Prostaatkanker Artikelen

Meer mannen sterven mèt dan door prostaatkanker.

Door drs. Jan Paalman.

 

Kanker aan de prostaat is, na longkanker, bij mannen de meest voorkomende kanker. Per jaar wordt de ziekte (volgens cijfers uit 1990) bij 4000 mannen vastgesteld en 2000 mannen gaan er per jaar aan dood. Nu zou je denken dat dokters het roerend met elkaar eens zijn om prostaatkanker zo snel mogelijk op te sporen en te behandelen. Want hoe eerder je er bij bent, hoe beter de vooruitzichten. Niets is minder waar.

 

Over het nut van het vroegtijdig opsporen en snel behandelen van prostaatkanker bestaat een voortdurende ‘medische controverse’, een felle discussie tussen voor- en tegenstanders. Een bevolkingsonderzoek naar een bepaalde ziekte moet namelijk aan een aantal voorwaarden voldoen. Op de eerste plaats moet er een eenvoudige en vooral betrouwbare test zijn om de ziekte op te sporen. Een bevolkingsonderzoek naar longkanker bijvoorbeeld valt dan onmiddellijk af, want die tumor groeit zo snel dat iedereen zich bij wijze van spreken tien maal per jaar zou moeten laten onderzoeken. Een beruchte moeilijkheid is dat geen enkele test honderd procent betrouwbaar is: altijd zal een aantal mensen ten onrechte worden gerustgesteld en anderen ten onrechte niet.

 

Onnodige angst

Dit probleem speelt met name bij het bevolkingsonderzoek naar relatief zeldzame ziekten zoals baarmoederhalskanker. Gerda Feijen, huisarts en onderzoeker in het Academisch Ziekenhuis van Maastricht, rekende in 1990 voor dat, als alle vrouwen boven de 25 elk jaar een uitstrijkje zouden laten maken, twintig- tot veertigduizend vrouwen ten onrechte te horen krijgen dat ze mogelijk een voorstadium van deze weinig voorkomende kanker hebben. De ten onrechte veroorzaakte angst voor kanker is dan ook een nadelig effect van zo’n onderzoek.

 

Tenslotte moet er een effectieve therapie bestaan. Want het zou aan geestelijke wreedheid grenzen om eerst een ziekte op te sporen en dan tegen de patiënt te zeggen: maar we kunnen er helaas niets tegen doen. Welnu, een simpele, waterdichte test om prostaatkanker op te sporen ontbreekt. De prostaat is een klier ter grootte van een kastanje die de urineleider als een manchet omgeeft, daar waar die de blaas verlaat op weg naar buiten. Bij voldoende zwelling van de prostaat wordt de urineweg afgeknepen met blijvend moeizaam plassen en nadruppelen tot gevolg. Bijna altijd is dat goedaardig, soms kwaadaardig.

 

Niet waterdicht

Nu zijn er drie manieren om routinematig prostaatkanker op te sporen: 1. het rectaal toucher, 2. het meten van prostaat specifiek antigeen in het bloed, (PSA-test) en 3. een echo van de prostaat. Het rectaal betasten van prostaat kan tussen die goedaardige en kwaadaardige vorm niet altijd een goed onderscheid maken, en bovendien worden nogal wat kwaadaardige tumoren gemist.Ook het meten van het PSA is geen waterdichte test, net zo min als de echo. ‘Het gebruik van iedere test op zich zou leiden tot veel onterechte ongerustheid en nodeloze prostaatbiopsieën’, schreef de Rotterdamse uroloog prof. Frits Schröder vorig jaar in de British Medical Journal, en ‘ongelukkig genoeg kennen we ook niet de betrouwbaarheid als de drie testen tegelijkertijd worden uitgevoerd.’

 

De operatie van een niet uitgezaaide tumor is niet niks: het sterftecijfer is 1 procent. Vier procent van de patiënten tussen de 65 en 69 jaar krijgt problemen met zijn hart. Bij 34 procent volgt impotentie en 4 procent wordt incontinent. Als de verschijnselen van prostaatkanker zich manifesteren, dan is de ziekte in de helft van de gevallen uitgezaaid en niet meer met een operatie te stoppen. Dus zou je zeggen, moet je er eerder bij zijn. Maar ook bij een vroeg opgespoorde en nog te opereren prostaatkanker is niet duidelijk of opereren beter is dan afwachten. Dat komt omdat de tumor meestal zeer traag groeit en vooral voorkomt op gevorderde leeftijd. Dat heeft tot gevolg dat meer mensen dood gaan met prostaatkanker dan door prostaatkanker.

‘Als alle kankers die bij sectie worden ontdekt bij leven waren behandeld, dan zouden 26 van de 27 patiënten onnodig zijn behandeld’, schreef prof. Schröder. ‘De kunst is nu om de poesjes van de tijgers te onderscheiden en de agressieve tumoren te identificeren.’

Dit, en de bruikbaarheid van de drie testen, wordt nu in Rotterdam uitgezocht in samenwerking met medische centra in Antwerpen, Newport, Milaan, Madrid en Lissabon. Het zal minstens tien jaar duren voordat dit onderzoek een Salomonsoordeel zal kunnen vellen, en tot zolang zit de medische wereld met een medisch probleem.

En wij ook.

 

Bron: De Limburger, 12-11-‘94.