VERANTWOORD TRAINEN
INTEGRATIE VAN FYSIEKE
ACTIVITEIT EN SPORT BIJ KANKERPATIËNTEN
AANZET TOT EEN ANDERE
LEVENSSTIJL
Inhoud van 2 lezingen gegeven door
Prof. Bourgois,
samengevat door Marie-Rose Peeters
Prof. Jan Bourgois (Ph.D.)
is inspanningsfysioloog en verbonden aan het UZ Gent (België).
Hij begeleidt ook borstkankerpatiënten die deelnemen aan het
Eurekaproject (te vergelijken met Herstel en Balans in Nederland). Hij is zelf
beroepsroeier geweest en begeleidt nog steeds de Belgische roeiers die
deelnemen aan de Olympische spelen.
De eerste lezing was tijdens het
Eurekaproject zelf, en dus uitsluitend voor borstkankerpatiënten.
De tweede lezing was voor kankerpatiënten in het algemeen en kwam
grotendeels overeen met de eerste lezing, maar was wel uitgebreider.
- erfelijk
- hormonaal
- voeding
- slaapstoornissen
- gebrek aan fysieke activiteit
- stress
Bij fysieke activiteit heb je 25% minder risico op
kanker.
Want: - het
oestrogeenniveau daalt (borstkanker)
- het testosteron daalt
(prostaatkanker)
Je moet 3 tot 4x
per week een fysieke activiteit doen zoals joggen, goed doorwandelen,
fietsen, skeeleren, rolschaatsen, ijsschaatsen, langlaufen, roeien, zwemmen.
Zoveel mogelijk verschillende sporten beoefenen is
het best, omdat je dan verschillende spiermassa’s traint.
Kanker scheidt substraten af die vermoeidheid
veroorzaken.
Kanker (de ziekte en de behandelingen) zorgt ervoor
dat de spieren in volume en kracht verminderen. Je krijgt meer bind- en
vetweefsel. Je krijgt verlies aan spiermassa (spieratrofie) en botmassa
(osteoporose).
17 à 30% van de patiënten blijft ook ná de
behandelingen vermoeid.
Stress à immuunsysteem wordt
onderdrukt à vermoeidheid.
Als je vermoeid bent heb je de neiging meer te gaan
rusten à je fysieke fitheid vermindert à
je relatieve taakbelasting (b.v. bij emmers water dragen) stijgt à
je vermoeidheid stijgt à je gaat meer rusten à
vicieuze cirkel, waarbij je steeds meer vermoeid wordt.
Hoe meer je rust, hoe slechter het wordt.
DUS, als je vermoeid bent: NIET rusten! (behalve
in de gevallen beschreven bij “contra-indicaties” hieronder).
WEL: je dagen leren plannen en rustmomenten
inschakelen vóór je moe bent (b.v. 15 à 20 minuten relaxatie,
zeker vóór het slapengaan).
Relaxatie, gezonde voeding, een goede slaap, belang
hechten aan de psychologische aspecten en voedingssupplementen kunnen de
vermoeidheid verminderen.
- 20 tot 50 % minder kans om kanker te ontwikkelen
(dit geldt o.a. voor darm-, prostaat-, borst- en longkanker)
- de neveneffecten tijdens de behandelingen
(vermoeidheid, braken) dalen
- de cardiotoxiciteit t.g.v. de chemo daalt
- de tumoren verminderen in grootte
- je vermindert de hormonen en dus ook de kanker
- bloeddoorstroming verbetert
- immuunsysteem wordt versterkt à
minder griep, verkoudheden e.d.
- je vormt zelf antioxidanten
- de levenskwaliteit stijgt
- de fysieke fitheid blijft gelijk of stijgt
- psychische stress daalt
Té veel sporten (b.v. 35 uur trainen per week)
onderdrukt het immuunsysteem ook. Een topatleet is zeer vatbaar voor infecties.
Inspanningen > 2 uur onderdrukken het immuunsysteem tot 48 uur na de
inspanning en zijn dus niet goed.
- uithoudingsvermogen
- kracht
- lenigheid
- coördinatie
Het uithoudingsvermogen stijgt als je aëroob en
dynamisch traint.
Aërobe training wil zeggen dat er veel meer
zuurstof dan normaal door het lichaam gepompt wordt.
Je mag niet buiten adem zijn, je moet gewoon kunnen
blijven praten met de persoon die naast je loopt (fietst, zwemt,…). Als je moet
snakken naar adem à niet goed.
Maximale hartfrequentie:
220 min je leeftijd. Iemand van 20 jaar mag dus maximaal 200 hartslagen per
minuut hebben.
Bij het sporten moet de
hartslag tussen 60 en 80 % van je maximale hartslag liggen.
In dit voorbeeld dus
tussen 120 en 160 hartslagen per minuut.
Dynamisch: de spier verkort en
verlengt.
Minimaal 3 tot 4 x per
week gedurende 1 uur trainen.
De intensiteit moet aëroob
zijn.
B.v. 60 minuten lopen of
90 minuten fietsen, of dagelijks 30 minuten.
3 uur in de tuin werken =
1 uur lopen.
Kracht à
-krachttraining à onder begeleiding!
Is goed tijdens therapie
(chemo, bestralingen) à de spiermassa gaat niet
verminderen.
- spelsporten (golf,
handbal, voetbal,…) à mag pas na therapie.
- altijd een warming-up en cooling-down (10 à 15
minuten)
- langzame opbouw en voldoende recuperatie b.v.
rustig fietsen – sneller fietsen afwisselen. Hoe langzamer je opbouwt, hoe langer
het effect blijft. Dus: in het begin b.v. 2 minuten traag, 2 minuten snel, en
dat 4 x na elkaar.
Op 6 maanden tijd opbouwen naar 2 minuten traag en
een uur snel.
- registratie
lichaamsgewicht en hartfrequentie. Elke morgen je hartfrequentie in rust meten.
Als die plots stijgt is het een teken dat je je lichaam aan het overbelasten
bent.
- logboekje bijhouden à een agenda apart voor
sport. Elke dag opschrijven wat en hoeveel je aan sport doet à is zowel controle als
motivatie.
- vooraf PLANNEN
wanneer je gaat sporten à vaste dagen en uren
- VOOR DE REST VAN JE LEVEN FYSIEKE
ACTIVITEIT BLIJVEN DOEN. STOPPEN = ACHTERUITGAAN. Hieronder wordt ook de fysieke activiteit door
dagdagelijkse zaken zoals poetsen, vensters wassen e.d. verstaan.
Dat gaat je in conditie houden. Sporten moet erbij
komen.
- Sportactiviteit ten laatste 3 tot 4 uur vóór je
gaat slapen.
- Voldoende nachtrust à
REGELMAAT IN JE SLAAPPATROON! à ALTIJD OP HETZELFDE UUR OPSTAAN EN GAAN SLAPEN! (Anders verstoor
je je bioritme en recupereer je minder).
De slaap is dé recuperatiefase bij uitstek. Als je eens later gaat slapen à toch op hetzelfde uur opstaan!!!
- voldoende koolhydraten, b.v. spaghetti
- voldoende vochtinname à
bijkomend 0,8 l/dag drinken per uur dat je sport. Vochtverlies aanvullen binnen
de 2 uur na een inspanning à om het kwartier een glas
water drinken, niet alles in één keer.
- hartfrequentie onregelmatig of >100
- koorts of pijn à
2 dagen wachten
- misselijkheid of braken à
24 à 36 uur wachten
- chemo à
24 uur wachten
- bloedplaatjes < 50000/mm³
- hemoglobine < 10,0
g/dl
Fysieke activiteit en sport zijn verantwoorde,
niet-medicamenteuze interventies om de vermoeidheid van kankerpatiënten of
overlevenden van kanker te reduceren en hun levenskwaliteit te verhogen.
Het is vaak niet de voeding die de mens ziek en dik
maakt, wel het gebrek aan fysieke activiteit.
Dit wil zeggen: slechte
voeding kan kanker veroorzaken, gezonde voeding (en voedingssupplementen) kan
de vermoeidheid verminderen.
Dus: als je gezond eet,
maar voor de rest de hele dag geen beweging hebt, zal je ook ziek en dik
worden.
Fysieke activiteit is dus
minstens even belangrijk als gezonde voeding.
|
|
|
||