Kunnen voedingsstoffen kanker remmen?
Door drs. A.J.
Houtsmuller, internist bd.
Algemeen wordt aangenomen dat
gezonde voeding het optreden van kanker kan remmen. Het Koningin Wilhelminafonds
(KWF) bracht in 1997 de uitgave ‘Bordje Gezond’ uit, waarin staat dat dagelijks
gebruik van 200 g groente en 200 g fruit tussen de 6,5 en 27% van nieuwe kankervormen
kan voorkomen. Door de meeste Nederlandse oncologen wordt het echter onmogelijk
geacht dat voedingsstoffen reeds ontstane kanker zouden kunnen remmen, laat
staan vernietigen.
De biochemicus M. Sluyser
verwoordde dit standpunt in ‘De Telegraaf’ van 3 april 1999, waarin hij stelde
dat kankercellen dezelfde voedingsstoffen gebruiken als normale cellen, maar
omdat hun DNA definitief beschadigd is, zijn volgens hem kankercellen te
vergelijken met een auto waarvan de motor defect is geraakt. “Die kun je toch
ook niet repareren door er gezonde benzine in te gieten”?
Sluyser maakt hier echter
twee denkfouten:
·
Het is juist dat
kankercellen dezelfde voedingsstoffen aangeboden krijgen als normale cellen,
maar niet dat zij deze op dezelfde wijze gebruiken. Door een meestal manifest
tekort aan zuurstof kunnen kankercellen glucose niet verbranden, maar worden
zij gedwongen terug te schakelen op glucose (vergisting), hetgeen 18 maal zo
weinig energie oplevert. Om deze glycolyse maximaal te laten verlopen gebruiken
kankercellen naast het hexokinase het enzym glucokinase, dat normaal slechts in
de lever en in de bètacellen van de alvleesklier wordt aangetroffen (ref.1).
De kankercelmotor is dus nietdefect, maar blijkt zelf zelfs een supermotor te
zijn.
·
De tweede denkfout van
Sluyser is het idee dat stoffen uit voeding onmogelijk kankercellen zouden kunnen
remmen of zelfs vernietigen. Wonderlijk genoeg vindt hij het vanzelfsprekend
dat stoffen uit sommige planten deze eigenschappen wel bezitten, met
voorbeelden uit de chemotherapie, zoals taxol, adramycine, vincristine etc.,
maar dat stoffen uit voeding (waaronder uit planten!) dezelfde eigenschappen
zouden kunnen bezitten, is in zijn gedachtenwereld absurd.
Toch is een zeer sterke
kankerremmer de 7-koolstofsuiker mannoheptulose uit avocado’s, die een specifieke
remmer blijkt te zijn van het glucokinase (ref. 1,2). Zo zijn
er momenteel reeds een dertigtal kankerremmers uit fruit, maar vooral uit
groenten, zoals koolsoorten en speciaal broccoli geïsoleerd die kunnen worden
ingezet in de strijd tegen kanker. Het voordeel van deze voedingsstoffen (de
non-nutrients van Wattenberg, USA (ref.3)), ook wel
bioactieve componenten genoemd, is dat zij niet of nauwelijks bijwerkingen
vertonen.
De meest bekende hiervan
zijn genisteïne en daidzeïne uit soja, waarover honderden publicaties het licht
zagen. Deze stoffen remmen de kankercel selectief, zij remmen tyrosine-proteïne
kinasen, topo-isomerasen, proteïne-histidine kinase, blokkeren type II
oestrogeen-bindingsplaatsen, blokkeren de epidermal-growth-factor
receptor (EGF-receptor) en de plateletderived growth-factor receptor
(PDG-receptor), remmen ornithine decarboxylase, de S-6-kinase, aromatase,
remmen de neo-angiogenese van maligne tumoren etc. Een ander voorbeeld is
quercetine uit vooral grapefruit dat onder andere de apoptose van kankercellen
bevordert en de lactaat-uitsluizing uit maligne cellen blokkeert. Het remt
verder de lipoxygenase in de arachidonzuur cascade, blokkeert K+-kanalen
in maligne cellen etc.
Een derde overtuigend
voorbeeld is het flavopereirine uit de Brazilliaanse plant pao-pareira dat zich
selectief aan kankercel-DNA bindt; de DNA-synthese maar ook de
DNA-RNA-transcriptie worden zo geblokkeerd. De ontdekker hiervan was prof.
Beljanski, hoofd biochemie van het instituut Pasteur (ref.4).
Recent is de werking van
resveratrol uit druiven uitvoerig beschreven door Wiegant en Jansen (ref.5)
en Jang et al (ref. 6) . Volgens hen beschermt resveratrol planten
tegen schimmelinfecties en heeft het een veelheid aan werkingsmechanismen: het
heeft een anti-oxidant- en antimutagene werking, is een remmer van het cytochroom
P450-systeem, remt de cyclo-oxygenase in de arachidonzuurcyclus, veroorzaakt
apoptose via activering van het P53-eiwit, bevordert de differentiatie van
ontregelde cellen, beschermt tegen lipide peroxidatie, stimuleert de
differentiatie van osteoblasten, stimuleert MAP-kinases etc.
Andere interessante
voorbeelden van kankerremmers zijn iso-thiocyanaten, lycopeen,
epigallocatechine, de curcuminoïden, polygonum cuspidatum, d-limoneen,
s-allylmercaptocysteïne, KSM-itake etc. etc.
Een voortreffelijk overzicht
van antimutagene en anticarcinogene verbindingen in planten verscheen van de
hand van dr. M. Baas, Utrecht (ref. 7), terwijl Wattenberg (ref.
3) eerder een indeling maakte in blocking agents, die ervoor
zorgen dat carcinogene stoffen het doelorgaan, het celkern-DNA, niet kunnen
bereiken en suppressing agents die verhinderen dat reeds ontstane
kankercellen zich verder kunnen vermenigvuldigen.
Veel van bovengenoemde
verbindingen worden beschreven in ‘Nutricional Oncology’ (Academic Press 1999,
onder redactie van D. Heber, Los Angeles, G.L. Blackburn, Harvard, Boston, L.W.
Go, eveneens Los Angeles en A.C. Block, Memorial Sloan-Kettering Cancer Center,
New York), een uitgave waaraan 78 vooraanstaande wetenschappers uit de
Verenigde Staten meewerkten. Hierin wordt niet alleen bevestigd dat met name
groenten en fruit kanker kunnen voorkómen, maar ook reeds ontstane kankervormen
en hun metastasen kunnen remmen (Jigo (ref. 8), Rose (ref.9)).
De vraag of voedingsstoffen kankergroei
kunnen remmen kan dus met een volmondig ja worden beantwoord.)
Referenties
1.
Board H, Colquhoun A, Newsholme EA: ‘High K m
glucose-phosphorylating (glucokinase) activities in a range of tumor cel lines
and inhibition of rates of tumor growth by the specific enzyme inhibitior
mannoheptulose’; Cancer Res. 55:3278-3285, 1995.
2.
Coore HG, Randle FJ: ‘Inhibition of
glucose-phosforylation by mannoheptulose’; Biochem J. 91:56-59, 1964.
3.
Wattenberg L, Lipkin M, Bonne ChW, Kelloff GJ: ‘Cancer
chemoprevention’; C.R.C. Press, 1992.
4.
Beljanski M, Crochet S: ‘The selective anticancer agents
PB-100 and BG-8 are active against human melanoma cells but do not affect non
malignant fibroblasts’; Intern. J. Oncol. 8:1143-1148, 1996.
5.
Wiegant FAC, Jansen CM: ‘Nutraceutica,
voedingssupplementen en ‘functional foods’: de rol van plantenstoffen’;
Ned. Tijdschr. Fytotherapie 13.1.4-11,2000.
6.
Jang M, Cai Udeani GO, Slowing KV, Thomas CF, Beecher CWW,
Fong HAS, Franswordth NR, Kinghorn AD, Mehta RG, Moon RC, Pezzuto JM: ‘Cancer
chemopreventive activity of resveratrol, a natural product derived from grapes’;
Science 275:218-220, 1997.
7.
Baas M: ‘Thesis Farmacie, Universiteit Utrecht’; Arts
en apotheker 3:16-20,1998.
8.
Jigo M, Natrgawa I, Ishikawa C, Iwahore Y, Asamoto M,
Yasawak, Araki E: ‘Metastasis to the lung’; Br.J.Cancer 75:650-655, 1997
9.
Rose DP csa: ‘Dietary fatty acids and cancer’;
Am.J.Clin.Nutr.66 (suppl):9985S-1003S, 1997.
Uit
‘De Orthomoleculaire Koerier 84’ van oktober 2000.