Van Windhond tot Volharding
Gedurende de eerste helft van de negentiende eeuw was de molen aan de Molensteeg nog altijd de enige korenmolen
van Heerenveen. Gezien een bevolking van rond de 3000 zielen is dat wel opvallend. Vroeger hadden immers twee
molens -Terband had er toen nog een- minder mensen bediend. De enige conclusie kan zijn dat de productie
van "De Windhond" zo hoog lag, dat een ruimere klantenkring kon worden bediend. Molenaar / eigenaar was sinds
1811 P.H.Romkes en na hem Wilt Haijes Zwart uit 't Meer. Toen Zwart overleed namen zijn zoon Kerst Wilts Zwart
en Tjibbe Eits de Vries de molen over. Zij bedienden de klanten zelf met paard en wagen. In 1849 kwam daar echter
tijdelijk de klad in, toen het paard vanwege een veeziekte moest worden afgemaakt. In datzelfde jaar werd de molen
publiek verkocht en in de Leeuwarder Courant omschreven als "een hechten en steeds in besten staat onderhouden
wind-korenmolen, voorzien van drie paar maalsteenen".
(fragment uit "De sfeer van Weleer", Drs. D.M. Bunskoek. Publicatie over molens in Heerenveen)
Geboorte akte














