Prostaatkanker Symposium

Zekerheden en onzekerheden

van medische behandelingen.

 

                                                                                                                                         door dhr. E. Valstar,

                                                                                                                                        arts NTTT en bioloog

 

Onderzoekingen.

 

A

llereerst wil ik aandacht vragen voor het Moermanrapport. Dat is weliswaar geen dubbelblind onderzoek maar er wordt een aantal patiënten met uitzaaiingen beschreven waar de tumoren zijn verdwenen en waarbij een spontane regressie geen verklaring kon zijn gezien de frequentie waarmee het voorkomt of omdat spontane regressie daarbij nog nooit aangetoond was. Dat is natuurlijk maar een begin van een onderzoek.

 

Daarnaast zijn er inmiddels ongeveer twintig dubbelblinde studies van allerlei voedingspreparaten als adjuvant bij kanker of als middel bij uitbehandelde patiënten, die laten zien dat óf de recidiefkans óf de overleving beter is na bepaalde tijd. Het bewijs groeit.

 

Ik heb laatst begrepen dat er een standaardwerk is over blaaskanker, om maar een voorbeeld te geven, en daarin werden slechts drie studies over voeding en blaaskanker genoemd en men zei daarbij dat het jammer was dat er niet meer onderzoek naar wordt gedaan. Ik ben zelf met twee andere mensen bezig aan een artikelenserie. Wij zijn duizend publicaties op het spoor gekomen. Met andere woorden, men ziet het één en ander over het hoofd.

 

 

Dubbelblind bewijs.

 

Als men graag dubbelblind bewijs wil hebben dan geldt dat natuurlijk ook ten aanzien van reguliere behandelingen.

Er is een onderzoek van 25 jaar oud. waaruit blijkt dat in stadium 1, lokale prostaatkanker, (wat toen als stadium 1 werd gedefinieerd), werd behandeld met orchidectomie of oestrogenen. Het blijkt overigens in het algemeen minder geschikt dan placebo.

 

Prostatectomie

Er is ook een onderzoek zo'n anderhalf jaar geleden gepubliceerd waarin prostatectomie (totaalverwijdering van de prostaat) wordt vergeleken met gewoon afwachten.

Dat is een onderzoek waarin naar verschillende leeftijden is gecorrigeerd en ook dan komt er geen verschil naar voren. Het was een vrij klein onderzoek bij ongeveer honderd patiënten. Je moet, om voldoende kleine verschillen te kunnen aantonen, hele grote aantallen patiënten behandelen. Maar je kunt dus niet zeggen dat, zodra er een ‘prostaatkankertje’ is, dat er dan al behandeld moet worden. Nee, je moet gewoon aangeven dat er een stuk onzekerheid is. De tendens is wel, vind ik, als je alle artikelen op een rij zet, dat niet behandelen misschien tendeert tot iets betere papieren of iets langer leven.

Maar dat staat allemaal niet vast. De verschillen zijn ongelofelijk klein.

Dus, ik zie behandelen van prostaatkanker in een zeer vroeg stadium als een experimentele behandeling.

 

Implanteren jodiumzaadjes.

Nog één opmerking over de reguliere therapie: het implanteren van jodiumzaadjes.

Dit is de enige reguliere therapie die ik echt moet afraden. Want daarvan is in het NTVG beschreven dat het, vergeleken met historische controles, niet alleen in dat onderzoek, maar in meerde­re onderzoeken, een verminderde overleving geeft. Die zaadjes kunnen aan de wandel gaan. Ze kunnen bijwerkingen geven in de longen en noem maar op. Een aantal jaren geleden leek het veelbelovend. Toen was ik er zelf ook een voorstander van, want ik dacht dat het minder complicaties met betrekking tot de seksualiteit e.d. zou geven.

Je kunt lokaal behandelen in het algemeen dus overwegen. Als standaardtherapie raad ik dat niet aan.

 

 

Voeding en supplementen.

 

Lycopeen.

Ik heb zelf ervaring met lycopeen bij een kankerpatiënt met bewezen prostaatkanker, waarbij na het gebruik van tomatensap, met wat olijfolie als enige verandering in het dieet en de supplementen, de PSA van 17 naar 0,8 ging.

Soortgelijke ervaringen met nog veel hogere PSA's blijken collega's Hans Houtsmuller en Bob Hornstra te hebben. Tomaten blijken dus uitermate belangrijk te zijn.

 

Vet.

Veel vlees eten lijkt epidemiologisch erg belangrijk want de lokale prostaatafwijkingen komen, zover ik weet, bij chinezen nauwelijks minder voor dan bij ons en toch veel minder prostaatkanker. Veel verzadigd vet lijkt dus minder gunstig

 

Selenium.

Heel belangrijk blijkt selenium te zijn. Er is nog niet zolang geleden, (een maand of tien), een onderzoek gepubliceerd, dubbelblind, en daar blijkt dat het geven van slechts 200 microgram organisch selenium, en een flink aantal van die mensen moet een prostaatkanker in de dop hebben gehad, blijkt te leiden tot een sterftevermindering van ongeveer 60%. Daar moet je natuurlijk wel bij aantekenen dat de absolute sterfte aan prostaatkanker in die groep ook niet groot zal zijn. Dus in absolute zin is die sterftedaling ook niet zo groot. Maar hij is wel significant zoals dat heet. Dat wil zeggen, groter dan je normaal gesproken blijkens toeval zou verwachten.

 

Vitamine A.

Er is ook een onderzoek geweest, in Hawaï meen ik, dat suggereerde dat vitamine A de kans op prostaatkanker misschien zelfs wel kan vergroten.

Daar heb ik een heel goede verklaring voor. Ik denk, zodra je weet dat tomaten en dergelijke enorm goed beschermen, dat je moet corrigeren voor de tomaat-inname.

Als men in het binnenland minder vis eet en meer tomaten dan betekent het dat je daarvoor moet corrigeren,  want anders ga je vergelijken met mensen die een beter beschermend middel nemen.

 

Vitamine E.

Vitamine E en selenium hebben een nauwe interactie.

 

Vitamine D.

Vitamine D lijkt ook erg belangrijk voor de preventie van prostaatkanker, maar vitamine D lijkt ook heel erg belangrijk voor de preventie van borstkanker en darmkanker.

Bij darmkanker zijn zelfs regressies beschreven, ook bij het non-Hodgkin lymfoom.

Er is een pilot-studie geweest met tien patiënten met het non-Hodgkin lymfoom, waarbij bij 4 een regressie, bij één een complete, en bij drie een partiële regressie optrad.

Dit is ook in het NTVG gepubliceerd.

 

Melatonine.

Wat de voeding verder betreft: heel interessant is ook melatonine. Uit dier-experimenten komt naar voren dat melatonine de groei van zowel borst- als prostaat­kanker remt, zowel in vivo als in vitro. Ik heb één keer met melatonine bij een prostaatkankerpatiënt een tijdelijke verbetering van de PSA gezien. Bij borstkanker daarentegen bij één patiënt een complete regressie. Toen gaf ik naast de gewone middelen alleen melatonine erbij, en pas toen trad de regressie op..

 

Spontane regressies.

 

Ik zie spontane regressies niet af en toe. Ik heb er vorig jaar zes gezien en dit jaar vijf. Ik heb zelfs twee maal regressie gezien bij mensen met hersen-metastasen. Je valt van je stoel af en Houtsmuller kan het bevestigen, want die heeft het aan den lijve ondervonden. En die is zo mogelijk nog "fanatieker", dat ik ben.

 

Ontwikkelingen.

Er is een enorme ontwikkeling aangaande voeding en kanker. Het aantal stoffen dat in de belangstelling staat is op dit moment ongeveer honderd. Maar het is natuurlijk duidelijk dat we graag willen weten welke stof het meest werkzaam is bij deze ene vorm van kanker. Ik denk dat we met de vetbeperking, met selenium en lycopeen er drie heel belangrijke hebben. Ik kan nog veel meer stoffen noemen, ik kan op nog veel meer ingaan, maar dat lijkt mij nu niet nodig.