Prostaatkanker Artikelen

PSA-gehalte en prostaat.

 

‘De kennis omtrent de prostaat staat nog enigszins in de kinderschoenen.’

 

Ik ben een man van 42 jaar en goed gezond. In een Amerikaans blad las ik dat het raadzaam is voor mannen boven de 40, als er veel prostaatkanker in de familie voorkomt, een routineonderzoek naar het PSA-gehalte in hun bloed te laten doen. Hoewel ik geen symptomen heb bleek mijn PSA op 7,1 te liggen. Dat was schrikken, want normaal moet het onder de 4 zijn.

Er zijn toen stukjes van mijn prostaat weggehaald en onderzocht op kankercellen. Gelukkig bleken deze afwezig: het bloedonderzoek is drie maanden later herhaald. Daarbij bleek het PSA nog steeds op 7,1. Ik heb begrepen dat de kennis van de prostaat nog in de kinderschoenen staat. Ik heb, ondermeer via internet, zoveel mogelijk informatie ingewonnen. Daarbij bleek dat een hoog PSA ook bij een goedaardige prostaatvergrotingkan voorkomen.

Nu vraag ik mij af, is mijn situatie een voorloper van prostaatkanker of kun je honderd worden met een vergrote prostaat zonder dat het over gaat in iets kwaadaardigs? Wat kan de reden zijn van het verhoogd PSA? Familieachtergrond, levensstijl, verkeerd eten? En kan een goedaardige prostaatvergroting slechts tijdelijk zijn en vanzelf weer verdwijnen?’

 

‘Het PSA, of voluit Prostaat Specifiek Antigeen, is een eiwit dat normaal in geringe mate in het bloed aanwezig is. Het wordt gevormd in het klierweefsel van de prostaat en het heeft een enzymwerking. Dat betekent dat het andere eiwitten kan splitsen. Het feit dat het PSA een functie heeft betekent dat het zowel in een gezonde als in een zieke prostaat gevormd wordt. Het is waarschijnlijk een maat voor activiteit van bepaalde delen van het prostaatweefsel, maar het is nog niet duidelijk waardoor de verschillende waarden worden veroorzaakt.

Wel is duidelijk dat met het ouder worden het PSA-gehalte in het bloed kan stijgen zonder dat er verdere afwijkingen aan de prostaat gevonden worden. Het PSA werd in 1971 ontdekt in de zaadvloeistof. De meting van dit eiwit werd aanvankelijk gebruikt om spermasporen aan te tonen. Acht jaar later werd het bloedserum gevonden. En al ras werd duidelijk dat bij prostaatkanker een verhoogd PSA optreedt.

Maar spoedig bleek ook dat niet bij alle vormen van prostaatkanker het PSA verhoogd was. Wel is het PSA een gevoelige  maat voor de voortgang van het proces en voor een eventueel succes van de behandeling. Groeit de tumor dan neemt het PSA-gehalte in het bloed toe. Slinkt de tumor door de behandeling dan neemt het PSA af.

 

Ook bij gewone prostaatvergroting kan het PSA verhoogd zijn. Dit is bij iets minder dan de helft der prostaatvergrotingen het geval. Normaal is het PSA-gehalte in het bloedserum onder de 4 microgram per liter. Bij een goedaardige prostaatvergroting kan het PSA tot 10 microgram per liter stijgen. Dit kan echter ook bij een tumor het geval zijn. Het grote probleem met de PSA-meting is dat je niet precies weet welke waarde je daaraan moet toekennen, Daarom geldt de PSA-waarde eigenlijk alleen in combinatie met een rectaal onderzoek.waarbij de grootte en de vorm van de prostaat worden beoordeeld.

Zijn die normaal dan kan men rustig afwachten en halfjaarlijks nog eens voelen of de prostaat verandert. Als methode om vroege kankers op te sporen is het PSA alleen dan ook ongeschikt. Niemand weet namelijk of een verhoogd PSA, zonder verder voelbare verschijnselen, ooit tot prostaatkanker leidt. Bovendien is inmiddels duidelijk dat prostaatkanker niet bij iedereen een dodelijke kwaal is. Daarom wordt tegenwoordig bij een licht verhoogde PSA, tussen 4 en 10 microgram per liter plasma, zonder tastbare prostaatafwijkingen, na een paar maanden nog eens gekeken of het PSA snel stijgt en of er tastbare afwijkingen optreden.

Prostaatkanker kan een dodelijke ziekte zijn. In Nederland overlijden jaarlijks 1750 mannen aan deze vorm van kanker. Maar er zijn waarschijnlijk zeer veel meer mannen met prostaatkanker die aan iets heel anders sterven. Dat is gebleken bij een onderzoek van 60-plussers die aan iets anders overleden waren. Bij sectie werd bij een op de drie een kwaadaardige prostaattumor gevonden. Het probleem is dus dat je in een vroeg stadium niet kunt voorspellen of het een dodelijke vorm van prostaatkanker is of dat het proces zo langzaam verloopt dat een ingrijpende behandeling niet echt nodig is.

Of om met de Rotterdamse uroloog prof. F.H. Schröder te spreken, je kunt van te voren niet vaststellen of de prostaattumor een roofdier of een huisdier is. Sinds 3 jaar wordt in het Rotterdamse Dijkzigt ziekenhuis een groot internationaal onderzoek gehouden dat deze vraag moet beantwoorden. Het is echter te vroeg voor conclusies. Daarom zullen er voorlopig nog wel meer prostaten geopereerd worden dan nodig is. Bovendien zijn er mannen die de operatie uitstellen omdat ze bang zijn voor de complicaties. Veel mannen worden door de operatie impotent en sommigen zelfs incontinent. U hebt dus gelijk, de kennis omtrent de prostaat staat nog enigszins in de kinderschoenen.’

 

(Bron: Algemeen Dagblad / Diagnose 29-8-’97)