NIEUWETIJDSKINDEREN
Er zijn minstens twee groepen nieuwetijdskinderen. De ene groep zijn de kinderen die innerlijk vooruitlopen op de tijd waarin zij leven. De andere groep zijn de helderziende kinderen met genezende gaven.
De tijden zijn aan het veranderen. Vroeger konden helderziende kinderen zich nauwelijks uiten. Ze leefden in een wereld die door hun omgeving niet werd begrepen. In De cyclus van leven en dood beschrijft spiritueel therapeute Thea Terlouw over de problemen die zij in haar jeugd als helderziend kind had:
‘In mijn kinderjaren was ik bijzonder helderziend. Vooral nu ik ouder ben en terugblik, zie ik dat nog duidelijker. Zo vond ik het heel gewoon om kleuren rondom mensen en dieren te zien. In de natuur zag ik het ook, en dat maakte het buiten zijn extra fijn. De prachtige kleuren rond bomen en bloemen vormden een steeds weer boeiend schouwspel. Ik weet nog heel goed dat ik op fietstochten met mijn ouders genoot van de natuur.
Pas later begreep ik dat mijn ouders die kleuren rond al dat leven niet zagen. Dat mijn ouders het niet konden zien, was het eerste inzicht op dat gebied. Het gaf een bepaald soort eenzaamheid. ’s Avonds in mijn bed vroeg ik om hulp, dit was gewoon voor mij. De lichtmensen die aan me verschenen waren mij vertrouwd. Leviahnarah, met wie ik nu al jaren werk, was mij net zo vertrouwd als mijn vader, zo heel gewoon. Leviahnarah kwam alleen als ik het echt heel moeilijk had. Alléén al zijn verschijning was voldoende om me gerust te stellen.’
Over onze tijd merkt Terlouw op: ‘Het is wel heerlijk dat de kinderen van nu, als ze bepaalde talenten meebrengen in hun leven, daarover kunnen praten. Ik heb genoten van de gesprekken met kinderen over hun meerdimensionale waarnemingen. Hoe ze hun gidsen beschreven en hoe ik tijdens de beschrijving aan hun gezicht kon zien dat ze genoten van de herinnering. Verhalen van kinderen die telepathisch met hun gids praten ‘in hun hoofd’, net als ik altijd deed en nog steeds doe. Wat een rijkdom.’
Afgezanten van Liefde
De helderziende kinderen van nu zijn onder meer door zanger-gitarist James Twyman in de belangstelling geraakt. Twyman wordt wel de vredestroubadour genoemd. Hij leeft in de traditie van de apostel Johannes. In 2001 komt hij in contact met helderziende kinderen. Hij reist naar een klooster in Bulgarije waar hij een ontmoeting heeft met vier helderziende kinderen. Die kinderen zijn van mening dat zij naar de Aarde zijn gekomen om ons hart te openen. Zij beschouwen zichzelf als Afgezanten van Liefde. Een van de kinderen wordt door Twyman Thomas genoemd. Wanneer Twyman in de Verenigde Staten is teruggekeerd, ontvangt hij langs telepathische weg boodschappen van de dan tienjarige Thomas. Hij besluit deze boodschappen via internet te verspreiden. Verschillende boodschappen zijn terug te vinden in de epiloog van het boek Jonge boodschappers. Hieruit valt op te maken dat de helderziende kinderen zelf het gevoel hebben dat zij hier op de aarde zijn om de mensheid te helpen bij een grote verschuiving in bewustzijn.
Een belangrijke boodschap van de kinderen is in februari 2002 wereldwijd verspreid. Onderdeel van de boodschap is een visioen dat eruit ziet eruit als een droom. Je treedt een grote kerk of kathedraal binnen die helemaal leeg is. De kathedraal lijkt uitgestorven. Maar dan hoor je ergens boven je een geluid. Er loopt een stellage langs de stenen muur omhoog. Hierop rust een gecompliceerd systeem van planken. Een groep kinderen staat op deze planken en werkt aan het plafond. Ze zijn bezig een prachtige schildering te maken. Je voelt de behoefte om op de steigers te klimmen. Boven aangekomen helpen kleine kinderhanden je verder. Nu kun je de plafondschildering goed zien, en je bent enorm verbaasd:
‘Je hebt nog nooit zoiets prachtigs gezien, iets wat zo de aandacht trekt. Wat je ziet is een nieuwe wereld en toch is die helemaal niet nieuw. Het is de wereld waarvan je altijd hebt gedroomd, een wereld van volmaakte vrede. De Kinderen komen om je heen staan en glimlachen, want ze zien hoe goed je hun werk vindt. Dan verdwijnen de kerk, de steigers en al het andere dat je ziet, en je gaat op in de prachtige afbeelding. En de hele wereld gaat met je mee.’
De Kundalini-slang
Ook in Nederland zijn er helderziende kinderen. Een prachtig boek over een van die kinderen heet Mijn kind ziet meer en is geschreven door de moeder onder het pseudoniem Marjan van Gestel. Het boek gaat vooral over de relatie tussen moeder en kind. De moeder probeert al die tijd een brug te vormen tussen de wereld van het kind, waar zij zelf aanvankelijk veel moeite mee heeft, en de wereld van alledag met het fenomeen tijd, niet-begrijpende leerkrachten en een kerk die occulte krachten en gaven bij voorbaat als des duivels ziet. In het boek wordt het kind Marieke genoemd. Zij kan de spirituele ontwikkeling van mensen aflezen aan een slang die zij bij ieder mens langs de ruggengraat ‘ziet’ lopen. De moeder schrijft:
‘Aan die slang kan Marieke zien hoe ver iemand ontwikkeld is. Ontwikkeld in de zin van wijs zijn, van binnenuit aanvoelen wat goed en kwaad is, weten wat echte liefde voor de ander is en daarnaar handelen. Niet doen alsof, maar handelen vanuit oprechtheid. Bij sommige mensen loopt die slang vanuit het stuitje helemaal naar het hart. Dat zijn vaak aardige mensen, ze zijn al verder ontwikkeld en beantwoorden aan het beeld dat hierboven beschreven staat. Bij de meeste mensen blijft de slang onder het hart steken, dat zijn mensen die nog het nodige moeten leren.
Bij een enkeling reikt de slang tot de keel of nog hoger, dat ziet ze bij haar zusje, een meisje uit haar klas en bij mij. Als ik haar vraag hoe ver bij haarzelf de slang ontwikkeld is, wijst ze tot op de hoogte van de oren. Mensen die een slang tot aan het hart hebben hoeven volgens Marieke eigenlijk niet naar de kerk. Zij leven vanuit zichzelf goed, dragen de tien geboden als het ware in zich mee.’
Het opklimmen van de slang komt overeen met een verschuiving in trillingsgetal. Volgens de Indiase yoga-leer gaat het om de Kundalini-slang die van de ene chakra naar de andere omhoogklimt. Ook collectief kan de slang omhoogkruipen. Onze universitaire wetenschap functioneert veelal op het niveau van de navelchakra of zonnevlecht. Er is veel competitie in de wetenschap. Het gaat erom de eerste te zijn met een bepaalde ontdekking. Het soort kennis dat geproduceerd wordt gaat voorbij aan zielsaspecten van de werkelijkheid en voorbij aan zelfkennis. Het kan buitengewoon nuttige kennis zijn. Maar er is meer dan dat.
De Jungiaanse psychologie functioneert op het niveau van de hartchakra. Liefde speelt een belangrijke rol in het door Jung beschreven individuatieproces. Verder kent Jung grote betekenis toe aan de viereenheid. Dit meetkundige symbool stelt het Zelf, het innerlijk godsbeeld voor. Veel kerkmensen en godsdienstwetenschappers begrijpen niets van het Zelf. Ze zijn opgegroeid met de opvatting dat wij van God gescheiden zijn. Maar in ons diepste wezen zijn we goddelijk, de een net zo goed als de ander. In ons hart weten we wie we zijn.
Eén stap verder bevinden we ons op het niveau van de keelchakra. De symboliek verbonden met het keelcentrum is die van het eeuwig-vrouwelijke. De problematiek rond het keelcentrum is die van vertrouwen. Het gaat erom de eigen wil over te geven aan de goddelijke wil in het vertrouwen dat dit het beste is. Wie vanuit dat vertrouwen leeft heeft vermoedelijk een slang die tot aan de keel reikt.
De jaren zestig
De jaren zestig vormden een voorproefje van het tijdperk van de Waterman. In de musical Hair werd de komst van dit tijdperk al bezongen, maar wel veertig jaar te vroeg. De nieuwetijdskinderen van toen hadden het dan ook niet gemakkelijk. Zij hadden zich in het verborgene ontwikkeld zonder noemenswaardige hulp van de buitenwereld. Ze hadden vaak het gevoel op de verkeerde planeet geboren te zijn, omdat zij door hun omgeving niet werden begrepen. In de jaren zestig kregen zij even de ruimte om zich te manifesteren. Carolina Hehenkamp, een van hen, schrijft in Indigo-kinderen als geschenk en uitdaging:
‘Nieuwe wezens deden hun intrede op aarde om een nieuwe tijd in te luiden. Deze generatie was verantwoordelijk voor de demonstraties in de jaren zestig; ze heeft aan de poten van veel structuren gezaagd en nam op allerlei gebieden het voortouw. Het was een krachtige aanzet om de dingen op aarde te veranderen. De bloemenkinderen, de hippies en andere groeperingen hebben het zaad voor verandering gezaaid. Of het nu om nieuwe vormen van samenleven, muziek, mode of biologische voeding ging, deze generatie was er steeds als de kippen bij om nieuwe dingen uit te proberen. Beide groepen (de voorlopers en de heelmeesters/helpers) hebben met elkaar bewerkstelligd dat het trillingsniveau van de aarde op een hoger niveau kon komen.’
De bloemenkinderen en hippies waren duidelijk voorlopers. Zij waren ook een goed voorbeeld van nieuwetijdskinderen die niet tegen de harde werkelijkheid waren opgewassen. Ze zijn van het toneel verdwenen. Ze waren niet bij machte de samenleving te veranderen of ze richtten zichzelf met drugs ten gronde. Psychologisch gesproken leden zij aan het Puer aeternus complex. Puer aeternus betekent ‘eeuwige jongeling.’ Hippies leefden zorgeloos alsof ze de eeuwige jeugd hadden.
Dieptepsychologe Marie-Louise von Franz heeft een diepgaande studie aan het Puer aeternus-complex gewijd. Volgens haar is de eeuwige jongeling een godsbeeld. Jongeren moeten ervoor oppassen zich met zo’n godsbeeld te identificeren. Als je niet zoals de popartiesten Janis Joplin, Jimi Hendrix en Jim Morrison vroegtijdig om het leven komt, moet je een manier zien te vinden om in een harde samenleving overeind te blijven. Von Franz raadt aan:
‘Iemand in de ban van het complex van de eeuwige jongeling moet leren werk te verrichten dat hem niet zint eerder dan alleen maar werk te doen waarbij hij door een groot enthousiasme wordt gedragen. Dat laatste kan iedereen. Het werk dat voor hem tegelijk therapie is bestaat eruit dat hij zichzelf op een regenachtige ochtend uit bed moet slepen om zich opnieuw naar een saaie baan te begeven.’
Veel nieuwetijdskinderen van nu volgen dit advies al op. Hun ouders verwachten nog dat zij gaan studeren of zo. Maar veel wetenschappelijke en hogere-beroepsopleidingen zitten niet op hun golflengte. Ze nemen een baantje totdat ze kans zien ergens in de samenleving een zinvol bestaan op te bouwen. De voorlopers uit de jaren zestig hebben het wat dat betreft moeilijker. Zij zijn door onze samenleving langdurig op een zijspoor gezet en hebben moeite om hun talent tot ontplooiing te brengen. Ze zitten vaak in hetzelfde schuitje als het groeiende leger van werkelozen dat door onze consumptiemaatschappij op straat is gezet. Toch schuilt er een leermoment in werkeloosheid. Geluk ligt niet in bovenmatige consumptie en het laten creperen van een ander. Geluk ligt in delen, in innerlijke vrede en in de ontdekking van jezelf en de anderen. In een doorgeving aan kunstenares Marianne Dubois merkt Jezus op: ‘Laten we het genie laten opbloeien dat in ieder van ons leeft maar dat we wurgen met ons conformisme en onze angst. De werkelozen bevinden zich in de beste positie om hun oor te luisteren te leggen en om de voorhoede te worden van een aarde die zich beweegt in de richting van samenwerking en harmonie.’
Een fundamentele keuze
Veel ouders zitten inmiddels met hun handen in het haar. Zij hebben helderziende kinderen die in een andere wereld leven dan hun leerkrachten of zij hebben te maken met kinderen die innerlijke vrede en het leven vanuit het hart belangrijker vinden dan het volproppen van hun hoofd met in hun ogen nutteloze kennis. Wat moeten we met al deze kinderen doen? In het basisonderwijs zijn er verschillende experimenten gaande om kinderen onderwijsvormen aan te bieden, waarbij de interessen van het kind zelf voorop staan. Maar in feite is er nog onvoldoende maatschappelijk draagvlak voor een fundamentele heroriëntatie van ons onderwijssysteem. Een groot deel van onze samenleving zit simpelweg niet op de golflengte van de nieuwetijdskinderen. Veel volwassenen houden er geen rekening mee dat de mensheid binnen afzienbare tijd een sprong in bewustzijn zou kunnen maken.
Maar volgens de helderziende Thomas is de overgang naar een hogere bewustzijnstoestand niet tegen te houden. De keuze is enkel of we een moeilijke dan wel een vredige weg van verandering zullen bewandelen: ‘Het werk dat de Kinderen nu doen moet de verandering vredig maken, maar het resultaat zal hoe dan ook hetzelfde zijn. Daarom moeten jullie niet bang zijn, maar wel voorzichtig.’
De nieuwetijdskinderen van nu stellen ons dus voor een fundamentele keuze. Blijven we vasthouden aan het materialistische wereldbeeld dat in vele sectoren van onze samenleving gangbaar is of durven we mee te gaan met het toekomstperspectief dat de helderziende kinderen ons schetsen? Het gaat niet om een vrijblijvende keuze. In Raising Psychic Children van James Twyman merkt Thomas op:
‘Je moet nu een beslissing nemen. Het is belangrijker dan je je kunt voorstellen. Wanneer je kind opgroeit en je de vruchten van dit werk ziet, zul je het begrijpen. De kinderen zijn gekomen om de wereld te redden. Dat is geen overdrijving. Maar zij hebben nu jouw hulp nodig. Kies voor liefde en de rest zal vanzelf geopenbaard worden.’
De uitspraken van Thomas doen denken aan de bergrede in het evangelie naar Mattheüs. Als er bij Thomas al sprake is van didactiek dan heeft die een sterk mystieke inslag: ‘Hier is het belangrijkste wat ik je kan leren. Er leeft een kind binnen in jou, nu, dat alles heeft om gelukkig te zijn. Je hebt niets nodig dat niet al aanwezig is. Dit is de sleutel tot je verlossing. Wanneer je dit beseft, zullen je kinderen hetzelfde beseffen. Daarom blijf ik je vertellen dat je je geen zorgen hoeft te maken over je kinderen. Je hoeft je nergens zorgen over te maken.’
Dit is zeker een opmerkelijk advies voor ouders die zich afvragen wat er van hun kinderen terecht moet komen. Het is niet altijd gemakkelijk om de keuzen van je eigen kinderen te respecteren en hen onvoorwaardelijk vertrouwen te schenken. Maar we leven niet meer in de jaren zestig van de vorige eeuw. Het tijdperk van de Waterman is een stuk dichterbij gekomen. Veertig jaar terug kon het in Hair alleen gezongen worden: ‘Let the sunshine in.’ Volgens Thomas kan het nu ook ervaren worden: ‘Wanneer de zon opkomt zal het voor jou gemakkelijk zijn je ogen te openen. Je hebt geprobeerd wakker te worden, terwijl het buiten nog donker was. De meeste mensen vallen dan weer terug in slaap. Maar nu zal alles anders zijn. De zon schijnt.’
Herbert van Erkelens
Samenvatting van een lezing in De Kapel in Bloemendaal.