Een Amerikaanse onderzoeksgroep denkt het antwoord gevonden te hebben op de vraag waarom uitzaaiingen soms toenemen als chirurgen bij een kankerpatiënt een kwaadaardige gezwel uit het lichaam verwijderen. Het nieuwe inzicht kan op termijn eventueel perspectieven bieden bij het onderdrukken van kankergroei.
Verwijdering van een kwaadaardig gezwel, eventueel in combinatie met bestraling of chemotherapie, kan voor een kankerpatiënt heilzaam zijn. Maar het weghalen van bepaalde solide tumoren, zoals inde borsten het darmkanaal, leidt dikwijls tot een versnelde groei van andere kleinere gezwellen in het lichaam, ofwel: uitzaaiingen.
Medische deskundigen hebben zich jarenlang
beziggehouden met de vraag waarom na het weghalen van een primaire tumor andere
kwaadaardige gezwellen de kop opsteken. Zij kwamen met verschillende
hypotheses, maar geen daarvan kon een bevredigende verklaring voor dit
verschijnsel geven.
Michael O'Reilly, werkzaam in het
academisch kinderziekenhuis in het Amerikaanse Boston, kwam samen met andere onderzoekers
van de Harvard Universiteit en die van Washington in Seattle tot een geheel
andere gedachte. Zij vermoedden dat een grote tumor een stof produceert, die
uitzaaiingen juist in hun groei belemmert. Wordt de grote tumor weggehaald, dan
valt deze rem weg en hebben de andere kankergezwellen elders in het lichaam
vrij spel.
liet is bekend dat een kwaadaardig gezwel voor zijn groei
afhankelijk is van de formatie van nieuwe bloedvaten. Alles dat de aanmaak van
nieuwe bloedvaten verhindert, stopt ook de ontwikkeling van een tumor, zo
redeneerden de Amerikaanse deskundigen.
Met behulp van dierproeven toonden zij aan dat hun theorie klopt. Om te kunnen groeien maakt een flink kankergezwel grote hoeveelheden aan van een - normaal in het lichaam voorkomend - eiwit dat de formatie van nieuwe bloed,,aten stimuleert. Tegelijkertijd produceert een primaire tumor kleinere hoeveelheden van een stof die de aanmaak van bloedvaten afremt.
Beide stoffen, zowel de stimulans als de remmer, komen in de
bloedbaan terecht. De eerste sterft snel af, terwijl de afremmende stof een
langer leven is beschoren. Hij kan zich in hoge concentraties ophopen.
Door de aanwezigheid van een grote hoeveelheid remmers krijgen
andere gezwellen of uitzaaiingen weinig kans tot uiting te komen. Zij zijn
immers eveneens afhankelijk van een goed bloedvatenstelsel. Als de grote tumor
echter wordt weggenomen, is er geen toevoer meer van deze bloedvatenremmers en
krijgen de uitzaaiingen de gelegenheid zich te vermenigvuldigen.
De Amerikaanse onderzoekers slaagden erin de remmer te isoleren,
te zuiveren en de aard ervan vast te stellen. De stof die de primaire tumor
produceert en die de aangroei van bloedvaten bij uitzaaiingen verhindert, heet
agiostatin. Het gebruik daarvan of van een soortgelijke substantie lukt de
geneeskunde -in principe de mogelijkheid te bieden de groei van tumoren af te
remmen of zelfs stop te zetten. Maar (oor het zo ver is, moet nog veel
onderzoek worden verricht.
(Bron: Alkmaarse Courant van
5-1-’95)
|
|
|
||