Zenuw
De zenuw heeft in het lichaam een belangrijke functie: het geeft alle signalen in het lichaam door van
alle lichaamsdelen naar de hersenen en terug. Zenuwen bestaan uit zenuwcellen. Deze werken door elektrische signalen
door te geven van het ene deel van de cel naar het andere en door het vrijgeven van chemische stoffen: de neurotransmitters.
Zenuwcellen hebben een heel aparte structuur (zie plaatje).

Ze bestaan uit vier delen: het cellichaam, dendriten (ofwel takken),
axon (stam) en axon-uiteinden. In het cellichaam bevindt zich de celkern met daarin de belangrijke informatie zoals het DNA.
De dendriten zijn vertakkingen (soms wel 400.000 per cel!) en zijn de ontvangstpunten van signalen van andere cellen.
De axon is de doorgever van het signaal naar de axon-uiteinden, ook weer vertakkingen naar weer andere zenuwcellen of
naar organen.De snelheid waarmee zenuwcellen vuren (ofwel signalen doorgeven) varieert van langzame 'berichten' van
6 km/uur tot zeer snelle 'berichten'van wel 320 km/uur!
De ene zenuwcel zit niet vast aan de andere maar er zit een zeer smalle ruimte tussen: de synaps. Wanneer het elektrische signaal
van de ene zenuwcel aankomt in het axon-uiteinde dan zorgt dat signaal ervoor dat er chemische stoffen, neurotransmitters
worden vrijgegeven die aan de andere zenuwcel vertellen dat deze ook moet vuren. Zo wordt het signaal dan doorgegeven.

Het zenuwstelsel, de verzameling van alle zenuwcellen, bestaat uit het centrale zenuwstelsel en het perifere zenuwstelsel.
Het centrale zenuwstelsel bevat de hersenen en het ruggemerg. Het perifere zenuwstelsel bevat alle zenuwen tussen het
centrale zenuwstelsel en de organen en spieren enzovoorts. Het perifere zenuwstelsel kan ook weer worden onderverdeeld
in twee delen: het somatische en het autonome zenuwstelsel. Het somatische zenuwstelsel zorgt voor skeletspier activatie.
Het autonome zenuwstelsel zorgt voor de aansturing van bijv de hartspier, bloedvaten, klieren.