Prostaatkanker Symposium

 

      Aankondiging Jan Vermaas

door Hans Verhoef

 

Ik hoorde pas iemand vragen: "hoeveel mensen komen er?". Ik zei toen: "het wordt gezellig druk". En toen zei hij weer: "waarom gezellig, met al die mensen die daar komen". Ik antwoordde dat ik er nu ook even aan dacht dat het misschien een beetje triest zou moeten zijn, maar dat er eigenlijk niemand is die het zo voelt. De contacten en de gesprekken die ik gehad heb zijn voor mij heel bijzonder geweest. Ik voel het vandaag dan ook een beetje als een feestdag.

 

We hebben enerzijds de mogelijkheid gekregen om te horen wat de medische wereld zegt. Aan de andere kant wilde ik ook laten blijken dat gezondheid niet uitsluitend te maken heeft met voeding, zoals ik vroeger dacht van de Moer­mantherapie. Vaak hoor je artsen nog wel denken: "allemaal kwakzalverij".

 

We zijn eigenlijk bezig met een soort uitbreiding van onszelf met allemaal nieuwigheden.

Ik was eens bij een groep mensen, allemaal met kanker, die regelmatig bij elkaar komt.

Er werd over allerlei onderwerpen gepraat en levendig gediscussieerd.

Op het laatst hoorde ik iemand iets zeggen dat mij heel vreemd in de oren klonk. Ze zei: "ik heb kanker gekregen en dat was toen een heel groot probleem. Ik ben heel erg geschrokken. Maar nu, na een hele poos, met wat ik ondervonden heb, de contacten die ik gekregen heb en met datgene wat ik geleerd heb, die verrijking van mijn leven: ik had die periode nooit willen missen".

Zo'n uitspraak klinkt vreemd, maar ik heb nu datzelfde gevoel en ik weet dat dat bij meerderen van ons het geval is.

 

Ik ging boeken lezen van Louise Hay (Je kunt je leven helen) en van Paul Solomon (Vrijheid van keuze). Ik begon heel langzaam te begrijpen hoe het eigenlijk met onze gedachten, onze emoties en ons handelen in elkaar zit.

 

Van Paul Solomon leerde ik bijvoorbeeld hoe je bewust kan worden van je slachtoffergevoel, alsof alles je overkomt. Maar ik leerde ook dat je die gedachten ook om kan bouwen naar heel andere, nieuwe manieren van (positief) denken. Precies zoals Louise Klaverweide zojuist vertel­de, dat je zelf je gedachten kan veranderen. En dat is heel vreemd. Dat besefte ik vroeger ook niet.

 

In het begin vond ik het maar een beetje onzin. Maar het bleek wél te werken. Ik kom steeds meer mensen tegen die geleerd hebben op die manier te gaan denken, en het is heel boeiend om samen over te praten. Ik heb inmiddels heel wat van deze warme contacten gehad. Ook telefo­nisch heb ik met velen van u intieme dingen besproken. En dat ging niet op een droevige manier, zeker niet. Vrijwel iedereen kende die drang van: OK jongens, wat ik zelf aan mijn situatie doen en verbeteren.

 

De kennismaking met Louise was er één uit het rijtje mooie contacten via zogenaamde toevallig­heden. In die tijd leerde ik ook Jan Vermaas kennen. Ik woonde een sessie "Ki" bij en merkte toen hoe hij kon laten zien hoe ik in de praktijk zou kunnen omgaan met datgene wat ik in theo­rie via boeken geleerd had. Daarom wil ik hem vandaag voor het licht brengen om ook jullie met "Ki" kennis te laten maken. Jan heeft zich verdiept in de wetenschap van Ki, welke wetenschap al vele duizenden jaren bestaat.

 

Velen kennen het woord Ki als Chi (de Chinese weergave daarvan). Jan begeleidt groepen men­sen met een goede en minder goede gezondheid. Hij geeft regelmatig voor­drachten, zoals vandaag bij ons. Hij kan ons heel veel over Ki vertellen, zelfs in een vrij korte tijd. Het wordt dan ook een korte kennis-making over een bijzondere wetenschap en met een bijzonder mens

 

 

Ki - onze Levensenergie

door Jan G. Vermaas

Ki-therapeut

 

Ki.

Ik zie iedereen al reageren op het woord Ki. Want, behalve de mensen die mij eerder gezien hebben, heeft wellicht niemand eerder van het woord Ki gehoord.

 

Ten eerste mijn compliment aan Hans. Want hij heeft het toch weer voor elkaar. Hij heeft het wéér georganiseerd, en op een manier, en je verhaal: ik vond het schitterend.

Ik denk dat als mensen dat zouden kunnen doen, hún stukje zouden kunnen brengen...

Je zal het ongetwijfeld niet alleen gedaan hebben deze dag. Maar als je zo kan vertellen wat je voelt en wat je denkt, ik vind het schitterend.

Ik sta hier, maar, wat ik wil vertellen, heeft Hans eigenlijk laten zien. Een stukje eigenwaarde. En stukje laten zien van: kijk eens wat ik gepresteerd heb. En dat is alleen puur naar jezelf toe en voor jezelf. Dat vind ik groots.

 

Ki. Als je achter Louise een voordracht mag doen, dan denk ik dat eigenlijk alles al gezegd is of misschien alles niet gezegd is.

Als je goed naar haar gekeken hebt (dat is wat moeilijker dan we denken), kijken, beleven en horen wat er gezegd wordt, en dan niet direkt in de woorden, maar door wat ze niet gezegd heeft. Haar non-verbale taal is zo ontzettend groot.

 

Wat jullie gedaan hebben is grotendeels niet anders dan non-verbaal reageren, want ik heb maar een paar reacties uit de zaal gehoord.

En waar heb je dat mee gedaan?

Met je lichaam. Ik zag mensen verschuiven. Ik zag mensen reageren op woorden die er gezegd werden. Er werd ineens òf rechtop gezeten of men zakte in elkaar. Praten we over negatieve emoties dan zie je dat iedereen daarop regeert.

 

Wat er eigenlijk gebeurt is dat je vlucht voor het gevoel waar ze het over heeft. En dat gevoel is het gevoel waar we eigenlijk zo graag van af zouden willen. En wat doen we? We zeggen en denken: "Uh, uh, kom, als jij nu maar doorpraat dan krijg ik weer wat anders in mijn hoofd en dan gebeurt het".

Die verantwoording ligt dus nooit bij de ander. Die ligt dus bij jezelf.

Hoe ga jij er mee om? Ook dat is weer een verhaal op zich. Ik zag een paar woorden op de eerste sheet die Louise gebruikte. Die ga ik straks gebruiken. Ik wil toch eens kijken hoe jullie daarop reageren.

 

De vraag luidt dus: wat is nu eigenlijk Ki?

Ki..., Hans heeft het al gezegd, is een Japans woord. Het betekent niets anders dan levens-energie, dus de energie die je nodig hebt om te leven. Als die energie je lichaam verlaat, dan pas zou je dood zijn. Bij iemand die klinisch dood is (alles staat stil), maar de energie, de energie om te leven, is nog in het lichaam, geeft dát de kracht om er weer uit te komen.

 

Dus Ki is niets anders dan levens-energie.

Die krijg je mee en dat is jouw kado. Dat kan je, vanaf je geboorte tot het moment dat je je ogen weer sluit, verbruiken. Dan zal je er last van hebben.

Je kan het ook gebruiken. Ik geef je op een briefje: bij alles wat je doet (en even niet inge­deeld in postief of negatief), je kan daar energie uithalen.

Denk zelf maar terug. Als we goed terugkijken naar alles wat hiervoor geweest is. Is het niet altijd zo geweest dat we onze energie verbruikt hebben in plaats van gebruikt?

Hoe vaak zeggen we niet: ik ben moe, ik zie het niet meer zitten, ik ben versleten, ik moet even gaan liggen, en noem maar op. Alles kost ons zoveel energie. Ik hoop straks te vertellen wat je ermee kunt doen, hoe je het kan creëren voor jezelf.

 

Wat ik met dit verhaal wil vertellen is dat de kracht van Ki, de energie die we kunnen hebben is zó ontzettend groot (ik heb het Hans ook horen vertellen). Als je die kracht eens kunt aanzetten tot jouw genezing.

 

Dat heeft met een aantal dingen te maken.

Positief denken. Niet alleen denken dat we het kunnen bedenken, want dat doen we vaak, maar ook de houding er bij aannemen. En geloof me, je houding is zo ontzettend be­langrijk. Als ik hier op deze manier ga staan te vertellen (de spreker neemt hier een ineengezakte houding aan), en ik vraag aan iemand: hoe denk je dat ik me voel? Dan zal de ander zeggen: nou, beroerd.

Het leuke is dat het lichaam ook zo reageert. Als ik zo lang zou staan zou ik me ook beroerd gaan voelen. En erger nog, ik voel me steeds moeier worden. Op een gegeven moment moet ik gaan zitten en het wordt steeds maar erger.

 

Heel anders gaat het als ik wat rechter op zou gaan staan. Ik mag gerust leunen, maar leunen en leunen zijn twee verschillende dingen. Als je rechtop gaat staan is ook je gevoel anders. Ik vraag straks wel of jullie met mij mee willen doen. We gaan ook een beetje bewegen als jullie het goed vinden. Niemand hoeft mee te doen, maar ik wil je wat van de kracht laten zien van het Ki (levensenergie, Chi in het Chinees, Tai Chi, bewegen vanuit energie).

 

De Ki heeft een aantal bewegingen bedacht. Een soort feed-back-oefeningen, om te laten zien dat jouw lichaam altijd je aandacht volgt. En wat is nu onze aandacht? Je aandacht is datgene wat je bedenkt. Kijk maar goed als je je niet lekker voelt. Het is even erg als wat je bedenkt. Wat zit er dan in mijn hoofd? Waar ben mee bezig in Godsnaam.

Denk maar aan iets wat negatief is. Louise heeft net heel mooie voorbeelden gegeven.

Als je op dat moment rondkijkt. Bijna niemand reageert met woorden, maar je zág iedereen reageren. Of we lachen het weg, maar dat is precies hetzelfde hoor. Het lichaam reageert er op en dat willen we eigenlijk niet.

 

En dan het feit dat we ziek zijn, zoals zommigen dat noemen: ik denk niet dat jullie ziek zijn. Als ik hier rondkijk zie ik niemand die ziek is. Het is in feite een stukje in het lichaam wat je belem­mert op dat gebied.

En dan kom ik terug op het verhaal van Hans over die 10%. Dat heeft hij dan van mij gehoord, nou, ik heb het ook weer van een ander, want woorden zegt niemand voor het eerst. We hebben ze toch al gedeeld.

 

Dat, wat je aandacht geeft, groeit. Nu die 10%. Het is een voorbeeld dat ik wel eens geef. Wat mijn vriendin nu in haar lichaam heeft is, denk ik, wel 10%. Als we praten over kanker in je lichaam is 10% best veel. Komt zelden voor. Je prostaat is zo klein, is verhoudingsgewijs tot je lichaam, inhoud of oppervlakte, misschien 1%. Ik neem aan dat er niemand is met zo'n heel grote prostaat, want dan loop je met hijsbandjes op je rug.

Dus hij is maar heel klein. Laat het 1% zijn, en denk ik nog dat het veel is. Al zouden we het gewicht bekijken, zelfs dan kom je met een prostaat ver onder 1%. Dit betekent dat 99% van jouw lichaam kerngezond is. Die 99%, daar kan je wat mee. Die kan je inzetten om jou te helen.

Als we hier 1 soldaat neerzetten die iets kwaads zou willen, en we zetten daar 99 positieve mensen, of ook soldaten, neer (geef ze maar even een naam), en ik vraag jullie: "wie zou er win­nen". "Ja, gòh", zegt u, "ongelijke strijd zeg".

Maar wat doen wij in het alge­meen? We geven zoveel aandacht aan die ene dattie zo ontzettend groot wordt. We kijken hoe die het doet, waar hij bezig is, wat er gebeurt en noem maar op.

En daardoor krijgt hij energie. En als het energie krijgt dan groeit het.

 

Kijk naar buiten naar de plantjes. Haal het zon­licht weg en de plantjes gaan dood. Haal het vocht weg: de plantjes gaan dood. Ze hebben ze beide nodig om te leven. En weet je wat licht is? Het is niets anders dan liefde, en warmte. En liefde en warmte is aandacht. Ik weet zeker dat je dat stukje niet echt met liefde zou willen behandelen.

 

Maar wat er overblijft, buiten dat, is 99% pure liefde. Daar ben je mee geboren. En alles wat er niet is zit in je koppie. Het is je net verteld. Maar terwijl het gezegd wordt denk je: "gòh, wat nu weer, hou er maar over op".

En weet je waarom?  We willen het namelijk zo graag. We hebben zo'n behoefte aan een stuk geborgenheid, een stukje warmte. Van je buren, van je vrouw, van je man, van je kinderen, van de mensen om je heen.

Maar welke vergeten we? Dat is een hele belan­grijke: jezelf, ja jezelf.

 

Onthoud één ding goed mensen: Als er mensen om je heen zijn, ik weet zeker dat iedereen minimaal één iemand kan vinden die van hem houdt, ja? Ik denk wel veel meer. Als we heel eerlijk durven kijken zijn er veel meer mensen om ons heen die gewoon van jou houden. Komt dat nu alleen maar omdat zij in staat zijn van de ander te houden? Daar geloof ik niks van. Weet je waarom ze van je houden? (of die andere, of die meerderen, of die honderd, of hoeveel zijn het er niet?) Omdat jij om van te houden bent.

 

Het enige dat we niet doen, wat we nooit zeggen: "ik hou van mezelf". Want dat kan je niet maken in deze maat­schappij. Dat zeg je immers toch niet van jezelf. Maar we willen wel dat de ander het zegt. Ja, je moet wel van me houden, als het even kan. En dan het woord moeten. Heb je dat wel eens goed bekeken?

 

Als mijn vriendin van mij moet houden ben ik dus aan haar aan het trekken. Het eerste wat ik doe als iemand aan mij trekt is me terugtrekken. Geef minimaal de ruimte om iemand van je te láten houden. Het leuke is: dát is namelijk delen. Dat is ook wat Louise doet door even niets te zeggen. Het enige dat ze doet is met haar aan­dacht naar jullie toegaan. En dat is voor sommi­gen van jullie best wel benauwd. Of we doen er gelijk een plaatje bij van binnen van door te denken en te zuchten: "nou, schiet eens op, het is wel zo, maar...". Of "ja maar", (heel Nederlands, jamaar...), wat moet ik er mee? Dat kan je wel zeggen, maar, als ik thuis kom zit ik wel weer in die stoel, wat zo vervelend is, en dan lig ik wel weer in dat bed, waarin ik niet lekker lig", of wat we ook maar bedenken. "Want dan zit ik weer daar en dan gaat het weer fout".

Weet je waar dat mee te maken heeft? Met je eigen instelling. En dat is keihard: het heeft te maken met jou. En als er één is die dat kan veranderen, dan ben jij het.

 

Wat ik je wil laten voelen is dat jouw lichaam altijd je aandacht volgt. Dat is een wet, een natuurwet. Vraag niet hoe het werkt. Ik kan het je hooguit laten zien en beleven. Ik snap het ook niet. Ik doe dingen waar van ik denk: "Hoeh", maar het is wel heel lekker. In de natuur zijn zoveel dingen die we niet begrijpen.

Het groeien van een plantje. We kunnen het bolletje kopen, we stoppen het in de grond, zó diep (dat weten we, want het staat op de verpak­king), en na zoveel tijd komt er een klein puntje boven de grond uit. Daarna krijgt het blaadjes en een bloemetje. Dat weten we. Dat hele proces weten we helemaal. Want waarom groeit-ie nou? Er is nog geen wetenschapper die daar een antwoord op heeft kunnen geven. Er is geen antwoord voor. Het gebeurt. Het is energie, het is levensenergie. Dus stel even niet de vraag hoe het kan. En zeg ook niet "als ik het niet begrijp gebeurt het ook niet". Beleef het.

 

Ik wil wat vragen aan jullie. Twee houdingen. Ik wil jullie nu laten ontdekken wat het is als je werkelijk een keuze maakt en kijkt hoe je lichaam daarop reageert. Dus laten voelen dat je lichaam altijd jouw aandacht volgt. Willen jullie dat? We gaan even bewegen en dat is best wel lekker. Het is ook niet veel, je hoeft niet over stoelen te gaan springen. We doen geen tikkertje. Het is helemaal eigen wil. Het is een stukje dat je jezelf wel of niet geeft.

 

Ga is even staan. Toch leuk hè? Iedereen is in staat te gaan staan. Ga maar weer zitten. (Hilari­teit in de zaal).

We gaan we aandacht besteden aan zitten en nu gebeurt er iets vreemds. De helft gaat namelijk ánders zitten. Want wat doen we normaal: we ploffen neer, terwijl er wel gevraagd wordt: "ga eens zitten", en je bent niet gaan zitten, want anders zou je niet hoeven te gaan verzitten. Wel eens over nagedacht?

Oh, dat doen we zo vaak. We willen naar A, we komen B tegen. We stoppen en we weten het niet eens meer. De aandacht wordt verlegd. Ik vraag jullie: zet je voeten eens op de grond. Dan ga je zodanig zitten dat je in staat bent zo maar te gaan staan. Ik zal het even voordoen. Je kan ook achterover gaan zitten, maar dan moet je wel allemaal handelingen doen om te gaan staan. Dus ik vraag om te gaan zitten op een manier dat je zomaar kunt gaan staan.

 

Nu goed luisteren. Ik vraag een stukje van je aandacht. De enige vraag die ik aan je stel is: ga eens met aandacht naar het plekje waar jouw billen de stoel raken. Of ga eens met je gevoel naar die stoel. Dus voel eens dat die stoel er is. Weet je wat een kado dat is. Daar kan je blij mee zijn. Heerlijk zo'n stoel. Die stoel mag jou dragen. Houd maar gewoon je oogjes open, maar voel eens dat je zit. Voel met je billen die stoel.

Nu vraag ik aan jullie: blijf eens met je aandacht bij het plekje waar jouw billen de stoel raken. Dat vraag ik aan je. Blijf met je aandacht bij dat plekje waar jouw billen de stoel raken, meer niet. Dus blijf met je aandacht bij dat plekje. Begrijp dus goed: de echte vraag die ik stel is om met je aandacht te blijven bij dat plekje waar je billen de stoel raken. En probeer dan, terwijl je met je aandacht bij dat plekje op de stoel blijft, te gaan staan.

 

Als je namelijk echt die aandacht bij dat plekje op de stoel houdt, dan kan je niet gaan staan. Je kan pas gaan staan wanneer je je aandacht verandert naar het gaan staan. Je lichaam volgt je aandacht namelijk altijd. Dat is een wet.

 

Dat wetende zou je ook kunnen bedenken: "waar heb ik mijn aandacht bij". Heb ik mijn aandacht bij het feit dat wat ik het liefst zou willen of heb ik mijn aandacht bij het feit dat ik mogelijkheden bezit, die mij zouden kunnen steunen".

Ga ik naar een verjaardag omdat de jarige heel aardig is of zit mijn aandacht bij het feit dat die andere buurman, waar ik zo'n hekel aan heb, ook weer komt?

Want dat doen we. We zeggen dan: "oh, ik ga voor haar, maar als die buurman er weer is dan is mijn avond al weer verpest". Maar eigenlijk is het de bedoeling om naar de verjaardag te gaan omdat de jarige zo aardig is. En dan maakt het voor de rest eigenlijk niet uit. En als je daar meer bij stilstaat dan merk je het leuke: die buurman wordt ook aardig, want hij kan niet meer met jou botsen.

 

Wat we heel vaak doen is met onze gedachten, en ook met dingen buiten ons, een dualiteit aangaan. Als we een dualiteit aangaan, een gevecht aangaan, laat maar zeggen, met je kan­ker, met je prostaat, of met welke ziekte dan ook, wat doen we dan? We steken er energie in. Niet meer doen! Niet meer duelleren, niet meer mee vechten!

 

De volgende oefening is een heel praktische oefening die dat laat zien. Bij het Ai-Ki-Do, dat is een krijgskunst (de kunst van het krijgen, een manier van bewegen, het is ook een verdedi­gingskunst), daar gebruik je niets anders dan energie, puur energie, en je kiest voor jezelf. Vanuit jezelf kies je voor de ander en voor de omgeving.

Maar als je daar gaat vechten, of een dualiteit aangaat, dan merk je dat je het verliest. Je stopt energie in dat wat je niet zou willen.

Een heel mooi voorbeeld daarvan is een onbuigzame arm.

 

Die oefening mogen we zo dadelijk allemaal even doen.Het is wonderbaarlijk. Als ik het zo maar zou vertellen, dan weet ik dat er mensen zullen zeggen: "nee, niet bij mij, want ik heb altijd last van mijn arm.

Zou ik het met spierkracht doen, dan heb je gelijk. Want je zet ook dat in, waarvan je denkt: "hee, dat kan niet.". Maar als je denkt iets wel of niet te kunnen: je hebt altijd gelijk. Gebruik niets, gebruik dus geen energie, steek het er niet in, maar haal het er desnoods uit, of deel, of wees zacht. Zacht is niets anders dan liefde of aandacht.

 

Normaal geef ik verschillende soorten trainingen samen met een collega, die ik eigenlijk als eerste hier had moeten neerzetten: Theo Rijken. Dat zijn workshops creatief denken, creatief bezig zijn en creatief bewegen of de kunst en de kracht van aandacht, jullie mogen het zelf een naam geven.

Nu vraag ik of iemand, een sterke vent, mij zou willen helpen. Ik wil samen met Theo zo maar een feedback-oefening laten zien. Stel je voor. ik strek mijn arm, ofwel ik kies er voor om mijn arm te strekken. En wát een ander er ook van denkt, die kunnen van mij ..... 

Nu ga ik met spierkracht mijn arm, met de handpalm naar boven, op schouderhoogte naast mij, gestrekt houden. Een situatie waarbij de spieren van de arm de minste kracht kunnen opleveren. Nu vraag ik aan Theo of hij met twee handen (dus twee tegen één), mijn arm met al zijn kracht wil buigen. Dan ga ik met mijn spierkracht alles inzetten om dat tegen te gaan, en moet je eens zien wat er meet mij gebeurt. Ik ga er een heleboel energie in steken om mijn arm gestrekt te houden. Let hierbij ook op mijn houding, let ook op mijn hoofd, mijn gezicht, mijn schouders, mijn nek, terwijl ik eigenlijk niets anders wilde dan mijn arm met spierkracht gestrekt houden.

Iedereen die dit ziet zal snappen dat je dat ei­genlijk helemaal niet doen moet. Het doet trou­wens erg zeer. Weet je waarom? Al je spieren staan gespannen.

 

Dan vraag ik nu een sterke man om de proef aan twee kanten te herhalen, dus met mijn beide armen.

Een vrijwilliger, Wim, komt op het podium. Door de therapeut wordt dan dezelfde proef inderdaad aan beide, zijwaarts gerichte, armen uitgevoerd. Het kost hem zichtbaar enorm veel inspanning, maar duidelijk is dat hij het verliest. De armen worden uiteindelijk doorgebogen.

 

Nu zal ik eens wat anders doen. Weet je wat? Ik doe eens helemaal niets. En wat ik nog meer doe? Het zijn namelijk zulke aardige mensen, dat ik zeg: "doe maar". Nu doe ik namelijk helemaal niets. Ik kan nu ook gewoon blijven praten. Dat maakt helemaal niets uit.

Weet je wie er nu aan het vechten zijn?

 

Ik steek er nu geen energie meer in, wat ik daarnet wel deed. Ik steek energie in hen. Ik vul mijn arm met een heleboel kracht. Die kan je eruit nemen. De tweede keer laat ik het gewoon gaan. Weet je wat ik doe? Ik kies mijn ruimte. Als iemand aan mij iets zou vragen doe ik pre­cies hetzelfde. De ander heeft dorst, dat is zijn prestatie om mij te buigen. Ik geef hem dan een vol glas met water. Dan is hij in staat zijn dorst te lessen door dat glas te legen. Geef ik hem dan een leeg glas, dan kan hij er niets uithalen.

De allereerste keer geef ik deze meneer mijn arm vol met kracht, een vol glas. Dat kan hij dus legen. Geef ik hem een leeg glas, waar dus helemaal niets meer in zit, dan kan hij daar niets uithalen. Hij vecht dan niet tegen mij, maar tegen zichzelf.

 

Wat ik dus doe is geen energie steken in dat wat ik niet zou willen. Dus: steek nou eens geen energie meer in het probleem van je lichaam, maar steek energie in je vermogen. Wat ik nu doe is gewoon mijn vermogen gebruiken, dat is puur energie.

Weet je dat deze meneer (Wim) het ook kan?

 

(Jan vraagt dan aan Wim of hij zijn arm ook op schouderhoogte zijwaarts gestrekt wil houden. Jan span zich in om de arm te buigen, Wim zet alle kracht in om dat te voorkomen. Dat kost beiden zichtbaar heel veel inspanning en ver­moeidheid).

 

Nu zal ik even een verhaaltje vertellen, want ik moet hier toch nog iets bij vertellen om dit te laten gebeuren. Bij kinderen van vijf of zes jaar, als ze je maar begrijpen kunnen, is het vaak wonderlijk. Dan zeg ik: "denk maar dat je de brandweerman bent en je arm de brandweerslang is. Je vingers gaan gewoon open want dat is het tuitje waar het water uitkomt". En dan zeg ik tegen zo'n kind: "stel je eens voor, hier zit de kraan. Die kraan draai ik open, en wat gebeurt er dan?" En het kind zegt dat er dan water uit­stroomt.

Dat kunnen we allemaal bedenken. Wij kunnen als volwassenen zeggen: doe er maar energie doorheen. En zie die energie als warmte, als liefde.

 

Als Wim nu met zijn aandacht naar de dame aan de zijkant van het podium wil gaan. Wim, raak ze eens in gedachten aan, voel haar haren eens, dus ga met je gedachten, je aandacht daarheen. En je hebt voor deze houding gekozen, meer niet, dus daar geen energie in geven. Geen krachten, geen weerstand. Alleen bedenken dat je haar aanraakt en hou je aandacht bij haar.

Op dat moment probeert Jan met al zijn kracht de arm van Wim te buigen, hetgeen totaal zonder succes blijft. Het is overduidelijk dat Wim er geen enkele moeite voor heeft te doen om zijn arm gestrekt te houden.

 

Dan vraag ik nu aan de zaal om die proef alle­maal en dan bij de buurman en buurvrouw uit te proberen. Alleen even je arm strekken. Je aan­dacht naar buiten, maar kiezen voor deze hou­ding en meer niet. Gewoon even gewaarworden zonder er bij na te denken, zonder spierkracht, niet de spieren belasten, maar laat het eens gewoon gebeuren. Alsof je de hele wereld wil vasthouden.

De zaal verandert daarna in een ruimte met vrolijke actieve en geïnteresseerde mensen. Het blijkt inderdaad te werken zoals Jan verteld heeft.

 

Dit is zomaar een voorbeeld. Wat ik je werkelijk wil vertellen is dat jouw lichaam altijd je aan­dacht volgt. Dat is je grootste waarde. Bedenk eens wat je denkt. Is, wat je bedenkt, iets wat je draagt, steunt of belemmert? Creëer je een ver­mogende stemming of een stemming van onver­mogen? Dat is iets om over na te denken, want je kan niet níét denken. Ik hoorde het zojuist iemand zeggen: "ja maar ik denk niets". Dan heb je dus niets gedacht. Niet niet denken kan niet. Je hebt wel een keuze van wat je bedenkt.

 

En jouw grootste waarde is je fantasie. Je fanta­sie is niets anders dan je denken. En geloof me, kinderen mochten vroeger niet fantaseren, zo van: "zittie weer te fantaseren". Kan je begrijpen dat alles wat bestaat in deze wereld, is een product van de fantasie? Als er ooit zoveel eeuwen geleden niet iemand bedacht had om een berenvelletje om te doen dan zaten we allemaal in ons blootje hier. Die fantasie voor het beren­velletje hebben we uitgebreid. Door onze fantasie hebben we op de maan kunnen lopen. Gaan we de lucht in. Zitten we in onze auto. Alles is het product van onze fantasie. Dat is je grootste drager. Fantaseer nu eens wat je zou willen en houd je niet bezig met dat wat je niet zou willen.

 

En als je daar naar kijkt, ook naar je verleden, dat je denkt aan iets dat niet fijn was, vergelijk die tijd dan maar met nu. Dat maakt het nú zo mooi.

"Ja, toen was ik zus ... en toen hebben ze me zo..., oh, als ik er nog aan denk". Moet je eens goed voelen, hoe voelde je je toen? Wellicht heel slecht. Maar nu voel je je goed. Houd je daar dan mee bezig. Waarom zou je het verleden hierheen halen? Waarom zou je daarmee je toekomst laten beïnvloeden? In wezen is het nú. Nu kan je beslissen. En alles wat je gedaan hebt daarvóór is een cadeautje. Het wordt alleen maar groter. Probeer niets weg te doen, maar doe er wat bij. Dan pas heb je wat gewonnen. Dat is groeien. En we willen allemaal groeien.

 

Wat willen we laten groeien? Onze gezondheid. Ga dus met je aandacht naar je gezondheid. Ga rechtop staan, neem maar eens een houding aan van: "hé". Dat zit veel lekkerder. Als een kind huilt willen we dat kind graag troosten. Het kind mag gerust huilen, laat het gewoon lekker huilen. Het heeft vaak zo'n heel goede reden om te huilen. Laat het huilen. Maar het kind een hou­ding aan laten nemen dat nog meer gaat huilen daar heeft het kind, denk ik, niets aan. Want dan wordt de aandacht die je geeft een beetje gekop­peld aan iets wat het eigenlijk niet zou willen. Je kan zo'n kind ook liefdevol beetpakken. Het hoofdje beetpakken en het naar je laten kijken. We houden gewoon van het kind. Het leuke is: het kind wil altijd met het hoofd omlaag huilen. Neem één ding van me aan: als het kind maar boven kijkt kan het niet blijven huilen. En dan kan het dezelfde liefde krijgen en de liefde delen. Dat voelt veel beter.

 

Rechtop lopend of staand voel je je beter dan in elkaar gezakt. Maar kijk eens in de stad, kijk eens om je heen hoeveel mensen er niet in elkaar gezakt lopen. Maar let op, wij zijn het die daar daar lopen.

Dus, ga eens rechtop lopen, en wees eens blij. Glimlach, al is het maar van binnen. Geloof me, al glimlach je alleen maar van binnen, degene die naast je zit die voelt dat.

 

Want niet alleen dat ik niets doe, de andere kan minder kracht geven. Die kan niet met me vechten, niet duelleren. Dus duelleer nu eens even niet. Besteed je energie aan dat wat je zou willen.

 

Helaas, ik kan nog uren praten, toehoorders bedankt, Theo bedankt, Hans bedankt.

 

Op dat moment stapt één van de toehoorders naar de microfoon en vraagt het woord. Ze zegt: "Ik heb net gehoord hoe het met de vriending van Jan is. De energie hier in deze zal is goed. Kunnen we niet met z'n allen een paar minuten stilte houden en onze liefdesenergie naar het universum sturen opdat die op de juiste plaats komt?".

De voorzitter vindt dat een uitstekend idee om de middag mee af te sluiten. En zo gebeurt het ook.

 

Dit is voor mij, en zeker voor haar, het mooiste kado dat je maar kunt geven, dat je haar kunt geven. Het is het mooie dat je nu iets laat stromen wat we als kind, ik denk zelfs al daarvóór, meegekregen hebben. En dit is wat Louise zonder woorden verteld heeft. Dank jullie wel.