(Het beeld aan je scherm
aanpassen met ctrl+ en ctrl-;
F11 geeft volledig scherm)
Deel 2: goed en kwaad
Naar: Printversie (om dit onderwerp te
printen op A4)
Naar: Trefwoorden (voor vraag en antwoorden)
Naar: Hoofdpagina
De natuur kent beloning noch straffen, enkel gevolgen. [Robert
Green Ingersoll]
1. Het kennen van ‘goed en kwaad’:
Om het universum
stabiel, leefbaar en gezellig te houden, moet de vrije-wil gecombineerd worden
met inzicht wanneer we iets wel en wanneer we iets niet moeten doen. We kunnen
ook zeggen: inzicht in ‘goed en kwaad’. Het aardse-project laat zien dat met
macht opgelegde wetten en sancties er niet voor heeft gezorgd dat dit inzicht
in het hart en geest (geweten) van de mens is gekomen. Integendeel het heeft
een potentieel aan explosieve situaties voorgebracht. Inzicht in ‘goed en
kwaad’ in het hart en geest krijgen is niet zo simpel. Dit komt mede doordat
‘goed en kwaad’ zelf niet zo eenvoudig te bepalen is.
2. ‘Goed en kwaad’ geen absolute begrippen:
Want hoe
omschrijven we ‘goed en kwaad’? Wanneer is iets goed en wanneer fout? Wat de
een ‘goed’ vindt kan een ander juist ‘kwaad’ vinden. Iemand die steelt kan dat
‘goed’ vinden, omdat hij
honger heeft. Maar degene die bestolen wordt kan het als ‘kwaad’
bezien. Eén en dezelfde gebeurtenis door twee verschillende mensen, verschillend
bekeken. Is regen goed of is regen slecht? Hoe denkt een boer en hoe denkt een
toerist daar over? Of iets goed is of kwaad, is niet met een simpel ja/nee te
beantwoorden en daarom is het ook niet mogelijk om ‘goed en kwaad’ in starre
wetten en regels te vangen. Iets is meestal niet alleen maar goed en ook niet
alleen maar slecht. Meestal is iets in een bepaald opzicht ‘goed’ en in
ander opzicht ‘slecht’! Daarom dient in elke
situatie opnieuw de individuele mens over dingen na te denken en af te wegen
in welke mate iets goed en slecht is.
(Onze engelengidsen
hebben ook moeite met onze vragen over ‘goed en slecht’. Dan krijgen we vaak
van hen te horen: “wat bedoel je met goed en slecht?” en dan willen ze van ons
dat nader toegelicht zien, wat wij er onder verstaan).
3. ‘Goed en kwaad’ relatief:
‘Goed en kwaad’ zit
namelijk aan een te bereiken doel gekoppeld. Als iets naar dat doel toewerkt
dan noemen we dat ‘goed’ en als het verder wegraakt, noemen we het ‘slecht’. Maar
dan moeten we ons wel afvragen of het doel zelf dat we nastreven, wel goed of
slecht is! Want gestelde doelen kunnen heel verschillend en zelfs tegenstrijdig
zijn. Zo kan een regering het ‘goed’ vinden om kernenergie toe te passen en
milieubewegingen kunnen dit weer als ‘kwaad’ bezien.
4. De religieuze pogingen:
Religieuze stelsel worden vaak bezien als
de hoeders van de moraal, dus van ‘goed en kwaad’. Ook zij hebben, net als de
politieke machten, getracht ‘goed en kwaad’ collectief op te leggen aan hun onderdanen. En wat hebben wij en
alle andere wezens in het universum van deze religieuze pogingen in het
aardse-project kunnen leren?
4.1 Met grove macht:
Religies hebben
macht gebruikt die vaak grof en weerzinwekkend was. Denk aan de kruistochten,
inquisitie en brandstapels. Waren dat soort praktijken
‘goed of kwaad’? Degenen die op brandstapel werden gesleept zullen dit zeker
als ‘kwaad’ hebben beschouwd. Maar de dienaren van het religieuze systeem
zullen er vast van overtuigd zijn geweest “God een
heilige dienst te hebben bewezen” door ketters en heksen en anderen, in hun
ogen godslasterlijk gespuis, uit te roeien. Over ‘goed en kwaad’ gesproken!
(vergelijk: Johannes 16:2 “er komt een tijd dat iemand die jullie
doodt, denkt daarmee God gediend te hebben.” GNB),
4.2 Subtiele/psychologische macht:
Toen dergelijke
grove methoden niet meer werden toegestaan, bleef nog steeds een ander
machtsmiddel bestaan, namelijk de subtiele/psychologische macht. Met het
spreken ‘in naam van God en Allah’, met de zegen en de vloek, hemel en hel,
beloning met 70 maagden, inspelen op angst voor de dood, tezamen
met indrukwekkende gebouwen, prachtige religieuze gewaden, massale rituelen,
mooie gezangen, zijn mensen psychologisch onder druk gezet om de geboden en
verboden van religieuze systemen collectief te gehoorzamen.
5. ‘Goed en kwaad’ uit boeken:
Religieuze stelsel hebben, net als de
politieke machten, gebruik gemaakt van wetboeken, zoals de Bijbel, Koran en andere
‘heilige’ boeken en geschriften. Ook zij hebben geprobeerd ‘goed en kwaad’ voor
te schrijven wat dat inhoudt en ook getracht dit collectief aan mensen op te
leggen. Maar zoals het aardse-project laat zien, brengen ook opgelegde religieuze geboden en
verboden, vormen van ‘buskruit’ voort. Veelal in de vorm van onoprechtheid,
gevoelloosheid, onechtheid, schijnheiligheid, huichelarij en het leiden van
dubbele levens, enz.
6. ‘Geloof in God’
Het schaalmodel
hier op aarde laat zien dat collectief opgelegd ‘geloof in God’ mensen zelfs
totaal gevoelloos kan maken. Denk hierbij eens aan de verslagen in de bijbel hoe ‘in naam van God’, ‘Gods volk’ in ‘heilige
oorlogen’ mannen, vrouwen, baby’s, kinderen, oude van dagen en dieren op
gevoelloze wijze met zwaarden in stukken hebben gehakt. In werkelijkheid was ‘Gods volk’ bezeten door hun eigen-geschapen
god-elementaal en konden door die bezetenheid met
ongevoelige gewetens, gruwelijke dingen begaan. [Elementalen
/9.2]. Maar was dit nu goed of kwaad? ‘Gods volk’ zal het zeker als ‘goed’
hebben bezien en degenen die werden afgeslacht als ‘kwaad’.
(Vergelijk:
Deuteronomium 2:34-36: Bij die gelegenheid veroverden we alle steden en gaven
de bevolking aan de vernietiging prijs, mannen, vrouwen en kinderen. We lieten
niemand in leven).
(Vergelijk:
Jozua 6:21 Zij doodden alles wat in de stad
leefde, mannen, vrouwen, jong en oud).
7. Mislukte pogingen:
Politieke
regeringen is het niet gelukt collectief ‘normen en waarden’ met wetten en
verboden in het geweten van mensen te brengen en ook religieuze machten is dat
niet gelukt. Ook dat is een leerzaam aspect van het aardse-project, dat het
zelfs niet lukt door ‘God’ erbij te halen! Dat juist mét
‘God’ wezens heel gevoelloos konden worden door zonder nadenken geboden en
verboden boven de mens te stellen omdat ze zogenaamd van God afkomstig zijn. En
uiteraard dient God blindelings
gehoorzaamd te worden, toch? Ook dit religieuze aspect van het aardse-project
laat zien hoe gevaarlijk opgelegde geboden en verboden zijn zonder
een eigen gewetensvolle individuele afweging van goed en kwaad te
maken.
8. Eigen gevoel, hart en verstand:
Gedicteerde lijsten
met ‘goed en kwaad’ stompen af en maken ongevoelig omdat ze de noodzaak van zélf-nadenken en zélf-afwegen en zélf-navoelen, overbodig maken. Daarom hebben de politieke
en religieuze wetboeken met hun geboden en verboden mensen niet gewetensvoller
en liefdevoller gemaakt. Hun eigen gevoel, hart en verstand zijn er niet bij betrokken
en iemand handelt in principe als een geprogrammeerde robot waardoor hij ook gevoelloze dingen
kan doen. Elke daad heeft gevolgen en consequenties en in het aardse-project
kan binnen ‘veilige’ grenzen allerlei daden worden gedaan om te leren inzien
wat de gevolgen daarvan zijn. Elk individu in het universum, inclusief de mens,
kan dan zelf een afweging maken van ‘goed en kwaad’ door het zien en ervaren
van oorzaak en gevolg. Er wordt wel gezegd dat ‘de
aarde een leerschool is’. Dat is ook zo, maar niet alleen voor de mens maar
voor elk
wezen in het universum.
9. De verloren zoon:
In verband met
besef krijgen van ‘goed en kwaad’, is het wellicht aardig om Jezus’ illustratie
over ‘de verloren zoon’ wat nader te bekijken (Lukas 15:11-32). De oudste
ontiegelijk brave zoon wordt wel bezien als de ‘goede’ zoon omdat hij zich
keurig aan alle voorgeschreven regeltjes van ‘goed en kwaad’ hield. De jongste
zoon daarentegen wordt als de ‘slechte’ zoon beschouwd
omdat hij zich van ‘god noch gebod’ wat aantrok en zich in zijn ‘losbandige’
leven van alles permitteerde. Maar van welke zoon zal het universum nu het
meest hebben geleerd? Van degene die zich keurig aan alle voorgeschreven regels
en voorgeschreven moraal heeft gehouden of van degene die buiten de
voorgeschreven regels en definities van ‘goed en kwaad’ was gegaan? Wat valt er
te leren van een ‘goede’ brave zoon die keurig volgens de gestelde maatstaven
van ‘goed en kwaad’ heeft geleefd. Is dat een erg leerzaam onderdeel in een
vrije-wil-project? De ‘slechte’ zoon daarentegen
experimenteerde met z’n leven en wilde van alles ervaren en meemaken. Hij kreeg
daardoor besef van ‘goed en kwaad’ omdat hij zowel oorzaak als gevolg
van zijn daden had ervaren. De oudste
zoon was niet verder gekomen dan het houden van wetten en regels zonder de
ervaring van oorzaak en gevolg. Zijn begrip van ‘goed en kwaad’ was een leeg
begrip. De ene zoon had zijn hand tegen de kachel verbrand en zal dat niet meer
doen door besef van oorzaak en gevolg; de andere zoon had zich nooit verbrand
omdat het ‘verboden’ was of wellicht via allerlei goedbedoelde beschermende
maatregelen nagenoeg onmogelijk was gemaakt. Van welke zoon zou het universum
het meeste hebben geleerd? En welke zoon had nog het een en ander te leren en
te beseffen? Over goed en kwaad gesproken!
10. Of toch goed?
Er zijn gruwelijke
dingen op aarde gebeurd, die niet prettig zijn geweest en waarvan wellicht
velen het een groot ‘kwaad’ vinden. Zeker als iemand dat ‘kwaad’ zelf heeft
ondergaan. Maar als nu al die vele miljarden wezens in het universum, die
achter hun monitortjes zitten en het aardse-project gadeslaan, daarmee tot
besef zijn gekomen dat wat op aarde gebeurt zich ook in het hele universum kan
voltrekken. En als door dat besef nu wordt voorkomen dat deze ‘aardse
toestanden’ in het hele universum uitbreken en het universum daardoor een heel
stuk veiliger, stabieler en prettiger is geworden? Wellicht is het dan toch óók
wel ‘goed’ geweest dat deze dingen eerst
op schaalmodel binnen de aardse omheining zijn uitgeprobeerd vóórdat een grotere mate van vrije-wil in het universum
weer wordt toegestaan!?
Naar deel
3: De Gulden-Regel
Naar: Trefwoorden (voor vraag en antwoorden)
Naar: Hoofdpagina