(Beeld aan je scherm aanpassen met ctrl+ en ctrl- ; F11 geeft
volledig scherm)
Naar: Printversie (om dit onderwerp te printen op
A4)
Naar: Trefwoorden (voor vragen en
antwoorden)
Naar: Hoofdpagina
Voor een aansluitend begrip is het goed bekend te zijn met
het onderwerp:
1. Het begrip ‘ziel’:
‘Ziel’ staat eigenlijk voor
‘leven’. ‘Leven’ speelt zich echter op verschillende niveaus af. [Maja-2005,
1 augustus /1].
Er bestaan
veel soorten leven, zoals leven als geest, mens, dier, plant, enz. Er is dus
‘leven’ op verschillende niveaus. [Bewustzijnsniveaus].
Je zou ook kunnen zeggen: ‘ziel’ op verschillende niveaus.
2. Op geestelijk niveau:
Geestelijke wezens kunnen een
deel van zichzelf afspitsen dat vervolgens de potentie heeft om een eigen leven
te gaan leiden. [Maja-2005,
19 juli 23.30 uur]. Zo’n nieuw stukje leven
zouden we dus ook kunnen aanduiden als een nieuwe ‘ziel’. Deze begin-ziel bezit de gekopieerde kenmerken van het
oorspronkelijke wezen waar het een afsplitsing van is (“naar zijn beeld en
gelijkenis”). Het is echter een nul-stukje, dat wil
zeggen dat het wel de eigenschappen heeft, maar dat die nog ‘ongebruikt’ zijn.
Dus zonder ervaring en dus zonder bewustzijn ofwel bewustzijn nul. Vanaf zijn
ontstaan kan zo’n nieuw-leven
of nul-ziel gaan groeien in bewustzijn door te gaan
leven en te ervaren, waar dat dan ook zal zijn.
3. De mens:
Geestelijke wezens die wel mee wilden doen met een voor het universum
uiterst belangrijk project, splitsten een deel van zichzelf af om dat als
geestelijke deel van de ‘mens’ te laten leven. De mens is dus van origine een geestelijk wezen dat zou gaan meedoen in het
zogenoemde aardse-project.
De mens is niet 'gestrooid' (op aarde) maar erop gezet toen hij
leefbaar geworden was. Maar je snapt wellicht dat "de mens" al ergens
was op andere stelsels. Het waren wezens die wel mee wilden helpen met iets
nieuws en zich dus vrijwillig hebben laten planten op jullie aarde. [Maja-2006,
5 juni /4].
4. De mens als ziel/leven:
Wij hebben begrepen dat de ‘mens’ een stukje afsplitsing is van de
hoogste geestelijke wezens, de aartsengelen. Als begin-mens
heeft hij dus de soort-kenmerken van een aartsengel
maar nog geen bewustzijn want bewustzijn groeit tijdens het ‘leven’. Hij werd
vervolgens op moeder-aarde geplaatst en is begonnen met leven en daarmee de
opbouw van zijn bewustzijn.
5. De aardse mens is tweeledig:
Om mee te kunnen doen in het aardse-project moest de geestelijke mens gecombineerd
worden met een stoffelijk lichaam. [zie: De grote-lijn /1.9].
Jullie hebben een stoffelijk
lichaam dat leeft, maar ook een geestelijk lichaam dat leeft. [Maja-2005,
1 augustus /1].
6. Bewustzijnsopbouw stapsgewijs:
De groei van het bewustzijn van de mens als ziel zou stapsgewijs
plaatsvinden doordat de mens veel aardse levens zou doormaken. In ieder leven
zou er een stukje bewustzijn worden verkregen. Die stukjes bewustzijn worden
verzameld in een wezen-in-opbouw. Dat brengt ons, op
laten we zeggen, het begrip: het
grotere-ik-in-opbouw of kortweg het ‘grotere-zelf’ of menselijke ‘ziel’.
7. Het grotere-zelf of ziel:
Henk en Merloch hadden het gisteravond goed verteld dat het ’leven’
niet in z'n geheel in één lichaam kan. Met ‘leven’
bedoel ik natuurlijk de persoon door al zijn reďncarnaties heen. Die wordt
inderdaad steeds groter – breder, met
meer intentie. Dus je bent hier op aarde nooit helemaal de persoon die je
in de loop van de tijd allemaal bent geweest. [Maja-2005,
25 augustus /1].
En ook is er ‘leven’ dat de som
is van alle als mens doorgemaakte levens; dat is dus leven in een ruime zin. Die verzamelde
levenservaring is voor jullie belangrijk om verder te komen in jullie
levensverwachtingen en te groeien naar de volmaakte liefde die jullie
uiteindelijk verder zal brengen. [Maja-2005, 1 augustus /1].
Want zoals jullie
weten, bestaat jullie ‘zijn’ op aarde uit verschillende delen die dan een
totaal opleveren. [Maja-2010, 8 juni /3].
7.1 Op aarde slechts een stukje
van jezelf:
Jullie zijn hier maar een stukje
van jezelf en met dat ‘hier’ bedoel ik natuurlijk, de aarde. De rest is
ergens anders en gaat z’n gang en leert daar het
nodige. Maar de aarde is de beste leerschool voor het tot ontwikkeling komen
van het ‘zijn’. Hier kan je verdere gang naar ‘leven’ veel profijt van hebben.
Het is een onderdeel dat niet gemist kan worden bij het groeien naar het
‘zijn’. [Maja-2007,
2 september /2].
Ons verzamelde bewustzijn, het ‘grotere-zelf’
of ziel is derhalve groter dan het stukje bewustzijn van ons huidige aardse
leventje.
7.2 Het grotere-zelf of hogere-zelf of ziel:
Regelmatig wordt de term ‘hogere-zelf’ gebruikt. Ik denk dat het
‘hogere-zelf’ overeenkomt met het grotere-zelf.
Wanneer we dat ‘leven’ bekijken vanaf zijn oorsprong, dan komt het bij de
hoogste engelen vandaan en zouden we kunnen spreken over het
‘hogere-zelf’. Wanneer we dat leven beschouwen als ‘groeiend’ (vanaf punt 0)
dan kunnen we het ook als het grotere-zelf beschouwen omdat het steeds groter – breder, met meer intentie wordt. En dat wordt ook wel
als ‘de menselijke ziel’ beschouwd die groeit en groter wordt met meer intentie.
8. De groei-cyclus van het grotere-zelf of ziel:

8.1 Tijdens het aardse leven:
Gedurende een aards
leven slaan we, via het zilveren koord, ervaringen, kennis, inzicht en dus
bewustzijn op in ons geestelijke lichaam. [De mens /3].
8.2 Bij het sterven van het fysieke lichaam:
Bij het sterven van het fysieke lichaam worden de in dat aardse leven
vergaarde ervaringen als besef/bewustzijn opgeslagen in het
grotere-zelf of ziel. Zo groeit het bewustzijn van het
grotere-zelf of ziel met elk aards leventje door, totdat het grotere-zelf of
ziel voldoende ‘vol’ is voor transformatie en te gaan leven op het volgende
bewustzijnsniveau 4 als de nieuwe-mens.
8.3 Bij het reďncarneren:
Bij iedere
reďncarnatie stelt het grotere-zelf
of ziel een ‘persoonlijkheid’ samen voor het nieuwe leven als mens en
programmeert dat in het geestelijke lichaam. We gaan dan als nieuw mensje,
leven volgens die ingebrachte persoonlijkheid/karakter. Het
grotere-zelf of ziel hoopt dan een gewenst nieuw stukje ervaring/bewustzijn aan
zichzelf toe te kunnen voegen of een stukje dat nog niet goed is afgewerkt,
over te doen. (Dat laatste wordt dan wel als ‘karma’ bezien).
9. De meer gedetailleerde cyclus:
Bovenstaande cyclus
geeft in principe de groei in bewustzijn weer van het
grotere-zelf of ziel door het vergaren van steeds weer nieuwe stukjes opgedane
menselijke ervaringen door al onze aardse levens heen. De cyclus is in
werkelijkheid wat uitgebreider, in beide verbindingslijnen tussen het grotere-zelf of ziel en het geestelijke lichaam zit
namelijk een soort ‘opslag’.

10. Bij het overlijden van je fysieke lichaam:
Als je fysieke lichaam overlijdt dan verbreekt de koppeling, het
‘zilveren koord’, met je geestelijke lichaam. Het geestelijke lichaam, sterft
echter niet maar blijft doorleven in sfeer-3 waar het al de tijd al verbleef.
De geest bevat op dat moment alles wat we in het laatste aardse leven aan
ervaringen en besef ofwel bewustzijn, hebben opgedaan. Zo weet de geest dat je
bijvoorbeeld opa/oma op aarde bent geweest en kleinkinderen hebt en veel andere
dingen van het laatste geleefde aardse leven. [Maja-2006,
2 maart /2 en 3; Maja-2007, 8 oktober /3 en 4].
11. Na het overlijden van je fysieke lichaam:
Na het sterven van
het fysieke lichaam wordt de vergaarde ervaringen in je geest, als pakket
gekopieerd in opslag B en gevoegd bij alle andere pakketten van eerdere aardse
levens. Opslag B is een soort biografische bibliotheek waarbij elk boek de
‘levensbeschrijving’ bevat van een geleefd aards leventje. (Deze bibliotheek
maakt deel uit van de zogenoemde ‘Akasha kronieken’
waarin alles wordt bewaard wat op aarde heeft plaatsgevonden).
11.1 De groei van het
grotere-zelf of ziel:
Het grotere-zelf of ziel gebruikt
de informatie van de biografieën in opslag B, als ‘geestelijk’ voedsel en zal
daardoor groeien in bewustzijn. De specifieke
gebeurtenissen in al die levens hoeven niet te worden bewaard in het grotere-zelf of ziel. Ons huidige menselijke bewustzijn wordt ook opgebouwd uit een veelheid aan gebeurtenissen en
ervaringen waarbij we toch niet precies hoeven te weten hoe elke gebeurtenis
tot op detail exact en wanneer heeft plaatsgevonden. Een wortel die we eten,
steekt niet ergens in ons lichaam. De wortel wordt verteerd en gebruikt voor de
opbouw van het lichaam. Zo hoeft ook wat wij ervaren niet specifiek bewaard te
worden in ons grotere-zelf of ziel maar wordt gebruikt als opbouwmateriaal van het grotere-zelf of ziel.
11.2 Het verschil tussen opslag B en het grotere-zelf
of ziel:
Zowel opslag B als
het grotere-zelf of ziel zijn een verzameling van alle
geleefde aardse levens. Het verschil is echter dat opslag B beschrijvingen
bevat tot op details en het grotere-zelf of ziel, bewustzijn. De ‘boeken’ in opslag B mogen in
principe door iedereen in het universum worden ingekeken en iedereen mag daar
dan z’n eigen beleving bij fantaseren en lering
uittrekken. Het grotere-zelf of ziel dat de
verzameling is van alle bewuste aardse
levens is echter uniek en persoonsgebonden en daarom niet vrij beschikbaar; het
behoort iemand toe. Het is het verschil tussen een boek over iemands leven (biografie) lezen en het echte leven dat iemand
zelf heeft beleefd/geleefd.
12.
Bij het reďncarneren:
12.1
Ophouden van je vorige
persoonlijkheid:
Bij het reďncarneren wordt de geest van ons geestelijke lichaam
leeggemaakt om weer een ‘leeg emmertje’ te hebben dat in het volgende aardse
leven weer met nieuwe ervaringen en besef kan worden gevuld. Dit met het doel
om ons grotere-zelf of ziel stapsgewijs ‘vol’ te kunnen maken. Bij het reďncarneren houdt dus het besef op van wie we waren in het
laatste leven en komen we als blanco baby zonder benul opnieuw in de fysieke
wereld. Als nieuw mensje zullen we weer van alles leren, zoals lopen, praten,
schrijven, rekenen, handvaardigheid en we zullen in dat nieuwe leventje ook
weer allerlei ervaringen opdoen, die een bijdrage zullen leveren aan de opbouw
van het bewustzijn van het grotere-zelf of ziel.
12.2
Onze nieuwe persoonlijkheid:
Nadat het grotere-zelf of ziel zich heeft ‘gevoed’ met het stukje
bewustzijn van het laatst geleefde leventje, gaat het aan de hand van wat het
al heeft en wat het nog graag zou willen hebben, een nieuwe persoonlijkheid
samenstellen voor het volgende aardse leven. Dit nieuwe karakterpatroon of
‘persoonlijkheid’ wordt geplaatst in opslag A. Dat noemen we dan het
‘aangeboren’ karakter en via het doorleven van dit karakter, hoopt het grotere-zelf of de ziel, de reeds vergaarde goede
aspecten te versterken en wat nog ontbreekt, erbij te verzamelen.
12.3
Onze persoonlijke
engelengids:
Als het persoonlijkheidspatroon van het nieuwe mensje bekend is, wordt
door de engelenwereld bepaald welke engel het beste bij het nieuwe mensje past
om als persoonlijke engelengids te gaan ‘meelopen’.
12.4 Het programma van je persoonlijkheid:
Tijdens een aards
leven vindt er geen uitwisseling meer plaats vanaf het
grotere-zelf of ziel naar opslag A. Onze persoonlijkheid ligt gedurende een
aards leven vast in opslag A. Deze persoonlijkheid omvat echter meerdere
facetten die stuk voor stuk in de loop van een aards leven worden opgehaald uit
opslag A om doorleeft te worden. Maja schreef hierover:
In de zeven jaren opvolgend, verandert je lichaam en dan zeggen jullie
wel dat je over iets heen groeit en dat zijn zo ongeveer ook de tijden dat je
er van vorige levens (de samengestelde persoonlijkheid in opslag A) weer wat bij krijgt om mee te werken. Het gaat een
(aards) leven lang door maar wordt naarmate de persoon ouder wordt, wel wat
minder omdat er dan al veel van het leven zelf bij is gekomen en verwerkt. [Maja-2005,
25 augustus /2].
Duidelijk herkenbare perioden zijn: het kindstadium in de eerste 7
jaar, dan rond je 14e de pubertijd, daarna ergens rond je 21e
het aangaan van een relatie/trouwen. En niet te vergeten rond de 42e
het begin van de 2e jeugd, de beruchte en vaak onderschatte
midlifecrises (of bij vrouwen de ‘overgang’). Allemaal stadia waarin je
karakter (en dus ook je gedrag) een wezenlijke verandering ondergaat, doordat
een stukje van je totale persoonlijkheid is afgewerkt en een volgend stukje van
je totale persoonlijkheid, opgeslagen in A, wordt opgehaald om dan doorleeft te
worden.
12.5 De groei van
het grotere-zelf of ziel:
Hoewel we als aardse mens leren en ervaring opdoen
tijdens dat leven, nemen we deze kennis en ervaringen niet mee naar een volgende
aards leven. Bij iedere reďncarnatie moeten we als baby weer alles opnieuw
leren. Wel komt, wat we hebben ervaren en geleerd
terecht in het grotere-zelf of ziel, de levensvorm waar je verder mee zal gaan
als het grotere-zelf of ziel voldoende compleet is en klaar is voor leven op
het volgende niveau 4.
Die verzamelde levenservaring (in het grotere-zelf of ziel) is voor jullie belangrijk om verder te
komen in jullie levensverwachtingen en te groeien naar de volmaakte liefde die jullie
uiteindelijk verder zal brengen. [Maja-2005, 1 augustus /1].
Zie ook het
vervolgonderwerp: Het
grotere-zelf - aanvullend
Naar: Trefwoorden (voor vraag en antwoord)
Naar: Hoofdpagina