(Beeld aanpassen aan je scherm met ctrl + en ctrl -; F11 geeft volledig scherm)
Deel 1: de vrije-wil
Naar: Printversie (om dit onderwerp te printen op A4)
Naar: Trefwoorden (voor vraag en antwoord)
Naar: Hoofdpagina
1. Het aardse schaalmodel:
Dit hele gebeuren zoals het bij
jullie op aarde gaat, is een test of project voor de rest van het universum. [Maja-2007, 4 maart /5].
Wat hier op aarde plaatsvindt is voor het
hele universum een uiterst leerzaam en aanschouwelijk tafereel in verband met
de vrije-wil. Het wordt op onze aarde op schaalmodel uitgevoerd zodat het binnen ‘veilige’
grenzen blijft.
2. De vrije-wil:
Een van de dingen die
het leven aangenaam maakt, is vrijheid te hebben om te kunnen doen wat we graag
zouden willen. In het universum bevindt zich een zeer groot aantal wezens met
een vrije-wil. En het is prachtig als het voor iedereen leuk en aangenaam is en
blijft. En dat er ook steeds meer valt te genieten van elkaar en van alles wat al gecreëerd is en nog zal worden gedaan in het
universum.
3. Mogelijke problemen met de vrije-wil:
De luxe van
vrije-wil van de één kan echter inbreuk maken op de vrije-wil van een ander. Er
zouden meningsverschillen kunnen ontstaan met ruzies, vetes en zelfs oorlogen
als gevolg. Het is dus heel belangrijk dat er, vooral in zo’n
grote universele leefgemeenschap, in goede harmonie wordt samengewerkt.
4. In het universum:
Wij hebben begrepen dat er zich
in het universum problemen met de vrije-wil hebben voorgedaan. Zelfs in die
mate en zo wijdverbreid dat de goden/God drastisch hebben moeten ingrijpen door de
vrije-wil van wezens aan banden te leggen. Daardoor werden onomkeerbare
escalaties voorkomen.
5. Het beperken van de vrije-wil met wetten:
Als in het aardse
schaalmodel problemen rijzen, dan worden die door mensen overwegend aangepakt
via ‘de snelle methode’. Er worden dan regels en wetten opgesteld. Dit vereist
vervolgens een leger aan regelneven en controleurs die
sancties en straffen kunnen opleggen. En zo wordt gepoogd
de vrije-wil van mensen te regelen en te begrenzen, waarbij “de ene mens over
de ander gaat heersen”. En het is nog maar de vraag of dit een goede en
blijvende oplossing is voor rust, vrede en harmonie?
6. Mogelijke gevolgen van wetten:
Het opleggen van
wetten en met sancties handhaven, mag dan een snelle methode zijn om dingen
onder controle te krijgen en ogenschijnlijk ook te houden. Maar toch is dit
geen ideale situatie want het kan tot opstapelen van ‘buskruit’ leiden. Neem als voorbeeld wat er op 7 oktober
Een dag zonder politie:
“….. roofovervallen, gooien met molotovcocktails, banken
werden beroofd, brandstichtingen, plunderingen van winkels, talloze vernielingen,
complete chaos in het verkeer omdat niemand zich meer aan de verkeersregels
hield, vele miljoenen aan schade en een aantal mensen werd gedood.”
6.1 Buskruit:
Tot op die dag was het ‘fatsoenlijke’ gedrag van veel mensen
eigenlijk gebaseerd op angst voor straf bij het overtreden van uitwendig
opgelegde wetten. Op die basis was er ogenschijnlijk een stabiele samenleving
gecreëerd. Bij het wegvallen van het “Big-Brother”-toezicht
en daarmee de angst voor straf, bleek de zaak in werkelijkheid een groot vat
buskruit te zijn.
6.2 Ontoereikendheid van wetten:
Grote hoeveelheden
wetboeken en torenhoge stapels papier vol met genuanceerde regels en
voorschriften tezamen met macht en sancties hebben misdaad niet kunnen uitbannen.
En ook is er daardoor nauwelijks besef van ‘normen en waarden’ bijgebracht.
Daarom is de stabiliteit van deze wereld een twijfelachtige stabiliteit en
kunnen wereldwijd ‘vaten buskruit’ hoog opgestapeld liggen.
6.3 Groei en escalatie:
Het Montreal-effect
zou op talloze plekken kunnen uitbreken. In steden wordt het steeds moeilijker
om alles onder controle te houden en lokt dit een aanzwellende hoeveelheid
wetten en regels uit. Het in toom proberen te houden met méér
wetten en méér regels roept op zijn beurt méér verzet op omdat dit indruist tegen het vrije-wil-gevoel. Verkapt of openlijk verzet wordt
beantwoord met nog méér regels. En zo groeit “Big-Brother” in een over-en-weer
proces via ‘meer blauw op straat’, op elke hoek een bewakingscamera, verplichte
legitimatie, zero-tolerance, lik-op-stuk-beleid,
gestadig door tot een politiestaat. Vrije-wil reguleren met opgelegde wetten en
regels samen met straf en sancties blijkt niet zo’n harmonieus en gelukkig
huwelijk te zijn.
6.4 Op grotere schaal:
Wat zich in de stad Montreal heeft voltrokken
kan zich ook op veel grotere schaal voltrekken. Als de politie in een land zou
gaan staken, zou het Montreal-effect op veel plaatsen kunnen uitbreken en zich
kunnen uitbreiden over een heel land. Maar ook wereldwijd kunnen vaten buskruit
opgestapeld liggen en zou het Montreal-effect overal kunnen uitbreken en zich
kunnen uitbreiden tot een wereldbrand.
7. Het alternatief:
Laten we terugkeren naar de
beruchte ‘dag zonder politie’ in Montreal. Hoewel het niet in het artikel stond vermeld, mogen we toch
aannemen dat er mensen zijn geweest die hier niet aan mee hebben gedaan omdat
ze dat zélf
niet wilden. Deze mensen hadden een inwendig besef van ‘goed en
kwaad’; ze hadden de ‘wetten in hun verstand en hart’, dat ook wel het
‘geweten’ wordt genoemd. (Vergelijk Jeremia 31:33). Deze mensen zullen, na de gevolgen te
hebben overzien, nog beter zijn gaan beseffen dat inwendige wetten beter zijn
dan met macht en dwang opgelegde uitwendige wetten en angst voor straf.
Ook zal een aantal mensen dat
wel had meegedaan, na die dag tot bezinning zijn gekomen dat het verkeerd was
geweest. Zij zijn daardoor tot een bepaald besef van ‘goed en kwaad‘ gekomen
waardoor het mogelijk is dat ook zij bij een volgende ‘dag zonder politie’ niet
meer zullen meedoen. Dan hebben zulke gebeurtenissen toch ook nut gehad, in de
zin dat het mensen bewust heeft
gemaakt van hun daden en gevolgen daarvan.
8. Het inwendige besef:
Hoeveel beter is het dus als
mensen zich laten leiden door inwendige wetten in hun verstand en hart,
verkregen door het ervaren van de gevolgen van daden. Als iemand het besef van
‘goed en kwaad’ in zijn geweten heeft en hier naar leeft, is het vat buskruit
in hem zelf leeg. Of de uitwendig opgelegde wetten nu wel of niet bestaan, het
maakt geen verschil; er zal geen Montreal-effect zijn bij zo’n persoon. Een
samenleving waarin iedereen leeft vanuit een inwendig besef van ‘goed en kwaad’ (het “geweten” hebben) zal veel veiliger
en stabieler zijn. De vraag is nu, hoe krijgt elk individu dat inwendige besef
wanneer iets goed en wanneer iets verkeerd is?
9. Eigen ervaringen:
We leren het meest
en het snelst door eigen ervaring, dus door iets zèlf
mee te maken of te ondergaan. Een (overbezorgde) moeder kan haar kind
voortdurend waarschuwen niet te dicht bij een hete kachel te komen. Ze kan het
zelfs onmogelijk maken door bijvoorbeeld een scherm te plaatsen. Maar
waarschijnlijk zal ze dat ‘verbod’ regelmatig moeten herhalen. Als het kind
echter één keer zijn hand voldoende brandt, heeft hij het in één keer geleerd
en zijn wetten en waarschuwingen en ook het scherm overbodig geworden. De
ervaring is in de geest van het
kind gekomen. Gedicteerde wetten werken niet afdoende, ervaringen werken prima.
10. Aanschouwelijk onderwijs:
Ook aanschouwelijk
onderwijs kan besef bij brengen, dus het zien van wat er gebeurt in bepaalde
situaties. Het zien van bijvoorbeeld een dramatisch ongeluk kan een diepe
indruk achterlaten. Zelfs het zien van een film kan een diepe indruk achter
laten door het inlevingsvermogen.
11. Het vrije-wil-project:
Daarom is in het
universum besloten om op kleine schaal een aanschouwelijk project te starten
met de vrije-wil. Ons melkwegstelsel is gereserveerd als proefterrein, waar
allerlei projecten kunnen worden uitgetest. Het is een afgeschermd gebied zodat
de vlammen van een mogelijk uitslaande brand niet de rest van het universum in
de fik kan zetten. In ons melkwegstelsel is de aarde gekozen als plaats voor
het vrije-wil-project. De aarde is vervolgens ingericht als afspiegeling van
het universum en leefbaar gemaakt voor wezens die in dat vrije-wil-project
zouden willen ‘meespelen’.
Dat waren wezens die wel mee wilden helpen met iets nieuws en zich dus
vrijwillig hebben laten planten op jullie aarde. [Maja-2006,
5 juni /4].
11.1 Enkele aspecten:
Om in het project
met vrije-wil alle facetten van vrije-wil te kunnen belichten, mochten de wezens
zich niet teveel bewust zijn van waar ze mee bezig waren. Want dan zouden ze
daarop kunnen inspelen en anticiperen door bijvoorbeeld bepaalde dingen juist
wel of juist niet doen. Om die reden is er gekozen voor nieuw gecreëerde wezens als spelers. Dus zonder een, door ervaring
verkregen, besef van ‘goed en ‘kwaad. En dat zijn de mensen die op
bewustzijnsniveau 3 zijn begonnen met hun leven. [Bewustzijnsniveaus].
Zo kon, zonder het universum er aan op te offeren, op een ‘veilige’ manier het
hele universum de gevolgen zien van onafhankelijke en ook extreme vrije-wil.
Hoe problemen met de vrije-wil kunnen beginnen, waar kantelpunten liggen en dan
kunnen escaleren in onomkeerbare situaties. Om daarmee inzicht te verkrijgen in
‘goed en kwaad’ teneinde in harmonie met elkaar te kunnen leven.
12. Toelichting van Maja:
Op aarde zijn jullie heel erg bezig om te leren van het
probleem disharmonie. De bedoeling is natuurlijk om evenwicht te vinden, maar
door de vrije wil ziet het er naar uit dat het een moeilijke opgave is. Het is
nog steeds een lesprogramma voor alles en iedereen om te ontdekken hoe balans,
liefde uitgebreid kan worden om te voorkomen dat er verschrikkelijke dingen
gebeuren en alles verknald wordt. [Maja-2008,
29 februari /3].
Naar deel 2: Goed en kwaad
Naar: Trefwoorden (voor vraag en antwoorden)
Naar: Hoofdpagina