Prostaatkanker Symposium

Antroposofie / Iscador

door dhr. D.A. Houwert, internist,

Med. Centr. Berg en Bos in Bilthoven

 

Dames en heren, meneer de voorzitter. Allereerst hartelijk dank voor de uitnodiging van de Moermanvereniging om vandaag iets te vertellen over de additieve en soms alternatieve behandeling die gegeven kan worden bij patiënten met kwaadaardige aandoeningen. Vandaag gaat het in het bijzonder over het prostaatcarcinoom.

 

Ik ben onder de indruk gekomen van de internistische kennis van beide urologen, dus ik voel me vrij om daar niet al te veel meer over te zeggen. Er is uitgebreid gesproken over het prostaatcarcinoom, en ook over de mogelijkheden van hormonale behandeling.

 

Het is belangrijk om te zeggen - daar sluit ik heel graag aan bij de vorige spreker - dat zich in de komende jaren, zeker in het komende millennium, grote veranderingen zullen gaan voltrekken op het gebied van de behandeling van kwaadaardige aandoeningen en zeker op het gebied van het prostaatcarcinoom. Daar ben ik van overtuigd.

 

Beïnvloeding van het hele immuunsysteem.

Eén van de belangrijke ontwikkelingen die zich zullen voordoen is dat men in de komende tientallen jaren, (het zal nog vrij lang duren) steeds meer resultaat zal gaan boeken op het gebied van de beïnvloeding van het hele immuunsysteem en alles wat daarmee te maken heeft. Daarin spelen hormonen ook een belangrijke rol bij de behandeling van patiënten met prostaatkanker en andere kwaadaardige aandoeningen, omdat daar nog vele mogelijkheden liggen.

We zijn eigenlijk op dit moment nog erg beperkt met betrekking tot de therapieën die we kunnen geven. De chirurgische therapie, de bestralingstherapie, de chemotherapie, waaronder de cytostatica, en de hormoontherapie zijn in feite de mogelijkheden.

Maar er zijn ook nog vele mogelijkheden om door gerichte manipulaties met het immuunsysteem, met voeding, met dát wat patiënten eventueel zelf ook kunnen doen aan hun levensvoering, om bij te dragen aan oplossing van het kankervraagstuk.

 

Achtergronden.

Ik zal heel kort iets over mijn eigen achtergrond vertellen en ook wat de reden is dat ik vandaag hier sta. Ik ben zelf opgeleid als regulier internist in het academisch ziekenhuis in Utrecht. Ik heb me daar onder meer in het bijzonder bezig gehouden met de behandeling van patiënten met kwaadaardige aandoeningen, dus met de kan-kertherapie, en ik ben met de antroposofie in aanraking gekomen. Dat is een bepaalde beschouwing die de mens plaatst in de wereld en de relatie van de mens met de hem omgevende natuurrijken bestudeert. Zo zou ik het in het kort willen zeggen.

 

Vanuit die visie hecht ik er bijzonder belang aan om als arts aandacht te schenken aan individuele aspecten van de mens. En daarmee bedoel ik dat je je rekenschap geeft van de mens bij de ziekte. Dus dat je aandacht schenkt aan de zieke en niet alleen maar aan de ziekte.

Helaas gebeurt het nog te veel dat alleen naar de ziekte wordt gekeken en te weinig naar de zieke mens. De mens is toenemend op zoek naar individuele behandelingen waarbij voorop staat de vraag: wat is in mijn specifieke geval, gezien de enorme keuze mogelijkheden die er zijn voor behandeling van kwaadaardige aandoeningen, de optimale therapie. Er zijn in de afgelopen jaren, en zeker naar de toekomst toe, steeds meer mogelijkheden om keuzes te maken. Bij het maken van die keuzes is het van belang dat er een goede voorlichting wordt gegeven op het gebied van datgene wat er mogelijk is, zodat men bewust keuzes kan maken voor datgene wat men zelf wil. En daarvoor is aandacht nodig voor het individu en daarvoor is ook tijd nodig.

Daarom is het toenemend belangrijk dat mensen in de gelegenheid worden gesteld om ook aan een ander een zogenaamde tweede mening te vragen. Ik zou ook iedereen, die daar behoefte aan heeft, eigenlijk willen stimuleren om dat ook te doen.

Het is tegenwoordig geen schande meer om een tweede mening te vragen met betrekking tot de behandeling van ziekte en in het bijzonder bij kanker, omdat het daar echt gaat om leven en dood. Het is heel belangrijk wat voor keuzes je daar maakt en dat je je goed laat voorlichten. Dat is het allerbelangrijkste.

 

Zelf iets doen.

Ik wil het nu heel kort met u hebben over de mogelijkheden die een mens heeft om zelf een bijdrage te leveren aan genezing van zijn ziekte. Die mogelijkheden zijn er zeker en ze kunnen ook zinvol worden aangewend.

In de tweede plaats wil ik iets zeggen over de behandeling met het maretakpreparaat Iscador, wat in Nederland één van de meest bekende maretakpreparaten is. Er zijn ook nog andere, die eigenlijk niet veel verschillen van het Iscador. Er is er een viertal preparaten op de markt die qua effectiviteit, denk ik, met elkaar te vergelijken zijn.

 

Allereerst, wat kan ik zelf doen. Voeding is toch een heel belangrijk onderwerp waar de patiënten zelf wat mee kunnen en wat ook zeker effectief kan zijn. Maar, zoals collega Dijkman al zei, het belang van goede voeding ligt eigenlijk in de preventie, en niet wanneer iemand al een kanker heeft ontwikkeld. Dit betekent dat ouders eigenlijk al bij hun kinderen moeten beginnen om ze bekend te maken met het belang van goede voeding. Goede voeding kan bij een deel van de kwaadaardige aandoeningen het vóórkomen verminderen, maar ik ben er zelf van overtuigd dat voeding alléén meestal nooit de oorzaak is van het ontstaan van kanker, en dat je met voedings-veranderingen alléén ook meestal geen kanker kunt genezen. Dat is mijn persoonlijke overtuiging.

Maar het kan een rol spelen bij het ontstaan van kanker en ook bij de behandeling heeft voeding een bepaalde plaats. Dat wil ik ook onderstrepen en zeker in het gezelschap hier van vandaag. Aan dat laatste wordt veel en veel te weinig aandacht geschonken in de reguliere behandeling van patiënten.

 

In de tweede plaats is het ook van groot belang om je af te vragen: op welke wijze kun je het welzijn van patiënten met kanker bevorderen. Het welzijn heeft ook objectief een gunstig effect op het verloop van patiënten met kwaadaardige aandoeningen, dat zeg ik in zijn algemeenheid.

 

Invloeden op het welzijn.

Door de psycho immunologie is ontdekt dat de stemming van bijvoorbeeld met iemand als kanker van belang is voor het verdere beloop. Dus als iemand opgewekt is, als iemand het ziet zitten, naar de toekomst toe kijkend, dan kan dat een hele belangrijke bijdrage zijn in een gunstiger beloop dan wanneer de stemming veel somberder is. Het is wetenschappelijk bewezen dat daar ook invloed van uitgaat. Dus als iemand erg enthousiast is voor bijvoorbeeld het zich bezig houden met voeding of andere zaken dan moet je dat als arts ondersteunen en niet zeggen: "nou mevrouw, nou meneer, dat stelt allemaal niets vóór. Daar moet u zich maar niet mee bezig houden want dat heeft toch geen effect". Als je dat zo zegt is dat een psychologische fout in de interactie van de arts naar de patiënt toe. Daar moet je echt rekening mee houden, omdat het van groot belang is dat het psychische welzijn van de patiënt ook een rol speelt bij het beloop van het kankerproces.

 

Je kunt ook het welzijn op andere manieren mee helpen ondersteuning. O.a. door je als patiënt bezig te houden met bepaalde zaken als b.v. kunstzinnige therapie, waarbij iemand kan ontdekken dat in hem een fantastische schilder, om maar wat te noemen, schuilt en dat iemand het vermogen heeft om op het gebied van het kunstzinnige heel indrukwekkend scheppend bezig te zijn. Ook dat dan kan bijdragen tot het welzijn van de patiënt.

Schilderen, boetseren, muziektherapie kan ook een heel belangrijke bijdrage leveren. Dat is iets wat we regelmatig mensen aanraden en waar we ze ook mee in aanraking brengen. Dit werkt het welzijn van de patiënt ongelofelijk in de hand.

 

Maretak / Iscador.

Als u vraagt welke mogelijkheden er bij het prostaatcarcinoom zijn om op het gebied van de niet reguliere behandelingen iets te doen. Zijn daar mogelijkheden of niet? Ik zou mij daar willen beperken tot het spreken over de maretak. Het is een heel ingewikkeld werkend systeem waar allerlei factoren invloed op hebben. Ik denk niet dat u daar primair in geïnteresseerd bent, maar dat het u vooral gaat om de praktische mogelijkheden met betrekking tot deze behandelvorm en daar wil ik dan ook de nadruk op leggen.

 

Er is in de afgelopen zeventig jaar veel onderzoek met dit middel gedaan, zowel dier-experimenteel als bij de mens. De vraag kan gesteld worden: is Iscador een wondermiddel of is het alleen maar een placebo, is het alleen maar nep. Ik wil uitdrukkelijk stellen: het is beslist geen wondermiddel. Er is geen enkel middel in de additieve of alternatieve sector, en soms ook niet in de reguliere sector, als zodanig te bestempelen. Wondermiddelen bestaan niet, maar, er zijn wel degelijk wonderbaarlijke resultaten te bereiken met bepaalde therapieën in individuele gevallen. Ook zelf heb ik met dit middel zeer indrukwekkende resultaten gezien, maar deze resultaten zie je in den regel bij, laten we zeggen, 5 tot 10 procent van de patiënten die je daarmee behandelt, en dan is het nog aan de hoge kant.

 

De maretak is een halfparasiet. Het is een plant die dus alleen maar groeit op andere planten. Hij trekt zich eigenlijk niks aan van de seizoenen, wortelt in een andere boom en merkt schijnbaar niets van de zwaartekracht. Dat is heel opmerkelijk. Hij gaat als het ware zijn eigen gang. Je kunt zeggen dat deze plant zich nauwelijks of niet verbindt met de aarde. Hij laat zich ook voortplanten door de vogels, die de zaadjes er van eten, ze verteren en op andere bomen weer uitpoepen. Daaruit kunnen dan weer nieuwe maretakken ontstaan.

Je kunt deze plant met name in Frankrijk bestuderen, maar in Nederland komt deze plant ook wel voor, met name in Limburg.

 

Wat betreft immunologie en kanker, waar het vandaag ook al over gegaan. U kunt de maretak opvatten als een zogenaamde biologische respons modifyer. Dat is een duur Engels woord voor de mogelijkheid die je hebt om met biologische middelen de immuunrespons, dat wil zeggen het immuunsysteem, te beïnvloeden op een wijze die jou, bij een bepaalde situatie, bij een patiënt met kanker, als zinvol voorkomt. Collega Hornstra heeft al wat gezegd over thymusfactoren. Er zijn verschillende stoffen van ontwikkeld. Ook bij de reguliere kankerbehandeling worden er biologische respons-modifyers toegepast. Een belangrijk middel is b.v. het interferon, wat bij bepaalde vormen van kanker zeer effectief is. Daar hebt u misschien al wel eens van gehoord. Er zijn ook middelen die gemaakt zijn van biologische materialen, ook wel menselijke materialen of cellen, die worden toegepast bij patiënten die behandeld worden met chemotherapie, zoals het GCSF. Dat is een middel om te voorkomen dat het aantal witte bloedlichaampjes bij chemotherapie daalt naar gevaarlijke waarden.

Er zijn dus meerdere mogelijkheden, maar praktisch worden er in de reguliere therapie maar een paar van toegepast.

De maretak kunnen we scharen onder één van de biologische middelen uit de plantenwereld die invloed hebben op het immuunsysteem.

 

De mistel (of maretak) bevat een aantal stoffen, o.a. verbindingen van eiwitten en suikers, die met name op het immuunsysteem een belangrijke invloed blijken te hebben. Dit zijn de zogenaamde glycoproteïnen. Die glycoproteïnen kunnen weer worden onderverdeeld in een aantal andere stoffen, dat zijn de zogenaamde lectines. Die lectines hebben ook weer een aantal subgroepen, zoals  de fiscotoxines. Deze stoffen hebben invloed op het immuunsysteem.

 

Wat doen deze stoffen op het immuunsysteem. Ze hebben invloed op bepaalde cellen van het immuunsysteem, op de macrofagen, die geactiveerd worden. Er worden ook stoffen geproduceerd door bepaalde lichaams-eigen cellen, witte bloedlichaampjes zoals het tumornecrosis factor. Dat is een belangrijk eiwit welk een rol speelt bij het aanvallen van kankercellen.

Het interlucine wordt ook in verhoogde mate geproduceerd. Dat is ook een biologische stof die in de reguliere kankertherapie wel wordt toegepast bij bepaalde vormen van kanker, met name bij niercarcinomen. Ook dat wordt geactiveerd door die lectines en zo zijn er nog andere mechanismen die in gunstige zin kunnen worden gestimuleerd door dit middel.

 

U zult zich nu afvragen: wat kun je er nu mee in de praktijk en is nu echt wel bewezen dat die maretak iets doet op patiënten die een kwaadaardige aandoening hebben. Er zijn in de afgelopen zeventig jaar daarmee onderzoeken gedaan en een 46-tal studies verricht. Hiervan voldoen er 12 min of meer aan de regulier wetenschappelijke norm, ook al is er bij een aantal studies nog een grote hoeveelheid kritiek te leveren op de methode van onderzoek. Ook bij het prostaat-carcinoom is onderzoek gedaan.

In ieder geval kan worden gezegd dat de maretak-therapie een gunstige werking heeft bij tumoren waarbij bekend is dat het immuunsysteem daar invloed op heeft. Dit zijn niercarcinomen en maligne melanomen, dat zijn kwaadaardige huidtumoren. Bij andere vormen van kankers kan het middel soms bijdragen om het tumorproces in gunstige zin te beïnvloeden.

 

Bij het prostaatcarcinoom zijn er eigenlijk geen grote studies gedaan naar het effect op het beloop. Het is overigens helaas ook zo, (als je dit bekijkt over een grotere groepen patiënten), de urologen hebben dat al een beetje laten doorschemeren, dat wat voor therapie je ook geeft bij het prostaatcarcinoom, en zeker wanneer het gaat om een uitgezaaid prostaatcarcinoom, dit op de overlevingskans van de ziekte niet zo'n heel grote invloed heeft. Daarmee wil ik u niet teleurstellen maar ik denk dat je eerlijk moet zijn en dat je daar niet al te grote verwachtingen van moet wekken. Aan de andere kant is het zo dat een prostaatcarcinoom zich qua beloop ook over heel lange tijd kan uitstrekken.

Je kunt je dan ook afvragen: moet ik er bij een patiënt met een prostaatcarcinoom wel wat aan gaan doen, met het mes, of met hormonen, of met wat dan ook. Het is steeds weer te bekijken of je dat moet doen.

 

Wij hebben een praktijk in Bilthoven. In de praktijk werken wij net zoals elke reguliere specialist. Wij hebben goede samenwerking met in Nederland werkzame antroposofische huisartsen in de eerste lijn. Daar krijgen wij 50% van onze patiënten verwezen. Van de andere 50% komen de patiënten ofwel zelf ofwel doordat ze door hun huisarts worden verwezen. De indicaties voor behandeling met dit middel Iscador of één van de ander maretakmiddelen passen wij toe in gevallen waarbij curatieve kankertherapie is gegeven, waarvan wij ook vinden en noch steeds vinden dat, als dat mogelijk is, die behandeling (de operaties meestal of chemotherapie wanneer dat geïnitieerd is) eerst altijd moet worden aangeraden.

Als iemand kanker heeft en geopereerd kan worden dan denk ik dat ieder weldenkend specialist zijn patiënten moet aanraden om zich te laten opereren, tenzij er contra-indicaties zijn. Maar dat is het beleid wat je nog steeds moet voorstaan ook al zijn er veel mensen die zeggen dat operatie niet nodig is. Ik denk dat dat een onjuiste voorstelling van zaken is, dat, als er geopereerd kan worden rekening houdend met iemands persoonlijke situatie met zijn leeftijd met eventuele contra indicaties dat een operatie in principe altijd moet gebeuren.

 

De therapie waar ik het over heb kan dus gegeven worden nadat patiënten, in opzet althans, curatief zijn behandeld, maar waarbij toch de kans bestaat dat het in de toekomst terug kan komen. Je kunt er dan naar streven een middel te geven dat het immuunsysteem stimuleert om te voorkomen dat de kanker in de toekomst terug komt. Dat is één groep patiënten waarbij we dit geven. Ook wordt dit middel gegeven tijdens een reguliere kankertherapie of tegelijkertijd met een reguliere kankertherapie. Dit kan dus zijn: hormonale therapie of eventueel een chemotherapie. En tenslotte bij patiënten waarbij geen reguliere behandeling meer zinvol is kan een Iscadorbehandeling soms nog zeer wonderbaarlijke resultaten geven. Eén geval wil ik toch hier even noemen.

 

Ik heb enkele jaren geleden een patiënt gekregen met een gemetastaseerd niercarcinoom. Hij was niet geopereerd, had uitzaaiingen van het niercarcinoom in de longen. Regulier gesproken doe je dan eigenlijk niets. Hormonale therapie, chemotherapie, chirurgie, is in dat geval echt niet zinvol. We hebben die patiënt toen behandeld met de maretak. We hebben dat gedaan met infusen. Doorgaans wordt deze therapie alleen gegeven met de zogenaamde onderhuidse injecties of subcutale injecties. Bij deze patiënte hebben het ook als infuus gegeven en tot onze verbazing waren na een drietal maanden alle uitzaaiingen in de longen waren verdwenen. We hebben ons toen afgevraagd: moeten we die nier er uithalen ja of nee. We hebben het toen voorgelegd aan twaalf internisten van het Anthonie van Leeuwenhoek ziekenhuis in Amsterdam en ik herinner me nog goed dat de helft zei: 'ik zou die niertumor maar laten zitten, want het heeft toch geen zin, hij is al uitgezaaid'. De andere helft zei: 'ik zou die niertumor er toch maar uit halen, want je weet het toch maar nooit'. Het laatste hebben wij gedaan, het is inmiddels al weer vele en vele jaren geleden. Die nier is er dus uitgehaald. Er zat inderdaad een niercarcinoom in. De patiënt is nu nog steeds in leven en heeft geen enkele aanwijzing meer          voor een uitzaaiing. Dat zijn indrukwekkende zaken waarbij je haast niet kunt verdedigen dat dit een spontane teruggang is van kanker.

Over spontane teruggang van kanker kan je op zich nog een heleboel zeggen. Het komt voor, maar het komt heel zelden voor. Ik denk dat bij het prostaatcarcinoom, wanneer dat uitgezaaid is, een spontane teruggang eigenlijk heel zelden voorkomt. Bij het niercarcinoom komt het wel eens voor, maar in dit geval, bij de patiënt die ik u noem, is dat heel moeilijk te verdedigen.

 

De behandeling van Iscador wordt gegeven met onderhuidse injecties. U zult begrijpen dat deze behandeling niet maar een paar weken duurt, maar dat je daar langdurig mee moet doorgaan. Bekend is n.l. dat, wanneer het gaat om kwaadaardige aandoeningen, de tumor toch na een aantal jaren, soms na twintig jaar, (bij borstkanker is dat wel bekend), toch weer de kop kan opsteken. Het is op zich zelf interessant dat slapende uitzaaiingen, die dus geen kwaad doen of geen kwaad lijken te doen, toch na twintig jaar soms toch weer de kop kunnen opsteken. Je kunt je dan ook afvragen: als je iets wil doen ter voorkoming van het terugkomen van kanker, dat zeg ik in zijn algemeenheid hoe lang je dat dan moet doen.

 

Voeding is een belangrijke factor. Ik denk ook dat, als je iets aan voeding wilt gaan doen, je je voedingsgewoonte moet gaan veranderen en dat je daar in principe blijvend mee door moet gaan. Dit is, denk ik, duidelijk. Dat geld ook voor het stimuleren van het immuunsysteem en zeker bij tumoren waarvan bekend is dat zij nog na vele, vele jaren terug kunnen komen.

 

Bij een aantal tumoren weten we dat de kans op uitzaaiingen na een bepaalde periode, b.v. twee of drie jaren, als het dan het niet is terug gekomen, de kans dat het alsnog terug komt bijzonder klein is. Maar je moet dat dus per geval bekijken. Dat doen we dus ook bij de behandeling met die maretak.

 

Samenvatting.

Ik zou het willen samen vatten in de volgende drie zaken.

Mits kritisch toegepast, en met de goede informatie en goede evaluatie van de in te stellen behandeling, als het gaat om meetbare tumoren, dan is er plaats voor een behandeling met fiskenbevattende preparaten, zowel naast als soms in plaats van reguliere kankertherapie.

In de tweede plaats, als je kijkt naar het resultaat van harde wetenschappelijke bewijzen over de werkzaamheid van dit middel, dan moet gezegd worden dat er vele aanwijzingen zijn dat dit middel ook inderdaad werkt. Maar als je mij vraagt: kan je volgens de wetenschappelijke standaard, die tegenwoordig wordt gehanteerd, keihard aantonen dat het werkt, dan is mijn antwoord daarop 'nee', als ik eerlijk ben. En ik ben eerlijk.

 

Tenslotte is duidelijk dat er nog veel valt te doen. Zoals ik in het begin al zei verwacht ik dat in de komende eeuw zeker veel onderzoek verricht zal worden. Dat zal de mogelijkheden voor behandeling van patiënten met kanker, met de op dit moment nog stiefmoederlijk bedeelde behandeling van de mens, en zeker met betrekking tot het immuunsysteem, aanzienlijk doen toenemen.