De typeaanduidingen zijn duister. Het doet vermoeden dat er op de directiekamer een dartbord met de vakjes A t/m Z hing. Hetzelfde geldt voor de bijna halfjaarlijkse modelwijzigingen. Alsof de productie van motorfietsonderdelen volledig willekeurig was en het onderdelen magazijn bij Enfield een grabbelton.
1892 tot 1900: The ENFIELD CYCLE COMPANY
En wel in Hunt End, onder de rook van Redditch.
Daar bedreven de gebroeders Townsend in de tweede helft van de vorige eeuw een naaldenfabriek. Toen rond die tijd in Engeland de fietsrage in alle hevigheid losbrak, besloten zij naast naalden ook fietsen te gaan produceren. Reeds na een paar jaar rolden complete fietsen uit de fabriekspoort. Dit was de laatste innovatie van de Townsends, in 1892 verkochten zij het bedrijf aan Albert Aedie en Bob Walker-Smith.
Robert Walker-Smith
Aanvankelijk ging het bedrijf, nu onder de naam Eadie Manufacturing Company,
onveranderd verder met de productie van fietsen en naalden.
Zo nu en dan produceerde het bedrijf ook onderdelen voor vuurwapens. Levering
van vuurwapenonderdelen aan de Royal Ordonance Factory in Enfield, Middlesex,
bracht het bedrijf op het idee om de naamsbekendheid van "Royal Enfield" uit
te buiten.
De naam Royal Enfield verscheen rond 1893 als eerste op een serie fietsen.
Tegelijkertijd werd een reclamecampagne opgezet onder het motto "Made Like
a Gun". En omdat dit nog niet duidelijk genoeg was werd het kanon-logo geïntroduceerd.
Een paar jaar later veranderde het bedrijf haar naam in:
"The Enfield Cycle Company"
De Royal Enfield Fabrieken in de jaren veertig. Zomer 1995 bezochten enkele
clubleden Redditch. Weliswaar heeft het terrein nog
de welluidende naam 'ENFIELD INDUDSTRIAL AREA' , maar van het oorspronkelijke
fabriekscomplex is nog maar bar weinig over
1900 tot 1901: VIER- DRIE- en TWEEWIELERS
In de duistere jaren ronde de eeuwwisseling experimenteerden
veel fietsfabrikanten met gemotoriseerde aandrijving, zo ook onze jonge helden
in Hunt End. Dit motorgedoe vormde zelfs een welkome afwisseling want de fietsmarkt
begon danig in te zakken als gevolg van een overproductie in Engeland en goedkope
import uit Amerika.

Enfields eerste gemotoriseerde voertuig was een vierwieler. Het vehikel werd voortgestuwd door een 237cc De Dion Bouton motor, geplaatst achter de achteras. De bestuurder zat vlak voor de achterwielen, de passagier tussen de voorwielen. Enfield experimenteerde ook met driewielers. Het bedrijf toonde al deze creaties voor het eerst op een tentoonstelling in 1900: twee vierwielers en een driewieler alle voorzien van de 2,75 PK De Dion Bouton motor.
Het Dion Boutonmotortje van de Quadra Cycle, te zien en te horen in Beaulieu
in Engeland.
.
In de laatste jaren voor de eeuwwisseling producerde Enfield deze
Quadra-Cycle met een watergekoelde 1-cilinder Dion de Bouton motor van 237cc
.
1901
In 1901 werd er nog een wiel verwijderd: de eerste Enfield
motorfiets was een feit. Het broempje leek nog het meest op een SOLEX: de
motor zat waar je nu de koplamp zou verwachten en een hele lange, gekruiste,
riem liep vanaf de motor naar het achterwiel. De motor was een Minerva van
1,5 PK. En omdat er toen nog geen praatpalen bestonden kon je er ook nog mee
fietsen. Een motor zo hoog boven op het frame vormt een wel zeer wankel geheel.
Dit besefte het bedrijf ook en na een jaar zat de motor bij de nieuwe Enfields
niet meer boven het voorwiel maar onder in het frame.
1901. De eerste Enfield (motor-)fiets met 1,5 PK Minerva
blokje
1903: KETTINGAANDRIJVING
Het Enfield aanbod was in 1903 uitgegroeid tot drie fietsen
mete voortstuwing van eigen makelij, Een
driewieler, de Enfield Autorette
waarvan
twee met de motor onder in het frame. Het ene type was uitgerust met een 239
cc Enfield motor met riemaandrijving, de ander met een 277cc, 2,25 PK watergekoelde
Enfield motor en had kettingaandrijving. Deze laatste motor werd af fabriek
geleverd met een kijkglas voor de verbrandingsruimte. Het derde type met de
motor van eigen makelij was de oude vertrouwde SOLEX. Enfield bood daarnaast
ook nog twee fietsen aan met een Minerva motor: een 2,75 en een 3,5 PK. Beide
met de motor onder in het frame en met riemaandrijving.
1905: In 1905 beperkte Enfield de motorfietsproductie tot twee
machines met een 277 cc motor uit eigen stal, één met ketting-aandrijving,
de ander met riemaandrijving.


1912, JAP motor 6 PK Big Twin
Van Hunt End naar Redditch
Deze chronologische opsomming van Enfield (motor-)fietsen begint
saai te worden. Gelukkig zag het bedrijf dit zelf ook in en besloot zich rond
1903 te werpen op een grootschalige productie van automobielen. Quads en Trikes
rolden naast de fietsen en motorfietsen uit de poorten in Hunt End. Omdat
zich een overproductie op de motorfietsmarkt begon af te tekenen concentreerde
Enfield zich meer op de productie van fietsen. En om dit fietsgebeuren helemaal
groots op te zetten, werd speciaal hiervoor een bedrijfshal in Redditch in
gebruik genomen. De automobielen werden voortaan in Hunt End door de Enfield
Autocar Company geproduceerd. Helaas was deze onderneming in Hunt End geen
lang leven beschoren. In 1908 werd de Enfield Autocar Company opgekocht door
Alldays & Onions.

1000cc, 2 versnellingen voor het Russische leger.
1909 tot 1924: V-Twins, Zijspannen en Tweetakten
V-Twins, Versnellingsbakken en Cush-Drive: Onze helden van de Enfield
Cycle Company besloten na het débacle van de Autocar Company een
geheel nieuwe motorfiets te ontwerpen: op de Londense Stanley Show van 1909
werd de eerste Royal Enfield V-twin getoond. De motorfiets bezat een zijklepper
MotoSacoche-motor van 297cc en een vermogen van 2,25 PK. Deze motorfiets
werd de basis voor een nieuwe ontwikkeling van de Enfield Cycle Company:
de V-twin met zijspan. Het 297cc werd al snel en vrolijk opgeboord: in 1910
mat het reeds 344cc en leverde het 2,75 PK. Deze V-twin leverde Enfield
met een tweeversnellingsbak. In 1912 verschijnt een machine die toentertijd
bijna als het synoniem voor Enfield gold: een zijspan met een 770cc zijklepper
JAP V-twin motor met een vermogen van 6 PK. Deze motor bezat ook de tweeversnellingsbak
en de gepatenteerde Cush-Drive rubberblokken in de achternaaf om de schokken
van de aandrijving op te vangen. Daarnaast leverde Enfield een eenvoudig
241cc ééncilinder damesmodelletje met een zeer lage instap.(zoals
onze 'opoe' fiets)
In het seizoen van 1912 had Enfield dus het volgende aanbod:
een 241cc 2,5 PK eencilinder,
de MotoSacoche V-twin van 344cc met 2,75 PK en de
JAP V-twin van 770cc met 6 PK in combinatie met het zijspan

1918/20 350cc JAP motor

1923 tweetakt model TS 223cc.
Dry Sump en Kickstarter:
Een jaar later werd de MotoSacoche zij-klepper V-twin vergroot tot 425cc
met nu
3 PK aan boord. Het smeersysteem van deze machine was zeer bijzonder: de
olie werd in een glazen cilinder achter de zadelstang bewaard en onder druk
naar het hoofdlager gepompt. Door de druk in het carter werd de olie weer
terug naar het glazen reservoir geperst. Deze machine is waarschijnlijk
de eerste motorfiets met dry-sump smering. Dit model bleef (met een onderbreking
tijdens de Eerste Wereldoorlog) tot circa 1923 in produktie. In 1913 kwam
nog een noviteit: alle modellen werden voorzien van een kickstarter.
350cc Zijklepper 1924
Tweetakt (1- & 3-cilinders !):
Enfield
zorgde in 1914 voor een verrassing door een motorfiets met een tweetakt
motor uit te brengen. Deze eerste (?) Engelse tweetakter had een cilinderinhoud
van 225 cc en een vermogen van 2,25 PK. Dit tweetakt- motortje zou een grote
toekomst tegemoet gaan. Daarnaast experimenteerde Enfield ook met een driecilinder
tweetaktmotor. Deze kwam echter (misschien mede door de Eerste Wereldoorlog)
nooit in produktie.
1914-1918, de eerste Wereldoorlog:
Tijdens de Eerste Wereldoorlog produceerde Enfield vrijwel alleen nog maar
zijspanmachines (JAP V-twin met een vermogen van 6 PK) voor het Engelse
leger en een enkele V-twin solomachine voor het Russische leger.
Na de eerste Wereldoorlog, Vier cilinders in lijn:
Na de Eerste Wereldoorlog bracht Enfield wederom de 6 PK zijspancombinatie
met JAP zijklepper V-twin en de 225cc tweetakter uit.Het bedrijf experimenteerde
daarnaast ook met een viercilindermotor met zijkleppen. Deze motor was uitgerust
met een drieversnellingsbak en bereikte moeiteloos een snelheid van 80 Km/h.
(?) Helaas waren de productiekosten te hoog om de motorfiets tegen eenacceptabele
prijs te verkopen en zo bleef het bij deze ene.
Een jaar later (1919) leverde Enfield weer het kleinere 425cc V-twin blok
van 3 PK met het bekende glazen oliereservoir. In 1921 werd de 770cc V-twin
JAP motor vervangen door een 976 cc , 8PK Wolseley V-twin motor.
In 1924 gebruikte Royal Enfield dit 8 PK sterke V-twin
VICKERS blok
van 1924 tot 1935: 350 en 500cc EENCILINDERS, VIERKLEPSKOPPEN en de EERSTE BULLETS
Enfield had echter al snel door dat er met V-twins en teetakten alleen
niet veel toekomst meer was. Daarom breidde het in 1924 haar bestaande motoren-aanbod
uit met een aantal nieuwe modellen. Het totale aanbod omvatte in 1924 acht
modellen:
vier versies met de 225cc tweetakter,
een nieuwe motorfiets met 350cc eencilinder JAP zijklep-motor,
een nieuwe motorfiets met 350cc eencilinder JAP kopklep-motor (de sportversie),
twee zijspanmodellen met de 976cc V-twin Wolseley zijklep-motor van 8 PK.
1926 350cc OHV

1927, 996cc zijklepper, model 182
1924: Remtrommel in het achterwiel.
Enfield leverde de nieuwe motorfietsen met een drieversnellingsbak,
een meerschijfskoppeling en een kickstarter van Sturmey-Archer (opgericht
door Frank Bowden (van de kabels)). Schakelen deed men bij deze modellen
nog met een handel aan de tank. Een andere noviteit was de in het achterwiel
opgenomen remtrommel. Enfield rustte haar 350cc kopklepper en de zijspanmodellen
met deze achterrem uit.
1927: Vierversnellingsbak, ingebouwde stoterstangen en een zadeltank.
In 1927 kwam Enfield met een nieuwe eencilinder, en wel een 500cc zijklepper
met een vierversnellingsbak. Een jaar later werd deze zijklepper omgeboud
tot kopklepper en kwamen de stoterstangen in kanalen in het cilinderblok
terecht. Het nieuwe model kreeg twee uitlaatbochten en twee dempers.
In 1928 bood Enfield ook een 225cc (viertakt) aan. Deze zijklepper was uitgerust
met een Sturmey-Archer drieversnellingsbak en een zadeltank. (zoals de huidige
tank, over de bovenste framebuis gemonteerd, inplaats van eronder). Onder
het zadel zat de olietank. (dus maar een vuldop op de "benzine" tank!).
De 976cc V-twin werd nu ookgeleverd met de vierversnellingsbak.
1928: Parallellogram voorvork, een nieuw frame en verchroomde tank.
De tot dan toe gebruikte voorvorken werden, voor zover al niet
gebeurd, vervangen door parallellogram-voorvork met vier zwenkarmen, een
centraal gelegen tonveer en wrijvingsschokdemping op de onderste twee zwenkarmen.
Ook het frame veranderde. De bovenste framebuis werd gedeeltelijk verlaagd
om zo het zadel lager te kunnen monteren.
1930: Sloper modellen, oliereservoir in het carter, dubbele oliepomp en
een vierklepper.
De vier luxe modellen 'F', 'G'. 'H' en 'J' kregen nu een in het
carter geintegreerd oliereservoir: de bekende bult voor de cilinder. Om
de olie van het carter terug te pompen in het reservoir kwam er een tweede
oliepomp bij. Beide oliepompen zaten op een as, die via een wormoverbrenging
werd aangedreven door de krukas.
De oliepompunit van de huidige Bullets stamt dus uit 1930 !
De modellen 'F', 'G'. 'H' en 'J' hadden nu een schuin naar voren
wijzende cilinder: de Sloper modellen.
Enfield bracht in dit zelfde jaar haar eerste vierklepper uit, het 448cc
tellende model 'JFL'. Twee jaar later verscheen een sportversie van dit
model: de 'LF Special' met in het cilinderblok geintegreerde kanalen voor
de stoterstangen, dubbele omhooggebogen uitlaten en voetschakeling.
In 1930 kwam ENfield ook met een 570cc zijklepper: model 'HL31'. Deze zijklepper
zou enkele jaren later - als een van de eersten - een aluminiumcilinder
krijgen. De nog steeds in produktie zijnde tweetakter (nu 250cc) werd grondig
vernieuwd en kreeg ook het nieuwe Enfield frame.
1930, 350cc kopklepper slopermodel
1932: Model 'Z' en model 'X'.
Enfield kwam in 1932 met twee nieuwe modellen. Het model 'Z' (oftewel de
Cycar) was geheel anders dan alle andere modellen. De Cycar had een frame
en een voorvork van geperst staalplaat en de 146cc tweetaktmotor was geheel
weggewerkt achter de beplating.
Enfields model 'X' had een vrijwel identieke motor als de Cycar: een 148cc
tweetakt.Ook de voorvork was van geperst staalplaat, het model had echter
een dubbel wiegframe van stalen buis.
1933: Dubbel wiegframe en de eerste BULLET versie.
Vanaf 1933 bracht Enfield het merendeel van haar motorfietsen (in navolging
van model 'X') uit met een dubbel wiegframe. Tegen meerprijs was op alle
modellen een vierversnellingsbak leverbaar.
De eerste Bullet-versies waren sportmodellen met 250,350 en 500cc kopklepmotoren.
De Bullets hadden dubbele - omhooggebogen - uitlaten met sigaarvormige dempers.De
Bullets waren uitgerust met de dry-sump smering (met de dubbele olipomp)
en een vierversnellingsbak, in plaats van een ketting, een tandwieltrien
van de nokkenas naar magneetas - achter de cilinder - en een verchroomde
tank.
De 500cc Bullet leek sterk op het model 'JF31' en had aanvankelijk een vierklepskop.
In 1935 verscheen deze Bullet als model 'LO' met een drieklepskop.
1934 Budget Bike, Model A225 tweetakt

van 1935 tot 1939: Weinig nieuws.
In de tweede helft van de dertiger jaren leverde Enfield al haar mootoren
met in het cilinderblok geintegreerde stoterstangkanalen.
Vanaf nu is dus het dekseltje aan de rechterkant van de cilinder gemeengoed...
Schrof je dit los dan kun je de stoterstangen op de juiste lengte afstellen.
Alle eencilinder viertaktmodellen kregen de dry-sump smering met de dubbele
olieepomp en dus het bekende timingdeksel.
Ondanks de crisitijd ontwikkelde Enfield nog een 500cc V-twin. Helaas waren
de produktiekosten te hoog voor een aantrekkelijk verkoopprijs en bleef
het bij bij dit prototype.
Succesvoller was de viertakt versie van de in 1933 uitgebrachte tweetakter
model 'X'. Het dubbele wiegframe met de voorvork van geperste staalplaat
kreeg ditmaal - om in een aantrekkelijke belastingcategorie te vallen -
een viertaktmotortje van 148cc. Uit dit model ontwikkelde Enfield later
het 248cc tellende model 'S'
1936: Van slopercilinders naar vertikale cilinders.
De 350cc kopklepper 'G' was in 1936 de start voor de oude vertouwde
cilinderpositie: van schuin nu weer recht overeind.
Enfield introduceerde voor dit model ook een nieuw frame met nog maar een dikke voorbuis en twee losse, onder aan de motor bevestigde framebuizen.
De 500cc drieklepper 'LO' uit 1935 was geen lang leven beschoren. Zij werd een jaar later vervangen door de Bullet 'JF' met vier kleppen en ditmaal een vertikale cilinder.
De 500cc Buyllet 'JS' bezat eveneens vier kleppen. Daarnaast leverde Enfield ook de 500cc-er model 'J' met een tweeklepskop en de 500cc-er zijklepper model 'H'.
Alleen de 148cc tweetakter model 'X' en de oude bekende 225cc tweetakter bezaten nog de schuin naar voren wijzende cilinders.
1935 Royal Enfiel 488cc 3-kleps Bullet. Een prachtig
stuk techniek doch slechts 1 jaar geproduceerd. Een jaar later verscheen
het potente 4-kleps blok.
1939: De laatste pre-war Enfields
Aan het einde van de dertiger jaren poetste Enfield het stof nog eenmaal
van haar modellen. Dit leverde weer een aantal luxe varianten. Bijvoorbeeld
de v-twins model 'K' en'KX' welke voornamelijk voor de Amerikaanse markt
bestemd waren.
In 1939 kopieerde Enfield van DKW de tweetakter 'RT 100',. De militaire
versie van dit tweetakt model 'RE' kreeg de bijnaam Flying Flea omdat zij
tijdens de Tweede Wereldoorlog uit geallieerde vliegtuigen werd gegooid.
Flying Flea (vliegende vlo 125cc tweetakt compleet in
krat, klaar om gedropt te worden.

Als afsluiting deze mooie vooroorlogse 570cc zijklepper van P.v.d. Putten.
Bewerkt door: Jeroen van der Linden.
Beeldmateriaal: RECN-Clubarchief.