Een NOOT van de schrijver:
A
ls onze oosterburen iets doen dan is dat meestal zeer grondig. Het tijdschrift "Markt, klassische Automobile & Motorräder" vormt op deze regel geen uitzondering. De nummers april en mei 1992 verslaan de geschiedenis van Royal Enfield. Als je beide nummers hebt doorgeworsteld dan heb je het gevoel alle van Royal Enfield af te weten. Of dat waar is weet ik niet maar één ding is mij wel duidelijk: de pre-war Enfields zijn veel leuker en spectaculairder dan wat daarna komt. Voor alle duidelijkheid pre-war betekent motorfietsen van vóór de Tweede Wereldoorlog en goed beschouwd zijn (bijna) alle grote ontwikkelingen van Enfield afkomstig van voor de (nee hè, niet alweer hoor ik de lezer al denken) Tweede Wereldoorlog. De telescoopvoorvork en de achtervering dateren van later, dat wil zeggen: ook deze stammen van voor de..., maar Enfield heeft ze pas daarna toegepast.
Enfield liep zeker niet, zoals bijvoorbeeld de illustere merken AJS, Vélocette en Vincent, voorop met allerlei exotische zaken. Alleen als het echt een verbetering inhield ....Enfield had reeds in 1912 de Cush-Drive toegepast. In het begin van de dertiger jaren bood Enfield al de dry-sump smering, een volledig gesloten in- & uitlaatklepbediening en een vierklepskop.

De typeaanduidingen zijn duister. Het doet vermoeden dat er op de directiekamer een dartbord met de vakjes A t/m Z hing. Hetzelfde geldt voor de bijna halfjaarlijkse modelwijzigingen. Alsof de productie van motorfietsonderdelen volledig willekeurig was en het onderdelen magazijn bij Enfield een grabbelton.

1892 tot 1900: The ENFIELD CYCLE COMPANY

En wel in Hunt End, onder de rook van Redditch.
Daar bedreven de gebroeders Townsend in de tweede helft van de vorige eeuw een naaldenfabriek. Toen rond die tijd in Engeland de fietsrage in alle hevigheid losbrak, besloten zij naast naalden ook fietsen te gaan produceren. Reeds na een paar jaar rolden complete fietsen uit de fabriekspoort. Dit was de laatste innovatie van de Townsends, in 1892 verkochten zij het bedrijf aan Albert Aedie en Bob Walker-Smith.
                                                                                                                      

Robert Walker-Smith



Aanvankelijk ging het bedrijf, nu onder de naam Eadie Manufacturing Company, onveranderd verder met de productie van fietsen en naalden.
Zo nu en dan produceerde het bedrijf ook onderdelen voor vuurwapens. Levering van vuurwapenonderdelen aan de Royal Ordonance Factory in Enfield, Middlesex, bracht het bedrijf op het idee om de naamsbekendheid van "Royal Enfield" uit te buiten.
De naam Royal Enfield verscheen rond 1893 als eerste op een serie fietsen. Tegelijkertijd werd een reclamecampagne opgezet onder het motto "Made Like a Gun". En omdat dit nog niet duidelijk genoeg was werd het kanon-logo geïntroduceerd.
Een paar jaar later veranderde het bedrijf haar naam in:
                      

       "The Enfield Cycle Company"






De Royal Enfield Fabrieken in de jaren veertig. Zomer 1995 bezochten enkele clubleden Redditch. Weliswaar heeft het terrein nog
de welluidende naam 'ENFIELD INDUDSTRIAL AREA' , maar van het oorspronkelijke fabriekscomplex is nog maar bar weinig over
                                                                                                 

1900 tot 1901: VIER- DRIE- en TWEEWIELERS
In de duistere jaren ronde de eeuwwisseling experimenteerden veel fietsfabrikanten met gemotoriseerde aandrijving, zo ook onze jonge helden in Hunt End. Dit motorgedoe vormde zelfs een welkome afwisseling want de fietsmarkt begon danig in te zakken als gevolg van een overproductie in Engeland en goedkope import uit Amerika.

Enfields eerste gemotoriseerde voertuig was een vierwieler. Het vehikel werd voortgestuwd door een 237cc De Dion Bouton motor, geplaatst achter de achteras. De bestuurder zat vlak voor de achterwielen, de passagier tussen de voorwielen. Enfield experimenteerde ook met driewielers. Het bedrijf toonde al deze creaties voor het eerst op een tentoonstelling in 1900: twee vierwielers en een driewieler alle voorzien van de 2,75 PK De Dion Bouton motor.


                               Het Dion Boutonmotortje van de Quadra Cycle, te zien en te horen in Beaulieu in Engeland.

.
In de laatste jaren voor de eeuwwisseling producerde Enfield deze
Quadra-Cycle met een watergekoelde 1-cilinder Dion de Bouton motor van 237cc                                           .

1901
In 1901 werd er nog een wiel verwijderd: de eerste Enfield motorfiets was een feit. Het broempje leek nog het meest op een SOLEX: de motor zat waar je nu de koplamp zou verwachten en een hele lange, gekruiste, riem liep vanaf de motor naar het achterwiel. De motor was een Minerva van 1,5 PK. En omdat er toen nog geen praatpalen bestonden kon je er ook nog mee fietsen. Een motor zo hoog boven op het frame vormt een wel zeer wankel geheel. Dit besefte het bedrijf ook en na een jaar zat de motor bij de nieuwe Enfields niet meer boven het voorwiel maar onder in het frame.
1901. De eerste Enfield (motor-)fiets met 1,5 PK Minerva blokje

 


1903: KETTINGAANDRIJVING
Het Enfield aanbod was in 1903 uitgegroeid tot drie fietsen  mete voortstuwing van eigen makelij,                                                   Een driewieler, de Enfield Autorette
waarvan twee met de motor onder in het frame. Het ene type was uitgerust met een 239 cc Enfield motor met riemaandrijving, de ander met een 277cc, 2,25 PK watergekoelde Enfield motor en had kettingaandrijving. Deze laatste motor werd af fabriek geleverd met een kijkglas voor de verbrandingsruimte. Het derde type met de motor van eigen makelij was de oude vertrouwde SOLEX. Enfield bood daarnaast ook nog twee fietsen aan met een Minerva motor: een 2,75 en een 3,5 PK. Beide met de motor onder in het frame en met riemaandrijving.


1905:
In 1905 beperkte Enfield de motorfietsproductie tot twee machines met een 277 cc motor uit eigen stal, één met ketting-aandrijving, de ander met riemaandrijving.




















1912, JAP motor 6 PK Big Twin
          

Van Hunt End naar Redditch
Deze chronologische opsomming van Enfield (motor-)fietsen begint saai te worden. Gelukkig zag het bedrijf dit zelf ook in en besloot zich rond 1903 te werpen op een grootschalige productie van automobielen. Quads en Trikes rolden naast de fietsen en motorfietsen uit de poorten in Hunt End. Omdat zich een overproductie op de motorfietsmarkt begon af te tekenen concentreerde Enfield zich meer op de productie van fietsen. En om dit fietsgebeuren helemaal groots op te zetten, werd speciaal hiervoor een bedrijfshal in Redditch in gebruik genomen. De automobielen werden voortaan in Hunt End door de Enfield Autocar Company geproduceerd. Helaas was deze onderneming in Hunt End geen lang leven beschoren. In 1908 werd de Enfield Autocar Company opgekocht door Alldays & Onions.


1000cc, 2 versnellingen voor het Russische leger.

 






1909 tot 1924: V-Twins, Zijspannen en Tweetakten

V-Twins, Versnellingsbakken en Cush-Drive: Onze helden van de Enfield Cycle Company besloten na het débacle van de Autocar Company een geheel nieuwe motorfiets te ontwerpen: op de Londense Stanley Show van 1909 werd de eerste Royal Enfield V-twin getoond. De motorfiets bezat een zijklepper MotoSacoche-motor van 297cc en een vermogen van 2,25 PK. Deze motorfiets werd de basis voor een nieuwe ontwikkeling van de Enfield Cycle Company: de V-twin met zijspan. Het 297cc werd al snel en vrolijk opgeboord: in 1910 mat het reeds 344cc en leverde het 2,75 PK. Deze V-twin leverde Enfield met een tweeversnellingsbak. In 1912 verschijnt een machine die toentertijd bijna als het synoniem voor Enfield gold: een zijspan met een 770cc zijklepper JAP V-twin motor met een vermogen van 6 PK. Deze motor bezat ook de tweeversnellingsbak en de gepatenteerde Cush-Drive rubberblokken in de achternaaf om de schokken van de aandrijving op te vangen. Daarnaast leverde Enfield een eenvoudig 241cc ééncilinder damesmodelletje met een zeer lage instap.(zoals onze 'opoe' fiets)

In het seizoen van 1912 had Enfield dus het volgende aanbod:
een 241cc 2,5 PK eencilinder,
de MotoSacoche V-twin van 344cc met 2,75 PK en de
JAP V-twin van 770cc met 6 PK in combinatie met het zijspan

1918/20 350cc JAP motor

 

 

 

 



1923 tweetakt model TS 223cc.

 

Dry Sump en Kickstarter:
Een jaar later werd de MotoSacoche zij-klepper V-twin vergroot tot 425cc met nu
3 PK aan boord. Het smeersysteem van deze machine was zeer bijzonder: de olie werd in een glazen cilinder achter de zadelstang bewaard en onder druk naar het hoofdlager gepompt. Door de druk in het carter werd de olie weer terug naar het glazen reservoir geperst. Deze machine is waarschijnlijk de eerste motorfiets met dry-sump smering. Dit model bleef (met een onderbreking tijdens de Eerste Wereldoorlog) tot circa 1923 in produktie. In 1913 kwam nog een noviteit: alle modellen werden voorzien van een kickstarter.

350cc Zijklepper 1924

 

 

 

 

 

 

 



Tweetakt (1- & 3-cilinders !):
 
Enfield zorgde in 1914 voor een verrassing door een motorfiets met een tweetakt motor uit te brengen. Deze eerste (?) Engelse tweetakter had een cilinderinhoud van 225 cc en een vermogen van 2,25 PK. Dit tweetakt- motortje zou een grote toekomst tegemoet gaan. Daarnaast experimenteerde Enfield ook met een driecilinder tweetaktmotor. Deze kwam echter (misschien mede door de Eerste Wereldoorlog) nooit in produktie.

1914-1918, de eerste Wereldoorlog:
Tijdens de Eerste Wereldoorlog produceerde Enfield vrijwel alleen nog maar zijspanmachines (JAP V-twin met een vermogen van 6 PK) voor het Engelse leger en een enkele V-twin solomachine voor het Russische leger.

Na de eerste Wereldoorlog, Vier cilinders in lijn:
Na de Eerste Wereldoorlog bracht Enfield wederom de 6 PK zijspancombinatie met JAP zijklepper V-twin en de 225cc tweetakter uit.Het bedrijf experimenteerde daarnaast ook met een viercilindermotor met zijkleppen. Deze motor was uitgerust met een drieversnellingsbak en bereikte moeiteloos een snelheid van 80 Km/h. (?) Helaas waren de productiekosten te hoog om de motorfiets tegen eenacceptabele prijs te verkopen en zo bleef het bij deze ene.
Een jaar later (1919) leverde Enfield weer het kleinere 425cc V-twin blok van 3 PK met het bekende glazen oliereservoir. In 1921 werd de 770cc V-twin JAP motor vervangen door een 976 cc , 8PK Wolseley V-twin motor.
In 1924 gebruikte Royal Enfield dit 8 PK sterke V-twin VICKERS blok

van 1924 tot 1935: 350 en 500cc EENCILINDERS, VIERKLEPSKOPPEN en de EERSTE BULLETS

Enfield had echter al snel door dat er met V-twins en teetakten alleen niet veel toekomst meer was. Daarom breidde het in 1924 haar bestaande motoren-aanbod uit met een aantal nieuwe modellen. Het totale aanbod omvatte in 1924 acht modellen:

vier versies met de 225cc tweetakter,
een nieuwe motorfiets met 350cc eencilinder JAP zijklep-motor,
een nieuwe motorfiets met 350cc eencilinder JAP kopklep-motor (de sportversie),
twee zijspanmodellen met de 976cc V-twin Wolseley zijklep-motor van 8 PK.

 

 

1926 350cc OHV


1927, 996cc zijklepper, model 182

 

 

 

 

 



 

1924: Remtrommel in het achterwiel.
Enfield leverde de nieuwe motorfietsen met een drieversnellingsbak, een meerschijfskoppeling en een kickstarter van Sturmey-Archer (opgericht door Frank Bowden (van de kabels)). Schakelen deed men bij deze modellen nog met een handel aan de tank. Een andere noviteit was de in het achterwiel opgenomen remtrommel. Enfield rustte haar 350cc kopklepper en de zijspanmodellen met deze achterrem uit.

1927: Vierversnellingsbak, ingebouwde stoterstangen en een zadeltank.
In 1927 kwam Enfield met een nieuwe eencilinder, en wel een 500cc zijklepper met een vierversnellingsbak. Een jaar later werd deze zijklepper omgeboud tot kopklepper en kwamen de stoterstangen in kanalen in het cilinderblok terecht. Het nieuwe model kreeg twee uitlaatbochten en twee dempers.
In 1928 bood Enfield ook een 225cc (viertakt) aan. Deze zijklepper was uitgerust met een Sturmey-Archer drieversnellingsbak en een zadeltank. (zoals de huidige tank, over de bovenste framebuis gemonteerd, inplaats van eronder). Onder het zadel zat de olietank. (dus maar een vuldop op de "benzine" tank!).
De 976cc V-twin werd nu ookgeleverd met de vierversnellingsbak.

1928: Parallellogram voorvork, een nieuw frame en verchroomde tank.
De tot dan toe gebruikte voorvorken werden, voor zover al niet gebeurd, vervangen door parallellogram-voorvork met vier zwenkarmen, een centraal gelegen tonveer en wrijvingsschokdemping op de onderste twee zwenkarmen.
Ook het frame veranderde. De bovenste framebuis werd gedeeltelijk verlaagd om zo het zadel lager te kunnen monteren.

1930: Sloper modellen, oliereservoir in het carter, dubbele oliepomp en een vierklepper.
De vier luxe modellen 'F', 'G'. 'H' en 'J' kregen nu een in het carter geintegreerd oliereservoir: de bekende bult voor de cilinder. Om de olie van het carter terug te pompen in het reservoir kwam er een tweede oliepomp bij. Beide oliepompen zaten op een as, die via een wormoverbrenging werd aangedreven door de krukas.
De oliepompunit van de huidige Bullets stamt dus uit 1930 !

De modellen 'F', 'G'. 'H' en 'J'  hadden nu een schuin naar voren wijzende cilinder: de Sloper modellen.
Enfield bracht in dit zelfde jaar haar eerste vierklepper uit, het 448cc tellende model 'JFL'. Twee jaar later verscheen een sportversie van dit model: de 'LF Special' met in het cilinderblok geintegreerde kanalen voor de stoterstangen, dubbele omhooggebogen uitlaten en voetschakeling.
In 1930 kwam ENfield ook met een 570cc zijklepper: model 'HL31'. Deze zijklepper zou enkele jaren later - als een van de eersten - een aluminiumcilinder krijgen. De nog steeds in produktie zijnde tweetakter (nu 250cc) werd grondig vernieuwd en kreeg ook het nieuwe Enfield frame.

1930, 350cc kopklepper slopermodel

1932: Model 'Z' en model 'X'.
Enfield kwam in 1932 met twee nieuwe modellen. Het model 'Z' (oftewel de Cycar) was geheel anders dan alle andere modellen. De Cycar had een frame en een voorvork van geperst staalplaat en de 146cc tweetaktmotor was geheel weggewerkt achter de beplating.
Enfields model 'X' had een vrijwel identieke motor als de Cycar: een 148cc tweetakt.Ook de voorvork was van geperst staalplaat, het model had echter een dubbel wiegframe van stalen buis.

1933: Dubbel wiegframe en de eerste BULLET versie.

Vanaf 1933 bracht Enfield het merendeel van haar motorfietsen (in navolging van model 'X') uit met een dubbel wiegframe. Tegen meerprijs was op alle modellen een vierversnellingsbak leverbaar.
De eerste Bullet-versies waren sportmodellen met 250,350 en 500cc kopklepmotoren. De Bullets hadden dubbele - omhooggebogen - uitlaten met sigaarvormige dempers.De Bullets waren uitgerust met de dry-sump smering (met de dubbele olipomp) en een vierversnellingsbak, in plaats van een ketting, een tandwieltrien van de nokkenas naar magneetas - achter de cilinder - en een verchroomde tank.


De 500cc Bullet leek sterk op het model 'JF31' en had aanvankelijk een vierklepskop.
In 1935 verscheen deze Bullet als model 'LO' met een drieklepskop.


1934 Budget Bike, Model A225 tweetakt

 

van 1935 tot 1939: Weinig nieuws.

In de tweede helft van de dertiger jaren leverde Enfield al haar mootoren met in het cilinderblok geintegreerde stoterstangkanalen.
Vanaf nu is dus het dekseltje aan de rechterkant van de cilinder gemeengoed... Schrof je dit los dan kun je de stoterstangen op de juiste lengte afstellen. Alle eencilinder viertaktmodellen kregen de dry-sump smering met de dubbele olieepomp en dus het bekende timingdeksel.
Ondanks de crisitijd ontwikkelde Enfield nog een 500cc V-twin. Helaas waren de produktiekosten te hoog voor een aantrekkelijk verkoopprijs en bleef het bij bij dit prototype.

Succesvoller was de viertakt versie van de in 1933 uitgebrachte tweetakter model 'X'. Het dubbele wiegframe met de voorvork van geperste staalplaat kreeg ditmaal - om in een aantrekkelijke belastingcategorie te vallen - een viertaktmotortje van 148cc. Uit dit model ontwikkelde Enfield later het 248cc tellende model 'S'

1936: Van slopercilinders naar vertikale cilinders.     
De 350cc kopklepper 'G' was in 1936 de start voor de oude vertouwde cilinderpositie: van schuin nu weer recht overeind.
Enfield introduceerde voor dit model ook een nieuw frame met nog maar een dikke voorbuis en twee losse, onder aan de motor bevestigde framebuizen.
De 500cc drieklepper 'LO' uit 1935 was geen lang leven beschoren. Zij werd een jaar later vervangen door de Bullet 'JF' met vier kleppen en ditmaal een vertikale cilinder.
De 500cc Buyllet 'JS' bezat eveneens vier kleppen. Daarnaast leverde Enfield ook de 500cc-er model 'J' met een tweeklepskop en de 500cc-er zijklepper model 'H'.
Alleen de 148cc tweetakter model 'X' en de oude bekende 225cc tweetakter bezaten nog de schuin naar voren wijzende cilinders.



1935 Royal Enfiel 488cc 3-kleps Bullet. Een prachtig stuk techniek doch slechts 1 jaar geproduceerd. Een jaar later verscheen het potente 4-kleps blok.

1939: De laatste pre-war Enfields
Aan het einde van de dertiger jaren poetste Enfield het stof nog eenmaal van haar modellen. Dit leverde weer een aantal luxe varianten. Bijvoorbeeld de v-twins model 'K' en'KX' welke voornamelijk voor de Amerikaanse markt bestemd waren.
In 1939 kopieerde Enfield van DKW de tweetakter 'RT 100',. De militaire versie van dit tweetakt model 'RE' kreeg de bijnaam Flying Flea omdat zij tijdens de Tweede Wereldoorlog uit geallieerde vliegtuigen werd gegooid.

Flying Flea (vliegende vlo 125cc tweetakt compleet in krat, klaar om gedropt te worden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Als afsluiting deze mooie vooroorlogse 570cc zijklepper van P.v.d. Putten.

Bewerkt door: Jeroen van der Linden.
Beeldmateriaal: RECN-Clubarchief.