(Beeld aan je scherm aanpassen met ctrl+ en ctrl- ; F11 geeft volledig scherm)

Het grotere-zelf of ziel                   (15-01-2012)

Naar: Printversie (om dit onderwerp te printen op A4)

Naar: Trefwoorden (voor vragen en antwoorden)

Naar: Hoofdpagina

 

Voor een aansluitend begrip is het goed bekend te zijn met het onderwerp:

De mens.

 

1.  Het begrip ‘ziel’:

   ‘Ziel’ staat eigenlijk voor ‘leven’. ‘Leven’ speelt zich echter op verschillende niveaus af. [Maja-2005, 1 augustus /1].

 

   Er bestaan veel soorten leven, zoals leven als geest, mens, dier, plant, enz. Er is dus ‘leven’ op verschillende niveaus. [Bewustzijnsniveaus]. Je zou ook kunnen zeggen: ‘ziel’ op verschillende niveaus.

 

2.  Op geestelijk niveau:

   Geestelijke wezens kunnen een deel van zichzelf afspitsen dat vervolgens de potentie heeft om een eigen leven te gaan leiden. [Maja-2005, 19 juli 23.30 uur]. Zo’n nieuw stukje leven zouden we dus ook kunnen aanduiden als een nieuwe ‘ziel’. Deze begin-ziel bezit de gekopieerde kenmerken van het oorspronkelijke wezen waar het een afsplitsing van is (“naar zijn beeld en gelijkenis”). Het is echter een nul-stukje, dat wil zeggen dat het wel de eigenschappen heeft, maar dat die nog ‘ongebruikt’ zijn. Dus zonder ervaring en dus zonder bewustzijn ofwel bewustzijn nul. Vanaf zijn ontstaan kan zo’n nieuw-leven of nul-ziel gaan groeien in bewustzijn door te gaan leven en te ervaren, waar dat dan ook zal zijn.

 

3.  De mens:

   Geestelijke wezens die wel mee wilden doen met een voor het universum uiterst belangrijk project, splitsten een deel van zichzelf af om dat als geestelijke deel van de ‘mens’ te laten leven. De mens is dus van origine een geestelijk wezen dat zou gaan meedoen in het zogenoemde aardse-project.

 

   De mens is niet 'gestrooid' (op aarde) maar erop gezet toen hij leefbaar geworden was. Maar je snapt wellicht dat "de mens" al ergens was op andere stelsels. Het waren wezens die wel mee wilden helpen met iets nieuws en zich dus vrijwillig hebben laten planten op jullie aarde. [Maja-2006, 5 juni /4].

 

4.  De mens als ziel/leven:

   Wij hebben begrepen dat de ‘mens’ een stukje afsplitsing is van de hoogste geestelijke wezens, de aartsengelen. Als begin-mens heeft hij dus de soort-kenmerken van een aartsengel maar nog geen bewustzijn want bewustzijn groeit tijdens het ‘leven’. Hij werd vervolgens op moeder-aarde geplaatst en is begonnen met leven en daarmee de opbouw van zijn bewustzijn.

 

5.  De aardse mens is tweeledig:

   Om mee te kunnen doen in het aardse-project moest de geestelijke mens gecombineerd worden met een stoffelijk lichaam. [zie: De grote-lijn /1.9].

 

  Jullie hebben een stoffelijk lichaam dat leeft, maar ook een geestelijk lichaam dat leeft. [Maja-2005, 1 augustus /1].

 

6.  Bewustzijnsopbouw stapsgewijs:

   De groei van het bewustzijn van de mens als ziel zou stapsgewijs plaatsvinden doordat de mens veel aardse levens zou doormaken. In ieder leven zou er een stukje bewustzijn worden verkregen. Die stukjes bewustzijn worden verzameld in een wezen-in-opbouw. Dat brengt ons, op laten we zeggen, het begrip: het grotere-ik-in-opbouw of kortweg het ‘grotere-zelf’ of menselijke ‘ziel’.

 

7.  Het grotere-zelf of ziel:

   Henk en Merloch hadden het gisteravond goed verteld dat het ’leven’ niet in z'n geheel in één lichaam kan. Met ‘leven’ bedoel ik natuurlijk de persoon door al zijn reďncarnaties heen. Die wordt inderdaad steeds groter – breder, met meer intentie. Dus je bent hier op aarde nooit helemaal de persoon die je in de loop van de tijd allemaal bent geweest. [Maja-2005, 25 augustus /1].

   En ook is er ‘leven’ dat de som is van alle als mens doorgemaakte levens; dat is dus  leven in een ruime zin. Die verzamelde levenservaring is voor jullie belangrijk om verder te komen in jullie levensverwachtingen en te groeien naar de volmaakte liefde die jullie uiteindelijk verder zal brengen. [Maja-2005, 1 augustus /1].

   Want zoals jullie weten, bestaat jullie ‘zijn’ op aarde uit verschillende delen die dan een totaal opleveren. [Maja-2010, 8 juni /3].

 

7.1  Op aarde slechts een stukje van jezelf:

    Jullie zijn hier maar een stukje van jezelf en met dat ‘hier’ bedoel ik natuurlijk, de aarde. De rest is ergens anders en gaat z’n gang en leert daar het nodige. Maar de aarde is de beste leerschool voor het tot ontwikkeling komen van het ‘zijn’. Hier kan je verdere gang naar ‘leven’ veel profijt van hebben. Het is een onderdeel dat niet gemist kan worden bij het groeien naar het ‘zijn’. [Maja-2007, 2 september /2].

 

   Ons verzamelde bewustzijn, het ‘grotere-zelf’ of ziel is derhalve groter dan het stukje bewustzijn van ons huidige aardse leventje.

 

7.2  Het grotere-zelf of hogere-zelf of ziel:

   Regelmatig wordt de term ‘hogere-zelf’ gebruikt. Ik denk dat het ‘hogere-zelf’ overeenkomt met het grotere-zelf. Wanneer we dat ‘leven’ bekijken vanaf zijn oorsprong, dan komt het bij de hoogste engelen vandaan en zouden we kunnen spreken over het ‘hogere-zelf’. Wanneer we dat leven beschouwen als ‘groeiend’ (vanaf punt 0) dan kunnen we het ook als het grotere-zelf beschouwen omdat het steeds groter – breder, met meer intentie wordt. En dat wordt ook wel als ‘de menselijke ziel’ beschouwd die groeit en groter wordt met meer intentie.

 

8.  De groei-cyclus van het grotere-zelf of ziel:

 

 

8.1  Tijdens het aardse leven:

   Gedurende een aards leven slaan we, via het zilveren koord, ervaringen, kennis, inzicht en dus bewustzijn op in ons geestelijke lichaam. [De mens /3].

 

8.2   Bij het sterven van het fysieke lichaam:

   Bij het sterven van het fysieke lichaam worden de in dat aardse leven vergaarde ervaringen als besef/bewustzijn opgeslagen in het grotere-zelf of ziel. Zo groeit het bewustzijn van het grotere-zelf of ziel met elk aards leventje door, totdat het grotere-zelf of ziel voldoende ‘vol’ is voor transformatie en te gaan leven op het volgende bewustzijnsniveau 4 als de nieuwe-mens.

 

8.3   Bij het reďncarneren:

   Bij iedere reďncarnatie stelt het grotere-zelf of ziel een ‘persoonlijkheid’ samen voor het nieuwe leven als mens en programmeert dat in het geestelijke lichaam. We gaan dan als nieuw mensje, leven volgens die ingebrachte persoonlijkheid/karakter. Het grotere-zelf of ziel hoopt dan een gewenst nieuw stukje ervaring/bewustzijn aan zichzelf toe te kunnen voegen of een stukje dat nog niet goed is afgewerkt, over te doen. (Dat laatste wordt dan wel als ‘karma’ bezien).

 

9.  De meer gedetailleerde cyclus:

   Bovenstaande cyclus geeft in principe de groei in bewustzijn weer van het grotere-zelf of ziel door het vergaren van steeds weer nieuwe stukjes opgedane menselijke ervaringen door al onze aardse levens heen. De cyclus is in werkelijkheid wat uitgebreider, in beide verbindingslijnen tussen het grotere-zelf of ziel en het geestelijke lichaam zit namelijk een soort ‘opslag’.

 

 

 

10.  Bij het overlijden van je fysieke lichaam:

   Als je fysieke lichaam overlijdt dan verbreekt de koppeling, het ‘zilveren koord’, met je geestelijke lichaam. Het geestelijke lichaam, sterft echter niet maar blijft doorleven in sfeer-3 waar het al de tijd al verbleef. De geest bevat op dat moment alles wat we in het laatste aardse leven aan ervaringen en besef ofwel bewustzijn, hebben opgedaan. Zo weet de geest dat je bijvoorbeeld opa/oma op aarde bent geweest en kleinkinderen hebt en veel andere dingen van het laatste geleefde aardse leven. [Maja-2006, 2 maart /2 en 3; Maja-2007, 8 oktober /3 en 4].

 

11.  Na het overlijden van je fysieke lichaam:

   Na het sterven van het fysieke lichaam wordt de vergaarde ervaringen in je geest, als pakket gekopieerd in opslag B en gevoegd bij alle andere pakketten van eerdere aardse levens. Opslag B is een soort biografische bibliotheek waarbij elk boek de ‘levensbeschrijving’ bevat van een geleefd aards leventje. (Deze bibliotheek maakt deel uit van de zogenoemde ‘Akasha kronieken’ waarin alles wordt bewaard wat op aarde heeft plaatsgevonden).

 

11.1  De groei van het grotere-zelf of ziel:

   Het grotere-zelf of ziel gebruikt de informatie van de biografieën in opslag B, als ‘geestelijk’ voedsel en zal daardoor groeien in bewustzijn. De specifieke gebeurtenissen in al die levens hoeven niet te worden bewaard in het grotere-zelf of ziel. Ons huidige menselijke bewustzijn wordt ook opgebouwd uit een veelheid aan gebeurtenissen en ervaringen waarbij we toch niet precies hoeven te weten hoe elke gebeurtenis tot op detail exact en wanneer heeft plaatsgevonden. Een wortel die we eten, steekt niet ergens in ons lichaam. De wortel wordt verteerd en gebruikt voor de opbouw van het lichaam. Zo hoeft ook wat wij ervaren niet specifiek bewaard te worden in ons grotere-zelf of ziel maar wordt gebruikt als opbouwmateriaal van het grotere-zelf of ziel.

 

11.2   Het verschil tussen opslag B en het grotere-zelf of ziel:

   Zowel opslag B als het grotere-zelf of ziel zijn een verzameling van alle geleefde aardse levens. Het verschil is echter dat opslag B beschrijvingen bevat tot op details en het grotere-zelf of ziel, bewustzijn. De ‘boeken’ in opslag B mogen in principe door iedereen in het universum worden ingekeken en iedereen mag daar dan z’n eigen beleving bij fantaseren en lering uittrekken. Het grotere-zelf of ziel dat de verzameling is van alle bewuste aardse levens is echter uniek en persoonsgebonden en daarom niet vrij beschikbaar; het behoort iemand toe. Het is het verschil tussen een boek over iemands leven (biografie) lezen en het echte leven dat iemand zelf heeft beleefd/geleefd.

 

12.  Bij het reďncarneren:

12.1  Ophouden van je vorige persoonlijkheid:

   Bij het reďncarneren wordt de geest van ons geestelijke lichaam leeggemaakt om weer een ‘leeg emmertje’ te hebben dat in het volgende aardse leven weer met nieuwe ervaringen en besef kan worden gevuld. Dit met het doel om ons grotere-zelf of ziel stapsgewijs ‘vol’ te kunnen maken. Bij het reďncarneren houdt dus het besef op van wie we waren in het laatste leven en komen we als blanco baby zonder benul opnieuw in de fysieke wereld. Als nieuw mensje zullen we weer van alles leren, zoals lopen, praten, schrijven, rekenen, handvaardigheid en we zullen in dat nieuwe leventje ook weer allerlei ervaringen opdoen, die een bijdrage zullen leveren aan de opbouw van het bewustzijn van het grotere-zelf of ziel.

 

12.2   Onze nieuwe persoonlijkheid:

   Nadat het grotere-zelf of ziel zich heeft ‘gevoed’ met het stukje bewustzijn van het laatst geleefde leventje, gaat het aan de hand van wat het al heeft en wat het nog graag zou willen hebben, een nieuwe persoonlijkheid samenstellen voor het volgende aardse leven. Dit nieuwe karakterpatroon of ‘persoonlijkheid’ wordt geplaatst in opslag A. Dat noemen we dan het ‘aangeboren’ karakter en via het doorleven van dit karakter, hoopt het grotere-zelf of de ziel, de reeds vergaarde goede aspecten te versterken en wat nog ontbreekt, erbij te verzamelen.

 

12.3   Onze persoonlijke engelengids:

   Als het persoonlijkheidspatroon van het nieuwe mensje bekend is, wordt door de engelenwereld bepaald welke engel het beste bij het nieuwe mensje past om als persoonlijke engelengids te gaan ‘meelopen’.

 

12.4   Het programma van je persoonlijkheid:

   Tijdens een aards leven vindt er geen uitwisseling meer plaats vanaf het grotere-zelf of ziel naar opslag A. Onze persoonlijkheid ligt gedurende een aards leven vast in opslag A. Deze persoonlijkheid omvat echter meerdere facetten die stuk voor stuk in de loop van een aards leven worden opgehaald uit opslag A om doorleeft te worden. Maja schreef hierover:

 

    In de zeven jaren opvolgend, verandert je lichaam en dan zeggen jullie wel dat je over iets heen groeit en dat zijn zo ongeveer ook de tijden dat je er van vorige levens (de samengestelde persoonlijkheid in opslag A) weer wat bij krijgt om mee te werken. Het gaat een (aards) leven lang door maar wordt naarmate de persoon ouder wordt, wel wat minder omdat er dan al veel van het leven zelf bij is gekomen en verwerkt. [Maja-2005, 25 augustus /2].

 

   Duidelijk herkenbare perioden zijn: het kindstadium in de eerste 7 jaar, dan rond je 14e de pubertijd, daarna ergens rond je 21e het aangaan van een relatie/trouwen. En niet te vergeten rond de 42e het begin van de 2e jeugd, de beruchte en vaak onderschatte midlifecrises (of bij vrouwen de ‘overgang’). Allemaal stadia waarin je karakter (en dus ook je gedrag) een wezenlijke verandering ondergaat, doordat een stukje van je totale persoonlijkheid is afgewerkt en een volgend stukje van je totale persoonlijkheid, opgeslagen in A, wordt opgehaald om dan doorleeft te worden.

 

12.5   De groei van het grotere-zelf of ziel:

   Hoewel we als aardse mens leren en ervaring opdoen tijdens dat leven, nemen we deze kennis en ervaringen niet mee naar een volgende aards leven. Bij iedere reďncarnatie moeten we als baby weer alles opnieuw leren. Wel komt, wat we hebben ervaren en geleerd terecht in het grotere-zelf of ziel, de levensvorm waar je verder mee zal gaan als het grotere-zelf of ziel voldoende compleet is en klaar is voor leven op het volgende niveau 4.

 

   Die verzamelde levenservaring (in het grotere-zelf of ziel) is voor jullie belangrijk om verder te komen in jullie levensverwachtingen en te groeien naar de volmaakte liefde die jullie uiteindelijk verder zal brengen. [Maja-2005, 1 augustus /1].

 

   Zie ook het vervolgonderwerp: Het grotere-zelf - aanvullend

 

Naar: Trefwoorden (voor vraag en antwoord)

Naar: Hoofdpagina