan de wanden.De vrouwen richtten een Wigwam zo kleurig mogelijk in.
De hele familie, kinderen, ouders en grootouders, leefden in een Wigwam.
Sommige Wigwams waren tijdelijke onderkomens, sommigen waren een mix van een tijdelijk en permanent onderkomen.
De Ojibwa, bijvoorbeeld bedekten hun Wigwams met huiden, die ze weer bedekten met berkenbast. Als een Ojibwa familie verhuisde naar een andere plek, werden de huiden opgerold en meegenomen, het frame bleef staan.
Als ze het jaar daarop, of zelfs enkele jaren later weer terugkeerden op de oude lokatie, werd het oude frame (als het er nog stond)weer opnieuw gebruikt.

Wickiup:
Een Wickiup was het onderkomen van de Apaches. Ze bogen jonge bomen in een U-vorm. En bonden ze dan bij elkaar.
Het frame werd bespannen met dierenhuiden. Een Wickiup bestond uit een ruimte, maar om binnen te komen moest je door een soort halletje.
Het halletje was erg laag, zodat je gebukt naar binnen moest. Eenmaal binnen kon je rechtop staan.
In een Wickiup was niet erg veel ruimte, daarom hadden Apache families weinig tot geen meubilair.

Aarden huizen:
Sommige stammen op de plains waren geen jager of verzamelaars, maar boeren. Zij leefden in dorpen.
Zij bewoonden ronde aarden gebouwen. Dit waren behoorlijk grote huizen. Sommigen hadden een diameter van 12 meter en waren 4.5 meter hoog.
Ze hadden een frame van houten palen, bedekt met een lemen laag. Het was er warm in de winter en koel in de zomer. Het waren permanente woningen.

Chickee:
De Seminoles leefden in Chickees, dit waren woningen gebouwd van boomstammen. De vloer was ongeveer een meter boven de grond gebouwd, dit als bescherming tegen overstromingen en dieren. De vloer helde iets over.
Indien nodig werden wanden van canvas opgehangen ter bescherming tegen kou en regen, als de wanden niet nodig waren rolden de Seminole ze op en werden ze aan de daksparren gehangen.
De daksparren werden als bergrek gebruikt, en allerlei gebruiksvoorwerpen, zoals kookgerei werden eraan opgehangen.
Zo bleven deze belangrijke spullen droog.
Als de vrouwen aan het werk waren in de Chickee werd er van een doek een soort schommelwieg gemaakt en aan de daksparren vastgemaakt.
Hun bedden van huiden en lakens werden "comfortables" genoemd. īs Morgens werden de comfortables opgerold en aan de daksparren gehangen. Verder was er weinig ander meubilair, hooguit een stoel, tafel en wat gekleurde manden.

Adobe Pueblos:
De Pueblo woonden op kliffen. Ze bouwden huizen van adobe baksteen op kliffen en plateaus.
De huizen werden gestapeld gebouwd, zoals een appartementen complex.
Soms werd er wel tot 4 hoog gebouwd, degenen die op de begane grond woonden konden simpel naar binnen wandelen.
Leefde je echter op een verdieping dan moest je via diverse ladders naar je voordeur klauteren.
Elke verdieping had een soort galerij waar verschillende voordeuren op uit kwamen. Op de galerij stonden dan weer enkele ladders waarmee je naar de volgende galerij kon klimmen.

Northwest Plank Houses:
De stammen aan noord-west kust, leefden niet in Tepees, maar in zogenaamde Plank houses.
Dit waren longhouses, maar dan gebouwd van dikke cederhouten planken. Deze planken werden gemaakt, door ceders te vellen en te slpijten met bevertanden en stenen bijlen!
Deze gebouwen waren echt groot, ze konden wel 30 bij 8 meter zijn. Ze hadden lage daken, zodat de ruimte snel warm was. De enige openingen in het hele gebouw was een deur en een rookgat.
Als een Plankhouse door de gehele stam werd gebouwd, verdeelde de Chief de ruimte onder de bewoners. Elk gezin kreeg een eigen gedeelte toegewezen.
Als iemand een Plankhouse bouwde voor zijn eigen familie, bewoonde hij dat huis met zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen.
Steeds als een lid van de familie volwassen werd en trouwde, werd de ruimte opnieuw verdeeld.
Als de eigenaar van een Plankhouse stierf, eindigden alle rechten. Dan werd het Plankhouse overgedragen aan iemand buiten de familie of het werd platgebrand.
Men geloofde dat als de familie in het huis bleef, dat de geest van de eigenaar bij de familie wilde blijven en niet verder kon. De familie moest dus verhuizen en een nieuw onderkomen zoeken.