Generator



Generatoren wekken elektrische stroom op. Grote generatoren kunnen woningen en fabrieken van elektriciteit voorzien, maar er zijn ook kleinere generatoren. Een fietsdynamo is daar een voorbeeld van. Generatoren werken volgans hetzelfde principe als elektromotoren, maar dan precies andersom. Bij generatoren zorgen wind, stromend water of stoom voor de benodigde energie voor de aandrijving. Deze energie wordt omgezet in elektrische energie.

Generatoren maken gebruik van elektromagnetische inductie: magnetisme om elektriciteit op te wekken. Een spoel draait tussen de polen van een elektromagneet. De draaiende spoel snijdt door de magnetische krachtlijnen. Om deze verandering tegen te gaan wordt in de spoel stroom opwekt. De elektronenstroom wordt bij elke halve omwenteling omgekeerd. In de gelijkstroom generator verandert bij elke halve omwenteling ook het contact met de koolborstels (via de commutator (blauw)) omgedraaid, zodat de enen borstel altijd positief is en de andere altijd negatief.



Bij de wisselstroomgenerator wordt de verandering van de elektronenstroom juist gebruikt om een wisselstroom te creëren. Daardoor hoeft de commutator (blauw) niet om te draaien en dient in dit geval er alleen maar voor om de draden niet in de war te maken.