Prostaatkanker Artikelen

Gentherapie bij prostaatkanker.

 

Bron: Erasmus MC - MONITOR okt/nov/dec 2005

tekst: Joop van de Leemput

 

Afweercellen extra getraind.

 

Als eerste medisch centrum in Europa introduceerde Erasmus MC een programma voor gentherapie tegen prostaatkanker. Doel hiervan is om prostaatcellen hun eigen medicijn te laten aanmaken. Daarmee kun­nen afweercellen extra getraind worden.

 

MEDICIJN? MINICIJN

Prof. Chris Bangma, hoofd Urologie in Erasmus MC, haalde in zijn oratie (=eerste openbare les bij de aanvaarding van het ambt) juni 2002 een fraaie verspreking van zijn dochtertje aan. Zij sprak over ‘mini­cijn’. Eigenlijk is dat een fraaie omschrij­ving van gentherapie tegen prostaat­kanker. Die therapie zal namelijk alleen z’n werking uitoefenen op de juiste plek. Elders in het lichaam wordt geen schade aangericht.

 

Het klinkt eenvoudig: ieder mens heeft een afweersys­teem. De  afweercellen zijn tot veel in staat, maar niet tot alles. Bij moeilijke opdrach­ten moeten ze eerst worden gemani­puleerd, zeg maar: ‘getraind’. Neem prostaatkanker. Afweercellen moet worden geleerd om kankercellen te herkennen en om te leggen. Nu kun­nen ze dat nog niet, of onvoldoende. Gentherapie kan een methode zijn om afweercellen hiertoe te bekwamen.

 

Mobiliseren

Voor het trainen van de afweercellen hanteren onderzoekers allerlei ter­men. De een zegt ‘prikkelen’, de ander ‘manipuleren’ of ‘mobiliseren’. Het komt op hetzelfde neer: probeer een methode te vinden waardoor ze slim­mer worden; zorg dat ze de prostaat­kankercellen én herkennen én aanval­len én uitschakelen.

 

Wormpjes en maïs

Prof. Chris Bangma vindt het fascine­rend dat de mens met wat extra hulp (de gentherapie) z’n eigen ‘geneesmid­del’ kan aanmaken: “Voor het eerst zijn we in staat om genetisch materiaal in de mens te veranderen. De weg daartoe is zo’n 25 jaar geleden begon­nen in laboratoria. Eerst is ervaring opgedaan met lagere levensvormen, zoals wormpjes, en bijvoorbeeld mais. In de landbouw hebben ze overigens al eeuwen ervaring met het veredelen van planten. Maar nu kan het in de mens - en nog snel ook.”

 

Toch is er nog een lange weg te gaan voordat prostaatkanker, een van de meest voorkomende vormen van kan­ker, met gentherapie kan worden genezen. Pas over tientallen jaren zal er een kant-en-klaar eindproduct zijn, verwacht hij. Hiermee bedoelt hij: de arts spuit een gemanipuleerd middel in de bloedbaan waarmee verbeterde afweercellen de prostaattumor te lijf gaan.

 

Licht griepje

Gentherapie bij prostaatkanker wordt nu alleen nog uitgevoerd als experi­mentele behandeling. Binnen Europa heeft Rotterdam (Erasmus MC) er de meeste ervaring mee opgedaan. Fase 1 is daar inmiddels achter de rug. Die heeft duidelijk gemaakt dat deze vorm van gentherapie bij prostaatkanker amper bijwerkingen heeft. De ergste zijn lichte griepverschijnselen. Nu is het tijd voor fase 2: werkt de genthe­rapie goed (effectiviteit)?

 

PSA daalt

Onder de microscoop is in Erasmus MC al vastgesteld dat het afweerme­chanisme dankzij de gentherapie op gang komt. Dit na verwijdering van de prostaat. En in de Verenigde Staten en Mexico is gebleken dat bij patiënten met terugkerende prostaatkanker na bestraling (van wie de prostaat niet hoefde te worden verwijderd), de PSA-waarde daalt na de gentherapie. Een gunstig teken? “Ja,” bevestigt prof. Bangrna, er gebeurt iets. Maar dat zegt noch niet alles. Elke patiënt weet dat de dokter blij is als PSA een lage waarde heeft. Maar het is bedrieglijk. Vergelijk het met een thermometer: als die op ~2”C staat, hebben we mooi weer. Maar onderzoekers willen we­ten: is het zonnig? Regent het? Ver­wachten we onweer? Een gedaalde PSA-waarde zegt niet alles. Misschien is een deel van de kankercellen inder­daad kapot gegaan, maar overleeft een ander, veel agressiever deel.”

 

Wat is een struikelblok bij deze schijnbaar zo eenvoudige gen-therapie?

Prof. Bangma: “Het is technisch moei­lijk om aan te tonen dat de geprikkel­de afweercellen de prostaatkankercel­len daadwerkelijk aanvallen. Dat de immuunstimulerende stof die we inspuiten de cel binnendringt, is aan­getoond. En dat in de mens de juiste producten worden gemaakt, is ook bewezen Maar dat afweercellen dank­zij de gentherapie ‘geleerd hebben om kankercellen te doden, dat is veel moeilijker te zien.”

 

Wat zijn de volgende stappen bij gentherapie tegen prostaatkanker?

“Als we erin slagen er een veilige en effectieve therapie van te maken, zal de eerste stap zijn: ondersteuning bij de hoofdtherapie. De hoofdtherapie is meestal bestraling. De gentherapie kan gebruikt worden bij patiënten die onvoldoende baat hadden bij de bestraling. Een tweede stap kan zijn dat de gentherapie als ondersteuning wordt gebruikt van de operatie van prostaatkanker. Daarna komt mis­schien inzicht dat gentherapie wordt benut bij het maken van een vaccin tegen prostaatkanker. Pas daarna ver­wacht ik dat gentherapie een soort chemotherapie wordt: je spuit de immuunstimulerende stof in en de getrainde afweercellen doden de pro­staatkankercellen.”

 

‘Afweercellen trainen’ klinkt een­voudig, maar de uitwerking vergt tientallen jaren?

“Ja. Dat heeft ook te maken met de veiligheid die nodig is. Gentherapie tegen prostaatkanker is zo complex dat het alleen in een groot, acade­misch centrum kan plaatsvinden. Wij kunnen het als afdeling Urologie niet alleen uitvoeren; je hebt echt onder­steuning uit andere vakgebieden nodig, bijvoorbeeld de immunologie, virologie en de apotheek. De jaren van onderzoek zijn nodig om de therapie veilig te maken en verder te verbete­ren. Ik ga er bijvoorbeeld van uit dat de ‘vrachtwagentjes’ die we nu gebrui­ken om de immuunstimulerende stof cytokine naar de tumor te transporte­ren binnen afzienbare tijd veel beter ontwikkeld zullen zijn. En ook dat de afweercellen in de toekomst veel beter in staat zullen zijn om de prostaatkan­kercellen te herkennen.”

 

 

MISSIE: ZOEK

DE VERSCHILLEN

 

Vraag: wat moeten afweercellen via gen-therapie nu precies bijleren? Antwoord: hun vermogen tot herkennen dient te worden verbeterd. Prostaat­kankercellen gedragen zich anders dan gezonde cellen. Het is van groot belang dat afweercellen dit afwijkende gedrag signa­leren, anders vallen ze ook gezonde cellen aan, wat uiteraard niet de bedoeling is.

 

 

ADENO FAVORIETE ‘VRACHTWAGEN’

 

Bij bepaalde vormen van gentherapie worden afweercellen getraind om kankercellen te her­kennen en doden. Om dit te bereiken wordt een immuunstimulerende stof in de patiënt gespo­ten. Dit stofje heeft echter een ‘vrachtwagen’ nodig om door het lichaam naar de juiste plek te kunnen rijden. Zo’n vrachtwagen heet een vector.

Een favoriete vrachtwagen is op dit moment het adeno-virus. Dit is een bekend verkoud­heidsvirus, dat vooraf ‘mank’ wordt gemaakt, zodat de patiënt geen verkoudheid kan oplopen. De voordelen van het adeno-virus als transportmiddel zijn:

Het is een menselijk virus; minder risico dan een dierlijk virus

Het is een makkelijk te manipuleren virus

Het is uiterst bekwaam om bepaalde cellen binnen te dringen

Het is maar tijdelijk in het lichaam aanwezig

Het veroorzaakt geen permanente veranderingen in de cellen

  Ondanks deze voordelen is de verwachting dat het adeno-virus zal worden verdrongen door een nog beter transportmiddel, bijvoorbeeld vetbolletjes. Een nadeel van adeno is namelijk dat het lichaam er zo bekend mee is. Mensen hebben er al antistoffen tegen of kunnen die mak­kelijk aanmaken.