Hoe gebruik je picto's
Bij pictogrammen gaat het om overzicht: "wat gaat er wanneer gebeuren". Daar richten dan ook de meeste toepassingen zich op.
Dagkalender
De dagkalenders geven aan welke activiteiten in welke volgorde gebeuren.
Hier kan opstaan:
- aankleden
- ontbijten
- tandenpoetsen
- naar school
- (...)
- spelen
- tv kijken
- avondeten
- douchen
- tandenpoetsen
- naar bed
Hoeveel detail er op staat verschilt per kind. Bij sommige kinderen zal "aankleden" genoeg zijn, bij anderen zal er aangegeven moeten worden: ondergoed, t-shirt, broek, sokken en dan trui aantrekken.
Een uitgewerkt voorbeeld van een dagschema
Week- en maandkalender
Weer een stap verder is naast een dagkalender, een weekkalender en daarna ook een maandkalender. Sommigen hebben dat nodig omdat ze verder vooruit willen weten waar ze aan toe zijn. Voor anderen is dat informatie die niks toevoegt en alleen maar niet gesnapt wordt.
Op deze kalenders worden de grotere gebeurtenissen vermeld. Ook kan hier op komen te staan dat er dingen zijn die gedaan MOETEN worden. Teveel dingen erop werken niet zo goed. Vaak is het zo dat na een tijdje de gewoonte is ingeslepen en er een nieuwe lijst gemaakt kan worden.
Het werkt ook goed om hierop niet alleen aan te geven wanneer dingen beginnen, maar ook wanneer ze eindigen. (Carnaval begint dan, en is dan weer over, de kerstboom gaat op die dag de deur uit, etc.)
een uitgewerkt voorbeeld van een weekkalender
Communicatie
Pictogrammen kunnen ook gebruikt worden voor en door kinderen die niet of weinig praten.
Een kaartje met een glas betekent dan dat het kind iets te drinken wil, zo kan het dan toch communiceren