door dhr. Dr. G.A. Dijkman,
uroloog
Bestralen vindt
vanaf begin deze eeuw plaats. Bestralen is ook wel toegepast omdat er geen
andere mogelijkheid was of omdat andere therapieën veel duurder waren.
Feitelijk moet bestraling een lokale behandeling zijn.
Radicale
prostatectomiën gebeurden in Nederland
feitelijk niet tot de komst van professor Schreuder, hoogleraar urologie
in Rotterdam in 1975. Hij is eigenlijk de grote initiator geweest om radicale
prostatectomiën te gaan doen. Professor Schreuder is een autoriteit op het
gebied van prostaatkanker en doet heel veel onderzoek. Dit heeft ertoe geleidt,
met onder andere publicaties, dat geleidelijk het bestralen is teruggedrongen
en dat radicale prostatectomie, voor de juiste gevallen, voor de juist
gekozenen, zijn intrede heeft gedaan.
Het komt dus
voor dat de ene cliënt door zijn uroloog geadviseerd wordt bestraald te worden
en de andere juist weer niét.
Bestralen is op
het ogenblik niet meer onze eerste keus. Vaak wordt eerst radicale
prostatectomie gedaan bij patiënten in de juiste hoedanigheid. We zijn wel
bezig om te gaan bestralen in combinatie met hormoontherapie. Dus, initieel hormoontherapie,
zes maanden voorafgaand bestralen.
De eerste keuze
is dus opereren, voor de juiste patiënt. Tweede keus is bestralen, voor de
juiste patiënt. De derde keus is 'watchfull waiting'.
Inhakend op de
voorgaande sprekers:
De
Iscador-therapie vind ik heel bijzonder als een immunologische pressietherapie.
Want dé behandeling van het niercarcinoom is op het ogenblik helemaal
gefocusseerd op immunologische pressietherapie, en niet op hormoontherapieën,
niet op radiatie en niet op chemotherapie.
Dus wat gezegd
wordt over de Iscadortherapie, uit het optiek van de immunotherapie, is zeer
juist.
Een ander
belangrijk aspect voor onze cliënten is natuurlijk dat je een bepaalde vorm van
verbetering van de kwaliteit van leven kunt krijgen. En of je dat met therapie
doet in combinatie met voeding, met muziek maken, met schilderen, of met lezen
of met dichten, waar mensen zich heel erg gelukkig in voelen, dat maakt niet
uit.
Over het
selenium en het lycopeen ben ik het helemaal eens. In Amerika is een grote groep
mensen genezen, en hoe komt dat? Waarom moet het juist selenium zijn? Omdat
selenium (heel vreemd) in Europa in de grond bijna niet voorkomt. Slechts in
heel lage concentraties. Dus je moet veel groente eten. Er zijn grote gebieden
in Amerika waar selenium heel veel, maar ook gebieden waar selenium heel weinig
voorkomt. En (er zijn epidemiologische onderzoekingen geweest) dan zie je in de
groepen waar selenium veel in de grond voorkomt minder prostaatkanker dan bij
de groepen waar weinig selenium voorkomt.
Laatste
opmerking.
Ook belangrijk vind ik het eten van voeding met veel vezels als afvalproduct. Die vezels worden op een bepaalde manier geresorbeerd in de dikke darm en in de lever omgezet tot zwakke oestrogenen. Griffith uit Engeland heeft daar uitvoerige documentatie over weergegeven: vezels kunnen door resorbties zwakke oestrogenen geven, die dan weer gaan werken als vrouwelijke hormoon bij prostaatkanker. Dat zijn toch zaken waar je over moet nadenken.
Hartelijk dank voor uw aandacht.
|
|
|
||
|
|